Cohabitatie als alternatief voor het huwelijk: een onderzoek naar partnervoorkeuren, egalitaire waarden en relatiekwaliteit.

Vincent Das
Persbericht

Mater Familias onder ongehuwd samnwonenden.

Ongehuwd samenwonen als alternatief voor het huwelijk

Sinds de jaren ’80 verhoogt de gemiddelde leeftijd waarop partners huwen in Vlaanderen (Corijn, 2016). Zo bedroeg de gemiddelde leeftijd om te trouwen in de jaren ‘70 24 jaar voor de bruidegom en 22 jaar voor de bruid. In 2017 was deze leeftijd gestegen tot 34 jaar voor de bruidegom en 31 jaar voor de bruid (Mariën, 1974; Corijn, 2019). Het ouderlijk huis verlaten en trouwen valt dan ook steeds minder samen (Corijn & Klijzing, 2001). In de tussenperiode is cohabitatie een populaire leefvorm geworden. Maar naast de verhoogde huwelijksleeftijd daalde ook het absoluut aantal huwelijken. In 1970 bedroeg het aantal burgerlijke huwelijken in het Vlaams Gewest 7,8 per 1000 inwoners, in 2015 was dit slechts 4,9 (Corijn, 2016). Cohabitatie lijkt dus meer dan een tussenperiode te zijn. Voor sommige partners is het een alternatief voor het huwelijk. Er cohabiteert tegenwoordig maar liefst 17,8 procent van de Vlaamse volwassenen (Corijn, 2015). Daarenboven is cohabitatie vooral onder de jongere cohorten populair. We kunnen dus verwachten dat het percentage nog zal stijgen. Aangezien één pasgeborene op twee in Vlaanderen ongehuwde ouders heeft dient de kwaliteit van relaties binnen de ongehuwde samenwoning grondig onderzocht te worden (Statbel, 2018).
Tot nu toe werd er geen verschil in relatiekwaliteit gevonden tussen samenwonenden en gehuwden in Vlaanderen (Corijn, 2014). Dit zou wel eens een misvatting kunnen zijn aangezien dit verschil wel bestaat in verschillende andere Europese landen. Deze blinde vlek kan te wijten zijn aan het feit dat alle samenwonenden in voorgaand onderzoek in Vlaanderen over één kam geschoren worden. In dit onderzoek willen we dan ook rekening houden met de verschillende motivaties om samen te wonen. Zo zijn er bijvoorbeeld de samenwonenden die concrete trouwplannen hebben. Zij willen huwen en zien cohabitatie als een testfase, maar hebben deze fase al succesvol afgerond. Daarom hebben ze trouwplannen zouden ze volgens buitenlandse literatuur dezelfde relatiekwaliteit als gehuwden vertonen (Aarskaug Wiik, Bernhard & Noack, 2009; Aarskaug Wiik, Keizer & Lappegård, 2012; Brown, Manning & Payne, 2017).
Naast de hypothese dat het nuttig kan zijn om samenwonenden met trouwplannen te onderscheiden, argumenteer ik dat binnen de groep samenwonenden zonder concrete trouwplannen nog een belangrijk onderscheid gemaakt kan worden. Dit onderscheid betreft de aan- of afwezigheid van een huwelijkswens. Dit onderscheid is zowel in het buitenland als in Vlaanderen nog niet onderzocht. De hypothese luidt dat samenwonenden die het als een alternatief zien voor het huwelijk, en dus geen huwelijkswens hebben, progressiever zijn dan samenwonenden met een huwelijkswens, die cohabitatie als een testfase voor het huwelijk zien. Deze progressiviteit zou invloed kunnen hebben op hun partnervoorkeuren. Traditionelere samenwonenden met huwelijkswens zouden, net als gehuwden, traditionelere partnervoorkeuren kunnen hebben dan de progressievere samenwonenden zonder huwelijkswens.
Dit heeft ook gevolgen voor de verklaringsmodellen van de eventuele lagere relatiekwaliteit van samenwonenden ten opzichte van gehuwden. Het socio-economisch perspectief wijdt de lagere relatiekwaliteit van samenwonenden immers gedeeltelijk aan een hoger aandeel onsuccesvolle matches ten opzichte van de groep gehuwden. Wanneer een succesvolle match echter verschillend is voor verschillende groepen samenwonenden moet deze verklaring herbekeken worden. Een succesvolle match wordt in deze masterproef, net als in talrijk onderzoek, door de opleidingsverhouding van man en vrouw gedefinieerd. Zo zou de ideale opleidingssituatie voor partners homogamie zijn, en is de het hoger aandeel homogame koppels van gehuwden daar een bewijs van (Oppenheimer, 1984).

 

Resultaten
Dit onderzoek maakt gebruik van data uit de 2de deelopdracht van het “Scheiding in
Vlaanderen” onderzoek uit 2011 (Bracke, et al. 2011). Dit levert 1716 respondenten op. Er dient
toegevoegd te worden dat dit onderzoek niet de gehele Vlaamse bevolking representeert. Zo zijn er
bijvoorbeeld enkel respondenten met een heteroseksuele relatie in de dataset opgenomen die de
Belgische nationaliteit hadden bij geboorte. Ook gaat het om eerste huwelijken en zijn de
respondenten maximum 40 jaar oud.
De resultaten ondersteunen de meeste hypotheses. Ten eerste hebben samenwonenden
met en zonder huwelijkswens een significant lagere relatiekwaliteit dan gehuwden wanneer de
samenwonenden met trouwplannen onderscheiden worden. Dit is nooit eerder aangetoond in
Vlaanderen. Maar ook het onderscheid binnen de samenwonenden zonder trouwplannen volgens
huwelijkswens lijkt nuttig. Zo zijn samenwonenden zonder huwelijkswens significant progressiever
dan degene met, en lijkt dit ook invloed te hebben op hun partnervoorkeuren. Zo zijn beide groepen
heterogamer dan gehuwden, maar in verschillende richtingen. Samenwonenden met
huwelijkswens hebben significant meer relaties waarin de man het hoogste opleidingsniveau heeft.
De samenwonenden zonder huwelijkswens daarentegen hebben significant meer relaties waarin de
vrouw het hoogste opleidingsniveau geniet. Dit kan het gevolg zijn van meer egalitaire waarden en
biedt ondersteuning voor de hypothese dat de socio-economische verklaringsmodellen van
cohabitatie tekort schieten.
Hoewel de daling van het huwelijkscijfer lijkt te stabiliseren heeft cohabitatie stevig voet aan
grond gekregen in Vlaanderen. Daarbij kan cohabitatie niet langer per definitie als een onsuccesvol
huwelijk aanzien worden. Een noemenswaardig deel van hen heeft immers geen huwelijkswens.
Deze groep samenwonenden is progressiever en vertoont progressievere koppelsamenstellingen.
Wel vertonen ze dezelfde lage relatiekwaliteit als de samenwonenden met huwelijkswens zonder
concrete trouwplannen. De reden daartoe is onbekend. Men zou kunnen verwachten dat de
partners die niet willen trouwen net een hogere relatiekwaliteit zouden vertonen dan diegenen die
dat wel willen maar er niet in slagen. Zou het kunnen dat de verwachtingen van de samenleving
daarin een rol in spelen? Een aanwijzing daartoe betreft het feit dat traditionelere Europese landen
een groter verschil in relatiekwaliteit vertonen dan progressievere Europese landen (Lesthaeghe,
2020; Soons & Kalmijn, 2009). Het zou kunnen dat in traditionele landen met minder acceptatie dan
Vlaanderen de samenwonenden zonder huwelijkswens een significant lagere relatiekwaliteit
vertonen dan degene met huwelijkswens als gevolg van een lage acceptatie van cohabitatie als
alternatief voor het huwelijk. In progressievere landen zouden zij net een hogere relatiekwaliteit
kunnen vertonen.
Binnen cohabitatie staan partners individueler in het leven op wettelijk en financieel vlak.
Toch lijken deze zwakkere sociale verbanden minder geschikt om een gezin in te stichten.
Gehuwden vertonen immers een hogere relatiekwaliteit. Maar zou het kunnen dat deze gedachte,
dat het huwelijk de meest geschikte samenlevingsvorm is, de lagere relatiekwaliteit van
samenwonenden zonder huwelijkswens net in de hand werkt? Toekomstig Europees onderzoek kan
deze piste verhelderen.

Bibliografie

Aarskaug Wiik, K., Bernhardt, E., & Noack, T. (2009). A Study of Engagement and Relationship Quality in Sweden and Norway. Journal of Marriage and Family, 71(2), 465-477.

Aarskaug Wiik, K., Bernhardt, E., & Noack, T. (2010). Love or Money? Marriage Intentions among Young Cohabitors in Norway and Sweden. Acta Sociologica, 53(3), 269-287.

Aarskaug Wiik, K., Keizer, R., & Lappegård, T. (2012). Relationship Quality in Marital and Cohabiting Unions Across Europe. Journal of Marriage and Family, 74(3), 389-398.

Agresti, A., & Franklin, C. (2014). Statistics: The Art and Science of Learning from Data. Pearson Education

Axinn, William G, Thornton, Arland, & Xie, Yu. (2007). Marriage and cohabitation (Population and development). Chicago: University of Chicago press.

Becker, G. (1981). Altruism in the Family and Selfishness in the Market Place. Economica, 48(189), 1-15.

Blackwell, D., & Lichter, D. (2000). Mate Selection Among Married and Cohabiting Couples. Journal of Family Issues, 21(3), 275-302.

Blackwell, D., & Lichter, D. (2004). Homogamy Among Dating, Cohabiting, and Married Couples. The Sociological Quarterly, 45(4), 719-737.

Boone, K. (2007) Wettelijke en feitelijk samenwoning. In I., Boone, S. Brouwers, L. De Schrijver, A., Van Thienen, G. Verschelden (Red.), Overzicht van rechtspraak. Familierecht (pp.207-251). Mechelen: Kluwer.

Booth, A., and Johnson, D. (1988). Premarital Cohabitation and Marital Success. Journal of Family Issues, 9(2), 255-72.

Booth, A., Johnson, D., White, L., & Edwards, J. (1984). Women, Outside Employment, and Marital Instability. American Journal of Sociology, 90(3), 567-583.

Bracke, P., Matthijs, K., Mortelmans, D., Pasteels, I., Van Bavel, J., & Van Peer, C.. (2011). Scheiding in Vlaanderen. Leuven: Acco.

Bréchon, P., & Gonthier, Frédéric. (2017). European values: Trends and divides over thirty years (European values studies, 17). Leiden: Brill.

Brines, J., & Joyner, K. (1999). The ties that bind: Principles of cohesion in cohabitation and marriage. American Sociological Review, 64, 333-355.

Brines, J., & Joyner, K. (1999). The ties that bind: Principles of cohesion in cohabitation and marriage. American Sociological Review, 64(3), 333-355.

Brown, S. L., & Booth, A. (1996). Cohabitation Versus Marriage : A Comparison of Relationship Quality. Journal of Marriage and Family, 58(3), 668-678 .

Brown, S., Manning, W., & Payne, K. (2017). Relationship Quality Among Cohabiting Versus Married Couples. Journal of Family Issues, 38(12), 1730-1753.

Buss, D., Shackelford, T., Kirkpatrick, L., & Larsen, R. (2001). A Half Century of Mate Preferences: The Cultural Evolution of Values. Journal of Marriage and Family, 63(2), 491-503.

Cherlin, A. 1979. Work Life and Marital Dissolution. In G. Levinger & O.C. Moles, Divorce and Separation. Context, Causes and Consequences (pp. 151–66). New York: Basic Books.

Corijn, M. (1994). Ongehuwd samenwonen in Vlaanderen in Europees perspectief. In: Bevolking en Gezin, 2, 59-107

Corijn, M. (2014). Gehuwd of ongehuwd samenwonen: verschillen in welbevinden?. Brussel: Studiedienst van de Vlaamse Regering, SVR-webartikel 12.

Corijn, M. (2015). Samenwonend met een partner in het Vlaamse Gewest: gehuwd, wettelijk samenwonend of zonder regeling. Brussel: Studiedienst van de Vlaamse Regering, SVR-Webartikel 6.

Corijn, M. (2016). Het Vlaamse en Belgische echtscheidingscijfer: evolutie, positionering, verklaringen en gevolgen. Brussel: Studiedienst van de Vlaamse Regering, SVR-webartikel 4.

Corijn, M., & Klijzing, E. (2001). Transitions to adulthood in Europe (European studies of population 10). Dordrecht: Kluwer.

Corijn, M., & Matthijs, K. (2005). Gehuwd en ongehuwd samenwonen in België: een sociaal-demografisch perspectief. In C. Forder & A. Verbeke (Red.), Gehuwd of niet: maakt het iets uit (pp. 47-65). Antwerpen: Intersentia.

Corijn, M., Sodermans, A.K., & Vanassche, S. (2011). Zijn jongeren in Vlaanderen van plan om          te         huwen (en te scheiden)? (SVR-Webartikel 2011/15). Brussel: SVR (Studiedienst van de       Vlaamse Regering).

De Graaf, P., & Kalmijn, M. (2003). Alternative Routes in the Remarriage Market: Competing-    Risk     Analyses of Union Formation after Divorce. Social Forces, 81(4), 1459-1498.

De Hauw, Y., Grow, A., & Van Bavel, J. (2017). The Reversed Gender Gap in Education and      Assortative Mating in Europe. European Journal of Population, 33(4), 445-474.

Dimaggio, P. & J. Mohr (1985). Cultural Capital, Educational Attainment, and Marital Selection. American Journal of Sociology, 90, 1231-1261.

Dobbelaere, K. (2003). Trends in de kathlieke godsdienstigheid eind 20e eeuw. België vergeleken met West en Centraal-Europese landen. Tijdschrift voor Sociologie. 24(1), 9-36.

Duvander, A. Z. (1999). The transition from cohabitation to marriage. A longitudinal study of the propensity to marry in Sweden in the early 1990s. Journal of Family Issues, 20, 698 – 717

Eeckhaut, M. C. W., Van de Putte, B., Gerris, J. R. M., & Vermulst, A. A. (2013). Analysing the Effect of Educational Differences between Partners: A Methodological/Theoretical Comparison. European Sociological Review, 29(1), 60-73.

ESS Round 5: European Social Survey Round 5 Data (2010). Data file edition 3.4. NSD - Norwegian Centre for Research Data, Norway – Data Archive and distributor of ESS data for ESS ERIC. Geraadpleegd via https://www.europeansocialsurvey.org/download.html?file=ESS5e03_4&y=2010

Esteve, A., García‐Román, J., & Permanyer, I. (2012). The Gender‐Gap Reversal in Education and Its Effect on Union Formation: The End of Hypergamy? Population and Development Review, 38(3), 535-546.

Esteve, A., Schwartz, C., Van Bavel, J., Permanyer, I., Klesment, M., & Garcia, J. (2016). The End of Hypergamy: Global Trends and Implications. Population and Development Review, 42(4), 615-625.

Field, A. (2009). Discovering statistics using spss. Londen: Sage.

Fokkema, T., Liefbroer, A.C., Methods Techniques, & Social Inequality the Life Course. (2008).            Trends in living arrangements in Europe: Convergence or divergence? Demographic Research, 19, 1351-1418.

Grow, A., & Van Bavel, J. (2015). Assortative mating and the reversal of gender inequality in education in europe: An agent-based model. PloS One, 10(6), E0127806.

Inglehart, R. (1977). The silent revolution : Changing values and political styles among western publics. Princeton (N.J.): Princeton university press.

Inglehart, R. (2008). Changing Values Among Western Publics from 1970 to 2006. West European Politics, 31, 130 – 146.

Johnson, M. (1991). Engagement to personal relationships. Advances in Personal Relationships, 3, 117–143.

Kalmijn, M. (1991). Shifting Boundaries: Trends in Religious and Educational Homogamy.    American Sociological Review, 56(6), 786-800.

Kalmijn, M. (1991). Status Homogamy in the United States. American Journal of Sociology, 97, 496-523.

Kalmijn, M. (1998). Intermarriage and Homogamy: Causes, Patterns, Trends. Annual Review of Sociology, 24(1), 395-421.

Kalmijn, M. (2011). The Influence of Men's Income and Employment on Marriage and Cohabitation: Testing Oppenheimer's Theory in Europe.(Report). European Journal of Population/Revue Europeenne De Demographie, 27(3), 269-293.

Kalmijn, M. (2013). The Educational Gradient in Marriage: A Comparison of 25 European Countries. Demography, 50(4), 1499-1520.

Kalmijn, M., & Bernasco, W. (2001). Joint and Separated Lifestyles in Couple Relationships. Journal of Marriage and Family, 63(3), 639-654.

Kalmijn, M., De Graaf, P., & Janssen, J. (2005). Intermarriage and the risk of divorce in the Netherlands: The effects of differences in religion and in nationality, 1974-94. Population Studies, 59(1), 71-85.

Kalmijn, M., & Lim, N. (1997). Men's career development and marriage timing during a period of rising inequality. Demography (pre-2011), 34(3), 311-30.

Keizer, R. (2010). Relationship quality in Europe (Vol. H035345, Discussion Papers). Statistics         Norway, Research Department.

Kessler, R. C., & McRae, J. A. (1982). The Effect of Wives' Employment on the Mental Health of Married Men and Women. American Sociological Review, 47(2), 216-27.

Kiernan, K. (2000). European perspectives on union formation. In Waite, L., Bachrach, C., Hindin, M., Thomson, E., and Thornton, A. (Red.). The ties that bind: Perspectives on marriage and cohabitation (pp. 40-58). New York: Aldine Gruyter.

Kiernan, K. (2004). Unmarried cohabitation and parenthood in Britain and Europe. Law & policy, 26(1), 33-55.

Kok, J. & Leinarte, D. (2015). Cohabitation in Europe: a revenge of history?,

            The History of the Family, 20(4), 489-514.

Kravdal, &. (1999). Does marriage require a stronger economic underpinning than informal cohabitation? Population Studies, 53(1), 63-80.

Leikas, S., Ilmarinen, V., Verkasalo, M., Vartiainen, H., & Lönnqvist, J. (2018). Relationship satisfaction and similarity of personality traits, personal values, and attitudes. Personality and Individual Differences, 123, 191-198.

Lesage, G.  (2018). Het Jaarrapport van de katholieke Kerk in België 2018. Geraadpleegd via https://www.kerknet.be/bisschoppenconferentie/artikel-persbericht/eerst… procentC3 procentAB

Lesage, G.  (2019). Het Jaarrapport van de katholieke Kerk in België 2019. Geraadpleegd via https://www.kerknet.be/bisschoppenconferentie/persbericht/2de-jaarrappo… procentC3 procentAB-kerk-transitie

Lesthaeghe, R. (1983). A Century of Demographic and Cultural Change in Western Europe: An Exploration of Underlying Dimensions. Population and Development Review, 9(3), 411-435.

Lesthaeghe, R. (2020). The second demographic transition, 1986–2020: Sub-replacement fertility and rising cohabitation—a global update. Genus, 76(1), 1-38.

Lesthaeghe, R., & Meekers, D. (1987). Value changes and the dimensions of familism in the European community. European Journal of Population / Revue Européenne De Démographie, 2(3), 225-268.

Lichter, D., Leclere, F., & Mclaughlin, D. (1991). Local Marriage Markets and the Marital Behavior of Black and White Women. American Journal of Sociology, 96(4), 843-867.

Lichter, D., Mclaughlin, D., Kephart, G., & Landry, D. (1992). Race and the Retreat From Marriage: A Shortage of Marriageable Men? American Sociological Review, 57(6), 781-799.

Manning, W., & Landale, N. (1996). Racial and Ethnic Differences in the Role of Cohabitation in Premarital Childbearing. Journal of Marriage and the Family, 58(1), 63-77.

Manning, W., Brown, S., & Payne, K. (2014). Two Decades of Stability and Change in Age at First Union Formation. Journal of Marriage and Family, 76(2), 247-260.

Manting, D. (1996). The Changing Meaning of Cohabitation and Marriage. European Sociological Review, 12(1), 53-65.

Martens, I. (2007) Huwelijk. In I., Boone, S. Brouwers, L. De Schrijver, A., Van Thienen, G. Verschelden (Red.), Overzicht van rechtspraak. Familierecht (pp. 207-251). Mechelen: Kluwer.

Martin, T., & Bumpass, C. (1989). Recent trends in marital disruption. Demography, 26(1), 37-51.

Mulder, C., & Smits, J. (1999). First-Time Home-Ownership of Couples: The Effect of Inter-   Generational Transmission. European Sociological Review, 15(3), 323-337.

Musick, K., Bumpass, L. (2006). Cohabitation, marriage, and trajectories in well-being and relationships. (online working paper series) Los Angeles: California Center for Population Research.

Nock, S.L. (1995). A comparison of marriages and cohabiting relationships. Journal of Family Issues, 16(1), 53-76.

Oppenheimer, V.K. (2003) Cohabiting and marriage during young men’s career-development process. Demography, 40, 127–149.

Parsons, T. (1942). Age and Sex in the Social Structure of the United States. American Sociological Review, 7(5), 604-616.

Pasteels, I., & Mortelmans, D. (2011). Huwen en scheiding in de levensloop. In D. Mortelmans et al. (Red.), Scheiding in Vlaanderen (pp. 65-84). Leuven: Acco

Pearlin, L. (1975). Status Inequality and Stress in Marriage.  American Sociological Review 40(3), 344-357.

Perelli-Harris, B., & Lyons-Amos, M. (2015). Changes in partnership patterns across the life       course: An examination of 14 countries in Europe and the United States.             Demographic Research, 33, 145-178.

Perelli-Harris, B., Kreyenfeld, M., Sigle-Rushton, W., Keizer, R., Lappegård, T., Jasilioniene, A., Berghammer, C., & Di Guilio, P. (2012). Changes in union status during the transition to parenthood in eleven European countries, 1970s to early 2000s. Population Studies, 66, 167–182.

Poortman, A. R., & Mills, M. (2012). Investments in marriage and cohabitation: The role of legal and interpersonal engagement. Journal of Marriage and Family, 74(2), 357-376.

Rindfuss, R., & Vandenheuvel, A. (1990). Cohabitation: A precursor to marriage or an alternative to being single? Population & Development Review, 16(4), 703-726.

Schoen, R. & Weinick, R.M.,  (1993). Partner Choice in Marriages and Cohabitations. Journal of Marriage and the Family, 55, 408-414.

Schwartz, C. R. (2010). Pathways to educational homogamy in marital and cohabiting unions. Demography, 47(3), 735-753.

Schwartz, C. (2013). Trends and Variation in Assortative Mating: Causes and Consequences.           Annual Review of Sociology, 39(1), 451-470.

Schwartz, C., & Mare, R. (2005). Trends in educational assortative marriage from 1940 to           2003. Demography, 42(4), 621-646.

 

Smock, P. (2000). Cohabitation in the United States: An Appraisal of Research Themes,          Findings,         and Implications. Annual Review of Sociology, 26(1), 1-20.

 

Smock, P.J., Manning, W., & Gupta, S. (1999). The Effect of Marriage and Divorce on Women's Economic Well-Being. American Sociological Review, 64(6), 794-812.

Smock, P.J. (2000). Cohabitation in the United States: An appraisal of research themes, findings and implications. Annual Review of Sociology, 26, 1-20.

Soons, J., & Kalmijn, M. (2009). Is Marriage More Than Cohabitation? Well‐Being Differences in 30 European Countries. Journal of Marriage and Family, 71(5), 1141-1157.

South, S., & Spitze, G. (1994). Housework in Marital and Nonmarital Households. American Sociological Review, 59(3), 327-347.

Stanley, S. M., Whitton, S. W., & Markman, H.J. (2004). Maybe i do: interpersonal engagement and premarital or nonmarital cohabitation. Journal of Family Issues, 25(4), 496-519.

Statbel (Algemene Directie Statistiek - Statistics Belgium) - Thematische Directie Samenleving.   (2015). Valentijn in cijfers: 6 op 10 Belgen wonen samen als koppels. Geraadpleegd op 7 november, 2020 via http://www.census2011.be/idk/idk1_nl.html

Statbel (Algemene Directie Statistiek - Statistics Belgium) - Thematische Directie Samenleving. (2016) Geraadpleegd op 30 september, 2020 via https://statbel.fgov.be/nl/themas/bevolking/partnerschap/huwelijken#fig…

Statbel (Algemene Directie Statistiek - Statistics Belgium) - Thematische Directie Samenleving.  (2018) Geraadpleegd op 30 september, 2020 via https://statbel.fgov.be/nl/nieuws/meer-dan-een-pasgeborene-op-twee-heef…

Statistics Norway. (2008a). Population statistics. Births 2006. Geraadpleegd via https://www.ssb.no/en/fodte

Stolzenberg, R. (2001). It's about Time and Gender: Spousal Employment and Health. American Journal of Sociology, 107(1), 61-100.

Stryker, S. & Macke, A. S. (1978). Status Inconsistency and Role Conflict. Annual Review of Sociology, 4, 57-90.

Surkyn, J., & Lesthaeghe, R. (2004). Value orientation and the Second Demographic Transition       (SDT)   in northern, western and southern Europe: An update. Demographic Research,         10(3), 45-86.

Symoens, S., Colman, E., Pasteels, I. & Bracke, P. (2011). Welbevinden van (ex-)partners en    kinderen. In: Mortelmans, D., Pasteels, I., Bracke, P., Matthijs, K., Van Bavel, J. & C. Van        Peer (red.)      (2011). Scheiding in Vlaanderen. Leuven: Acco, 237-266.

Therborn, G. (2004). Between sex and power : Family in the world, 1900-2000 (International library of sociology). London: Routledge.

Theunis, Lindsay, Jappens, Maaike, Vandenbroeck, Bente, & Van Bavel, Jan. (2015). Voor    eeuwig en altijd? Houdingen omtrent huwen en scheiden bij Vlaamse jongeren met     gehuwde en gescheiden ouders. Relaties En Nieuwe Gezinnen, 5(1), 1-24.

Thomson, E., Winkler-Dworak, M. & Beaujouan, É. Contribution of the Rise in Cohabiting      Parenthood to Family Instability: Cohort Change in Italy, Great Britain, and Scandinavia.        Demography, 56, 2063–2082 (2019

Thornton, A., Axinn, W.G., & Hill, D.H. (1992). Reciprocal effects of religiosity, cohabitation, and marriage. American Journal of Sociology, 98, 628-661.

Trost, J. (1978). A Renewed Social Institution: Non‐Marital Cohabitation. Acta Sociologica 21, 30315.

Trost, J. (1981). Cohabitation in the Nordic countries. Journal of Family and Economic Issues, 4, 401–427.

Van Bavel, J. (2012). The reversal of gender inequality in education, union formation and fertility in Europe. Vienna Yearbook of Population Research, 10, 127-154.

Van Bavel, J. Schwartz, C. R., Esteve, A. (2018). The Reversal of the Gender Gap in Education and Its Consequences for Family Life. Annual Review of Sociology, 44(1), 341-360.

Willetts, M. C. (2006). Union Quality Comparisons Between Long-Term Heterosexual Cohabitation and Legal Marriage. Journal of Family Issues, 27(1), 110-127.

Wilson, W. (1990). The truly disadvantaged: The inner city, the underclass, and public policy. Chicago (Ill.): University of Chicago press.

Wu, Z., & Pollard, M. (2000). Economic circumstances and the stability of nonmarital cohabitation. Journal of Family Issues, 21(3), 303-328.

Yu Xie, Siwei Cheng, & Xiang Zhou. (2015). Assortative mating without assortative preference.     Proceedings of the National Academy of Sciences, 112(19), 5974

 

 

Universiteit of Hogeschool
Master in de sociologie
Publicatiejaar
2020
Promotor(en)
Professor Dr. Jan Van Bavel
Kernwoorden
Share this on: