Minimale solidariteit voor feitelijke samenwoners: vanuit een macro-Europees perspectief naar een Belgisch juridisch-empirische werkelijkheid

Stijn Debie
Persbericht

Is een open Europese blik de oplossing voor de ideologische impasse(s) omtrent feitelijke samenwoning?

Steeds vaker kiezen geliefden over heel Europa om niet in het huwelijksbootje te stappen. Zo trouwt er per generatie twintig procent minder koppels in België. Het gevolg hiervan is dat vandaag bijna de helft van de kinderen geboren wordt buiten een huwelijk. Ook kiest twaalf procent van de koppels in de leeftijdscategorie 35 tot 44 jaar ervoor om helemaal “niets” te doen: zij trouwen niet en registreren ook hun samenwoning niet. Voor de leeftijdscategorie tussen de 25 en 34 jaar is dat al 15 procent.

Deze groep die niets doet, oftewel feitelijk samenwoont, heeft de volledige vrijheid om te bepalen hoeveel water elke partner in welk glas wijn doet. Echter blijkt uit onderzoek blijkt dat deze partners zich niet goed bewust zijn van de gevolgen hiervan: zelden tot nooit bouwen zij een juridisch kader in waardoor hun kinderen en de economisch zwakste partner in de relatie juridisch onbeschermd worden gelaten.

Many decisions between cohabitants are taken jointly in its interests, without counting cost or bargaining for a return

Des te opvallender is het dan dat in het gloednieuwe Federale Regeerakkoord van 2020 er enkel gesproken wordt over een nieuw kader rond de samenwoners die zich registreren, oftewel wettelijk samenwonen. Voor die andere groep samenwoners, de feitelijke samenwoners, is dat opnieuw een serieuze stap terug. De eerste stap terug was er al in 2014: toen nam men deze doelgroep wel op in het federale regeerakkoord maar werd er uiteindelijk geen enkel initiatief genomen. Die initiatieven waren er al wel in 2003…

En toch moeten we die tweede stap terug niet per se als het eindpunt zien: door een nieuwe Europese tendens zou het zomaar kunnen dat de Belgische wetgever alsnog een grote sprong voorwaarts gaat maken.

De impasse toegelicht

Vooraleer we die nieuwe tendens kunnen toelichten, is het belangrijk om te verstaan waarom België, en enkele andere Europese landen, deze stap zo moeilijk zetten. In de eerste plaats zijn er veel geheimen rond feitelijke samenwoners omdat zij zich niet officieel registreren en het wetenschappelijk onderzoek rond deze groep zeer beperkt is. Daarnaast wordt het debat omtrent samenwoners steeds gevoerd in de schaduw van het huwelijk en daarom als een aantasting van de hoeksteen van onze samenleving gezien.

Die redenen zorgen er dan ook voor dat de debatten omtrent feitelijke samenwoning vooral op basis van ideologie en eigen aanvoelen worden gevoerd, zonder dat men op basis van vaststaande feiten elkaar kan vinden in een compromis.

Solidariteit en liefde worden juridisch op drie manieren vertaald

Toch is er de laatste jaren een houvast ontstaan om de liefde en solidariteit binnen een feitelijke relatie te erkennen en op ta vangen, zelfs zonder het huwelijk als instituut aan te tasten. Liefde en solidariteit tussen twee geliefden kunnen uiteraard op onnoemelijk veel manieren uitgedrukt worden maar juridisch vertalen verschillende Europese landen dit slechts op drie manieren.

Ten eerste werken verschillende landen een regeling uit over de verdeling van het samen opgebouwde vermogen indien de relatie eindigt.

Ten tweede worden er ook vaak regels opgesteld over het compenseren van in geld waardeerbare verschuivingen of financiële onevenwichten tussen de vermogens van de partners. Een in geld waardeerbare verschuiving kan bijvoorbeeld een investering zijn in het huis dat eigendom is van de andere partner. Een onevenwicht kan dan weer ontstaan doordat bijvoorbeeld één van de partners een professionele stap opzij zet en zich toelegt op het huishouden. Op die manier bouwt deze partner zelf geen financiële zekerheden op. Ook kan zo’n onevenwicht ontstaan doordat de ene partner steevast investeert in vastgoed of aandelen en de andere partner enkel “investeert” in kosten, zoals kleren voor de kinderen, verre reizen en schooluitgaven. Door regels te maken over de wijze van compensatie worden deze verschuivingen of onevenwichten (in bepaalde mate) gecorrigeerd indien de relatie eindigt.

Ten slotte is er ook nog een derde vorm van regels, namelijk regels rond een bepaalde behoefte die ontstaat na de relatie maar zijn oorsprong vindt in de relatie. Dit concept omvat alle mogelijke regelingen die ervoor kunnen zorgen dat dergelijke behoeften van één of beide partners worden opvangen.

Het “solidaire rapport” van de Belgische wetgever 

Als we de drie bestaande relatievormen in België onder dit Europese licht houden, zien we dat de bescherming enkel voor het huwelijk voldoende uitgebreid is. Voor de wettelijke samenwoning bestaat er slechts een zeer beperkte bescherming en voor de feitelijke samenwoning bestaat er zelfs helemaal niets. Ook de bestaande regels in andere delen van het Belgische recht bieden slechts in zeer beperkte mate bescherming: in de praktijk zien we dat enkele rechtsgronden een beperkte bescherming aanreiken maar deze zijn veeleer vergezocht en botsen steeds op een of andere praktische of juridische grens. Dit alles heeft dus als gevolg dat de Belgische wetgever over de hele lijn een slecht rapport heeft omtrent het beschermen van de feitelijke samenwoner.

The (only) question is whether the existing legal response is adequate: wanneer de mogelijkheden van het recht de verwachtingen op grond van de billijkheid niet kunnen inlossen, is het aan de wetgever om op te treden

Het huwelijk hoeft niet te wankelen

Hoewel de gemaakte beloften en initiatieven uit het verleden dus tot niets hebben geleid, zou men ditmaal kunnen meedeinen op de golven van een nieuwe Europese tendens.

Op die manier zou men kunnen voorkomen dat men (zowel voor de wettelijke als feitelijke samenwoning) in oude ideologische discussies hervalt én dat men de feitelijke samenwoners, die een steeds grotere groep gaan uitmaken, niet langer in de Siberische koude laten staan.

Immers, het geheim van de andere Europese landen zit hem net in het erkennen van een veranderende maatschappelijke realiteit, zonder het huwelijk als instituut te doen wankelen. Een oplossing waarnaar de Belgische wetgever al sinds 2003 zoekt.

Of deze nieuwe wind voldoende is om het debat uit zijn ideologische impasse te halen, moet de toekomst ons leren.

Bibliografie

Bibliografie

 

Europese bronnen

 

Wetgeving Europese rechtsstelsels

Catalonië

Civil Code (Catalonia)

Art. 234-1.

Art. 234-8 –12.

Engeland en Wales

Inheritance (Provision for Family and Dependants) Act (England) 1975.

Section 1A -1B.

Duitsland

Civil Code (Germany).

§563 para. 2 s. 4.

§16151.

Denenmarken

The Danish Act on Rent.

The Danish Inheritance Act.

The Danish Administration of Estates Act.

The Danish Insurance Contracts Act.

The Danish Liability and Compensation Act.

Hongarijë

Civil Code (Hungary).

Art. 4:86-4:95.

Ierland

The Civil Partnership and Certain Rights and Obligations of Cohabitants (Ireland) Act.

Section 173.

Section 174.

Section 187.

Finland

Act on the Dissolution of the Household of Cohabiting Partners (Cohabitation Act (Finland) 2011).

Section 3.

Section 8.

Kroatië

Family Act (Croatia).

Art. 8

Art. 11 §2.

Art. 31 §2.

Art. 32 §3

Art. 36 §1 and §3.

Art. 44.

Art. 76.

Art. 295.

Inheritance Act (Croatia)

Art. 8.

Noorwegen

Inheritance Act (Norway) 1972.

Section 28 b en c.

The Norwegian Household Community Act 1991.

The Norwegian Inheritance Act.

Servië

Family Act (Serbia).

Art. 151/1-/2.

Art. 152/1-/2.

Art. 156/1.

Art. 157.

Art. 159/3.

Zweden

Act (2003:276) on cohabitation (Cohabitees Act).

Section 3-6.

Section 8.

Section 14.

Section 15.

Rechtspraak Europese rechtsstelsels

Denemarken

Danish Supreme Court, U 1980, 480 H, Weekly Law Journal, 1980, 480 en

https://cdn2.hubspot.net/hubfs/1737441/archive/UfR/Links/UfR%201980.480%20HDf.

Danish Supreme Court, U 1984, 166 H, Weekly Law Journal, 1984, 166; en

https://learninglaw.dk/dom/kompensation-ifm-ugifte-samlevende-u-19841662-h/1332.

Danish Supreme Court, U 1985.607 H, Ugeskrift for Retsvaesen, Weekly Law Journal, 55.

Danish Supreme Court, Ugeskrift for Retsvaesen 1988, 998.

Duitsland

BGH, 09.07.2008, NJW, 2008, 3277,

BGH, 9. 7. 2008 - XII ZR 39/06, Ausgleichsansprüche nach Scheitern einer nichtehelichten Lebensgemeinschaft – Miteigentum an einer Immobilie.

BGH, 06.07.2011, NJW, 2011, 2880,

BGH, 29.06.2011 - XII ZR 127/09, Ausbildungsunterhalt – Studium nach Schwangerschaft und Kinderbetreuung (m. Anm. Born).

Noorwegen

Rt. 1984, 497, SVERDRUP, T.,  “Statutory Regulation of Cohabiting Relationships in the

Nordic Countries”, in K. BOELE-WOELKI, N. DETHLOFF and W. GEPHART (eds.), Intersentia, Family Law and Culture in Europe, Developments, Challenges and opportunities, Antwerpen, 2014, 70-71.

Rt. 2000, 1089., SVERDRUP, T., “Statutory Regulation of Cohabiting Relationships in the

Nordic Countries”, in K. BOELE-WOELKI, N. DETHLOFF and W. GEPHART (eds.), Intersentia, Family Law and Culture in Europe, Developments, Challenges and opportunities, Antwerpen, 2014, 70-71.

Rt. 2011, 1168, SVERDRUP, T., “Statutory Regulation of Cohabiting Relationships in the

Nordic Countries”, in K. BOELE-WOELKI, N. DETHLOFF and W. GEPHART (eds.), Intersentia, Family Law and Culture in Europe, Developments, Challenges and opportunities, Antwerpen, 2014, 70-71.

Rt. 2011, 1176,  T. SVERDRUP, “Statutory Regulation of Cohabiting Relationships in the

Nordic Countries”, in K. BOELE-WOELKI, N. DETHLOFF and W. GEPHART (eds.), Intersentia, Family Law and Culture in Europe, Developments, Challenges and opportunities, Antwerpen, 2014, 70-71.

Rechtsleer Europese rechtsstelsels

ANTOKOLSKAIA, M., “Economic consequences of informal heterosexual cohabitation

from a comparative perspective: respect parties’ autonomy or protection of the weaker party?’ in A. VERBEKE, J.M. SCHERPE, C. DECLERCK, T. HELMES en P. SENAEVE (ed.), Confronting the frontiers of family and succession law. Liber Amicorum Walter Pintens, Antwerpen, Intersentia, 2012, 41-64.

ASLAND, J., BRATTSTRÖM, M., LIND, G., LUND-ANDERSEN, I., SINGER, A., en

SVERDRUP, T., Nordic Cohabitation Law, Antwerpen,  Intersentia, 2015, 276p.

ATKIN, B., (ed.), The International Survey of Family Law, 2009 Edition, Jordan Publishing

2009, Bristol, CPI, 515p.

BARLOW, A., “Legislation for cohabitation in Common Law Jurisdictions in Europe” in

Family Law and Culture in Europe: Developments, Challenges and opportunities, K. BOELE-WOELKI, N. DETHLOFF and W. GEPHART (eds.), Intersentia, Antwerpen, 2014, 77-91.

BOELE-WOELKI, K., MOL, C., en VAN GELDER, E., European Family Law in Action,

Volume V: Informal relationships, Antwerpen, Intersentia, 2015, 1168p.

BRATTSTRÖM, M., “The protection of a Vulnerable Party when a Cohabitee Relationship

Ends – An Evaluation of the Swedish Cohabitees Act”, in B. VERSCHAEREN (ed.)

Family Finances, Sramek 2009, 345-354.

CHOUDRY, S., en HERRING, J. European Human Rights and Family Law, Oxford, Hart

Publishing, 2010, 442p.

JANCIC, O.C., “Maintenance Obligations under the Family Act of Serbia”, in B. ATKIN (ed.), International Survey of Family Law, 2009, Bristol, CPI, 425-426.

LUND-ANDERSEN, I., “Registrered and Unmarried Partners in Denmark – Recent Legal

Developments”, in B. ATKIN (ed.), The International Survey of Family Law, Jordan Publishing 2011, 158-180.

MEE, J., “Cohabitation law reform in Ireland” CFLQ, 2011, 323-343.

MILES, J., “Financial Relief Between Cohabitants on Separation: options for European

Jurisdictions”, in K. BOELE-WOELKI en T. SVENDRUP (eds.), European Challenges in Contemporary Family Law, Antwerpen, Intersentia, 2008, 269-287.

RYRSTED, E.,  “The Swedish Cohabitees Act”, in J. SCHERPE en Y. NADJMA (Hrsg.),

Die Rechtsstellung der richterlichen Lebensgemeinschaften – Legal Status of Cohabitants, Beiträge zum ausländischen und internationalen Privatrecht, Tübingen, Mohr Siebeck, 2005, 415-437.

SCHERPE, J. M., European Family Law, Volume II, The changing concept of Family and

Challenges for Domestic Family Law, Cheltenham, Edward Elgar Publishing, 2016, 416p.

SCHERPE, J. M., and HAYWARD, A.,  The future of registered partnerships, family

recognition beyond marriage?, Intersentia, Cambridge, 2017, 591p.

SCHERPE, J., “Régime matrimonial et contrats de marriage en droit anglais qui a peur de la

common law?”, RNB 2018, 487–504.

SCHRAMA, W., “General Lessons for Europe Based on a Comparison of the Legal Status of

Non-Marital Cohabitants in the Netherlands and Germany”, K. BOELE-WOELKI (ed.), Common Core and Better Law in European Family Law, 257-282.

SVERDRUP, T., “Statutory Regulation of Cohabiting Relationships in the Nordic Countries”,

in K. BOELE-WOELKI, N. DETHLOFF and W. GEPHART (eds.), Family Law and Culture in Europe, Developments, Challenges and opportunities, Intersentia, Antwerpen, 2014, 65-76.

SVERDRUP, T., “The changing concept of ‘family’ and challenges for family law in the

Nordic countries”, in J.M. SCHERPE, European family law volume II: The changing concept of “family” and challenges for domestic family law, Cheltenham, Edward Elgar Publishing, 2016, 186-211.

ZWEIGERT, K., en KOTZ, H., An Introduction to Comparative Law, Third edition, Oxford

University Press, 1998, 275p.

Overige

Cohabitees and their joint homes – a brief presentation of the Cohabitees Act, the Ministry of Justice, Elanders Sverige Ltd, September 2017, 1-12, https://www.government.se/4ac0bb/contentassets/e95d660fd9354c139439e051fd8ed4db/cohabitees-and-their-joint-homes.pdf

Ireland Law Reform Commission, Report: Rights and Duties of Cohabitants (LRC 82-2006), Dublin, ILRC, 2006, 96p.

Live births in the EU are now outside marriage, Eurostat, 2p,

         https://ec.europa.eu/eurostat/en/web/products-eurostat-news/-/DDN-20180809-1.

Schotse Bronnen

Wetgeving

Succession Act (Scotland) 1964.

            Section 8.

            Section 8 (2A en 2B).

Matrimonial Homes (Family Protection) Act 1981.

            Section 3.

Section 13.

Section 18.

Section 25-29.

Family Law (Scotland) Act 2006

            Section 26-29.

            Section 3.

 

Rechtspraak

UK House of Lords, 2001, White v. White, AC, 596.

UK House of Lords, 2006, Miller v. Miller/McFarlane v. McFarlane UKHL, 24.

Supreme Court, Gow v Grant (Scotland), 2012, UKSC, 29,

https://www.supremecourt.uk/cases/docs/uksc-2011-0184-judgment.pdf.

Court of Session (Scotland), Grant v The Governors of George Heriot’s Trust and Others, 1906, SLT, 986.

Inner House of The Court of Session, Kerr v Mangan, 2014, S.L.T. 866.

Scottish Sheriff Court, Windram, Applicant, 2009, Fam LR, 152.

 

Rechtsleer

 

AKHTAR, Z., “Cohabitation: a change in the law?, Legislative Comment”, Scots Law Times,

2019, 151-153.

BARLOW, A., “Legislation for cohabitation in Common Law Jurisdictions in Europe” in K.

BOELE-WOELKI, N. DETHLOFF and W. GEPHART (eds.), Family Law and Culture in Europe, Developments, Challenges and opportunities, Antwerpen, Intersentia, 2014, 77-94.

BLACK, G., en CARR, D. J., “Cohabitants’ rights in conflict: the Family Law (Scotland) Act

2006 vs unjustified enrichment in Courtney’s Executors v Campbell”, Edinburgh Law

Review, Edinburgh Law School, 2017, 293-300.

BOELE-WOELKI, K., MOL, C., en VAN GELDER, E., European Family Law in Action,

Volume V: Informal relationships, Antwerpen, Intersentia, 2015, 1168p.

GUTHRIE, T., and HIRAM, H., Property and Cohabitation: Understanding the Family Law

(Scotland) Act 2006, Edinburgh, Law Review, 208-229.

KERRIGAN, J., “Section 29 of the Family Law (Scotland) Act 2006 - the case for reform?,

Legislative Comment”, Scots Law Times, 2008, 175-178;

KERRIGAN, J., “Time Limits and the Family Law (Scotland) Act 2006”, Scots Law Times,

S.L.T. 2013, 17, 125-12.

KERRIGAN, “Call for views on the rights of cohabitants by the Law Society of Scotland”,

Family Law Bulletin, 2018, 26-27.

KERRIGAN, J., “The borders of cohabitation: comments on a recent Law Society

consultation”, S.P.C.L.R. 2019,  3-5.

MAIR, J., and F. MCCARTY, F., Post-legislative scrutiny of the Family Law (Scotland) Act

2006 Written Evidence, University of Glasgow, 4,

https://www.gla.ac.uk/media/media_517524_en.pdf; J. MAIR, Consultation Submission by School of Law, University of Glasgow July 2017, 8.

MORRISON, A., en HEADRICK, D., Family formation and dissolution: Trends and

attitudes among the Scottish population, Research Findings No.43/2004, 1-4, https://pdfs.semanticscholar.org/a63c/fc789d9054494484b7f60082958c496efbb4.pdf.

SCHERPE, J. M., European Family Law, Volume II, The changing concept of Family and

Challenges for Domestic Family Law, Cheltenham, Edward Elgar Publishing, 2016, 416p.

Overige

Scot Law Com, No 135, Report on Family law, 1991, 246p., https://www.scotlawcom.gov.uk/files/5912/8015/2668/Report%20on%20family%20law%20Report%20135.pdf .

Scottish Executive, Explanotory notes on Family Law (Scotland) Act 2006, nr. 43.

Scottish Law Commission’s (SLC 215) 2014 Report on Succession, 2014, 198p, https://www.scotlawcom.gov.uk/files/7112/7989/7451/rep215.pdf .

Launch of the consultation on Improving Scottish Family Law, 5 april 2004, https://www.webarchive.org.uk/wayback/archive/20170701074158/http://www.gov.scot/Publications/2006/04/27135238/0.

Overzicht wetshervormingen: http://www.legislation.gov.uk/ukpga/1964/41/section/8/1991-02-01 en http://www.legislation.gov.uk/ukpga/1983/19/schedule/3/enacted?view=plain.

Belgische bronnen

Wetgeving

Burgerlijk Wetboek.

Art. 203, §1.

Art. 215.

Art. 221-225.

Art. 343.

Art. 523.

Art. 525.

Art. 547.

Art. 551.

Art. 564.

Art. 571.

Art. 882 e.v.

Art. 909, derde lid, 3°.

Art. 1251.

Art. 1235, tweede lid.

Art. 1319.

Art. 1381.

Art. 1399-1450.

Art. 1429bis.

Art. 1458.

Art. 1464-1465.

Art. 1469, §1, vierde lid.               

Art. 1477.

Art. 1479.

Art. 1742.

Art. 1875.

Art. 1892.

Art. 1902.

Art. 2279.

Wet van 13 april 2011 tot wijziging, wat betreft de meeouders, van de wetgeving inzake het

geboorteverlof, BS 10 mei 2011.

Wet tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en diverse andere bepalingen wat het

huwelijksvermogensrecht betreft en tot wijziging van de wet van 31 juli 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse bepalingen ter zake, BS, 22 juli 2018.

Wetsvoorstel 23 oktober 1995 betreffende het samenlevingscontract, DOC 49K0170001, 13p.

http://www.dekamer.be/FLWB/pdf/49/0170/49K0170001.pdf.

Wetsvoorstel 21 november 2002 tot wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek

betreffende de wettelijke samenwoning, 41p. http://www.dekamer.be/FLWB/PDF/50/2135/50K2135001.pdf.

Wetsvoorstel 15 juli 2003 tot wijziging van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek

betreffende de wettelijke samenwoning, DOC 51 0110/001

http://www.dekamer.be/FLWB/PDF/51/0110/51K0110001.pdf.

Wetsvoorstel 25 februari 2004 tot invoering van een intestaat erfrecht voor samenwonenden,

DOC 51 0846/001, http://www.dekamer.be/FLWB/PDF/51/0846/51K0846001.pdf.

Amendement 1 (S. VERHERSTRAETEN) op het wetsontwerp tot wijziging van het Burgerlijk

Wetboek houdende regeling van het erfrecht van de langstlevende wettelijk

samenwonende, Parl. St. Kamer 2005-2006, nr. 51K2514/002.

Gerechtelijk Wetboek.

            Art. 584, eerste lid Ger. W.

Art. 870.

Hypotheek Wet.

            Art. 1.

VCF.

            Titel 2, hoofdstuk 7 en hoofdstuk 8.

Art. 1.1.0.0.2., zesde lid, 4°, c).

Rechtspraak

GwH 22 mei 2014, nr. 83/2014, BS 26 september 2014 (ed. 1), 77051.

GwH 25 september 2014, nr. 140/2014, BS 7 januari 2015 (ed. 3), 630.

GwH 12 maart 2015, 33/2015, BS 9 juni 2015 (ed. 1), 33020 en RTDF 2015, 568, noot A. VAN

GYSEL.

Cass. 21 januari 2000, Arr. Cass., 2000, 168.

Cass. 12 december 2008, Act.dr.Fam. 2009/8 en AR, C06030332N,

http://jure.juridat.just.fgov.be/pdfapp/download_blob?idpdf=N-20081212-3.

Cass. 19 januari 2009, RW 2009-2010, 1084, noot E. NORDIN.

Cass. 23 oktober 2014, TBBR 2015, 559, noot J. LAMBRECHTS.

Cass. 6 maart 2014, Not.Fisc.M., 2014, 111, noot E. ADRIAENS “Deelgenoot

tontineovereenkomst kan eenzijdig de verdeling vorderen na einde onderliggende relatie”.

Cass. 9 juni 2017, AR C.16.0382.N, Arr. Cass. 2017, 39.

Cass. 12 oktober 2018, AR C. 18.0084.N, T.Fam. 2019, 37.

Antwerpen 20 mei 2015, RABG, 2015, 1106.

Bergen 16 juni 1986, JLMB, 1987, 1175.

Brussel 22 februari 2006, Res. jur. imm. 2006, 285.

Gent 9 april 1990, RW 1991-1992, 1434.

Gent 25 maart 1991, TGR 199, 110.

Gent 4 juni 2002, RW 2003-2004, 350.

Gent 17 januari 2007, NJW 2008, 223.

Gent 21 april 2009, P&B 2010, 179.

Luik 28 april 2009, Rev. trim. dr. fam. 2010, 341.

Luik 3 september 2008, Rev. trim. dr. fam. 2010, 328.

Namen 26 mei 1997, Rev. Not. B., 1997, 477.

Rb. Oudenaarde 19 september 2005, RABG 2006, 774.

Vred. Antwerpen 29 juni 2004, RABG, 2004, 1282, noot S. BROUWERS.

Vred. Brugge 2 juni 2005, TGR 2005, 170.

Vred. Charleroi, 3 maart 2003, JT, 2004, 101.

Vred. Haacht 26 november 2006, A.R. 06/A/485, onuitg.

Vred. Halle 23 juli 2008, NJW 2009, 136, noot G. Verschelden.

Vred. Sint-Kwintens-Lemnik 25 oktober 1982, RW, 1982-1983, 1943.

Vred. Waver 23 januari 2007, T. Vred. 2009, 364.

Vred. Westerlo 11 december 2006, T. Vred. 2007, 354.

Beslagr. Luik 27 mei 1981, Bull. Bel. 1984, 731.

 

Rechtsleer

AERTS, M., “Het belang van het eigenbelang versterkt? Over de verrijking zonder oorzaak en

feitelijke samenwoners” (noot onder Cass. 12 oktober 2018), T. FAM, 2019, 37-42.

APERS, A., De invloed van de wil van partijen op de kwalificatie van goederen, Leuven, KU

Leuven, 605p.

BARBAIX, R., “Verval van de schenking door het verdwijnen van de doorslaggevende

beweegreden: het derde bedrijf”, RW, 2008-2009, nr 40, 6 juni 2009, 1666-1683.

BARBAIX, R., Familiaal vermogensrecht in essentie, Antwerpen, Intersentia, 2017, 422p.

BROUWERS, S., “De toegang tot de familierechtbank blijft problematisch voor feitelijke

samenwonenden”, RABG, 2017, 1132-1133.

CASMAN, H., DEKKERS, R., ALOFS, E., en VERBEKE, A.-L., Relatievermogensrecht,

Mortsel, Intersentia, 2019, 321p.

CASTELEIN, C., en MAELFAIT, A., Ongehuwd samenwonen, Mechelen, Kluwer, 2003,

128p.

CORNERLIS, L., Algemene theorie van de verbintenis, Antwerpen, Intersentia, 2000, 997p.

DE PAGE, P., “Le patrimoine des cohabitants et les difficultés en résultant – La cohabitation

de fait” in DE PAGE, P., en CULOT, A., (eds.), Cohabitation légale et cohabitation de fait. Aspects civils et fiscaux, Louvain-la-Neuve, Anthemis, 2008, 7-20.

DECLERCK, C., “Huwen of samenwonen? Enkele familiaal vermogensrechtelijke aspecten”,

Leuvense notariële geschriften, Brussel, Larcier, 2010, 61-91.

DECLERCK, C., “Naar een beter evenwicht tussen autonomie en solidariteit in het

relatievermogensrecht”, T. Fam., 2015, 106-107.

DEKKERS, R.,  CASMAN, H., A.L. VERBEKE en ALOFS, E., Relatievermogensrecht,

Mortsel, Intersentia, 2019, 321p.

DERINE, R., VAN NESTE, F., en VANDENBERGHE, H., “Zakenrecht” in Beginselen van

Belgisch Privaatrecht, I A, Antwerpen, Standaard, 1974, 541p.

DERYCKE, H., “Feitelijk samenwonen en wettelijk samenwonen, successierechten” in A.-L.

VERBEKE, F. BUYSSENS, H. DERYCKE (eds), Handboek Estate planning,

algemeen deel 4, vermogensplanning met effect na overlijden, langstlevende, Brussel, Larcier, 2010, 15-22.

DOM, I., “Solidariteit tussen feitelijk samenwonende partners?”, Not.Fisc.M., 2018/2, Wolters

Kluwer, Mechelen 2018,  30-42.

DU MONGH, J., SAMOY, I., en ALLAERTS, V., “Overzicht van rechtspraak (2000-2007) –

de feitelijke samenwoning”, T.Fam., 2008, 4-43.

EGGERMONT, S., Tweerelaties: Huwelijk, wettelijke samenwoning en feitelijke

samenwoning juridisch ontleed, Intersentia, Antwerpen, 2016, 666p.

HERBOTS, J., “Bewoonster Pot of bewoner Ketel: wie moet eruit? Ontruimingsgeschil tussen

medebewoners onderling van een huurwoning” (noot onder Vred. Sint-Niklaas 15 april 1985), RW 1985-1986, 1091-1120.

FORDER, C., en VERBEKE, A.-L., “Geen woorden maar daden” in C. Forder en A. Verbeke (eds.), Gehuwd of niet: maakt het iets uit?, Antwerpen, Intersentia, 2005, 489-649.

FORDER, C, “Ongehuwd samenwonen en vermogensrecht: een waaier van mogelijkheden”,

TEP 2006, 335.

GOOSSENS, E., “Recht op een tweesprong. Toekomstperspectieven voor de wettelijke en

feitelijke samenwoning anno 2019”, Themis Familiaalvermogensrecht, 3-32.

GOOSSENS, E., “Kompas voor een nieuw samenwoningsrecht: neutraal, coherent en

compensatie- en behoeftegericht”, TBBR, 2019/9, Wolters Kluwer, Mechelen, 2019,

537-556.

HANSENNE, J., Les biens. Précis, Luik, Edition Collection Scientifique de la Faculté de Droit

de Liège, 1996, 627p.

HEYVAERT, A., “Civielrechtelijke aspecten van gezinnen zonder huwelijk”, TPR 1985, X-X.

HEYVAERT, A., Het personen-en gezinsrecht ontk(l)eed: Theoriëen over personen- en

gezinsrecht rond een syllabus van de Belgische techniek, Gent, Mys & Breesch, 2002, 475p.

LELEU, Y-H., DEHALLEUX, V., DEMARET, M., en LANGENAKEN, E., “Le droit

patrimonial du couple”, Chron.dr.not. 2005, 15-35.

LELEU, Y.-H., Les collaborations économiques au sein des couples séparatistes: pour une

indemnisation des dommages collaboratifs envers et contre tous choix, Montreal, Éditions Thémis, 2014, 59-86.

LELEU, Y.-H.,  Droit des personnes et des familles, Brussel, Larcier, 2015, 580p.

LYSSENS-DANNEBOOM, L., en MORTELMAN, D., “Juridische bescherming van

samenwoners: Van ‘het grote feest’ tot ‘de lange to-do”, Notarieel congres 2013, 75-102.

PINTENS, W., “Het Belgisch huwelijksgoederenrecht in rechtsvergelijkend perspectief”, TPR

2005, 317-364.

PINTENS, W., DECLERCK, C., DU MONGH, J., en VANWINCKELEN, K., Familiaal

Vermogensrecht, Antwerpen, Intersentia, 2010, 1337p.

PINTENS, W., “Is ons familiaal vermogensrecht nog bij de tijd”, RW 2011-12, 49-54.

RENCHON, J.-L. “L’obligation alimentaire après la rupture d’une vie commune hors

marriage” (noot onder Brussel 13 november 1997), Journ. Proc. 1999, 28-31.

SABBE, K., en COPS, G., “Niet getrouwd, wel gescheiden. Juridische aspecten van de

beëindiging van de samenwoning”, Not.Fisc.M. 2002, 1-19.

SAMOY, I., “Investeren in andermans woning bij feitelijke samenwoning” in W. PINTENS,

J. DU MONGH en C. DECLERCK (eds.), Patrimonium 2008, Antwerpen, Intersentia, 2008, 273-285.

SENAEVE, P., “De onderhoudsverplichting tussen wettelijk samenwonenden en tussen

concubinerenden” in P. SENAEVE (ed.), Onderhoudsgelden, Leuven, Acco, 2001, 153-186.

SENAEVE, P., “Van concubinaat naar wettelijke samenwoning en verder”, in W. PINTENS,

A. ALEN, E. DIRIX en P. SENAEVE (eds.), Vigilantibus ius scriptum. Feestbundel voor Hugo Vandenberghe, Brugge, die Keure, 2007, 275-288.

SENAEVE, P., en DECLERCK, C., Compendium van het personen- en familierecht, Leuven,

Acco, 2017, 713p.

SENAEVE, P., “Van concubinaat naar wettelijke samenwoning en verder”, in W. PINTENS,

A. ALEN, A., DIRIX, E., en SENAEVE, P., (eds.), Vigilantibus ius scriptum. Feestbundel voor Hugo Vandenberghe, Brugge, die Keure, 2007, 275-288.

SWENNEN, F., Het personen- en familierecht: Een benadering in context, Antwerpen,

Intersentia, 2019, 585p.

TILLEMAN, B., VERBEKE, A.-L., en SAGAERT, V., Vermogensrecht in kort bestek, Deel

III, overeenkomsten inzake gebruik en genot van eigendom, Antwerpen, Intersentia, 2007, 485p.

VAN GYSEL, A.-C., en BRAT, S., “La rupture du couple: les recours judiciaires et les effets

alimentaires” in RENCHON en TAINMONT, Le couple non marié à lalumière de la cohabitation légale, Louvain-la-Neuve, Bruylant, 2000, 273-304.

VAN GRUNDERBEECK, D., Beginselen van personen- en familierecht. Een

mensenrechtelijke benadering, Antwerpen, Intersentia, 2003, 763p.

VAN OMMESLAGHE, P., Droit des obligations, II, Sources des obligations (deuxième

partie), Brussel, Bruylant, 2013, 2641p.

VANHOVE, K., “Concubinaat en huur: een moeilijk huwelijk” in W. PINTENS, A. ALEN, E.

DIRIX en P. SENAEVE (eds.), Vigilantibus ius scriptium. Feestbundel voor Hugo

Vandenberghe, Brugge, die Keure, 2007, 329-350.

VANOPPEN, S., en GUFFENS, V.,Overzicht van rechtspraak (1990-1999) –

Vermogensrechtelijke aspecten inzake concubinaat”, EJ, 2000, 38-52.

VERBEKE, A. L., “Naar een billijk relatie-vermogensrecht”, TPR 2001, 373-402.

VERBEKE, A.-L., “A New Deal for Belgian Family Property Law” in ALOFS, E.,

BYTTEBIER, K., MICHIELSENS, A., en VERBEKE, A.-L., (eds.), Liber Amicorum

Hélène Casman, Antwerpen, Intersentia, 2013, 461-493.

VERBEKE, A.-L., “Waardig familiaal vermogensrecht”, Antwerpen, Intersentia, TEP 2013/3,

3-13.

VERBEKE, A.-L., “Het wilsgebrek van de liefde”, TEP, 2015, 100-108.

VERHEYDEN-JEANMART, N., “la cohabitation légale, Du contrat à l’institutionnalisation”

in Liber Amicorum Yvette Merchiers, Brugge, die Keure, 2001, 323-339.

VERSCHELDEN, G., Handboek Belgische Familierecht, Brugge, Die Keure, 2010, 840p.

VERSTRAETE, K., “Beëindiging buitenhuwelijkse samenwoning. Kroniek 2005-2007”, NJW

2008, afl. 186, 566-585.

VERSTRAETE, J., “Beschermingstechnieken (andere dan tontine- en aanwasbedingen) tussen

ongehuwd samenwonenden”, in M, KOENRAAD, Familie op maat, Mechelen, Kluwer, 2005, 25-85.

WILLEMS, K., “Natuurlijke verbintenis. Betaling van begrafeniskosten”, NJW 2008, 190-196.

WILLEMS, K., De natuurlijke verbintenis, Brugge, die Keure, 2011, 553p.

WUYTS, T., “Wettelijke samenwoning”, NJW 2014, 244-257.

Overige

Federaal regeerakkoord, Donderdag 9 oktober 2014, Deel 6.3,

https://www.cdenv.be/storage/main/federaal-regeerakkoord-2014.pdf.

Beleidsverklaring Justitie, 17 november 2014, Parl.St. Kamer 2014-15, nr. 54K0020/018.

Onderzoeksrapport Smets, Compensatieclausules bij een ongelijke verdeling van

arbeid en zorg in de partnerrelatie, Februari, 2014, 467p.

B. DEBUSSCHERE, S.STEENHAUT, en J. STRAETMANS , “Hoe (on)traditioneel is het gezin

in Vlaanderen?”, De Morgen, https://www.demorgen.be/redactie/2018/gezin/.

EUROSTAT, “42% of births in the EU are outside marriage,  

https://ec.europa.eu/eurostat/en/web/products-eurostat-news/-/DDN-20200717-1.

Empirisch onderzoek

Belgisch empirisch onderzoek

GOOSSENS E., en VERBEKE, A-L., “Memo empirisch onderzoek feitelijke samenwoning

in België: De perceptie voorbij. Een dwarsdoorsnede van de rechtspraak feitelijke

samenwoning in België”, onuitg., 5p.

GOOSSENS, E. en VERBEKE, A.-L., “Brief rechters onderzoek feitelijke samenwoning

betreft: Onderzoeksproject KU Leuven, De perceptie voorbij. Een dwarsdoorsnede van de rechtspraak feitelijke samenwoning in België̈”, onuitg., 2p.

GOOSSENS, E., en VERBEKE, A.-L., “Codeerschema variabelen empirisch onderzoek

feitelijke samenwoning”, onuitg., 6p.

GOOSSENS, E., en VERBEKE, A.-L., “Slideshow reflectiecollege empirisch onderzoek

feitelijke samenwoning”, onuitg., 61p.

 

Schots Empirisch onderzoek

Scot. Law Com., Discussion Paper, No. 86, The effects of Cohabitation, may 1990, 1-100,

https://www.scotlawcom.gov.uk/files/3412/7892/5856/dp86.pdf.

Scot. Law. Com. No. 124, Report on Succession, 24 January 1990, 1-214,

https://www.scotlawcom.gov.uk/files/6812/7989/6684/rep124.pdf.

Scot. Law Com., No 135, Report on Family law,  1992, 1-246,

https://www.scotlawcom.gov.uk/files/5912/8015/2668/Report%20on%20family%20law%20Report%20135.pdf.

Launch of the consultation on Improving Scottish Family Law, 5 april 2004, 1-16,

https://www.webarchive.org.uk/wayback/archive/20170701074158/http://www.gov.scot/Publications/2006/04/27135238/0.

 

Family Matters: Improving Family Law in Scotland Consultation Response form, 1-6,

https://www.webarchive.org.uk/wayback/archive/20170701074158/http://www.gov.scot/Publications/2004/04/19220/35694.

Scottish Executive Social Research 2004, Family Law Consultation Interactive Focus Group

Exercise, mruk research Ltd, 2004, 1-21.

MANNERS, J. en RAUS, I., Family property in Scotland : an enquiry carried out on behalf

of the Scottish Law Commission by the Social Survey Division of the Office of Population Censuses and Surveys in 1979, OPCS, 1981, 1-45.

Overzicht deelnemers survey 2004,

https://www2.gov.scot/Publications/2004/10/20073/44798.

 

Universiteit of Hogeschool
Master in de rechten
Publicatiejaar
2020
Promotor(en)
A.-L. Verbeke
Kernwoorden
Share this on: