Oorlog voeren gebeurt niet altijd met tanks en geweren: vandaag gebruiken grootmachten steeds vaker economische sancties als hun voornaamste wapen. Daardoor worden Europese bedrijven ongewild het doelwit van buitenlandse druk. Om hen te beschermen, heeft de Europese Unie (EU) een juridisch schild gecreëerd: de EU-Blokkeringsverordening. Op papier klinkt het sterk, maar in de praktijk vertoont dit schild barsten. Mijn onderzoek toont namelijk aan dat de Verordening haar doelstellingen nauwelijks waarmaakt.
De lange arm van Washington
Het verhaal begint niet in Brussel, maar in Washington. Al decennialang gebruiken de Verenigde Staten (VS) economische sancties als politiek drukmiddel. Soms richten deze sancties zich enkel tegen Amerikaanse bedrijven of personen; dat noemen we primaire sancties. Maar de VS gaat een stap verder: ook bedrijven uit andere landen die zakendoen met het “foute” land kunnen worden getroffen. Dit zijn de beruchte secundaire sancties.
Een voorbeeld maakt dit duidelijk. Stel dat een Belgisch bedrijf aan Iran machines levert die de petrochemische industrie ondersteunen. Volgens de VS kan dit bedrijf gestraft worden voor deze handelstransactie, ook al heeft het geen enkele band met de VS. Het kan bijvoorbeeld de toegang tot de Amerikaanse market verliezen, uitgesloten worden van bankentransacties of zware boetes krijgen. Via zulke maatregelen probeert de VS namelijk bedrijven van andere landen te dwingen haar buitenlands beleid te volgen.
Van president Bill Clinton tot Donald Trump
Toen president Clinton in 1996 secundaire sancties invoerde betreffende Cuba, Iran en Libië, reageerde de EU met een tegenzet: de EU-Blokkeringsverordening. Die verbood Europese bedrijven de Amerikaanse wetten met “extraterritoriale” werking (dus wetten die gelden buiten het grondgebied van de VS) na te leven. Uiteindelijk besloot de VS zijn sanctiewetgeving terug te trekken.

Jaren bleef de EU-Blokkeringsverordening op de achtergrond. Tot president Trump in 2018 opnieuw secundaire sanctiewetgeving instelde met betrekking tot Iran, nadat de VS zich terugtrok uit de internationale nucleaire deal met Iran (het Joint Comprehensive Plan of Action). Als reactie voegde de EU Trumps sancties toe aan het toepassingsgebied van de EU-Blokkeringsverordening. Het idee was simpel: Europese bedrijven beschermen en de Amerikaanse druk neutraliseren. Maar dat bleek makkelijker gezegd dan gedaan. Europese bedrijven zaten opnieuw klem: zakendoen met Iran betekende sancties van de VS riskeren, terwijl het naleven van de Amerikaanse regels in strijd was met EU-recht.
Twee heroïsche doelen …
De EU-Blokkeringsverordening heeft twee doelstellingen: (1) het neutraliseren van de effecten van buitenlandse sancties binnen de EU en (2) het beschermen van belangen van de Europese bedrijven én van de EU zelf. De effectiviteit van de Verordening werd daarom in het onderzoek beoordeeld aan de hand van de mate waarin deze doelstellingen worden bereikt. Om dat te toetsen voerde ik een juridische analyse uit van de kernartikelen van de Verordening, de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie en relevante juridische literatuur. Bij elk kernartikel stelde ik steeds de twee zelfde vragen. Neutraliseert dit artikel Amerikaanse sancties? Beschermt het effectief de Europese bedrijven?
… met bitter weinig resultaat
De resultaten leggen enkele tekortkomingen van de EU-Blokkeringsverordening bloot.
Ten eerste heeft de EU-Blokkeringsverordeningen een beperkt toepassingsgebied (art. 1). Ze geldt enkel voor een beperkte lijst van Amerikaanse sanctiewetten. Andere wetgevingen die eveneens secundaire sancties opleggen, zoals Chinese regelgeving, vallen buiten de boot. Daardoor neutraliseert de Verordening lang niet alle buitenlandse sancties waarmee Europese bedrijven worstelen.
Ten tweede bepaalt art. 5, lid 1 dat Europese bedrijven niet mogen gehoorzamen aan de Amerikaanse sanctiewetgeving. Dit verbod plaatst hen echter voor een moeilijke keuze. Wie de VS gehoorzaamt, schendt het EU-recht en wie de EU gehoorzaamt, riskeert Amerikaanse straffen. In beide gevallen dreigt bestraffing. Veel bedrijven kiezen er dan ook voor om de Amerikaanse
regels te volgen en hun handelsrelaties met landen zoals Iran stop te zetten, omdat de Amerikaanse sancties zeer verregaand zijn. Zo tonen handelsstatistieken dat tussen 2017 en 2019 het totale handelsvolume (import én export) tussen EU en Iran met ongeveer 76% is gedaald. Dit artikel werkt dus noch neutraliserend, noch beschermend.
Ten derde zijn regels slechts zo sterk als hun handhaving. Daar knelt het schoentje: art. 9 laat de strafmaatregelen over aan de EU-lidstaten zelf. Dat leidt tot grote verschillen tussen de lidstaten wat betreft de aard, zwaarte en handhaving van de sancties. Daarnaast blijkt dat in de praktijk bedrijven die de Verordening schenden zelden bestraft worden. Enerzijds sanctioneren lidstaten niet graag bedrijven die bijdragen aan hun economie, en anderzijds is het voor de bevoegde autoriteiten moeilijk om sluitend bewijs te leveren van een doelbewuste schending. Ook onder dit artikel blijkt dus dat noch neutralisatie, noch bescherming effectief worden bereikt.
Tussen symbool en realiteit
Wat duidelijk wordt, is dat de EU-Blokkeringsverordening goede intenties heeft, maar tekortschiet in de realiteit zodra geopolitieke en economische belangen doorwegen. Het is een papieren tijger. De EU kan bedrijven wel verbieden de sanctiewetten te volgen, maar dit neemt de impact van de Amerikaanse sancties niet weg.
Ondanks dat de EU-Blokkeringsverordening op papier veelbelovend lijkt, bereikt ze haar doestellingen in de praktijk amper tot niet. Ze neutraliseert buitenlandse sancties niet en beschermt de Europese bedrijven gedeeltelijk, slechts wanneer dit samenvalt met de politieke agenda van de EU.
Nochtans is dit gegeven een issue dat niet van tafel mag worden geveegd. Europese bedrijven staan nog al te vaak tussen twee vuren. Dit leidt tot onzekerheid, economische schade en een aantasting van de strategische autonomie van de EU.
In een wereld waarin economische wapens steeds vaker worden ingezet – denk maar aan Rusland, China, en de VS – is een krachtig en geloofwaardig antwoord van de EU nodig. De EU-Blokkeringsverordening werd ooit gecreëerd als schild tegen buitenlandse dwang, maar vandaag is dat schild gebarsten. Als de EU haar bedrijven écht wil beschermen, moet ze meer doen dan symbolisch blokkeren. De EU moet investeren in sterke handhaving, bredere bescherming en vooral een duidelijk signaal geven dat de Europese autonomie geen lege doos is. Zolang dat niet gebeurt, blijven Europese bedrijven tussen hamer en aambeeld.
European Legislation – primary law
European legislation – secondary law
National legislation – United States of America
CJEU case law
Opinions of Advocate Generals
National case law
European Commission
Council of the European Union
Austria
Gibraltar
United States
Books
Journal articles
Think Tanks
Blogposts
Other doctrine
Contributions submitted to the Commission Public Consultation on the Review of the Blocking Statute
Websites – news
Website – others
Webinars/conferences