“Samenwerken voor jongeren lijkt logisch, maar gemeenten botsen op een web van drempels – van macht en middelen tot identiteit – dat samenwerking vaak onmogelijk maakt.”
Iedereen wil sterke kansen voor kinderen en jongeren. Toch kiezen veel Vlaamse gemeenten er net niet voor om hun jeugdbeleid samen te organiseren met de buren. In mijn masterproef zocht ik uit waarom die samenwerking stokt, ook al liggen de voordelen voor het rapen.

Voor mobiliteit, afval of zorg slaan gemeenten wél de handen in elkaar. Waarom blijft jeugdbeleid dan zo vaak binnen de eigen grenzen? Het antwoord is belangrijk, want jongeren trekken zich niets aan van gemeentegrenzen. Ze gaan naar school in de ene stad, sporten in een andere en spreken af in een derde. Een bovenlokale aanpak kan dus méér betekenen: gedeelde expertise, grotere projecten en efficiëntere inzet van middelen. Maar als we niet begrijpen waar het schuurt, blijven die kansen onbenut.
Ik koos voor een kwalitatieve verkenning in twee gemeenten die niét deelnemen aan intergemeentelijke samenwerking (IGS) rond jeugd: één stedelijke en één landelijke. In elke gemeente bracht ik drie sleutelspelers samen in een focusgroep: de schepen van jeugd, een jeugdambtenaar en een jeugdraadslid. In totaal dus zes stemmen, elk met een eigen perspectief.
Waarom focusgroepen? Omdat het gesprek tussen deze actoren vaak meer zegt dan losse interviews. Je ziet hoe belangen botsen, hoe misverstanden ontstaan en hoe samenwerking soms al sneuvelt nog voor ze begonnen is. De gesprekken werden getranscribeerd en geanalyseerd via open en axiale codering: uitspraken werden thematisch geordend en met elkaar verbonden. Zo ontstond een helder beeld van de drempels.
Uit de analyse kwamen vijf clusters naar voren. Ze haken in elkaar, net daarom spreek ik van een drempelweb.
Schepenen willen hun eigen accenten kunnen leggen en zichtbaar zijn voor hun inwoners. In een samenwerkingsverband wordt het moeilijker om “eigenaarschap” te claimen over resultaten. Bovendien verschillen politieke prioriteiten tussen gemeenten, wat beslissingen vertraagt. Er is de vrees voor onevenwichten: dat de ene gemeente de kar trekt terwijl de andere meesurft, of omgekeerd.
IGS vraagt afstemming, overleg en expertise. Kleine gemeenten hebben niet altijd de capaciteit om dossiers te beheren; grotere gemeenten zeggen dan weer vaak de trekker te moeten zijn, met extra werkdruk als gevolg. Belangrijk inzicht: bottom-up gegroeide samenwerking werkt, top-down opgelegd botst snel op weerstand.
Samenwerken kost geld én tijd. Zeker wanneer de bijdrage hoger lijkt dan het aanwerven van eigen personeel, haakt men af. Subsidieregels worden als complex ervaren, vooral door kleine jeugddiensten. Steden benadrukken dat hun budgetten al onder druk staan; het idee dat zij vanzelf “overschotten” hebben om te delen klopt niet altijd.
Stedelijke contexten kampen met diversiteit, armoede en doelgroepgerichte uitdagingen. Landelijke gemeenten bouwen op verenigingen, vrijwilligers en infrastructuur. Eén formule past zelden voor iedereen. Jeugdbeleid raakt bovendien andere domeinen (welzijn, mobiliteit, vrije tijd), waardoor afstemming complex wordt.
Jeugdwerk is sterk lokaal verankerd. Verenigingen en jongeren voelen zich thuis in hun gemeente. Over de grenzen heen samenwerken kan aanvoelen als een verlies aan eigenheid. Daarbovenop ontbreekt soms de traditie van samenwerken, en dus het vertrouwen.
Kort samengevat: zelfs wanneer het rationeel “loont”, kan het drempelweb samenwerking alsnog doen vastlopen.
De uitdagingen in het jeugdbeleid verschillen sterk naargelang de context. Steden hebben vaak een meer diverse en kwetsbare jongerenpopulatie. Dat brengt complexere dossiers met zich mee en legt de nadruk op thema’s zoals welzijn, armoedebestrijding en participatie van specifieke doelgroepen. Landelijke gemeenten daarentegen bouwen vooral op een stevig verenigingsleven, vrijwilligers en een goede infrastructuur. Hun prioriteiten liggen vaker bij het ondersteunen van jeugdverenigingen en het verbeteren van mobiliteit.
Het gevolg? Wat voor een stad essentieel is, hoeft voor een dorp helemaal niet relevant te zijn, en omgekeerd. Daarom is maatwerk geen luxe, maar een absolute voorwaarde voor succesvolle samenwerking.
Op basis van de bevindingen ontwierp ik een drempelkader en -web. Dat brengt de vijf drempeltypes samen én toont hoe ze elkaar versterken. Denk aan politieke bezorgdheden die gelinkt zijn aan organisatorische en budgettaire druk, of inhoudelijke verschillen die samenhangen met lokale identiteit. Voor beleidsmakers werkt dit als een instrument om de context van een gemeente in kaart te brengen: waar zit bij ons de grootste frictie, en welke knoppen kunnen we draaien?

Begin met een gezamenlijke missie: waar willen we samen het verschil maken voor jongeren? Laat die visie begeleiden door een onafhankelijke procesbegeleider om evenwicht te bewaken.
Voorzie coördinatietijd en duidelijke rollen. Werk met sjablonen en modeldocumenten om vergaderlast en papierwerk te verminderen. Laat samenwerking klein beginnen (pilots) en opschalen als het werkt.
Vereenvoudig subsidieregels, voorzie opstartmiddelen en maak bijdragen transparant en proportioneel (naar inwonersaantal, gebruik of capaciteit). Zo voelt niemand zich trekpaard of passagier.
Kies niet meteen voor een “alles-in-één”-model. Werk thematisch (bv. jeugdcultuur, mentaal welzijn, speelruimte) en laat gemeenten instappen waar het voor hen relevant is. Dat houdt autonomie en relevantie in evenwicht.
Betrek jongeren en jeugdraden vanaf de start, in verstaanbare taal. Maak lokale eigenheid zichtbaar binnen bovenlokale projecten (bv. rotaties van locaties, herkenbare branding per gemeente). Zo groeit vertrouwen.

Intergemeentelijke samenwerking is geen doel op zich. Het is een hefboom die werkt als de randvoorwaarden kloppen: vertrouwen, heldere spelregels, eerlijke verdeling, en projecten die aansluiten bij wat gemeenten én jongeren echt nodig hebben. De vraag is dus niet “moeten we samenwerken?”, maar “waar, wanneer en hoe levert samenwerking voor onze jongeren meer op dan alleen doen?”
Het onderzoek toont dat samenwerking in het jeugdbeleid niet vanzelf komt. Maar als je het drempelweb ontmijnt, maak je ruimte voor efficiëntie, professionalisering en impact. Jongeren winnen wanneer gemeenten over grenzen heen durven denken, zonder hun eigenheid te verliezen.

Agentschap Wonen in Vlaanderen. (2023). 72 intergemeentelijke samenwerkingsprojecten lokaal woonbeleid. Vlaanderen.be. https://www.vlaanderen.be/wonen-in-vlaanderen/onderzoek-en-cijfers-wonen/jaarverslag-2023/cijfer-in-de-kijker/72-intergemeentelijke-samenwerkingsprojecten-lokaal-woonbeleid
Asselbergs, M. (2018). DE COMPLEXITEIT VAN EFFECTIVITEIT. Erasmus Universiteit Rotterdam.
Basta, L. R. (1999). Decentralization – Key Issues, Major Trends and Future Developments. Swiss Agency for Development and Cooperation.
Bataljong. (z.d.). Kernspelers. Geraadpleegd 15 december 2024, van https://bataljong.be/boost-je-kennis/brede-jeugdreflex
Bataljong. (2024). 10 door Bataljong begeleide IGS-en jeugd [Map]. Bataljong.
Besluit van de Vlaamse Regering houdende het statuut van de lokale mandataris van 6 juli 2018 (2018).
https://codex.vlaanderen.be/PrintDocument.ashx?id=1029741&datum=&geannoteerd=false&print=false
Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het Jeugddecreet van 23 november 2023 (2024).
https://codex.vlaanderen.be/PrintDocument.ashx?id=1039509&datum=&geannoteerd=false&print=true
Coghe, S., & Derudder, B. (2022). Regionale samenwerking verankeren: Inzet en (her)verdeling van hulpmiddelen, toegepast op beleidsdomein Ruimtelijke Ordening (No. D/2022/10106/002). Steunpunt Bestuurlijke vernieuwing.
De gecoördineerde grondwet van 17 februari 1994 (1994).
https://codex.vlaanderen.be/portals/codex/documenten/1006998.html
De Grauwe, E. (z.d.). Jeugdraders. Geraadpleegd 22 november 2024, van https://bataljong.be/boost-je-kennis/brede-jeugdreflex/kernspelers/jeugdraders
De Vries, M. S. (2000). The rise and fall of decentralization: A comparative analysis of arguments and practices in European countries. European Journal of Political Research, 38(2), 193-224. https://doi.org/10.1023/A:1007149327245
De Wulf, S., & Bataljong. (z.d.). Intergemeentelijke samenwerking: Erkenning en subsidiëring. Geraadpleegd 3 november 2024, van https://bataljong.be/boost-je-kennis/intergemeentelijk-samenwerken/intergemeentelijke-samenwerking-erkenning-en
Decalf, L., Dekens, G., & Vercauteren, G. (2025). Erfgoed & cultuur: Bouwen aan verbinding.
DeCock, M. (2023). Intergemeentelijke samenwerking. Die Keure.
Decreet houdende de subsidiëring van bovenlokaal jeugdwerk, jeugdhuizen en jeugdwerk voor bijzondere doelgroepen van 22 december 2017 (2017).
Decreet Lokaal Bestuur (2018).
DeLeon, P., & Varda, D. M. (2009). Toward a Theory of Collaborative Policy Networks: Identifying Structural Tendencies. Policy Studies Journal, 37(1), 59-74. https://doi.org/10.1111/j.1541-0072.2008.00295.x
Departement Cultuur, Jeugd en Media. (z.d.-a). Intergemeentelijke samenwerkingsverbanden. Geraadpleegd 20 november 2024, van https://www.vlaanderen.be/cjm/nl/jeugd/subsidies-jeugd/intergemeentelijke-samenwerkingsverbanden
Departement Cultuur, Jeugd en Media. (z.d.-b). Jeugddecreet. Geraadpleegd 20 november 2024, van https://www.vlaanderen.be/cjm/nl/jeugd/regelgeving-jeugd/jeugddecreet
Departement Cultuur, Jeugd en Media. (2020, oktober 7). Jaarlijkse subsidies voor intergemeentelijke samenwerkingsverbanden rond jeugd toegekend. https://www.vlaanderen.be/cjm/nl/nieuws/jaarlijkse-subsidies-voor-intergemeentelijke-samenwerkingsverbanden-rond-jeugd-toegekend
Departement Omgeving. (2021, december 9). Verstedelijkt, randstedelijk en landelijk gebied. https://indicatoren.omgeving.vlaanderen.be/indicatoren/verstedelijkt-randstedelijk-en-landelijk-gebied
Departement Omgeving. (2023, november 10). Ruimtebeslag. https://indicatoren.omgeving.vlaanderen.be/indicatoren/ruimtebeslag
Enroth, H. (2011). Policy Network Theory. In M. Bevir, The SAGE Handbook of Governance (pp. 19-35). SAGE Publications Ltd. https://doi.org/10.4135/9781446200964.n2
Hindmoor, A. (1998). The Importance of Being Trusted: Transaction Costs and Policy Network Theory. Public Administration, 76(1), 25-43. https://doi.org/10.1111/1467-9299.00089
Hondeghem, A., Van Dooren, W., Fobé, E., & Verschuere, B. (2022). Handboek bestuurskunde: Organisatie en werking van het openbaar bestuur. (3de editie). Vanden Broele.
Jeugddecreet van 23 november 2023 (2024).
Kuppens, L. (Regisseur). (2021a). Kennisclip Kwalitatieve Onderzoeksmethoden—3 methoden [Video recording]. KU Leuven. https://ultra.edu.kuleuven.cloud/ultra/courses/_66321_1/outline/edit/document/_4123319_1?courseId=_66321_1
Kuppens, L. (Regisseur). (2021b). Kennisclip Kwalitatieve Onderzoeksmethoden—Intro [Video recording]. KU Leuven. https://ultra.edu.kuleuven.cloud/ultra/courses/_66321_1/outline/edit/document/_4123318_1?courseId=_66321_1&view=content
Maes, D. (2016). Het verdwijnen van de sectorale subsidies voor de gemeenten:Een verkennende studie naar de gevolgen van de decentralisatie voor lokale openbare bibliotheken [Universiteit Gent]. http://lib.ugent.be/catalog/rug01:002304606
Mortelmans, D. (2011). Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden (3de dr.). Acco.
Nollet, P. (2022). De banaan en de beek. Een vergelijkende studie naar de governance van referentieregio’s: Rivierenland en Zuid-West-Vlaanderen. KU Leuven. Faculteit Sociale Wetenschappen.
Pisman, A., Vanacker, S., Bieseman, H., Vanongeval, L., Van Steertegem, M., Poelmans, L., & Van Dyck, K. (2021). Ruimterapport 2021. Departement Omgeving.
Ravitch, S. M., & Carl, N. M. (2021). Qualitative research: Bridging the conceptual, theoretical, and methodological (2de dr.). SAGE.
Sprangers, J., & Bataljong. (z.d.). DNA van Bataljong. Geraadpleegd 3 november 2024, van https://bataljong.be/over-bataljong/dna-van-bataljong
Sprangers, J., & Verlinde, T. (2024, februari 28). Beleidsdossier: Geïntegreerd jeugddecreet. Bataljong. https://bataljong.be/beleidsdossier-geintegreerd-jeugddecreet
Stallaert, F. (z.d.). Intergemeentelijke samenwerking: Samenwerkingsvormen. Bataljong. Geraadpleegd 21 november 2024, van https://bataljong.be/intergemeentelijkesamenwerking/samenwerkingsvormen
Van Garsse, S., & Van der Auwermeulen, L. (2022). De impact van het EU-recht op intergemeentelijke samenwerking: Een eerste verkenning. Tijdschrift voor Europees en economisch recht (SEW), 11, 512-517.
Van Belle, W. (2013). Argumentatieleer: Een inleiding. (3de dr.). Acco.
Van Haelter, B. (2024, mei 17). Vereenvoudiging bovenlokale samenwerking in het kader van regiovorming—Ideaconsult.be. https://ideaconsult.be/nl/vereenvoudiging-bovenlokale-samenwerking-in-het-kader-van-regiovorming/
Van Herck, B., Nassen, D., & Berckmoes, T. (2021). Landschapskaart van regionale organisaties en netwerken met relevantie voor de bovenlokale cultuurwerking. IDEA-consult.
Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten. (z.d.). Intergemeentelijke samenwerking. Geraadpleegd 20 november 2024, van https://www.vvsg.be/kennisitem/vvsg/intergemeentelijke-samenwerking
Verhulst, M. (2020). De intergemeentelijke samenwerking in Vlaanderen. Vanden Broele Uitgeverij.
Verlinde, T. (z.d.-a). Schepenen van jeugd. Geraadpleegd 22 november 2024, van https://bataljong.be/boost-je-kennis/brede-jeugdreflex/kernspelers/schepenen-van-jeugd
Verlinde, T. (z.d.-b). Jeugdambtenaren. Geraadpleegd 22 november 2024, van https://bataljong.be/boost-je-kennis/brede-jeugdreflex/kernspelers/jeugdambtenaren
Verlinde, T., & Bataljong. (z.d.). Intergemeentelijke samenwerking: Visie van Bataljong. Geraadpleegd 3 november 2024, van https://bataljong.be/intergemeentelijkesamenwerking/visie-van-bataljong
Vlaamse Overheid. (z.d.). Vlaamse jeugdraad. Vlaanderen.be. Geraadpleegd 21 november 2024, van https://www.vlaanderen.be/cultuur-sport-en-vrije-tijd/jeugdwerking/vlaamse-jeugdraad