"A temporary solution. After that, our home, our life, our dreams. Of course it is not like your own home, or your own life, but finally we are refugees, and we need a place to sleep in."
Met deze woorden beschreef een vrouw, die ondertussen al meer dan drie jaar in België verblijft in een opvangcentrum voor asielzoekers, haar dagelijkse realiteit. Het leven in een voortdurende staat van wachten wordt hier tastbaar: leven op hoop, maar tegelijk verbonden en gehecht aan een tijdelijke verblijfplaats, in de zoektocht naar stabiliteit en houvast.
Wat betekent het om jezelf thuis te moeten proberen voelen in een wachtkamer, voor een onbepaalde duur?
Deze scriptie werpt licht op het leven van asielzoekers in Vlaamse opvangcentra vanuit een intersectioneel, socio-ruimtelijk en architecturaal perspectief. Centraal staat hoe welzijn en het gevoel van ‘thuis’ gevormd of juist verhinderd worden door de fysieke en ruimtelijke context. Precies daar komt de rol van de architect in beeld: hoe kan architecturale praktijk bijdragen aan zorg, erkenning en een meer humane omgang met ruimte?
bell hooks’ margin
Aan de basis van deze scriptie staat de denkwijze van bell hooks over de margin. Waar de margin - “de marge” - vaak wordt opgevat als een plek van uitsluiting en gemarginaliseerde aanwezigheid, benadrukt hooks in haar theorie dat deze ruimte aanzien moet worden als een bron van potentieel. In beperkte, kritieke en kwetsbare omstandigheden ontstaan immers vaak de meest inventieve en onverwachte oplossingen. Zo kan ook het opvangcentrum een ruimte zijn die nieuwe deuren opent.
Dit theoretisch kader sluit immers aan bij mijn eigen ervaringen tijdens vrijwilligerswerk met mensen op de vlucht. De gesprekken die ik daar voerde, lieten mij inzien hoe hun situatie, manier van denken en handelen een betekenisvolle bijdrage kunnen leveren aan het hedendaagse architectuurdiscours. Deze scriptie beoogt daarom de margin niet enkel zichtbaar te maken, maar ook te erkennen als een ruimte vol mogelijkheden.
Ik, en u wellicht ook, beweeg mij doorgaans binnen vertrouwde en comfortabele kringen. Wat buiten die grenzen valt, lijkt vaak een ver-van-ons-bed-verhaal, of we achten onszelf niet gerechtigd er een standpunt over in te nemen. Toch ligt er grote waarde in het betreden van contexten die ongemakkelijk aanvoelen en ons confronteren met onze eigen privileges. Het zijn juist deze confrontaties die leiden tot nieuwe inzichten.
Het gaat daarbij niet om een wij-zij verhaal. Integendeel, het is door luisteren, aanwezig zijn, empathie en oprechte interesse dat er een gedeelde ruimte kan ontstaan voor broodnodige verandering.
luisteren en observeren

Hoe veranderen en geven mensen vorm aan hun omgeving? Om hier inzicht in te krijgen, heb ik mij ondergedompeld in twee Vlaamse opvangcentra die sterk van elkaar verschillen in schaal, ligging en context, maar allebei het resultaat zijn van een ingrijpende herbestemming van respectievelijk een belastingskantoor en een legerbasis. Door langdurige aanwezigheid, aandachtige observaties, schetsen en conversaties met de bewoners, ontstond een visuele interpretatie van de ruimte. In deze interpretatie ligt de nadruk op de mate waarin mensen zich aanpassen aan het gebouw, maar ook hoe het gebouw zich aanpast aan hen.
Het zijn vaak kleine, maar betekenisvolle ingrepen die deze dynamiek zichtbaar maken. Dankzij het handelingsvermogen - de agency - van de bewoners ontstaat de mogelijkheid om fysieke ruimte naar eigen behoeften te herdefiniëren. Het kan daarbij gaan om een herinrichting van een kamer, een creatieve herbestemming van meubilair, of subtiele veranderingen die comfort en eigenheid toevoegen. Deze veranderingen, hoe bescheiden ook, tonen hoe bewoners de macht kunnen opeisen om de architecturale ruimte naar hun hand te zetten, en op die manier steun, houvast en vertrouwheid te vinden in een anders onzekere situatie.
Hierdoor wordt een gebouw dat oorspronkelijk niet bedoeld was om als huis te functioneren, toch getransformeerd tot een verblijfplaats, en meer: tot een tijdelijke thuis.
tijdelijke thuis
Voor mensen op de vlucht speelt tijdelijkheid een allesoverheersende rol. Hun bestaan wordt getekend door wachten, door onzekerheid en door het gevoel dat hun leven op pauze wordt gezet. Het maakt toekomstgericht plannen bijna onmogelijk en versterkt de ervaring van afhankelijkheid en kwetsbaarheid.
Tegelijkertijd blijft er binnen die omstandigheden ruimte voor het opbouwen van betekenis. Mensen ontwikkelen nieuwe gewoontes, zoeken manieren om structuur te geven aan hun dagen, en vinden kleine vormen van controle terug in hoe ze tijd en ruimte naar hun hand zetten. Zo wordt duidelijk dat “thuis” geen vastomlijnde statische plek is, maar eerder een gevoel dat men met zich meedraagt, en dat steeds opnieuw kan ontstaan, zelfs in fragiele en tijdelijke situaties.
Het vinden van een (tijdelijke) thuis is dan ook geen vanzelfsprekendheid, maar een daad van veerkracht en verbeeldingskracht. Het laat zien hoe, zelfs in contexten die gekenmerkt worden door onzekerheid en afhankelijkheid, toch mogelijkheden ontstaan om geborgenheid en eigenheid te creëren.
een pleidooi voor ruimtelijk bewustzijn
Deze scriptie tracht niet alleen de marge in kaart te brengen en daaruit te leren, maar stelt ook de rol van de architect in vraag. De socio-politieke en intersectionele impact van architectuur wordt vaak onderschat. Ruimte beïnvloedt mensen, niet enkel op fysiek, maar ook op emotioneel en sociaal vlak. Gebouwen kunnen druk uitoefenen of juist ruimte bieden voor herkenning en comfort.
Wanneer architecten of ruimtelijk ontwerpers de tijd nemen om een plaats in haar volle gelaagdheid te begrijpen, door interactie, aanwezigheid en geduld, kan een waardevolle wisselwerking ontstaan tussen de gebouwde omgeving en de mensen die zich daarin bewegen. Het op een menselijke schaal benaderen van gemarginaliseerde contexten maakt het mogelijk om samen betekenis te geven aan ruimte en een gedeelde basis te creëren voor gesprek en reflectie.
Deze benadering is onvermijdelijk subjectief en persoonlijk, maar net in die transparantie schuilt kracht. Subjectiviteit hoeft niet te leiden tot een verlies aan waarde of legitimiteit, integendeel, het kan inzichten verdiepen en discussies verrijken.
Een van de belangrijkste conclusies die ik uit het traject van deze thesis heb getrokken, is dat een gevoel van comfort of “thuis” minder afhankelijk is van objecten of muren (al kunnen die dat gevoel wel versterken), maar bovenal van de relaties die we aangaan met anderen. Het zijn de interacties, de dagelijkse routines en de zorg voor elkaar die geborgenheid en verbondenheid creëren. Dit besef, en de dankbaarheid die daaruit voortvloeit, maakt ons menselijk en vormt misschien wel de meest fundamentele les van dit onderzoek.
Augé, M. (1995). Non-places: Introduction to an anthropology of supermodernity. Verso.
Arendt, H. (1949). “The rights of man”: What are they? Modern Review, 3(1), 24–
36. (German translation: ‘Es gibt nur ein einziges Menschenrecht’, in Die Wandlung, IV,
Heidelberg: Schneider, pp. 754–770).*
Arendt, H. (1973). The origins of totalitarianism. Harcourt Brace Jovanovich.
Beeckmans, L., & Arnaut, K. (2024). Wij zijn allemaal migranten. Mythes in de Wetstraat
doorprikt. Samenleving en Politiek, 31(3), 45–49.
Beeckmans, L., & Geldof, D. (2022). Reconsidering the interrupted housing pathways of
refugees in Flanders (Belgium) from a home-making perspective: A policy critique.
Housing Studies, 37(7), 1129–1151. https://doi.org/10.1080/02673037.2022.2102155
Beeckmans, L., Gola, A., Singh, A., & Heynen, H. (Eds.). (2022). Making home(s) in
displacement: Critical reflections on a spatial practice. Leuven University
Press. https://doi.org/10.2307/j.ctv25wxbvf
Beeckmans, L., & Vanden Houte, E. (2019). Asielcentra herdacht: Naar een humane
architectuur van aankomst. Agora.
Brun, C. (2015). Active waiting and changing hopes: Toward a time perspective on
protracted displacement. Social Analysis, 59(1), 19–
37. https://doi.org/10.3167/sa.2015.590102
Burton, A., & Weber, B. (2024). Dwelling and departure: Beginning disputes between
Arendt and Heidegger. Text Matters: A Journal of Literature, Theory and Culture, 14, 21–
40. https://www.ceeol.com/search/article-detail?id=1289333
Cairns, S. (2004). Drifting: Architecture and migrancy. Routledge.
Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen (CGVS).
(2024). Asielstatistieken: Overzicht
2024. https://www.cgvs.be/nl/actueel/asielstatistieken-overzicht-2024
Copland, F., & Creese, A. (2015). Linguistic ethnography: Collecting, analysing and
presenting data. SAGE.
Crine, Z., Flamand, C., & Raimondo, F. (2025). Time(s), space(s) and shapes of
vulnerabilities in the Belgian asylum system. In L. Leboeuf, C. Brun, H. Lidén, S.
Marchetti, D. Nakache, & S. Sarolea (Eds.), Between protection and harm(pp. [page
range if available]). Springer. https://doi.org/10.1007/978-3-031-69808-8_8
Darling, J. (2016). Forced migration and the city: Irregularity, informality, and the politics
of presence. Progress in Human Geography, 41(2), 178–
198. https://doi.org/10.1177/0309132516629004 (Original work published 2017)
Davidson, M. (2009). Displacement, space and dwelling: Placing gentrification
debate. Ethics, Place & Environment, 12(2), 219–
234. https://doi.org/10.1080/13668790902863465
Fedasil. (n.d.-a). Vastgoed aanbieden. Retrieved June 5, 2025,
from https://www.fedasil.be/nl/reseau-daccueil/vastgoed-aanbieden
Fedasil. (n.d.-b). Cijfers. Retrieved June 5, 2025,
from https://www.fedasil.be/nl/node/30
Fedasil. (n.d.-c). Opvang asielzoekers. Retrieved June 5, 2025,
from https://www.fedasil.be/nl/asile-en-belgique/opvang-asielzoekers
Fedasil. (n.d.-d). Partners. Retrieved June 5, 2025,
from https://www.fedasil.be/nl/propos-de-fedasil/partners
Fedasil. (n.d.-e). Het opvangnetwerk blijft onder druk. Retrieved June 5, 2025,
from https://www.fedasil.be/nl/nieuws/opvang-asielzoekers/het-opvangnetwerk-…-
druk-0
Hartonen, V. R., Väisänen, P., Karlsson, L., & Pöllänen, S. (2022). A stage of limbo: A
meta‐synthesis of refugees' liminality. Applied Psychology: An International Review,
71(3), 1132–1167. https://doi.org/10.1111/apps.12349
Heidegger, M. (1971). Building, dwelling, thinking. In A. Hofstadter (Ed.), Poetry,
language, thought (pp. 143–162). Harper & Row.
Hooks, B. (1989). Choosing the margin as a space of radical openness. Framework: The
Journal of Cinema and Media, (36), 15–23. https://www.jstor.org/stable/44111660
Lefebvre, H. (1966). L’habitat pavillonnaire. Paris: Centre de recherche d’urbanisme.
Max Planck Institute for the Study of Religious and Ethnic Diversity. (n.d.). Shahd
Seethaler-Wari. Retrieved February 18, 2025,
from https://www.mmg.mpg.de/person/60384/2553
Menke, C. (2014). Dignity as the right to have rights: Human dignity in Hannah Arendt. In
M. Düwell, J. Braarvig, R. Brownsword, & D. Mieth (Eds.), The Cambridge handbook of
human dignity: Interdisciplinary perspectives (pp. 332–342). Cambridge University
Press.
Mortelmans, D. (2020). Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden. 3e uitg.
Leuven: Acco.
Nagi, T., Verheyden, H., Vandermeulen, A., d’Auria, V., & Beeckmans, L. (2023). [Title of
article]. Radical Housing Journal, 1, 75–99. https://doi.org/10.54825/hcbj5080
Provincie OostVlaanderen. (2024, November). Provinciaal ruimtelijk uitvoeringsplan
“Westakkers”: Procesnota. Provincie OostVlaanderen. Retrieved June 5, 2025, from
https://dms.oost-vlaanderen.be/download/30788d32-b0ac-4563-9f8c-
5acdaa71a2e2/Procesnota%20Westakkers.pdf
Rode Kruis. (n.d.). Opvang van verzoekers om internationale bescherming. Retrieved
June 5, 2025, from https://www.rodekruis.be/wat-doen-we/hulp-in-vlaanderen/opvangvan-
verzoekers-om-internationale-bescherming/#wat-doen-verzoekers-tijdens-hunverblijf-
in-het-opvangcentrum
Rottmann, S. B., & Sezginalp Özçet, P. (2024). Domesticity and dwelling in
displacement: Home-making practices of Syrian women in Istanbul houses. Gender,
Place & Culture, 32(4), 520–542. https://doi.org/10.1080/0966369X.2024.2338392
Sà, T. (2019). Houses for whom?: Between the habitat and the inhabiting, on Henri
Lefebvre’s quest. In La casa. Espaços domésticos. Modos de habitar (Vol. 1).
Schneider, T., & Till, J. (2009). Beyond discourse: Notes on spatial agency. Footprint,
3(1), 97–112. https://doi.org/10.7480/footprint.3.1.702
Seethaler-Wari, S., Chitchian, S., & Momic, M. (2022). Inhabiting displacement:
Architecture and authorship. Birkhäuser.
Tayob, H. (2018). Subaltern architectures: Can drawing “tell” a different
story? Architecture and Culture, 6(1), 203–
222. https://doi.org/10.1080/20507828.2017.1417071
Tayob, H., & Richard, F. (2020, September 15). Race, space, and architecture. Places
Journal. https://doi.org/10.22269/200915
Till, J., Schneider, T., & Wigglesworth, S. (n.d.). Spatial Agency: Other ways of doing
architecture. Retrieved November 8, 2024, from https://www.spatialagency.net
Tradel, M. (2015). (Re)Imagining home: Emmanuel Levinas on dwelling, responsibility
and the welcoming of the other.
University of Manchester. (n.d.). Huda Tayob. Retrieved June 5, 2025,
from https://research.manchester.ac.uk/en/persons/huda.tayob
Van Hoeyland, G. (2015, September 19). Westakkers kan geen 500 asielzoekers
aan. Het Nieuwsblad. https://www.nieuwsblad.be/cnt/dmf20150918_01874745
Vluchtelingenwerk Vlaanderen. (n.d.). Getuigenissen Klein Kasteeltje. Retrieved June
5, 2025, from https://vluchtelingenwerk.be/blog/getuigenissen-klein-kasteeltje
Winkler, R. (2017). Dwelling and hospitality: Heidegger and Hölderlin. Research in
Phenomenology, 47, 366–387.
Wouters, J. (2022). The soft layer. Varamo Press.