Presidenten zijn meesters van het gesproken woord, maar wat zeg je na 9/11, de dodelijkste terreuraanslagen uit de geschiedenis? En hoe hou je jarenlang het vertrouwen vast voor oorlogen ver van huis? De vier Amerikaanse presidenten George W. Bush, Barack Obama, Donald Trump en Joe Biden – stonden voor die uitdaging in de War on Terror. Vergelijkend onderzoek naar hun toespraken levert een opvallende conclusie op: achter grote verschillen in stijl en vijandbeeld schuilt hetzelfde oeroude gereedschap om een publiek te overtuigen.
Lang vóór televisiecamera’s en teleprompters beschreef de Oudgriekse filosoof-wetenschapper Aristoteles drie manieren om een publiek te overtuigen: logos, ethos en pathos. Die klassiekers blijken verrassend bruikbaar om 21ste eeuwse oorlogsretoriek te analyseren. Zeven toespraken van Bush, Obama, Trump en Biden laten zien hoe consequent ze op die drie antieke pijlers steunen.
Wat blijkt? De vier presidenten verschillen bijzonder weinig op het vlak van argumentatie. Sterker nog, ze argumenteren erg gelijkaardig. Logos draait om de logica van argumenten. De presidenten pasten dit onder andere toe door naar de geschiedenis te verwijzen om hun keuzes te rechtvaardigen. De succesvolle Tweede Wereldoorlog of de mislukking in Vietnam dienden daarbij als voorbeelden en waarschuwingen voor de toekomst. Anderzijds gebruikten ze ook verkorte redeneringen, waarbij een stap wordt weggelaten die als vanzelfsprekend wordt gezien. Bush zei bijvoorbeeld niet expliciet dat wie tegen vrijheid en kansen is, automatisch tegen Amerika is, omdat dat voor iedereen duidelijk was na 9/11. Zo leidde zijn redenering tot de conclusie dat terroristen tegen Amerika zijn en het land aanvallen. Het publiek neemt op die manier een oorlog tegen terreur dan ook makkelijker aan.
Ethos gaat anderzijds over de geloofwaardigheid van de spreker. Volgens het onderzoek zetten de vier zichzelf onder meer neer als verstandige en betrouwbare leiders. Ze toonden kennis van het strijdtoneel of benadrukten dat ze zorgvuldig hun beloften nakwamen. De kern van hun boodschap bleef echter dezelfde: hun kennis en morele gezag gebruikten ze niet voor zichzelf, maar in dienst van het Amerikaanse volk.
Pathos, ten slotte, speelt in op de emoties van het publiek. Het onderzoek toont aan dat de presidenten tijdens de War on Terror houvast boden de presidenten houvast met een wij/zij-tegenstelling: wij, de Amerikanen, tegenover zij, de terroristen. Tegenover Amerikanen riepen ze positieve gevoelens op, tegenover terroristen negatieve. Republikeinen gingen daarin het verst. Trump noemde Amerikanen solidair, maar zette terroristen weg als “criminelen, roofdieren en losers”. Zulke zwart-witbeelden versimpelden de werkelijkheid en maakten de wereld overzichtelijker: goed tegenover kwaad, wij tegenover zij. Maar niet alleen pathos bleek aan dat gepolariseerd wereldbeeld bij te dragen.

Waar zitten de grote verschillen tussen de retorische profielen van de presidenten dan wél? Hiervoor maakte het onderzoek gebruik van een bijzondere invalshoek, door de theorie van Aristoteles te koppelen aan kritische discoursanalyse. Dat is een taalkundige methode die bestudeert hoe taal machtsverhoudingen en ongelijkheid vormgeeft. Na 9/11 werd het publieke debat namelijk doordrenkt van een gepolariseerd denken tussen “het beschaafde Westen” en “de barbaarse terroristen”. Zelfs Aristoteles verwoordde de kern van dat mechanisme al: mensen bevestigen hun superioriteit door de negatieve eigenschappen van anderen in de verf te zetten.
“Republikeinen demoniseren terroristen. Democraten lijken daarentegen een genuanceerder register te kiezen.”
De lens van deze gecombineerde methode maakte ook in dit onderzoek duidelijk hoe ‘neutraal’ taalgebruik zelden is. Er blijkt één constante te zijn bij alle presidenten: de historisch verankerde superioriteit van Amerika. Door bijvoorbeeld te verwijzen naar de vermeende sleutelrol van de VS in wereldvrede sinds de stichting van de natie, plaatsen alle vier zichzelf aan ‘de goede kant van de geschiedenis’. Dat is tegelijk ideologie én opnieuw een logos-argument: als Amerika vroeger goed handelde, dan zal het nu ook wel zo zijn.
De grootste breuklijn loopt echter langs partijgrenzen. Republikeinen demoniseren de terroristen het meest openlijk. Bij Bush is het woord “evil” een stokpaardje in zijn toespraken; Trump drijft het zelfs tot vernedering. Democraten lijken daarentegen een genuanceerder register te kiezen: Obama en Biden spreken bijvoorbeeld consequent over “al Qaeda” en vermijden moreel geladen etiketten. Die toon doet hun toespraken feitelijker en minder subjectief lijken.
Over smaak valt niet te twisten, en dat gold ook voor de stijlkeuzes van de vier presidenten. Bush blijkt een dualist te zijn: hij presenteerde de wereld tijdens de War on Terror als een strijd tussen absoluut goed en absoluut kwaad. Zijn bombastische taal vol stijlfiguren paste bij de crisissituatie na 9/11, waarin hij tegelijk moest verklaren en houvast moest bieden. Obama probeerde die harde toon te nuanceren. Hij koppelde concrete feiten aan hogere waarden en straalde diplomatie en idealisme uit. Trump koos daarentegen bewust voor eenvoud en provocatie. Hij zette zich met zijn populistische stijl af tegen zijn voorgangers en sprak namens “het volk”. Biden sloot nauwer aan bij Obama, maar dan in een pragmatischere variant. Bijbelse verwijzingen blijken overigens typisch voor Republikeinse toespraken.
Zo heeft taal, net als munitie, dienstgedaan in dit twintig jaar durende politieke project. Woorden zijn immers nooit onschuldig. In tijden van polarisatie en geopolitieke spanningen kunnen ze bruggen slaan, maar net zo goed muren optrekken. Politiek taalgebruik weerspiegelt niet alleen beleid en strategie, maar vormt actief hoe we de werkelijkheid zien. Precies daarom verdient het vandaag en morgen net zoveel aandacht als het beleid zelf.
Primaire literatuur: antieke teksten
Freese, J. & Striker, G. (eds.) (2020). Aristotle. Art of Rhetoric. Cambridge, MA: Harvard University Press.
Russell, D. (ed.) (2002). Quintilian. The Orator’s Education, Volume II. Cambridge, MA: Harvard University Press.
Primaire literatuur: toespraken
Biden, J. (16 augustus 2021). Remarks by President Biden on Afghanistan. Opgehaald van U.S. Mission to NATO: https://nato.usmission.gov/remarks-by-president-biden-on afghanistan/
Bush, G. W. (11 september 2001). Statement by the President in His Address to the Nation. Opgehaald van The White House: https://georgewbush whitehouse.archives.gov/news/releases/2001/09/20010911-16.html
Bush, G. W. (29 januari 2002). President Delives State of the Union Address. Opgehaald van The White House: https://georgewbush whitehouse.archives.gov/news/releases/2002/01/20020129-11.html
Obama, B. (31 augustus 2010). Remarks by the President in Address to the Nation on the End of Combat Operations in Iraq. Opgehaald van The White House: https://obamawhitehouse.archives.gov/the-press-office/2010/08/31/remark… address-nation-end-combat-operations-iraq
Obama, B. (1 mei 2011). Osama Bin Laden Dead. Opgehaald van The White House: https://obamawhitehouse.archives.gov/blog/2011/05/02/osama-bin-laden-de…;
Trump, D. (21 augustus 2017). Remarks by President Trump on the Strategy in Afghanistan and South Asia. Opgehaald van The White House: https://trumpwhitehouse.archives.gov/briefings-statements/remarks-presi… strategy-afghanistan-south-asia/
Trump, D. (27 oktober 2019). Statement from the President on the Death of Abu Bakr al Baghdadi. Opgehaald van The White House: https://trumpwhitehouse.archives.gov/briefings-statements/statement-pre… abu-bakr-al-baghdadi/
Secundaire literatuur
Altheide, D. (2005). War Programming: The Propaganda Project and the Iraq War. Sociological Quarterly 46, pp. 617-643.
Bailey B. & Immerman, R. (2015). Understanding the U.S. Wars in Iraq and Afghanistan. New York: NYU Press.
Baker, P. & Schmitt, E. (1 november 2019). The ‘Whimpering’ Terrorist Only Trump Seems to Have Heard. Opgehaald van The New York Times: https://www.nytimes.com/2019/11/01/us/politics/trump-isis-leader-baghda…
BBC. (28 oktober 2019). Abu Bakr al-Baghdadi: IS leader 'dead after US raid' in Syria. Opgehaald van BBC: https://www.bbc.com/news/world-us-canada-50200339
Bligh, M., Kohles, J. & Meindl, J. (2004). Charisma under crisis: Presidential leadership, rhetoric, and media responses before and after the September 11th terrorist attacks. The Leadership Quarterly 15, pp. 211-239.
Blommaert, J. (2002). Ik stel vast: Politiek taalgebruik, politieke vernieuwing en verrechtsing (2de editie). Berchem: Uitgeverij Epo vzw.
Blommaert, J. (2019). U zegt wat wij denken: Een praktische handleiding voor framing. Berchem: Uitgeverij Epo vzw.
Braet, A. (2007). De Redelijkheid van de Klassieke Retorica: de bijdrage van klassieke retorici aan de argumentatietheorie. Leiden: Leiden University Press.
Busby, J., Gubler, J. & Hawkins, K. (2019, april). Framing and Blame Attribution in Populist Rhetoric. The Journal of Politics Vol. 81, No. 2, pp. 616-630.
CNN. (15 december 2003). Poll: Capture boosts Americans's confidence. Opgehaald van CNN: https://edition.cnn.com/2003/US/12/14/sprj.nirq.saddam.poll/index.html&…;
Collins, J. (2008). Choosing War: The Decision to Invade Iraq and Its Aftermath. Washington D.C.: National Defense University Press.
de Lange, R., Montesano Montessori, N. & Schuman, H. (2012). Kritische Discoursanalyse. De Macht en Kracht van Taal en Tekst. Brussel: ASP.
De Standaard. (10 november 2020). Proces na aanslagen Barcelona en Cambrils van start: drie mannen staan terecht. Opgehaald van De Standaard: https://www.standaard.be/buitenland/proces-na-aanslagen-barcelona-en-ca… start-drie-mannen-staan-terecht/41190790.html
Diaz, D. (21 augustus 2017). A history of Trump's thoughts on Afghanistan. Opgehaald van CNN Politics: https://edition.cnn.com/2017/08/21/politics/history-president-trump remarks-afghanistan-tweets/index.html
Eoyang, M. & Khan, S. (14 april 2016). Five years Since the bin Laden Raid. Opgehaald van Third Way: https://www.thirdway.org/memo/five-years-since-the-bin-laden-raid
Foucault, M. (1972). The Archeology of Knowledge and the Discourse on Language (A.M. Sheridan Smith, Vert; 1ste editie). New York: Pantheon.
Ghasemi, F. (2020). Persuasive Language in Presidential Speeches: A Contrastive Study based on Aristotelian Rhetoric. Buckingham Journal of Language and Linguistics 12, pp. 19-38.
Hodges, A. (2011). The "War on Terror" Narrative: Discourse and Intertextuality in the Construction and Contestation of Sociopolitical Reality. New York: Oxford University Press.
Huys, M. (2000). Bill Clinton, Monica Lewinsky en de Rhetorica van Aristoteles. Kleio: tijdschrift voor oude talen en antieke cultuur, pp. 110-143.
Huys, M. (vert. en ingeleid door) (2004). Aristoteles. Retorica. Groningen: Historische uitgeverij.
Jamil, U. (2014). Reading power: Muslims in the War on Terror Discourse. Islamophobia Studies Journal, Vol. 2, No. 2, pp. 29-42.
Kellner, D. (2005). Chapter 2: Spectacles of Terror and Perpetual War. In Kellner, D., Media Spectacle and the Crisis of Democracy: Terrorism, War, and Election Battles (pp. 50 73). Londen: Taylor & Francis Group.
King, E. (2014). Obama, the Media, and Framing the U.S. Exit from Iraq and Afghanistan. Farnham: Ashgate.
Lansford, T. (2011). 9/11 and the Wars in Afghanistan and Iraq: A Chronology and Reference Guide. Santa Barbara: ABC-Clio.
Lausberg, H. (1998). Handbook of Literary Rhetoric: A Foundation for Literary Study. Leiden: Brill.
Meyer, M. & Wodak, R. (2016). Methods of Critical Discourse Studies. Londen: SAGE.
Miller, P. (17 november 2010). Bush on Nation Building and Afghanistan. Opgehaald van Foreign Policy: https://foreignpolicy.com/2010/11/17/bush-on-nation-building-and afghanistan/
Mshvenieradze, T. (2013). Logos, Ethos and Pathos in Political Discourse. Theory and Practice in Language Studies, Vol. 3, No. 11, pp. 1939-1945.
Praet, D. (2001). Stijlvol overtuigen: geschiedenis en systeem. Gent: Didactica classica Gandensia.
Rubin, G. (2020). Presidential Rhetoric on Terrorism under Bush, Obama and Trump: Inflating and Calibrating the Threat after 9/11. Palgrave Macmillan.
Saeed, U., Aslam, M., Abdulrehman, K., Khan, M., Atiq, M. & Bhatti, H. (2020). Rhetorical and Persuasive strategies employed by Imran Khan in his victory speech: A Socio Political Discourse Analysis. International Journal of English Linguistics 10, pp. 349 356.
Salomonsen, H. & 't Hart, P. (2020). Communicating and managing crisis in the world of politics. In W. J. F. Frandsen, Crisis Communication (pp. 439-460). Berlijn, Boston: De Gruyter Mouton.
Schäffner, C. (1996). Editorial: Political speeches and discourse analysis. Current Issues in Language & Society 3(3), pp. 1-4.
Shogan, C. (2015). The President's State of the Union Adress: Tradition, Function, and Policy Implications. CRS Report for Congress, pp. 1-16.
Steyaert, F. (2021). De retorische stijlfiguren: geordend, verklaard en geïllustreerd met voorbeelden uit de spreektaal en uit verzen van de Renaissance. Soest: Boekscout.
Taher Al-Dihaymawee, D. (2021). Obama Ending the War in Iraq: a Critical Discourse Analysis . Psychology and Education Vol. 58(4), pp. 847-862.
Temmerman, M. (2018). Linguistic discourse analysis as a tool for analyzing political communication. Politics, Culture and Socialization 7(2), pp. 119-142.
Van Dijk, T. (2011). Discourse and Ideology. In Van Dijk, T., Discourse Studies: A Multidisciplinary Introduction (pp. 379-407). Londen: Sage.
Van Gorp, B. (2007). Het reconstrueren van frames via inductieve inhoudsanalyse: uitgangspunten en procedures. KWALON 12, nr. 2, pp. 13-18.
Van Leeuwen, T. (2008). The Discursive Construction of Legitimation. In Van Leeuwen, T., Discourse and Practice: New Tools for Critical Analysis (pp. 106-123). Oxford: Oxford University Press.
Vinjamuri, L. (2 mei 2022). Biden’s Realism, US Restraint, and the Future of the Transatlantic Partnership. LSE Public Policy Review, Vol. 2, pp. 1-6.
Wodak, R., de Cillia, R., Reisigl, M., Liebhart, K., Hirsch, A. & Mitten, R. (2009). Chapter 2: The Discursive Construction of National Identity. In Wodak, R. et al., The Discursive Construction of National Identity (pp. 7-47). Edinburgh: Edinburgh University Press.
Wodak, R. (27 juni 2017). The "Establishment", the "Élites", and the "People": Who's who? Journal of Language and Politics, pp. 1-15.