Progressief Vlaanderen, traditionele rolpatronen: de derde shift blijft op vrouwen rusten

Adriana
Sinha Roy

Progressief Vlaanderen, traditionele rolpatronen: de derde shift blijft op vrouwen rusten
Hoewel vrouwen sinds de jaren 60 massaal deelnemen aan de arbeidsmarkt, nemen mannen nog steeds weinig huishoudelijke en zorgtaken op zich. Zelfs in koppels die zichzelf als progressief beschouwen, dragen vrouwen het grootste deel van de onzichtbare huishoudelijke arbeid.


De onzichtbare motor van het gezin


“Hij doet misschien de boodschappen, maar ik maak altijd het lijstje, plan een weekmenu dat goed is voor iedereen en controleer wat er nog nodig is in huis.”


Voor veel gezinnen klinkt deze quote herkenbaar. Het doet ons vooral stilstaan bij iets dat vaak vanzelfsprekend lijkt: hoe komt het dat de wc-rol altijd aangevuld is? Wie zorgt ervoor dat de kinderen propere kleren hebben voor de voetbal? Nee, het is zeker geen tandenfee, maar meestal een vrouw die achter de schermen zorgt dat het huishouden blijft draaien.


Dat soort werk noemt men de derde shift. Het gaat verder dan koken of dweilen, maar omvat ook het plannen van activiteiten, het regelen van administratie en het reguleren van het emotionele welzijn van het gezin. Het is constant aanwezig, maar blijft vaak onzichtbaar en daardoor ook on(der)gewaardeerd.
Uit mijn masterproefonderzoek, gebaseerd op interviews met tien Vlaamse koppels met kinderen tussen 6 en 12 jaar, blijkt dat vrouwen structureel meer zichtbaar en onzichtbaar werk doen dan hun partners. Dit geldt zowel voor voltijdswerkende als deeltijdswerkende vrouwen.


Wat is de derde shift juist?
• Eerste shift: betaald werk in de arbeidsmarkt
• Tweede shift: zichtbare huishoudelijke taken zoals koken, afwassen of       dweilen
• Derde shift: onzichtbaar werk zoals plannen, organiseren en emotionele   zorg (cognitieve en emotionele arbeid)


Erkenning als buffer
Veel vrouwen uit mijn onderzoek gaven aan dat een ongelijke takenverdeling draagbaar is, zolang hun partner dankbaarheid toont.


“Ik doe meer, maar hij waardeert het en merkt het ook altijd op. Dat maakt veel goed.”

Die waardering werkt als buffer: ze maskeert ongelijkheid en maakt ze minder pijnlijk. Maar zodra erkenning ontbreekt, groeien frustraties.


“We werken evenveel, maar ik draai ook nog het huishouden. Hij ziet niet wat ik allemaal doe en dat vind ik gewoon oneerlijk.”


Erkenning verzacht dus, maar verandert de structurele ongelijkheid niet. Het maakt de derde shift enkel minder confronterend.


De balans tussen brood winnen en brood maken
Opvallend genoeg worstelen net progressieve vrouwen het meest met schuldgevoel. Ze willen carrière maken en tegelijk een perfecte moeder zijn.


“Ik ben parttime gaan werken omdat ik anders thuis niet alles rond kreeg. Het voelde alsof ik faalde, terwijl mijn man gewoon fulltime bleef werken.”


Dit schuldgevoel komt voort uit wat sociologen gendered moral rationalities noemen (Duncan & Edwards, 1999). Dit zijn culturele overtuigingen dat een ‘goede moeder’ altijd beschikbaar en zorgzaam moet zijn. Zelfs vrouwen die hun carrière belangrijk vinden, legitimeren hun keuzes in die termen.
Dit leidt vaak tot een eindeloze tweestrijd, waarbij de balans vinden tussen werk en gezin haast onmogelijk lijkt.


Doing gender: hoe patronen insluipen
Waarom blijven ongelijkheden zo prominent, zelfs in gezinnen waarin beide partners werken en zichzelf progressief noemen? Het antwoord ligt in het concept doing gender (West & Zimmerman, 1987).
Gender is niet enkel een vast kenmerk, maar iets dat we voortdurend ‘doen’ en reproduceren in alledaagse interacties. In de gezinnen die ik onderzocht, werd ongelijkheid zelden expliciet besproken. Takenverdelingen waren gewoon ‘natuurlijk zo gegroeid’.
Persoonlijke eigenschappen werden vaak ook als verklaring ingeroepen: “Zij is gewoon meer georganiseerd dan mij.”
Zo lijken ongelijke patronen natuurlijk en vanzelfsprekend, terwijl ze in werkelijkheid gendernormen bevestigen. Op die manier sluipen traditionele rollen ongemerkt zelfs progressieve huishoudens binnen.
Die subtiele processen blijven vaak onzichtbaar, maar hun impact is groot.


Waarom is dit belangrijk?
De derde shift heeft gevolgen die verder reiken dan de privésfeer.
• Arbeidsmarkt: vrouwen passen hun loopbaan vaker aan (deeltijds werk, trager doorgroeien) om de mentale last thuis te dragen.
• Relaties: ongelijkheid kan frustraties voeden, zelfs wanneer er waardering is.
• Samenleving: zolang onzichtbaar werk niet erkend wordt als arbeid, blijft het buiten beleidsdebat en blijft ongelijkheid bestaan.


Tijd voor een cultuurshift
Goede intenties zijn niet genoeg. Voor echte gelijkheid is meer nodig: erkenning, herverdeling en een cultuurshift.
Structurele maatregelen kunnen helpen, zoals langer vaderschapsverlof en campagnes die mannen als zorgende vaders tonen.
Maar minstens zo belangrijk is de cultuurshift, waarbij vrouwen niet verwacht worden hun individualiteit op te offeren voor hun gezin en mannen tegelijk gesteund worden om een actieve rol als vader en partner op te nemen.

Bibliografie

Audenaert, V. (2023). Gezinsenquête 2021: De taakverdeling thuis. Gezinnen in Vlaanderen over wie welke gezinstaken op zich neemt en hoe tevreden ze zijn met de verdeling van de gezinstaken. Vlaamse overheid, Departement Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. www.gezinsenquête.be.

Barigozzi, F., Biroli, P., Monfardini, C., Montinari, N., Pisanelli, E., & Vitellozzi, S. (2025). Beyond Time: unveiling the invisible burden of mental load. SSRN Electronic Journal. https://doi.org/10.2139/ssrn.5262808

Bittman, M., England, P., Sayer, L., Folbre, N., & Matheson, G. (2003). When does gender trump money? Bargaining and time in household work. American Journal of Sociology, 109(1), 186–214. https://doi.org/10.1086/378341

Blain, J. (1994). Discourses of agency and domestic labour. Journal of Family Issues, 15(4), 515–549. https://doi.org/10.1177/019251394015004001

Braun, V., & Clarke, V. (2006). Using thematic analysis in psychology. Qualitative Research in Psychology, 3(2), 77–101. https://doi.org/10.1191/1478088706qp063oa

Brines, J., Hochschild, A., & Machung, A. (1990). The second shift: Working parents and the revolution at home. Journal of Marriage and Family, 52(1), 278. https://doi.org/10.2307/352858

Christopher, E. (2024). ‘It’s a man’s job’: Doing gender and male gatekeeping in the division of household labour. Journal of Family Issues. https://doi.org/10.1177/0192513x231224109

Daminger, A. (2019). The cognitive dimension of household labour. American Sociological Review, 84(4), 609–633. https://doi.org/10.1177/0003122419859007


Daniels, A. K. (1987). Invisible work. Social Problems, 34(5), 403–415. https://doi.org/10.2307/800538

Duncan, S., & Edwards, R. (1996). Lone mothers and paid work: Neighborhoods, local labour markets, and welfare state regimes. Social Politics: International Studies in Gender, State & Society, 3(2–3), 195–222. https://doi.org/10.1093/sp/3.2-3.195

Erickson, R. J. (2005). Why emotion work matters: Sex, gender, and the division of household labor. Journal of Marriage and Family, 67(2), 337–351. https://doi.org/10.1111/j.0022-2445.2005.00120.x

Fernández, J., Quiroga, M., Escorial, S., & Privado, J. (2016). The gendered division of housework. Psicothema, 28(2), 130–136. https://doi.org/10.7334/psicothema2015.169

Gender Equity Policy Institute. (2024). The Free-Time Gender Gap. https://thegepi.org/GEPI-Free-Time-Gender-Gap-Report.pdf

Glorieux, I., & Van Tienoven, T. P. (2016). Gender en tijdsbesteding: De (on)wankelbaarheid van genderstereotypen 1999, 2005 en 2013. Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen.

Gordon, A. M., Cross, E., Ascigil, E., Balzarini, R., Luerssen, A., & Muise, A. (2022). Feeling appreciated buffers against the negative effects of unequal division of household labour on relationship satisfaction. Psychological Science, 33(8), 1313–1327. https://doi.org/10.1177/09567976221081872

Greenstein, T. N. (1996). Gender ideology and perceptions of the fairness of the division of household labour: Effects on marital quality. Social Forces, 74(3), 1029. https://doi.org/10.2307/2580391


Hochschild, A. R., & Machung, A. (1989). The second shift. https://ci.nii.ac.jp/ncid/BA62833927

Lachance-Grzela, M., & Bouchard, G. (2010). Why do women do the lion’s share of housework? A decade of research. Sex Roles, 63(11–12), 767–780. https://doi.org/10.1007/s11199-010-9797-z

McClintock, E. A. (2016). Occupational sex composition and gendered housework performance: Compensation or conventionality? Journal of Marriage and Family, 79(2), 475–510. https://doi.org/10.1111/jomf.12381

Noppe, J., Vanweddingen, M., & Weekers, K. (2021). SV-rapport 2021/1: Maatschappelijke positie en participatie van mannen en vrouwen. Brussel: Statistiek Vlaanderen. https://www.vlaanderen.be/publicaties/maatschappelijke-positie-en-parti…

Nyman, C., Reinikainen, L., & Eriksson, K. (2018). The tension between gender equality and doing gender. Women’s Studies International Forum, 68, 36–46. https://doi.org/10.1016/j.wsif.2018.01.010

Oinas, T. (2018). The division of labour within households: Men’s increased participation? In SpringerBriefs in Well-Being and Quality of Life Research (pp. 21–33). https://doi.org/10.1007/978-3-319-76463-4_3

Pauwels, K., & Dehaes, V. (2003). De verdeling van de huishoudelijke taken en de soort tewerkstelling. Over.Werk. Tijdschrift van het Steunpunt WAV, 13(1–2). Leuven: Steunpunt Werkgelegenheid, Arbeid en Vorming / Uitgeverij Acco.
 

Download scriptie (892.8 KB)
Universiteit of Hogeschool
Universiteit Gent
Thesis jaar
2025
Promotor(en)
John Lievens