“Het is al een heel klein beetje aan het beteren, ik kan beter praten met mijn twee dochters, dan ben ik opgelucht.”
Voor M.C., een 92-jarige bewoonster van woonzorgcentrum Ter Linden in Veurne, zijn verdriet en verlies niet zomaar verdwenen. Haar man overleed, en sommige dagen blijven moeilijk. Tijdens een van de sessies van mijn bachelorproef vertelde ze dat de ademhalingsoefeningen “een klein beetje” hielpen wanneer ze verdriet had. Praten hielp ook.
Het lijkt misschien klein. Maar wat als je niet meer op zoek bent naar een grote oplossing, maar naar een klein moment waarop het even draaglijker wordt?
Stel je voor dat je na een lang leven in een woonzorgcentrum komt verblijven. Je draagt een grote rugzak mee, gevuld met tientallen jaren aan levenservaringen: mooie herinneringen, maar ook verlies, ziekte en afscheid. Soms voelt die rugzak plots zwaarder dan ooit. Voor sommige ouderen krijgt het leven daardoor minder betekenis en wordt het moeilijker om nog motivatie of energie te vinden voor de dag.
Ze ervaren levensmoeheid.
Tegen 2030 zal volgens de Wereldgezondheidsorganisatie ongeveer één op de zes mensen wereldwijd ouder zijn dan 60 jaar. Tegelijk benadrukt de Vlaamse Ouderenraad dat ouderenzorg meer aandacht moet besteden aan het psychisch welzijn en zingeving, naast de fysieke zorg.
Kan mindfulness helpen als het leven zwaar voelt?
Dat was het uitgangspunt van mijn bachelorproef. Ik onderzocht of een aangepaste vorm van Mindfulness-Based Cognitive Therapy, kortweg MBCT, het welbevinden van ouderen met levensmoeheid in een woonzorgcentrum kan ondersteunen.
MBCT is een therapeutisch programma dat mindfulness-technieken combineert met cognitieve gedragstherapie. In eenvoudige woorden: bewoners leren aandacht te geven aan wat ze op dat moment denken, voelen en lichamelijk ervaren, zonder daar onmiddellijk in mee te gaan. Een gedachte hoeft niet automatisch een feit te zijn. Een verdrietig gevoel hoeft niet meteen opgelost te worden.
Daar schuilt een paradox: soms hoef je niet harder te zoeken naar een oplossing, maar moet je eerst leren stilstaan bij wat er al is.
Geen klassieke mindfulness
Een standaard mindfulnessprogramma paste niet zomaar aan bij de noden en mogelijkheden van deze bewoners. Daarom ontwikkelde en begeleidde ik in WZC Ter Linden een aangepast MBCT-programma van acht weken. Acht bewoners namen eraan deel, verdeeld over twee groepen.
Ik vereenvoudigde de oefeningen (voorbeelden in bijlage onderaan), vertraagde het tempo en maakte de instructies concreter. Minder theorie, meer doen en ervaren. Er was aandacht voor de cognitieve, fysieke en emotionele mogelijkheden van de bewoners. De sessies vonden plaats in kleine groepen in een rustige omgeving, met onder meer ademhalingsoefeningen, een bodyscan of anders gezegd lichaamsgerichte meditatie, oefeningen rond gedachten en gevoelens en momenten om met elkaar te praten.
Dat laatste bleek minstens even belangrijk als de oefeningen zelf.
M.C. vertelde na een sessie dat praten over haar verdriet “een beetje” hielp. Op een ander moment zei ze dat ze door de ademhalingsoefening rustiger werd. Tegelijk bleef haar verdriet aanwezig: “Het was moeilijk, vandaag heb ik een moeilijke dag.”
Precies daarin ligt een belangrijke vaststelling uit mijn onderzoek. Mindfulness nam het verdriet niet weg. Bij deze kwetsbare bewoners bleven verlieservaringen en vragen over de betekenis van het leven sterk aanwezig. De oefeningen leken eerder tijdelijke momenten van rust en emotionele regulatie te bieden.
Een beetje rust, een beetje ruimte
Om te onderzoeken wat het programma teweegbracht, gebruikte ik drie manieren om de ervaringen van de bewoners in kaart te brengen. De vragenlijst dat heette WHOQOL-Bref bracht hun ervaren levenskwaliteit voor, tijdens en na het programma in kaart. Daarnaast voerde ik na elke sessie korte gesprekken met de bewoners met telkens 4 dezelfde vragen en evalueerden zij achteraf de cursus.
De resultaten waren niet bij iedereen hetzelfde. Er was geen uniform patroon. De duidelijkste positieve evoluties waren zichtbaar in het psychologisch domein en bij sociale relaties. Bewoners rapporteerden onder meer een verbeterde bewustwording van gedachten en gevoelens, het gemakkelijker kunnen uitspreken van emoties en tijdelijke rust na ademhalingsoefeningen. Ook sociale interactie en erkenning bleken belangrijk.
Dat levert een opvallend beeld op: een interventie die mensen leert om stil te staan bij hun eigen gedachten, bracht hen tegelijk dichter bij elkaar.
De rugzak hoeft niet leeg
Mijn onderzoek toont dat een aangepast MBCT-programma binnen een woonzorgcentrum haalbaar kan zijn wanneer taal, tempo, begeleiding en oefeningen worden afgestemd op de bewoners. De resultaten wijzen op een gedeeltelijke maar relevante ondersteuning van het welbevinden, vooral op het vlak van psychologisch welbevinden, ervaren rust en sociale verbondenheid.
Toch zijn die resultaten geen bewijs dat mindfulness levensmoeheid oplost. De onderzoeksgroep was klein, de deelname verschilde tussen bewoners en de sessies vonden slechts één keer per week plaats. Ook was er weinig ruimte voor oefenen buiten de groepssessies. De resultaten moeten daarom voorzichtig worden geïnterpreteerd.
Wie ouder wordt, kan zijn rugzak met levenservaringen niet zomaar neerzetten. Verlies, ziekte, herinneringen en afscheid blijven deel uitmaken van het levensverhaal. En toch blijft één vaststelling overeind. Welzijn hoeft niet altijd te betekenen dat verdriet verdwijnt of dat iemand opnieuw voortdurend gelukkig is. Soms betekent welzijn gewoon dat er tussen twee moeilijke momenten een beetje ruimte ontstaat.
Een moment om stil te staan.
Een moment om te luisteren.
Een moment om samen te zijn.
En soms begint zo'n moment heel eenvoudig: met één bewuste ademhaling.


