Soms is een duidelijke uitleg of een eenvoudig overzicht voldoende om een ingreep wél te laten doorgaan. En precies daarin schuilt volgens deze bachelorproef een belangrijke kans om de zorg elke dag een beetje beter te maken.
Een patiënt die zich klaar maakt voor een onderzoek aan het hart, verwacht meestal dat alles volgens plan verloopt. Toch gebeurt het regelmatig dat een ingreep op het laatste moment wordt uitgesteld. Niet omdat er iets mis is met de patiënt, maar omdat er onduidelijkheid bestaat over de medicatie die vooraf wel of niet ingenomen moest worden.
Dat lijkt een klein detail, maar de gevolgen kunnen groot zijn. Operaties worden verplaatst, ziekenhuisbedden blijven langer bezet en patiënten ervaren extra stress. Bovendien brengt elke uitgestelde ingreep extra kosten en meer werk met zich mee.
Die vaststelling vormde het vertrekpunt van de bachelorproef van verpleegkundestudente Charlotte Pauwels. Tijdens haar stages zag ze hoe zorgverleners én patiënten vaak twijfelden over het juiste gebruik van bloedverdunners vóór een onderzoek aan het hart.
Op het eerste gezicht lijkt de oplossing eenvoudig: stop de medicatie op tijd. In werkelijkheid is het veel ingewikkelder. Niet elke bloedverdunner werkt op dezelfde manier en niet iedere patiënt heeft dezelfde behandeling nodig.
Uit de studie blijkt dat sommige medicijnen beter een dag vooraf worden stopgezet, terwijl andere net veilig verder kunnen worden ingenomen. Welke keuze het best is, hangt af van de gezondheid van de patiënt en het risico op problemen tijdens de ingreep.
Daarom bestaat er geen standaard antwoord dat voor iedereen geldt.
Volgens Pauwels ligt het grootste probleem niet bij de kennis van zorgverleners, maar bij het gebrek aan duidelijke en uniforme richtlijnen. Verschillende ziekenhuizen hanteren soms andere afspraken, waardoor verwarring kan ontstaan. De studente bracht in haar onderzoek in kaart welke medicatie patiënten gebruiken, wanneer die vóór een ingreep tijdelijk moeten worden gestopt of wanneer deze kunnen worden voortgezet.
"Wanneer iedereen met dezelfde duidelijke richtlijnen werkt, kunnen fouten en uitgestelde ingrepen aanzienlijk verminderd worden," besluit ze.

De studente pleit daarom voor praktische hulpmiddelen die verpleegkundigen snel kunnen raadplegen. Een overzichtelijke affiche of een eenvoudig stappenplan kan ervoor zorgen dat minder fouten worden gemaakt.
Ook patiënten hebben nood aan duidelijke uitleg in gewone taal. Wie begrijpt waarom bepaalde medicatie tijdelijk moet worden aangepast, volgt de instructies beter op en komt beter voorbereid naar het ziekenhuis.
De conclusie van de bachelorproef is duidelijk: betere communicatie en eenvoudige afspraken kunnen een groot verschil maken. Ze verhogen niet alleen de veiligheid van patiënten, maar zorgen er ook voor dat ziekenhuizen efficiënter kunnen werken. Het gaat niet simpelweg om de vraag: "Moet de patiënt stoppen met zijn bloedverdunner?" De juiste vraag is: "Welke bloedverdunner gebruikt deze patiënt, hoe groot is het risico op een bloeding, hoe groot is het risico op een stolsel en hoe dringend is de ingreep?"
Er zijn dan ook een aantal aanbevelingen waardoor de zorg vlot kan verlopen.
Eerst moet duidelijk zijn welke medicatie de patiënt gebruikt.
Voor een ingreep is het belangrijk om goed na te gaan welke bloedverdunner de patiënt inneemt. Dat is niet altijd vanzelfsprekend. Sommige patiënten weten wel dat ze een bloedverdunner nemen, maar kennen de naam van het geneesmiddel niet. Door dit vooraf zorgvuldig te controleren, kan worden vermeden dat medicatie op het verkeerde moment wordt gestopt of net wordt verdergezet.
Daarna moet worden gekeken naar de risico’s voor de patiënt.
Niet iedere patiënt loopt hetzelfde risico. Bij de ene patiënt is vooral de kans op een bloeding belangrijk, terwijl bij een andere patiënt het gevaar op een nieuw bloedstolsel groter kan zijn. Daarom moet de zorgverlener beide risico's tegen elkaar afwegen voordat er een beslissing wordt genomen.
De urgentie van de ingreep hangt af van verschillende factoren. Patiënten kunnen worden ingepland als de ingreep niet urgent is. Dit zijn dan patiënten die bijvoorbeeld symptomen hebben en daarvoor vanuit de huisarts worden doorgestuurd. Aangezien dit een geplande ingreep is, kan de ingreep goed worden voorbereid. Dit is anders voor patiënten die een hartaanval krijgen en via spoed binnenkomen. Zij hebben geen tijd voor een uitgebreide voorbereiding. Toch moet er ook bij deze patiënten gekeken worden naar welke medicatie ze gebruiken. Indien nodig moet er medicatie worden opgestart. Ook dit proces wordt beschreven in de bachelorproef van de studente.
Het mag niet onduidelijk zijn of een patiënt zijn medicatie moet blijven nemen of tijdelijk moet stoppen. Ook het moment waarop een geneesmiddel eventueel moet worden gestopt, moet vooraf duidelijk zijn. Een vaste en overzichtelijke werkwijze kan ervoor zorgen dat zorgverleners minder snel fouten maken en dat geplande ingrepen minder vaak moeten worden uitgesteld.
Wanneer het mogelijk is, kan de arts ervoor kiezen om via de pols naar het hart te gaan. Volgens de onderzochte richtlijnen kan deze aanpak het risico op bloedingen beperken en maakt ze het in bepaalde situaties mogelijk om bepaalde bloedverdunners verder te gebruiken. Bij sommige patiënten is het niet mogelijk om via de pols naar het hart te gaan. Er wordt dan gekozen om via de lies te gaan. Maar hiervoor dient er andere medicatie gestopt te worden, wat alweer wijst op de complexciteit van dit onderzoek.
Patiënten moeten vooraf in duidelijke taal weten welke medicatie ze moeten blijven nemen en welke eventueel tijdelijk moeten worden aangepast. Niet iedereen begrijpt ingewikkelde medische uitleg of kent de namen van zijn geneesmiddelen. Een eenvoudige uitleg, eventueel aangevuld met een overzicht op papier of infographic, kan daarom veel onzekerheid en fouten voorkomen.
Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie. (z.d.). Antitrombotica. BCFI. Geraadpleegd op 21 mei 2026, van https://www.bcfi.be/nl/chapters/3?frag=1834
Capodanno, D., Mehran, R., Krucoff, M. W., Baber, U., Bhatt, D. L., Capranzano, P., Collet, J. P., Cuisset, T., De Luca, G., De Luca, L., Farb, A., Franchi, F., Gibson, C. M., Hahn, J. Y., Hong, M. K., James, S., Kastrati, A., Kimura, T., Lemos, P. A., . . . Angiolillo, D. J. (2023). Defining Strategies of Modulation of Antiplatelet Therapy in Patients With Coronary Artery Disease: A Consensus Document from the Academic Research Consortium. Circulation, 147(25), 1933-1944. https://doi.org/10.1161/CIRCULATIONAHA.123.064473
Capranzano, P., & Angiolillo, D. J. (2021). Evidence and Recommendations for Uninterrupted Versus Interrupted Oral Anticoagulation in Patients Undergoing Percutaneous Coronary Intervention. JACC Cardiovascular interventions. 328, 52–58. https://doi.org/10.1016/j.jcin.2021.02.019
Cohen, M., Diez, J., Fry, E., Rao, S. V., Ferguson, J. J., 3rd, Zidar, J., Levine, G., & Shani, J. (2006). Strategies for optimizing outcomes in the NSTE-ACS patient The CATH (cardiac catheterization and antithrombotic therapy in the hospital) Clinical Consensus Panel Report. 18(12), 617-39. Geraadpleegd op 23 mei 2026, van https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17197714/
Douketis, J. D., & Spyropoulos, A. C. (2023). Perioperative Management of Anticoagulant and Antiplatelet Therapy. NEJM evidence, 2(6). https://doi.org/10.1056/EVIDra2200322
Furman, M. I., Frelinger, A. L., & Michelson, A. D. (2000).Antithrombotic therapy in the cardiac catheterization laboratory: Focus on antiplatelet agents. Springer Nature Link, 2, 386-394. https://doi.org/10.1007/s11886-000-0051-0
Huisartsengeneeskunde. (2021, 15 september). Hemostase de 3 stadia. Bsl. Geraadpleegd op 20 april 2026, van https://huisarts.bsl.nl/hemostase-de-drie-stadia/
Kamran, H., Jneid, H., Kayani, W. T., Virani, S. S., Levine, G. N., Nambi, V., & Khalid, U. (2021).Oral Antiplatelet Therapy After Acute Coronary Syndrome: A Review. JAMA, 325(15), 1545–1555 https://doi.org/10.1001/jama.2021.0716
Kidess, G. G., Brennan, M. T., Harmouch, K. M., Basit, J., & Chadi Alraies, M. (2024). Spontaneous coronary artery dissection: A review of medical management approaches. Current problems in cardiology, 49(6). https://doi.org/10.1016/j.cpcardiol.2024.102560
Larson, E. A., German, D. M., Shatzel, J., & DeLoughery, T. G. (2019). Anticoagulation in the cardiac patient: A concise review. European journal of haematology, 102(1), 3-19. https://doi.org/10.1111/ejh.13171
Mararenko, A., Abbas, A., Mohammed, A., & Swapnil V, P. (2021). Anticoagulants used in cardiac catheterization of patients with chronic lymphocytic leukemia: a case report and overview. Cureus, 13(3). https://doi.org/10.7759/cureus.13633
Mazzone, P. M., Spagnolo, M., & Capodanno, D. (2024). Antithrombotic Therapy in Patients with Chronic Coronary Syndromes. Interventional cardiology clinics, 13. 493-505.https://doi.org/10.1016/j.iccl.2024.06.004
Ozaki, Y., Hara, H., Onuma, Y., Katagiri, Y., Amano, T., Kobayashi, Y., Muramatsu, T., Ishii, H., Kozuma, K., Tanaka, N., Matsuo, H., Uemura, S., Kadota, K., Hikichi, Y., Tsujita, K., Ako, J., Nakagawa, Y., Morino, Y., Hamanaka, I., . . . Shiode, N. (2022). Task Force on Primary Percutaneous Coronary Intervention (PCI) of the Japanese Cardiovascular Interventional Therapeutics (CVIT) (2022). CVIT expert consensus document on primary percutaneous coronary intervention (PCI) for acute myocardial infarction (AMI) update 2022. Cardiovascular intervention and therapeutics, 37(1), 1–34. https://doi.org/10.1007/s12928-021-00829-9
Rao, M. Y., Sullivan, P. M., Takao, C., Badran, S., & Patel, N. D. (2023). Safety of continuing anticoagulation prior to cardiac catheterization in pediatric patients: A Los Angeles center experience. Pediatric Cardiology, 44(6), 1287–1293. https://doi.org/10.1007/s00246-023-03097-x
Rao, S. V., O'Donoghue, M. L., Ruel, M., Rab, T., Tamis-Holland, J. E., Alexander, J. H., Baber, U., Baker, H., Cohen, M. G., Cruz-Ruiz, M., Davis, L. L., de Lemos, J. A., DeWald, T. A., Elgendy, I. Y., Feldman, D. N., Goyal, A., Isiadinso, I., Menon, V., Morrow, D. A., Mukherjee, D., … Williams, M. S. (2025). 2025 ACC/AHA/ACEP/NAEMSP/SCAI Guideline for the Management of Patients With Acute Coronary Syndromes: A Report of the American College of Cardiology/American Heart Association Joint Committee on Clinical Practice Guidelines. Circulation, 151(13). https://doi.org/10.1161/CIR.0000000000001309
Rao, S. V., O'Donoghue, M. L., Ruel, M., Rab, T., Tamis-Holland, J. E., Alexander, J. H., Baber, U., Baker, H., Cohen, M. G., Cruz-Ruiz, M., Davis, L. L., de Lemos, J. A., DeWald, T. A., Elgendy, I. Y., Feldman, D. N., Goyal, A., Isiadinso, I., Menon, V., Morrow, D. A., Mukherjee, D., … Peer Review Committee Members (2025). 2025 ACC/AHA/ACEP/NAEMSP/SCAI Guideline for the Management of Patients
With Acute Coronary Syndromes: A Report of the American College of Cardiology/American Heart Association Joint Committee on Clinical Practice Guidelines. Journal of the American College of Cardiology, 85(22), 2135–2237. https://doi.org/10.1016/j.jacc.2024.11.009
Teira Calderón, A., Chiarito, M., Santos, I. A., Cao, D., Vaquerizo Montilla, B., Jurado Román, A., Pulido Garrido, P., Tartaglia, F., García-García, H. M., Díez-Gil, J. L., & Sanz-Sánchez, J. (2024). Uninterrupted direct-acting oral anticoagulation in patients undergoing transradial percutaneous coronary procedures: The DOAC-NOSTOP study rationale and design. Cardiovascular revascularization medicine, 63, 68-72. https://doi.org/10.1016/j.carrev.2024.01.013
UCLL Hogeschool. (z.d.). Logo UCLL [Logo]. Geraadpleegd op 22 mei 2026, van https://www.ucll.be/en
Zaman, A. G., & Aleem, Q. (2020). Pharmacology before, during and after percutaneous coronary intervention. Heart (British Cardiac Society), 107(7), 585–592. Advance online publication. https://doi.org/10.1136/heartjnl-2019-315090