Tijdelijke contracten: bescherming die kansen kan kosten

Amy
Gabriëls

Een werknemer die graag nog een maand langer wil blijven, een werkgever die nog tijdelijk extra hulp nodig heeft, en toch kan de wet beletten dat beide partijen eenvoudig verdergaan. De Belgische regels over opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor een bepaalde tijd zijn ooit ingevoerd om werknemers te beschermen tegen misbruik. Vandaag dreigt die bescherming in sommige gevallen zélf een hinderpaal te worden.

Wie in België werkt met een contract voor een bepaalde tijd, weet op voorhand wanneer de overeenkomst eindigt. Dat kan nuttig zijn voor tijdelijke vervangingen, projecten, of piekperiodes. Maar zodra meerdere tijdelijke contracten elkaar opvolgen, wordt de situatie juridisch veel ingewikkelder.

 

De wet benadert opeenvolging van tijdelijke contracten namelijk als uitzondering. Wanneer verschillende overeenkomsten voor bepaalde tijd elkaar opvolgen, wordt in principe vermoed dat er eigenlijk een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bestaat. De werkgever kan daarvan afwijken, maar enkel binnen vrij strikte voorwaarden, of wanneer hij kan aantonen dat de opeenvolging gerechtvaardigd is door de aard van het werk of een andere wettige reden.

 

Die bescherming is historisch goed te verklaren. Het arbeidsrecht ontstond in een periode waarin werknemers economisch veel zwakker stonden dan werkgevers. Ook tijdelijke contracten werden gebruikt om regels rond opzegging en werkzekerheid te ontwijken. Werkrechters probeerden zulke praktijken al in de vorige eeuw tegen te gaan. Uiteindelijk werd die beschermingslogica opgenomen in de Arbeidsovereenkomstenwet van 1978.

 

Sindsdien is de arbeidsmarkt echter sterk veranderd.

 

België kampt vandaag met een structurele arbeidsmarktkrapte. Vacatures raken moeilijk ingevuld, werkgevers zoeken geschikte profielen, en tijdelijke personeelsnoden zijn niet altijd vooraf te voorspellen. Tegelijk wordt ook vanuit het beleid steeds meer ingezet op flexibiliteit, activering, en een wendbare organisatie van arbeid.

 

Net daar wringt het schoentje.

 

De huidige regelgeving laat opeenvolgende tijdelijke contracten wel toe, maar binnen strakke grenzen. Zo kunnen er maximaal vier opeenvolgende overeenkomsten worden gesloten wanneer elke overeenkomst minstens drie maanden duurt, en de totale duur niet meer dan twee jaar bedraagt. In sommige gevallen kan meer, maar dan is voorafgaande toestemming nodig en gelden opnieuw minimum- en maximumtermijnen.

 

Dat lijkt duidelijk, tot de praktijk zich niet netjes aan volle maanden houdt.

 

Stel dat een werknemer drie tijdelijke contracten van enkele maanden heeft gehad. Het project loopt onverwacht nog één maand door en zowel werkgever als werknemer willen de samenwerking voortzetten. Een bijkomend contract van één maand past niet zomaar binnen de wettelijke afwijkingsregeling. De werkgever moet dan afwegen of een andere juridische grond de opeenvolging voldoende kan rechtvaardigen. Blijkt achteraf dat dit niet het geval was, dan kan de hele arbeidsrelatie worden beschouwd als een overeenkomst voor onbepaalde tijd.

 

Daar blijft het niet bij. Als de werkgever ervan uitgaat dat het laatste tijdelijke contract gewoon afliep, kan achteraf blijken dat hij eigenlijk een overeenkomst voor onbepaalde tijd onregelmatig heeft beëindigd. Daar kan een verbrekingsvergoeding uit volgen.

 

Ook andere onderdelen van de regeling laten ruimte voor onzekerheid. De wet bepaalt bijvoorbeeld niet precies hoelang een onderbreking tussen twee contracten moet duren om de opeenvolging te doorbreken. Ook het begrip "wettige reden" is niet scherp afgebakend. De parlementaire voorbereiding en rechtspraak geven voorbeelden, maar uiteindelijk blijft het aan een rechter om te beoordelen of de reden voldoende was.

 

Voor mijn bachelorproef onderzocht ik daarom niet alleen wat de wet vandaag bepaalt, maar ook waarom die regels ooit zijn ingevoerd en hoe ze functioneren binnen de huidige arbeidsmarkt. Daarvoor onderzocht ik wetgeving, parlementaire voorbereiding, rechtspraak en rechtsleer, aangevuld met cijfers over de arbeidsmarkt en de recente beleidscontext.

 

Uit dat onderzoek blijkt dat de oorspronkelijke beschermingsgedachte nog steeds begrijpelijk is. Misbruik van tijdelijke contracten moet kunnen worden tegengegaan. Het probleem is dat dezelfde strenge gevolgen ook kunnen spelen wanneer geen sprake is van doelbewuste ontwijking, maar van een beperkte fout, een moeilijk voorspelbare personeelsnood, of een te goeder trouw gemaakte inschatting.

 

Daar ontstaat de paradox. Een regel die werknemers meer zekerheid moet bieden, kan een werkgever net doen besluiten om geen nieuw tijdelijk contract meer aan te bieden. De veiligste keuze is dan soms om de samenwerking stop te zetten - ook wanneer beide partijen liever nog even zouden doorgaan.

 

Dat betekent niet dat werknemersbescherming achterhaald is. Wel rijst de vraag of elke beschermingsregel automatisch in zijn bestaande vorm moet blijven voortbestaan wanneer de arbeidsmarkt verandert. De verhouding tussen werkgever en werknemer is vandaag anders dan bij het ontstaan van het arbeidsrecht, en flexibiliteit is voor beide partijen een belangrijker onderdeel van de arbeidsorganisatie geworden.

 

Het arbeidsrecht probeert voortdurend een evenwicht te vinden tussen bescherming en werkbaarheid. Bij opeenvolgende tijdelijke contracten lijkt dat evenwicht vandaag zoek. Een hervorming hoeft de bescherming niet af te schaffen, maar zou wel meer onderscheid kunnen maken tussen misbruik en legitieme tijdelijke tewerkstelling.

 

Want bescherming die verhindert dat iemand verder kan werken, mist uiteindelijk een deel van haar doel.

Bibliografie

Interne normen
Richtlijn (EU) nr. 1999/70 van de Raad van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de UNICE en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd
Richtlijn (EU) nr. 1997/81 van de Raad van 15 december 1997 betreffende de door de Unice, het CEEP en het EVV gesloten raamovereenkomst inzake deeltijdarbeid.
Richtlijn (EU) nr. 2008/14 van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende uitzendarbeid.
Grondwet.
Bijzondere Wet tot Hervorming der Instellingen.
Wet 10 februari 2026 houdende diverse fiscale bepalingen, BS 27 februari 2026
Wet 18 december 2025 houdende diverse bepalingen, BS 30 december 2025.
Wet 31 juli 2023 tot uitvoering van het afsprakenkader in het kader van de interprofessionele onderhandelingen voor de periode 2023-2024, BS 5 september 2023.
Wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen, BS 31 maart 1994.
Herstelwet 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, BS 24 januari 1985.
Wet 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, BS 22 augustus 1978.
Wet van 22 juli 1952 betreffende de dienstplicht, BS 31 juli 1952.
Wet van 11 maart 1954 tot wijziging van de wetten betreffende het jaarlijks verlof der loonarbeiders, BS 20 maart 1954.
Wet 28 september 1932 tot wijziging van artikel 27 der wet op het bedieningscontrakt, BS 10 oktober 1932.
Wet 7 augustus 1922 betreffende de arbeidsovereenkomst voor bedienden, BS 16-17 augustus 1922.
KB 19 april 2026 tot bepaling van het begrip lichte arbeid als bedoeld in artikel 7.15 van de arbeidswet van 16 maart 1971, BS 4 mei 2026.
KB 17 mei 2025 tot wijziging van de bijlage III van het KB/WIB 92 op het stuk van studentenarbeid, BS 26 mei 2025.
KB 3 februari 2025 tot benoeming van de regering, BS 4 februari 2025.
KB van 17 juni 1994 tot aanwijzing van de ambtenaren die bevoegd zijn om toestemming te verlenen voor het sluiten van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor een bepaalde tijd, bedoeld in artikel 10bis, § 3, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, en tot vaststelling van de procedure met het oog op het bekomen van deze toestemming, BS 25 juni 1994.
Voorbereidende documenten
Wetsontwerp tot wijziging van artikel 37/2 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, wat de opzeggingstermijnen betreft wanneer de werknemer niet meer dan zes maanden anciënniteit telt, KAMER, 2025-2026, 23 februari 2026, 56-1346/1.
Memorie van toelichting bij Wetsontwerp tot wijziging van artikel 37/2 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, wat de opzeggingstermijnen betreft wanneer de werknemer niet meer dan zes maanden anciënniteit telt, KAMER, 2025-2026, 23 februari 2026, 56-1346/1.
Regeringsverklaring – Regeerakkoord, KAMER, 2024-2025, 4 februari 2025, 56-20.
Wetsontwerp houdende diverse arbeidsbepalingen, KAMER, 2025-2026, 3 februari 2026, 56-1324/1.
Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten met het oog op de beperking van de duur van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor een bepaalde tijd en vervangingsovereenkomsten, KAMER, 2022-2023, 23 januari 2023, 55-3096/1.
Wetsontwerp houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling: Verslag van mevrouw D’Hondt, KAMER, 1997-1998, 8 januari 1998, 1269/4.
Amendement van de heren Wauters en Detienne op het wetsontwerp houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling, KAMER, 1997-1998, 16 december 1997, 1269/3.
Wetsontwerp houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling, KAMER, 1997-1998, 5 november 1997, 1269/1.
Wetsontwerp houdende sociale bepalingen: Verslag door de heer Vandendriessche, KAMER, 1993-1994, 18 maart 1994, 1343/5.
Ontwerp van wet houdende sociale bepalingen: Verslag door de heer De Roo, SENAAT, 1993-1994, 24 februari 1994, 980/2.
Memorie van toelichting bij het wetsontwerp houdende sociale bepalingen, SENAAT, 1993-1994, 9 februari 1994, 980/1.
Ontwerp van programmawet: Verslag door de heer De Roo, KAMER, 1989-1990, 4 december 1989, 975-10.
Memorie van toelichting bij het ontwerp van programmawet, KAMER, 1989-1990, 17 november 1989, 975-1.
Ontwerp van herstel houdende sociale bepalingen: Verslag van de heren Claeys en Conrotte, SENAAT, 1984-1985, 3 december 1984, 757/2-7.
Memorie van toelichting bij het voorstel van wet tot wijziging van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, SENAAT, 1981-1982, 31 januari 1982, 80/1.
Ontwerp van wet betreffende de arbeidsovereenkomsten: Verslag van de heer Vannieuwenhuyze, SENAAT, 1977-1978, 1 december 1977, 258/2.
Ontwerp van Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten, SENAAT, B.Z. 1974, 4 september 1974, 381-1.
Memorie van toelichting bij het Ontwerp van Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten, SENAAT, B.Z. 1974, 4 september 1974, 381-1.
Wetsontwerp tot wijziging van de wetgeving betreffende de arbeidsovereenkomsten: Verslag van de heer Verhenne, KAMER, 1968-1968, 21 mei 1969, 270/7.
Amendement van de heer Nyffels op het wetsontwerp tot wijziging van de wetgeving betreffende de arbeidsovereenkomsten, KAMER, 1968-1968, 16 april 1969, 270/6.
Memorie van toelichting bij het Ontwerp van Wet tot wijziging van de wetgeving betreffende de arbeidsovereenkomsten, KAMER, 1966-1967, 27 april 1967, 407-1.
Projet de Loi sur le Contrat de Travail: Rapport de la Commission de l’Industrie et du Travail, SENAAT, 1899-1900, 2 februari 1900, 19.
Gedr. St. Kamer 1891-1892, 17 november 1891, nr. 13.
Beleidsdocumenten
Eurostat, Employment and activity by sex and age - annual data, 12 maart 2026, https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/lfsi_emp_a/default/table….
Eurostat, Job vacancy rate by NACE Rev. 2 activity - annual data, 19 februari 2026, https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/jvs_a_rate_r2/default/ta….
RvS, Advies ontwerp van wet betreffende de arbeidsovereenkomsten, 2 maart 1973, 11.820.
RvS, Advies ontwerp van wet tot wijziging van de wetgeving betreffende de arbeidsovereenkomsten, 20 januari 1967, 9397/1.
NATIONALE ARBEIDSRAAD, Advies voorontwerp van wet tot wijziging van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten met het oog op de beperking van de duur van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor een bepaalde tijd en vervangingsovereenkomsten, 24 mei 2022.
NATIONALE ARBEIDSRAAD, Interprofessioneel akkoord 1995-1996, 7 december 1994.
NATIONALE ARBEIDSRAAD, Advies voorstellen van amendement op de wetgeving betreffende de arbeidsovereenkomsten, 23 april 1970.
STATBEL, Job vacancy survey, 6 maart 2026, JVS_Tab_1BE_2025, https://statbel.fgov.be/sites/default/files/files/documents/Werk%20%26%….
STATBEL, Actieve (werkende en werkloze) en inactieve bevolking sinds 2017 op basis van de hervormde Enquête naar de ArbeidsKrachten, per kwartaal, gewest, leeftijdsklasse en onderwijsniveau, 16 maart 2026, https://bestat.statbel.fgov.be/bestat/crosstable.xhtml?view=577e7eeb-dc….
HRW, Stand van zaken op de arbeidsmarkt, 5 juli 2023, https://hrw.belgie.be/sites/default/files/content/download/files/202307….
HRW, Welke positie hebben de laaggeschoolden op de arbeidsmarkt in België?, 18 februari 2021, https://hrw.belgie.be/sites/default/files/content/download/files/hrw_20….
VDAB, Knelpuntberoepen in Vlaanderen – Editie 2026, 1 februari 2026, https://www.vdab.be/sites/default/files/media/files/Knelpuntberoepen202….
OVER.WERK, 1/2025 Halfjaarlijks tijdschrift 35e jaargang, 23 juni 2025, https://www.steunpuntwerk.be/files/publications/OW/OW_2025_1/OverWerk_2….
OVER.WERK, 1/2011 Knelpuntberoepen in Vlaanderen: Moeilijk maar niet onmogelijk!, 3 januari 2011, https://www.steunpuntwerk.be/files/publications/OW/OW_2011_1/overwerk_2….
Rechtsleer
X, ‘Minimum van drie maanden moet de volle drie maanden zijn!’, Tips & Advies Personeel 2020/26, 12.
VAN EECKHOUTTE W., [Handboek Belgisch Arbeidsrecht] Algemeen, Kluwer, 2014.
MAGITS M., ‘De Wet van 10 maart 1900 op de arbeidsovereenkomst: de honderdjarige evolutie vóór en na’ in STROOBANT M. en VANACHTER O. (eds.), HONDERD JAAR ARBEIDSOVEREENKOMSTENWET, Intersentia, 2001.
PLETS I., ‘Grenzen aan de flexibiliteit van tijdelijke tewerkstelling’, Or. 2004/6.
STEVENS F., Het coalitieverbod in België, Die Keure, 1998.
VANDEPITTE P., Chrono. 5 : 18de en 19de eeuw : de opgang van liberalisme, nationalisme en socialisme, De Nederlandsche Boekhandel, 1984.
Rechtspraak
Cass. 2 december 2002, S.02.0060.N, ECLI:BE:CASS:2002:ARR.20021202.7.
Cass. 31 oktober 1975, ECLI:BE:CASS:1975:ARR.19751031.9, Arr.Cass. 1975.
GwH 17 juni 2021, 93/2021, ECLI:BE:GHCC:2021:ARR.093
GwH 4 mei 2005, 87/2005, ECLI:BE:GHCC:2005:ARR.087.
Arbh. Brussel 17 januari 2017, AR 2014/AB/1000, Or. 2017/8.
Arbh. Brussel 21 november 2008, ECLI:BE:CTBRL:2008:ARR.200811.
Arbh. Brussel 18 maart 2005, ECLI:BE:CTBRL:2005:ARR.20050318.5.
Arbh. Brussel 23 maart 2001, ECLI:BE:CTBRL:2001:ARR.20010323.8
Arbh. Antwerpen 3 februari 1997, JTT 1997/684.
Arbh. Brussel (4e k.), 24 mei 1991, JTT 1991/507.
W.R. Beroep Gent 25 december 1952, T.S.R. 1953/3.
W.R. Beroep Brugge 31 oktober 1952, T.S.R. 1954/1.
W.R. Gent 20 augustus 1964, T.S.R. 1964/7.
W.R. Luik 12 december 1963, T.S.R. 1964/1.
Media
FOD WASO, ‘Arbeidsmarkt’, https://werk.belgie.be/nl/themas/werkgelegenheid-en-arbeidsmarkt/arbeid… (geraadpleegd op 16 maart 2026).
X, ‘Begrotingsakkoord november 2025: Grote hervorming Flexi-jobs’, My Flexi-Job 28 november 2025, https://myflexijob.be/flexijob-maatregelen-begroting-2026/# (geraadpleegd op 2 mei 2026).
GLEBBEEK R., ‘Arbeidsmarktkrapte: wat betekent dit voor HR?’, HOORAY! HR 10 september 2025, https://www.hoorayhr.io/nl-be/kennisbank/arbeidsmarktkrapte/ (geraadpleegd op 17 maart 2026).
X, ‘Krapte op de arbeidsmarkt in België: oorzaken, gevolgen en oplossingen’, Bayani Talent 18 augustus 2025, http://bayanitalent.com/nl-be/krapte-op-de-arbeidsmarkt-in-belgie-oorza… (geraadpleegd op 16 maart 2026).
X, ‘België slaagt er onvoldoende in inactieven aan het werk te krijgen’, werkenbijdeoverheid.be 14 mei 2025, https://www.werkenbijdeoverheid.be/blogs/1/va7lrr-belgi-slaagt-er-onvol… (geraadpleegd op 18 maart 2026).
UNIZO, ‘Deze regering verdient het predikaat “Hervormingsregering”’, UNIZO 1 februari 2025, https://www.unizo.be/berichten/pers/deze-regering-verdient-het-predikaa….
X, ‘Belgen zijn steeds vaker hoogopgeleid’, Jobat 25 juli 2024, https://www.jobat.be/nl/art/belgen-zijn-steeds-vaker-hoogopgeleid (geraadpleegd op 15 maart 2026).
X, ‘Vergrijzing van de arbeidsmarkt: hoe speel je hier op in?’, Artiflex 3 augustus 2023, https://artiflex.com/artikelen/vergrijzing-van-de-arbeidsmarkt-hoe-spee… (geraadpleegd op 17 maart 2026).
ZWYSEN W., ‘Krapte op de Europese arbeidsmarkten? Vooral een probleem bij slechtere jobs’, Denktank Minerva 4 mei 2023, https://www.denktankminerva.be/analyse/2023/5/4/krapte-op-de-europese-a… (geraadpleegd op 16 maart 2026).
X, ‘RAPPORT SAMENWERKING TUSSEN HET VLAAMSE EN FEDERALE NIVEAU EN MET DE ANDERE GEMEENSCHAPPEN EN GEWESTEN’, SERV 1 februari 2023, 13, https://www.serv.be/sites/default/files/documenten/SERV_20230201_Samenw… (geraadpleegd op 15 maart 2026).
VAN DER SCHUEREN C., ‘Hoera, daar is de arbeidsmarktkrapte!’, SamPol mei 2022, https://sampol.be/2022/05/hoera-daar-is-de-arbeidsm…larktkrapte (geraadpleegd op 15 maart 2026).
VERMEIR T., ‘Iedereen flexibel: Uberisatie blijft een hype, uitzendwerk zit wél in de lift’, Human Interest 23 augustus 2017, https://www.securex.be/getmedia/a01aac1e-3ca0-40fc-b769-90312a6d7012/hu… (geraadpleegd op 15 maart 2026).
HUISMAN R., ‘Vergrijzing’, ESB 24 april 1996, 360, https://esb.nu/wp-content/uploads/2022/11/editie_pdfs_810360_tcm445-229… (geraadpleegd op 18 maart 2026).

Download scriptie (550.68 KB)
Universiteit of Hogeschool
Hogeschool West-Vlaanderen
Thesis jaar
2026
Promotor(en) en begeleiders
Lieven Goossens, Martine Knops