DE WILDE BIJ ALS HELD IN DE KLAS
EEN IMKERPAK IN DE KLAS
Hoe een kleine wilde bij kinderen laat kennismaken met biodiversiteit en duurzaamheid.
Een leerling stapt de klas binnen in een imkerpak. Zijn papa is imker en vandaag wil hij zijn klasgenoten vertellen over het werk van zijn vader. Het lijkt misschien een klein moment, maar het vertelt precies wat wij (Soeze Windey en Ilinka Devillé) met ons lessenpakket
wilden bereiken: kinderen niet alleen iets leren over wilde bijen, maar hen er echt bij betrekken. Zo ontdekken ze wat biodiversiteit en duurzaamheid betekenen.
VAN ÉÉN BIJ NAAR DE HELE WERELD
Wie aan een bij denkt, denkt waarschijnlijk eerst aan de honingbij. Toch leven er in Vlaanderen honderden soorten wilde bijen. De meeste leven alleen en hebben hun eigen leefwijze en voedselvoorkeuren. Maar deze kleine bestuivers staan onder druk. Leefgebieden verdwijnen, bloemen worden schaarser en ook bestrijdingsmiddelen en klimaatverandering spelen een rol.
HOE LEG JE ZO’N GROOT VERHAAL UIT AAN KINDEREN?
Dat was de vraag waarmee wij aan onze bachelorproef begonnen. Al snel kwamen we uit bij de wilde bij. Achter dat kleine insect zit namelijk een veel groter verhaal. Via bestuiving ontdekken leerlingen biodiversiteit, ecosystemen en de invloed van menselijke keuzes op de natuur. Daarvoor ontwikkelden we een lessenreeks van zes lessen van telkens 100 minuten. Leerlingen ontdekken stap voor stap verschillende bestuivers, de leefomgeving van wilde bijen en de bedreigingen waarmee ze te maken krijgen.
GEEN BIJLES, MAAR BIJENLES
Maar we wilden geen lessen waarin kinderen alleen maar moesten luisteren. De leerlingen gaan zelf op onderzoek. Met een speciale natuuronderzoekersrugzak trekken ze hun
omgeving in. Ze observeren, stellen vragen en zoeken samen naar antwoorden. In de klas vormt een kennismuur de rode draad doorheen de lessen. Nieuwe ontdekkingen krijgen er een plaats en zo zien leerlingen hun kennis groeien. Ook spel en beweging krijgen een plaats. Tijdens het stuifmeelspel ontdekken leerlingen op een speelse manier hoe bestuiving werkt. Ze gaan zelf aan de slag en ervaren hoe stuifmeel van de ene bloem naar de andere terechtkomt. En soms gaat het onderzoek zelfs mee naar huis. Dat merkten we tijdens het uittesten van de lessen. Een leerling kwam in een imkerpak naar school omdat zijn papa imker is. Hij wilde zijn klasgenoten vertellen over het werk van zijn vader. Plots was de wilde bij geen onderwerp uit een les meer. Het was iets waar een leerling zelf enthousiast over wilde vertellen.
VAN PROBLEEM NAAR ACTIE
Ontdekken dat wilde bijen bedreigd worden, is niet het eindpunt. In de laatste twee lessen stellen leerlingen zichzelf een andere vraag: wat kunnen wij doen? Ze onderzoeken bedreigingen en bedenken daarna concrete acties voor een bijvriendelijkere omgeving. Die zetten ze ook in de praktijk om. Door zelf keuzes te maken en mee te bepalen welke actie ze ondernemen, krijgen leerlingen eigenaarschap over hun leerproces. Ze leren niet alleen over biodiversiteit, maar ervaren ook dat hun eigen ideeën en beslissingen ertoe doen. Dat kan klein beginnen: op de speelplaats, in de schooltuin of gewoon in de buurt van de school.
Want misschien ligt de eerste stap naar een bijvriendelijke omgeving wel dichterbij dan ze denken. Maar welke actie kiezen de leerlingen uiteindelijk zelf?
GETEST IN DE KLAS
“afwissling van werkvormen & dicht bij de leefwereld van de kinderen.”
Een lessenpakket bedenken is één ding. Weten of leerkrachten er ook echt mee aan de slag kunnen, is iets anders. Daarom lieten we ons materiaal testen door drie leerkrachten uit het lager onderwijs. Twee van hen testten de eerste drie lessen in hun klas. Een derde
leerkracht bekeek het volledige pakket en gaf feedback over de inhoud, opbouw en
bruikbaarheid. De reacties waren positief. Vooral de actieve werkvormen en de afwisseling
tussen verschillende activiteiten werden gewaardeerd. De twee leerkrachten die
de lessen testten, gaven het pakket een 7 op 10 en 9 op 10. Goed voor een gemiddelde van 8 op 10. Maar voor ons waren de ervaringen uit de klas minstens zo waardevol als het cijfer.
EEN LESSENPAKKET DAT BLIJFT GROEIEN
Met de feedback van de leerkrachten gingen we opnieuw aan de slag. We verduidelijkten
instructies, voegden mogelijke antwoorden toe en versterkten de rode draad van de
natuuronderzoekersrugzak, de onderzoeksvragen en de kennismuur. Zo groeide het lessenpakket niet alleen vanuit onze eigen ideeën, maar ook vanuit de praktijk. En misschien is dat wel wat we uit onze bachelorproef meenemen: kinderen hoef je niet altijd een groot verhaal te vertellen om hen voor duurzaamheid te interesseren. Soms moet je ze gewoon iets geven om zelf te ontdekken.
DE KENNISMUUR KLEIN BEESTJE, GROOT VERHAAL
Wat begon met een wilde bij, groeide uit tot een verhaal over biodiversiteit, mens en natuur.
Leerlingen moeten niet alleen weten wat biodiversiteit is. Ze moeten de kans krijgen om vragen te stellen, zelf op onderzoek te gaan en oplossingen te bedenken.
Een kleine wilde bij. Een grote ontdekking