“Bij de tandarts kan ik niet gaan zitten in de wachtzaal. Ik geraak niet tussen de armen van de stoel.”
Een stoel in een wachtzaal lijkt een detail. Tot je er niet in past. Want wanneer zorgomgevingen niet afgestemd zijn op de diversiteit aan lichamen, blijft het niet bij ongemak. Het wordt een drempel tot zorg.
Gewichtsstigma en negatieve aannames over mensen met een hoger gewicht zijn nog steeds sterk aanwezig, ook binnen de gezondheidszorg. Nochtans toont onderzoek aan dat gewichtsstigma zélf schadelijke gevolgen heeft voor de gezondheid, los van gewicht of BMI.
Tijdens mijn opleiding merkte ik hoe lichaamsgewicht onbewust verwachtingen kan kleuren over wat iemand wel of niet kan. Die ervaring vormde mee de aanleiding voor mijn onderzoek naar gewichtsstigma en inclusieve zorg. Want gewichtsstigma is niet alleen een gezondheidsvraagstuk, maar ook een kwestie van participatie en sociale rechtvaardigheid.
Uit het verkennend onderzoek in Vlaamse zorgsettings blijkt dat zorgomgevingen vaak onvoldoende afgestemd zijn op de lichamen die ze bedienen. Het onderzoek combineerde een literatuurstudie met vragenlijsten bij 59 zorgvragers en 165 zorgverleners, aangevuld met diepte-interviews, een werkbezoek, een podcast en deelname aan een wetenschappelijk symposium rond obesitaszorg. De resultaten tonen een genuanceerd beeld.
87% van de zorgvragers geeft aan doorgaans respectvol behandeld te worden. Maar tegelijk ervaart 78% dat zorgverleners conclusies trekken over hun gezondheid op basis van hun gewicht. Dat cijfer ligt opvallend hoog, zeker omdat de algemene ervaring positief lijkt.

Daarnaast vermijdt 64% soms zorg uit angst voor negatieve opmerkingen of oordelen. Meer dan de helft ervaart dat de zorgomgeving of het materiaal onvoldoende aangepast is: te smalle stoelen, bloeddrukmanchetten die niet passen, onderzoekstafels met een beperkte draagkracht.
Wanneer een stoel te smal is of een onderzoek niet kan doorgaan door onaangepast materiaal, gaat het niet alleen over comfort. Het gaat over toegang tot zorg.

Opvallend: zeven op de tien zorgverleners geeft aan nood te hebben aan meer handvaten om mensen met een hoger gewicht op een consequente en respectvolle manier te begeleiden.
Lichaamsgewicht wordt bovendien nog te weinig meegenomen in bredere thema’s zoals inclusie en diversiteit. Dat toont dat gewichtsinclusieve zorg niet alleen vraagt om aangepast materiaal, maar ook om een andere manier van kijken naar gezondheid en participatie.
Hier kan de ergotherapeut een belangrijke rol opnemen. Als expert in participatie en omgevingsaanpassingen zoekt de ergotherapeut samen met zowel de zorgvrager als de zorgverlener naar de perfecte afstemming tussen de persoon, de activiteiten en de omgeving. Hoe beter die drie elementen samenvallen, hoe groter de handelingsvaardigheid en tevredenheid van de betrokken persoon.
Concreet werkt de ergotherapeut, samen met zorgvragers en collega’s, aan toegankelijke infrastructuur, respectvolle communicatie, gezamenlijke besluitvorming en sensibilisering. Zo groeit zorg waarin iedereen zich welkom en erkend voelt.
Gewichtsstigma wordt vaak gezien als een individueel probleem, terwijl het in werkelijkheid ook een structureel vraagstuk is. Inclusieve zorg betekent erkennen dat lichamen verschillen en dat zorgsystemen zich daaraan moeten aanpassen.
Wanneer een stoel te smal is, een bloeddrukmanchet niet past of iemand een afspraak uitstelt uit angst voor commentaar, gaat het niet over gewicht. Het gaat over toegang tot zorg.
De vraag is niet of lichamen in onze zorg passen, maar of onze zorg past bij de mensen voor wie ze bedoeld is.
Literatuurlijst