Tussen 2019 en 2025 investeerde de Vlaamse overheid via het Gamefonds van het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF) ruim 16 miljoen euro in 169 gameprojecten. Die investering lijkt rendabel over het hele plaatje, al is de return moeilijk te berekenen en blijft individueel succes grillig. Slechts één op de drie gesubsidieerde games haalde uiteindelijk de eindmeet.
Neem Blazing Sails. Het spel kreeg 250.850 euro subsidie en groeide uit tot 3 miljoen euro omzet, ruim 12 keer de inzet. Ordinary Heroes kreeg 95.000 euro en haalde 404 euro op. Een hit kan uit een dode hoek komen: een kleine studio, een shout-out van de juiste influencer, het juiste moment. Niemand kent de formule. Blijft de vraag: is er een return op de overheidssteun in de Vlaamse game-industrie?

32,5 procent van de projecten haalde een release, 55 van de 169. Nog eens 44 zitten in ontwikkeling, 70 raakten niet voltooid. Van het totale budget vloeide ruim 7 miljoen euro naar voltooide projecten, 5,1 miljoen naar niet-voltooide en 4,1 miljoen naar projecten die nog lopen. De niet-voltooide groep kreeg dus meer geld dan de projecten die nog in ontwikkeling zijn. Niet elk project haalt de finish, ook niet na forse investeringen.
Tot 2020 haalde meer dan de helft van de gesteunde projecten een release. Vanaf 2021 daalt dat aandeel scherp. De verklaring van het VAF: een bewuste shift naar prototypesteun. Studio's krijgen de kans om een concept te testen voor relatief weinig geld. Wie vroeg merkt dat een idee niet werkt, stopt vroeg. Minder financiële schade, meer experimenten.
Niet elke categorie levert even vaak een release op. Serious games, toegepaste games voor onderwijs, zorg of training, halen bijna dubbel zo vaak de markt als artistieke games: 47,6 procent tegenover 22,7. Entertainmentgames, veruit de grootste groep, zitten op 30,8 procent. Een hogere release-rate zegt wel niets over commercieel rendement, dat voor toegepaste games nauwelijks meetbaar is.
Maar een release is nog geen rendement. De vraag is wat al dat geld oplevert.
Iedereen geeft een ander cijfer, maar niemand wil zijn rekenblad delen. Het VAF rapporteert een ROI van meer dan 100 procent. "We bestaan nu 14 jaar, we hebben 22 miljoen euro toegekend en daarmee is 54 miljoen euro omzet gegenereerd", zegt Youri Loedts, hoofd van het Gamefonds. Het kabinet van Vlaams minister van Media Cieltje Van Achter houdt het op een return van 72 miljoen euro. Waar die cijfers vandaan komen, blijft onduidelijk.
Wat de open data tonen, valt tegen. Van de 55 voltooide projecten hebben er slechts 18 publieke verkoopdata op Steam, VR- en consolegames niet meegerekend, die lopen via andere kanalen. Van die 18 verdient de helft minder dan de helft van de subsidie terug. Vier op de tien games verdienden het dubbele van hun subsidie terug, vier het tienvoudige, één het dertigvoudige. De mediaan-ROI bedraagt 0,37. De top drie is goed voor 86 procent van het totale rendement. De grootste hits komen vaak uit de kleinste dossiers.
Voor die 18 games werkt de portfoliostrategie van het VAF: enkele uitschieters compenseren de verliezen. "We hebben een succesfactor van één op zes", zegt Loedts. "Die successen maken de rest goed." Of die logica ook opgaat voor de 37 voltooide games zonder publieke data, is niet meetbaar. Het probleem zit niet alleen in wie wat terugverdient, maar in hoe de sector in elkaar zit.
Voor veel starters is het VAF de enige toegang tot kapitaal. Maar het fonds was nooit bedoeld als businessmodel, zegt Natascha Rommens van gamesfederatie FLEGA. "Het is riskant voor studio's om enkel naar het VAF te kijken als financieringsbron." Zodra de publieke steun wegvalt, gaat een studio zonder alternatieve inkomsten snel onderuit. Tegelijk drogen de private middelen op. Publishers werden na de pandemie kieskeuriger en gaan alleen nog in zee met studio's die zich bewezen hebben.
Daar komt een budgetkloof bij. Het Gamefonds beschikt over 2,6 miljoen euro per jaar. Binnen het VAF zelf krijgt het Filmfonds bijna 21 miljoen euro, acht keer meer. En internationaal valt de vergelijking helemaal weg: Duitsland investeert met 125 miljoen bijna vijftig keer zoveel.
En er is een fiscale handicap. Larian, de studio achter Baldur's Gate 3 en het grootste succes van de Belgische sector, valt onder een holding in Ierland die de enige aandeelhouder is van de Gentse studio. De groepswinst wordt in Ierland geboekt, terwijl in de Gentse vennootschap in verhouding weinig overblijft. Wat in Vlaanderen werd opgebouwd, rendeert dus deels elders. Hetzelfde gebeurt met talent: veel afgestudeerden vinden hier geen werk en trekken weg. Vlaanderen leidt op wat elders rendeert.
Het beleid verdedigt zijn koers. "Winst is geen vies woord", zegt Bart De Vos, gameadviseur op het kabinet van Vlaams minister van Media Cieltje Van Achter. "De doelstelling mag niet zijn: een mooie game maken. Ze moet zijn: een succesvolle game die zoveel mogelijk publiek bereikt." Voor de komende legislatuur blijft het budget nagenoeg gelijk.
Buitenlandse expert Peter Zetterberg, directeur van Xbox Game Camp, ziet vooral onbenut potentieel. "Jullie zouden succesvoller moeten zijn dan jullie nu zijn." Hij wijst op fragmentatie, te veel wij-zij-mentaliteit tussen scholen, organisaties en ontwikkelaars. Toch noemt hij Vlaanderen vruchtbare grond, met stabiele structuren, toegankelijk hoger onderwijs en sociale vangnetten die studio's ruimte geven om te experimenteren.
Ook bij het grootste succes van de sector klinkt dezelfde les. "Succes vereist veel vallen en opstaan", zegt David Walgrave, producer bij Larian. Hij zag de studio groeien van financiële problemen tot wereldspeler. "We zijn telkens gegroeid met net genoeg om een iets beter spel te maken dan het vorige. Er zat veel geluk bij, maar ook veel goede keuzes."
Is er een return on investment op de overheidssteun in de Vlaamse game-industrie? Geen idee. Hoeveel tijd, moeite en geld er ook in een project gaat, succes is nooit gegarandeerd. Toch is niet elk project dat de eindmeet niet haalt een mislukking. Het was leergeld voor de studio, die de ervaring meeneemt naar het volgende project.
Het rendement van die subsidies is breder dan het financiële.
Studio’s:
Experten: