“Maar meneer, wat is ethiek nu eigenlijk?” De vrijpostige leerling vraagt het langs zijn neus weg, na een maand les over ethiek. Zijn klasgenoten vallen hem bij, ook zij worstelen met deze vraag. Ik herhaal nogmaals onze werkdefinitie: “Ethiek zoekt een antwoord op de vraag: Wat moet ik doen om goed te doen?” Maar dat helpt natuurlijk niemand echt vooruit.
Gebrek aan meta-ethiek
De vraag wat ethiek is, is niet eenvoudig te beantwoorden. Het is een meta-ethische vraag en de meta-ethiek staat bekend als één van de moeilijkste onderdelen van de ethiek. Meestal wordt ethiek op school uitgelegd aan de hand van voorbeeldsituaties zoals ethische dilemma’s die in het beste geval aansluiten bij de leefwereld van de leerlingen. Deze dilemma’s aansnijden in een klascontext zonder voldoende stil te staan bij wat ethiek eigenlijk is, houdt altijd het risico in de ethiek te verengen tot het volgen van stappenplannen of procedures.
Mijn masterproef onderzoekt hoe ethiek benaderd wordt in de drie Vlaamse schoolboeken filosofie voor de derde graad. Dit onderzoek toont een grote verscheidenheid in aanpak, maar laat ook een aantal terugkerende patronen zien. Wat meta-ethiek is, wordt bijvoorbeeld niet uiteengezet in deze schoolboeken, waardoor ethiek en meta-ethiek niet onderscheiden (kunnen) worden. Ook de meta-ethische positie van de inhoud wordt niet verduidelijkt: morele oordelen komen aan bod zonder dat de schoolboeken uitleggen of ze als een overtuiging, een emotie of een feitelijke uitspraak gebruikt worden. Hierdoor worden leerlingen ondergedompeld in uiteenlopende impliciete opvattingen over ethiek en het goede zonder dat deze opvattingen geëxpliciteerd worden. Bijvoorbeeld de overtuiging dat het goede vooral tot stand komt in ons dagelijks handelen en dat zorg en de kleine goedheid centraal (moeten) staan. Of de visie dat ethiek vooral actuele en maatschappelijke moet behandelen. Hierbij worden deze opvattingen niet als opvattingen benoemd dus kunnen door de leerlingen niet in vraag gesteld worden.
Ethiek is geen wiskunde
Nochtans voelen leerlingen intuïtief aan dat uitleg krijgen over wat het goede is en hoe we kunnen omgaan met ethische dilemma’s iets helemaal anders is dan wiskundeles krijgen over de stelling van Pythagoras. De inhoud is van een andere orde en de rol van de leerkracht verandert fundamenteel. Je kan niet poneren dat een bepaalde opvatting over het goede waar is en een andere niet, zoals je wel kan bewijzen dat een wiskundige uitspraak waar is. Dat is het verschil tussen descriptief (beschrijvend) en normatief (voorschrijvend) spreken. Normatief spreken alsof het descriptief is, kan leiden tot indoctrinatie. Normatief spreken heeft nood aan een explicitering van het kader van waaruit dit normatief spreken vertrekt. Tegelijk wil ethiek zelf ook altijd normatief zijn: ze wil voorschrijven hoe iets moet zijn. Dit maakt lesgeven over ethiek sowieso anders dan lesgeven over een ander onderwerp. Daarom verdient ethiek een bijzondere benadering binnen het onderwijs in het algemeen en het filosofieonderwijs in het bijzonder.
Ruimte scheppen om te denken
Dit filosofieonderwijs denkt al lang na over de pedagogische taak van de filosofieleraar. De leraar moet de ruimte scheppen waarbinnen nagedacht kan worden en moet vermijden directief te sturen wat moet worden gedacht. Tegelijk mag de leerling ook niet aan zijn lot worden overgelaten. Het is een klassieke pedagogische paradox: hoe kun je vormen zonder te indoctrineren? Onderwijs is nooit neutraal, zelfs niet tijdens wiskunde. Dat maakt het scheppen van de ruimte om zelf te denken zo belangrijk. En omdat de leerkracht vanuit zijn rol als leraar in zekere mate altijd normatief spreekt (wat de leraar zegt is waar), heeft ethiekonderwijs extra nood aan het expliciteren van zijn uitgangspunten. Dat betekent dat niet alleen gekaderd moet worden wat ethiek is, maar ook vanuit welke overtuiging over ethiek en het goede dit ethiekonderwijs wordt gegeven.
Methodologie
Vanuit dit spanningsveld zocht ik een antwoord op de vraag hoe ethiek benaderd wordt in de Vlaamse schoolboeken filosofie voor de derde graad. Hiervoor ontwikkelde ik een eigen methodologie. De inhoudelijke analyse baseerde zich op de meta-ethiek en bracht daardoor inzicht in de impliciete meta-ethische uitgangspunten.
De vaardigheden werden geanalyseerd vanuit het onderscheid tussen filosofisch-ethische vorming en morele vorming. Dit is het onderscheid tussen leren over ethiek en leren een goed mens te worden.
Met deze tweeledige methodologie analyseerde ik de Vlaamse minimumdoelen over ethiek en vervolgens de drie bestaande schoolboeken: Filosofie, Agora en Antropia.
Ethiek in de Vlaamse schoolboeken filosofie
De inhoudelijke analyse toonde aan dat deze schoolboeken te weinig zuiver descriptief en te vaak impliciet normatief zijn. Deze impliciete visies op ethiek leidde ik zowel af uit de selectie en ordening van de ethische theorieën alsook uit de concrete uitwerking van voorbeelden en opdrachten. Deze visies worden niet expliciet gemaakt, dus er zijn geen mogelijkheden om deze filosofisch ter discussie te stellen.
Vanuit de analyse van de vaardigheden concludeerde ik dat de drie schoolboeken in meer of mindere mate inzetten op dialogisch spreken. Dit sluit aan bij de doelstelling van het filosofieonderwijs: ruimte scheppen voor zelfstandig denken. Tegelijk worden de gekozen werkvormen niet altijd voldoende didactisch ondersteund. Vooral over het filosofisch reflecteren blijft te vaak onduidelijk wat het betekent en hoe deze vaardigheid systematisch kan worden opgebouwd.
Meer nood aan explicitering
De Vlaamse minimumdoelen leggen de nadruk op filosofisch-ethische vorming met focus op reflecterend denken. Maar dat accent wordt in de drie schoolboeken niet zuiver nagestreefd. Het reflecterend denken wordt te veel vermengd met morele vorming: leerlingen worden via opdrachten aangezet tot moreel oordelen en soms zelfs tot moreel handelen. Deze opdrachten worden in de handleidingen niet expliciet geduid als morele vorming. Hierdoor ontstaat onduidelijkheid over het doel en de aanpak van deze opdrachten en vervaagt de grens tussen filosofisch-ethische vorming en morele vorming.
Ethiekonderwijs in de Vlaamse schoolboeken filosofie heeft nood aan meer toelichting bij zowel het statuut van de gebruikte morele uitspraken, de vooronderstelde meta-ethische uitgangspunten alsook de doelstellingen van de werkvormen. Een betere explicitering kan bijdragen tot beter filosofieonderwijs waarin leerlingen meer ruimte krijgen om zelf te reflecteren over wat het betekent om over morele oordelen na te denken.
Antropia 5: Filosofische werkvormen. gedownload op 9 april 2026, https://apps.plantyn.com/se/content/theme/c2e7ce3f-c223-4728-8668-7570e3e199dd/teacherguide.
Antropia 5: Handleiding. gedownload op 9 april 2026. https://apps.plantyn.com/se/content/theme/c2e7ce3f-c223-4728-8668-7570e3e199dd/teacherguide.
Boelaert, Luk, Erwin Roosen, Ester Vandamme en Fran Van de Vijver. Filosofie: Handleiding5-6. Kalmthout: Pelckmans, 2023.
–––. Filosofie: Schoolboek 5-6. Kalmthout: Pelckmans, 2023.
Bosmans, Elke, Peter De Cleen, Monique Fischer en Kaat Vekemans. Antropia 5: Filosofie. Berchem: Plantyn, 2023.
–––, Antropia 6: Filosofie Berchem: Plantyn, 2024.
Bregman, Rutger. De meeste mensen deugen: Een nieuwe geschiedenis van de mens. Amsterdam: de Correspondent, 2019.
Craeynest, Pol. Psychologie van de levensloop: Inleiding in de ontwikkelingspsychologie. Leuven: Acco, 2018.
De Mesel, Benjamin. “De semantische uniformiteit van het morele: Over een vooronderstelling in de hedendaagse meta-ethiek”. Tijdschrift voor filosofie 78, nr. 1 (2016): 121-153, doi: 10.2143/TVF.78.1.3157077.
Evers, Daan. “Moreel relativisme”. In Basisboek ethiek, onder red. van Martin Van Hees, Thomas Nys en Ingrid Robeyns, 297-314. Amsterdam: Boom, 2025.
Fisher, Andrew. Metaethics: An Introduction. Teddington: Acumen, 2011.
Griet Galle, “Sporen van en naar filosofie en filosoferen in het Vlaamse secundar onderwijs”. Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Wijsbegeerte 110 (2018), 113-137.
–––. “Geschiedenis en actualiteit ven het vak filosofie in Vlaanderen”, In Filosofie op school: Handboek vakdidactiek filosofie, onder red. van Desiree Berendsen, Natascha Kienstra, Kirsten Poortier en Floor Rombout, 53-81. Amsterdam: Boom, 2021.
Harth, Philip. “The Satiric Purpose of The Fable of the Bees”. Eighteenth-Century Studies 2 (1969), 321-340, doi: 10.2307/2737634.
Kalf, Wouter Floris. Meta-ethiek: Methode, theorieën, ontwikkelingen. Amsterdam: Amsterdam University Press, 2023.
Kienstra, Natascha. “Effectief filosoferen in de klas”. In Filosofie op school: Handboek vakdidactiek filosofie, onder red. van Desiree Berendsen, Natascha Kienstra, Kirsten Poortier en Floor Rombout, 135-161. Amsterdam: Boom, 2021.
–––. “Morele vorming en filosofie opnieuw met elkaar verbinden”. Tydskrif vir Geesteswetenskappe 61, nr. 2 (2021): 1311-1326. doi: 10.17159/2224-7912/2021/v61n4-2a5.
–––. Zorg dragen voor ethische vorming. Rede uitgesproken bij de openbare aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar Ethische vorming, vanwege het Vrouwen van Bethanië Fonds, aan Tilburg University op 2 juni 2023. Gedownload op 17 februari 2026. https://research.tilburguniversity.edu/en/publications/1ad2267e-5959-4d48-ab24-418c8aef76fc.
Le Coultre, Eva-Anne. “De pedagogische taak van de filosofiedocent: Ruimte scheppen om te denken”. In Filosofie op school: Handboek vakdidactiek filosofie, onder red. van Desiree Berendsen, Natascha Kienstra, Kirsten Poortier en Floor Rombout, 109-127. Amsterdam: Boom, 2021.
–––. Ruimte om te denken: Wat we kunnen leren van ervaren filosofiedocenten. Groningen: University of Groningen, 2023. doi: 10.33612/diss.689959497.
Nicholls, Jason. “Methods in School Textbook Research”. International Journal of Historical Learning, Teaching and Research 3, no. 2 (2003): 1-17.
“Onderwijsdoelen: secundair onderwijs - 3de graad - na modernisering - filosofie”, Vlaamse overheid (website), geraadpleegd op 18 februari 2026, https://onderwijsdoelen.be/.
Oosthoek, Dirk. “Een halve eeuw filosofie in het voortgezet onderwijs in Nederland”. In Filosofie op school: Handboek vakdidactiek filosofie, onder red. van Desiree Berendsen, Natascha Kienstra, Kirsten Poortier en Floor Rombout, 27-52. Amsterdam: Boom, 2021.
Pingel, Falk. UNESCO Guidebook on Textbook Research and Textbook Revision: 2nd revised and updates edition. Paris: UNESCO, 2010. https://unesdoc.unesco.org/ark:/48223/pf0000117188.locale=en.
Roelands, Koenraad. Filowijzer: Inspiratiegids filosoferen in de klas. Kalmthout: Pelckmans, 2022.
Roeser, Sabine. “Moreel non-naturalisme”. In Basisboek ethiek, onder red. van Martin Van Hees, Thomas Nys en Ingrid Robeyns, 332-347. Amsterdam: Boom, 2025.
Sandel, Michael J. Rechtvaardigheid: Wat is de juiste keuze? Kampen: Ten Have, 2010.
Savater, Fernando. Het goede leven: Ethiek voor mensen van morgen. Utrecht: Erven J. Bijleveld, 1996.
Schaubroeck, Katrien. “Moreel naturalisme”. In Basisboek ethiek, onder red. van Martin Van Hees, Thomas Nys en Ingrid Robeyns, 348-363. Amsterdam: Boom, 2025.
Streumer, Bart. “De vergissingstheorie”. In Basisboek ethiek, onder red. van Martin Van Hees, Thomas Nys en Ingrid Robeyns, 283-296. Amsterdam: Boom, 2025.
Van Hees, Martin, Thomas Nys en Ingrid Robeyns. "Inleiding”. In Basisboek ethiek, onder red. van Martin Van Hees, Thomas Nys en Ingrid Robeyns, 7-10. Amsterdam: Boom, 2025.
van Roojen, Mark Steven. Metaethics: A Contemporary Introduction. London: Routledge, 2015.
Verbeek, Bruno. “Non-cognitivisme”. In Basisboek ethiek, onder red. van Martin Van Hees, Thomas Nys en Ingrid Robeyns, 315-331. Amsterdam: Boom, 2025.
Vercauteren, Nick. Agora: Uitgebreide filosofie. Jaar 5. Wommelgem: Van In, 2023.
–––. Agora: Uitgebreide filosofie. Jaar 5: Handleiding. gedownload op 7 april 2026. https://platform.ididdit.be/content-assets/1teL8CB5KYFBpqijuJFhem.pdf.
–––. Agora: Uitgebreide filosofie. Jaar 6. Wommelgem: Van In, 2024.
–––. Agora: Uitgebreide filosofie. Jaar 6: Handleiding. gedownload op 7 april 2026. https://platform.ididdit.be/content-assets/5uiE6HhgqlFApqzW4UoCiG.pdf.