Generatieve AI, zoals ChatGPT en andere grote taalmodellen, kan in enkele seconden code genereren, analyseren en verbeteren. De technologie heeft de wereld van softwareontwikkeling in korte tijd ingrijpend veranderd en is inmiddels ook ingeburgerd in het programmeeronderwijs. Nieuw onderzoek brengt de belangrijkste kansen en uitdagingen in kaart en gaat na hoe Vlaamse programmeerlesgevers ermee omgaan.

Hoewel generatieve AI nog een relatief nieuwe technologie is, zijn de effecten ervan op het programmeeronderwijs al uitvoerig onderzocht. Uit de wetenschappelijke literatuur komen uiteenlopende didactische kansen naar voren. Lerenden kunnen generatieve AI inzetten als persoonlijke leerassistent om uitleg te krijgen, foutmeldingen te begrijpen, verschillende oplossingsstrategieën te verkennen en hun code te verbeteren. Ook voor lesgevers biedt de technologie mogelijkheden, bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van les- en toetsmateriaal en bij feedback en evaluatie.
Tegelijk maakt generatieve AI een andere manier van lesgeven mogelijk. De nadruk verschuift gedeeltelijk van het louter schrijven van code naar het begrijpen, beoordelen en verbeteren ervan. Daardoor kunnen lerenden meer aandacht besteden aan complexere en realistischere programmeerproblemen. Daarnaast biedt generatieve AI mogelijkheden voor differentiatie en het versterken van de intrinsieke motivatie. Gerichte training in het formuleren van prompts kan lerenden bovendien helpen om generatieve AI doelgerichter in te zetten.
Generatieve AI brengt ook belangrijke uitdagingen met zich mee. Een eerste aandachtspunt is academische integriteit: lerenden kunnen gegenereerde code overnemen zonder die zelf te begrijpen, waardoor vaardigheden zoals zelfstandig redeneren en foutopsporing minder worden geoefend. Voor lesgevers maakt dit de evaluatie moeilijker, omdat het niet altijd duidelijk is in welke mate een ingediende oplossing het eigen werk van een lerende weerspiegelt. AI-detectietools bieden daarbij geen sluitende oplossing.
Om fraude te voorkomen, wijst de onderzoeksliteratuur op het belang van bewustmaking, duidelijke regels en het transparant documenteren van AI-gebruik. Bovendien kan de klemtoon verschuiven van het louter produceren van code naar inzicht, werkwijze en een kritische omgang met gegenereerde output. Dat kan bijvoorbeeld door vaker gebruik te maken van meer gecontroleerde evaluatievormen, zoals schriftelijke of mondelinge examens en opdrachten binnen de lescontext.
Een tweede uitdaging is de kwaliteit en betrouwbaarheid van gegenereerde code. AI kan oplossingen voorstellen die te complex zijn voor het niveau van de lerende, niet aansluiten bij de leerdoelen of fouten en beveiligingsproblemen bevatten. Kritische beoordeling en menselijke controle blijven daarom noodzakelijk.
Ten slotte kan een te grote afhankelijkheid van generatieve AI het leerproces ondermijnen. Wanneer lerenden denk- en redeneerwerk aan AI uitbesteden, bestaat het risico dat zij minder diepgaande kennis en probleemoplossingsvaardigheden ontwikkelen dan wanneer zij zelfstandig werken. Een evenwichtige inzet van generatieve AI is daarom essentieel: de technologie moet het leerproces ondersteunen, niet de cognitieve activiteiten vervangen die nodig zijn om programmeervaardigheden en conceptueel begrip op te bouwen.
Een vragenlijst bij 37 programmeerlesgevers in Vlaanderen bevestigt dat generatieve AI inmiddels een vaste plaats heeft verworven in het programmeeronderwijs. Zeven op de tien lesgevers gebruiken de technologie zelf minstens occasioneel, bijvoorbeeld bij het ontwikkelen van toets- en opdrachtmateriaal, het genereren van voorbeeldcode en de voorbereiding van lessen. Ook onder lerenden is het gebruik sterk ingeburgerd, vooral buiten de les.
Over hoe generatieve AI in de programmeerles moet worden ingezet, lopen de meningen echter uiteen. Sommige lesgevers benadrukken het belang van een stevige programmeerbasis en kiezen voor een eerder restrictieve aanpak. Anderen beschouwen AI als een vanzelfsprekend onderdeel van hedendaags programmeren en integreren de technologie bewust in hun onderwijs. Buiten de les is het gebruik moeilijker te controleren, waardoor sommige lesgevers opdrachten aanpassen of beperken.
De literatuurstudie wees al op een mogelijke verschuiving van het louter schrijven van code naar het begrijpen, beoordelen en verbeteren ervan. De vragenlijst bij Vlaamse programmeerlesgevers bevestigt dit: lesgevers zijn het er grotendeels over eens dat deze vaardigheden belangrijker worden, en dat vertaalt zich ook naar nieuwe didactische aanpakken. Lerenden kunnen AI bijvoorbeeld gebruiken om code te genereren, maar worden vervolgens gevraagd die code uit te leggen, te analyseren of te verbeteren. Generatieve AI maakt het bovendien mogelijk om grotere en complexere projecten uit te werken, met meer aandacht voor probleemoplossing en het kritisch beoordelen van oplossingen.
Die veranderende focus heeft ook gevolgen voor programmeeropdrachten en evaluatie. Bijna de helft van de bevraagde lesgevers past programmeeropdrachten aan met het oog op generatieve AI. Waar vroeger vooral het functioneren van code centraal stond, ligt de nadruk nu vaker op analyse, begrip, optimalisatie en reflectie. Sommige lesgevers voegen expliciete leerdoelen rond AI-gebruik toe of vragen lerenden om hun werkproces te documenteren.
Ook de evaluatiepraktijk evolueert. Een kleine meerderheid van de lesgevers vraagt lerenden om hun code mondeling of stapsgewijs toe te lichten, terwijl ongeveer een derde de beoordeling aanpast met strengere criteria of bijkomende controles. Zo proberen lesgevers na te gaan of lerenden hun oplossingen daadwerkelijk begrijpen.
Generatieve AI verandert volgens verschillende lesgevers ook hun eigen rol, van kennisoverdrager naar begeleider. Waar de lesgever vroeger vooral kennis en programmeertechnieken overdroeg, verschuift de nadruk meer naar het begeleiden van het leer- en denkproces. Computationeel denken, kritisch omgaan met gegenereerde code, foutopsporing en het opvolgen van AI-gebruik komen daarbij sterker op de voorgrond.
Deze verschuiving stelt ook nieuwe eisen aan lesgevers zelf. Een derde van de respondenten geeft aan behoefte te hebben aan bijkomende training, en een kwart aan didactische richtlijnen om generatieve AI doordacht in hun onderwijspraktijk te integreren.