Een plaatsing in een leefgroep kan voor een kind verwarrend en ingrijpend zijn. Een voorleesboek kan helpen om die ervaring begrijpelijk te maken, emoties bespreekbaar te maken en opnieuw ruimte te creëren voor veiligheid en veerkracht.
“Waarom ben ik hier?” “Ik heb toch niets gedaan?” “Wanneer mag ik naar huis?”
Tijdens mijn eerste weken praktijkervaring in een leefgroep hoorde ik deze vragen regelmatig. Kinderen probeerden te begrijpen waarom ze niet meer thuis woonden. Vaak gingen hun vragen gepaard met intense emoties. Tegelijk merkte ik dat veel kinderen moeite hadden om die gevoelens zelfstandig te reguleren.
Dat bracht mij bij een belangrijke vraag: hoe kunnen we kinderen ondersteunen in het begrijpen en verwerken van hun plaatsing?
Een plaatsing is meer dan verhuizen
Om te begrijpen wat een plaatsing met een kind kan doen, is het belangrijk om te kijken naar ontwikkelingstrauma. Blaustein en Kinniburgh gebruiken die term voor langdurige en herhaalde stressvolle ervaringen binnen belangrijke relaties. Denk bijvoorbeeld aan verwaarlozing, psychologische mishandeling, een scheiding van hechtingsfiguren of problemen binnen het gezin.
Kinderen die hiermee te maken krijgen, ervaren vaak verschillende stressbronnen tegelijk. Dat kan een grote invloed hebben op hun ontwikkeling en emotioneel functioneren.
Ook een plaatsing in een leefgroep kan vanuit deze visie een potentieel traumatische ervaring zijn. Een kind wordt immers gescheiden van zijn vertrouwde omgeving en van belangrijke hechtingsfiguren.
Dat kan zichtbaar worden in de manier waarop kinderen over hun situatie praten.
“Wat is er eigenlijk mis met hun, want hun hebben mij gewoon afgenomen, terwijl ik niks had gedaan, want men opa en omi zorgde goed voor mij en toen hebben ze mij naar het kinderhuis gebracht.” – 7 jaar
Een kind dat herhaaldelijk zegt naar huis te willen, ervan overtuigd is dat het thuis goed gaat of plannen maakt om terug te keren zonder dat dit realistisch is, lijkt vaak nog weinig inzicht te hebben in de redenen van de plaatsing.
Maar dat hoeft niet voor elk kind zo te zijn.
“Ja, mijn mama kan niet zo goed voor mij zorgen, dus ja… Ik zou ook liever hier zijn. Ik heb nu ook het gevoel van ik wil liever niet terug naar mama.” – 11 jaar
Dit kind lijkt haar situatie al anders te begrijpen. Ze ervaart de leefgroep zelfs als een veiligere plek dan thuis.
Wanneer emoties het overnemen
Trauma en emotieregulatie zijn sterk met elkaar verbonden. Emotieregulatie – het herkennen, begrijpen en bijsturen van emoties – is geen vaardigheid die kinderen zomaar bij hun geboorte meekrijgen. Ze leren dit geleidelijk, eerst met de hulp van belangrijke opvoeders en later steeds meer zelfstandig.
Bij langdurige stress of traumatische ervaringen kan die ontwikkeling onder druk komen te staan. De amygdala, het alarmsysteem van de hersenen, wordt gevoeliger voor signalen van gevaar. Stressreacties zoals vechten, vluchten of verstijven kunnen daardoor sneller worden geactiveerd.
Voor een kind kan dat betekenen dat het sneller boos, verdrietig, angstig of prikkelbaar wordt. Ook slaapproblemen, concentratiemoeilijkheden en problemen op school kunnen voorkomen.
Dit wordt zichtbaar in het zogenaamde tolerantievenster. Wanneer een kind zich binnen dit venster bevindt, is er ruimte om te leren, relaties aan te gaan en emoties te reguleren. Bij kinderen met trauma kan dat venster kleiner zijn. Ze kunnen dan sneller overschakelen naar een toestand van hyperarousal: onrust, angst, boosheid of impulsief gedrag. Of naar hypoarousal: zich afsluiten, zich terugtrekken of emoties afgevlakt ervaren.
In beide toestanden wordt rationeel nadenken moeilijker. Ook vaardigheden die een kind eerder heeft aangeleerd om emoties te reguleren, zijn dan minder toegankelijk.
Eerst veiligheid, dan verwerking
Een traumasensitieve aanpak kan kinderen helpen om opnieuw meer grip te krijgen. Daarbij staat veerkracht centraal.
Een eerste stap is kinderen helpen om overweldigende emoties te begrijpen en te reguleren. Ze hebben ondersteuning nodig om emoties te herkennen, te benoemen en op een veilige manier te uiten.
Ook veiligheid is essentieel. Voorspelbare routines, duidelijke rituelen en consistente begeleiding kunnen kinderen helpen om opnieuw stabiliteit en controle te ervaren.
Daarnaast is het belangrijk om probleemgedrag anders te bekijken. Vanuit een traumagerichte benadering wordt gedrag niet zomaar gezien als onwil. Het kan een signaal zijn van onderliggende emoties of onverwerkte ervaringen. Wanneer kinderen leren om die gevoelens op een passende manier uit te drukken, kan probleemgedrag afnemen.
Ten slotte is er aandacht nodig voor identiteit. Kinderen hebben nood aan een samenhangend levensverhaal waarin moeilijke gebeurtenissen een plaats krijgen, maar waarin ook hun krachten en mogelijkheden zichtbaar blijven.
Een egel met stekels
Vanuit deze inzichten ontwikkelde ik ‘Waar mijn stekels mogen rusten’, een voorleesboek over een egel die geplaatst wordt in een leefgroep.De egel maakt een ervaring mee die kinderen kunnen herkennen. Door het verhaal aan te bieden in een veilige en voorspelbare context, ontstaat ruimte om gevoelens te herkennen en te benoemen. Het boek kan bovendien een aanleiding vormen voor een gesprek tussen kind en begeleider.
Zo wordt voorlezen meer dan alleen een verhaal vertellen. Het kan een moment worden waarin kind en begeleider samen stilstaan bij wat er gebeurt, wat het kind voelt en hoe het daarmee kan omgaan. Dat biedt kansen om vertrouwen en verbinding te laten groeien.

Het verhaal helpt kinderen daarnaast om verbanden te leggen tussen gebeurtenissen, gedachten, gevoelens en gedrag. Daardoor kan een plaatsing geleidelijk meer begrijpelijk worden.
En misschien is dat wel de belangrijkste stap: van “Waarom ben ik hier?” naar een verhaal waarin een kind begrijpt wat het heeft meegemaakt en ook ziet welke krachten het bezit.
‘Waar mijn stekels mogen rusten’ wil kinderen helpen om van verwarring naar veerkracht te groeien. Niet door hun moeilijke ervaringen weg te nemen, maar door ze een plek te geven in hun levensverhaal.
Alisic, E. (2012). Traumatische ervaringen. In E. Alisic (red.), Kinderen ondersteunen na
trauma (pp. 15-40). Uitgeverij Boom.
Blaustein, M. E., & Kinniburgh, K. M. (2015). Het behandelen van trauma bij kinderen en
jongeren: Hoe veerkracht door hechting, zelfregulatie en competenties versterkt kan
worden. Uitgeverij SWP Amsterdam.
Boonen, C. & Loyens, A. (2024). Algemene voorbereiding stage: Traumasensitief handelen
[Cursus]. UCLL PBA Orthopedagogie.
Braet, C., De Coen, J. & Goossens, L. (2025). Emotieregulatie bij kinderen: ontwikkeling en
definities. In C. Braet, & M. Berking (reds.), Emotieregulatie bij kinderen en
adolescenten in de praktijk: Leidraad voor het begrijpen, versterken en trainen van
emotieregulatie (pp. 3-24). https://doi.org/10.1007/978-90-368-2308-1_1
Cohodes, E. M., & Gee, D. G. (2024). Parental Assistance with Children’s Extrinsic Emotion
Regulation across Development. In I. Roskam, J. J. Gross, & M. Mikolajczak (reds.),
Emotion Regulation and Parenting (pp. 149-165).
https://doi.org/10.1017/9781009304368.012
Coppens, L., & van Kregten, C. (2018). Zorgen voor getraumatiseerde kinderen: een training
voor opvoeders Werkboek voor deelnemers. Bohn Stafleu van Loghum.
Denollet, J., Nyklíček, I., & Vingerhoets, A. J. (2008). Introduction: Emotions, Emotion
Regulation, and Health. In J. Denollet, I. Nyklíček, & A. J. Vingerhoets (reds.), Emotion
Regulation: Conceptual and Clinical Issues (pp. 3-11). https://doi.org/10.1007/978-0-
387-29986-0_1
Grietens, H., & Lindauer, R. (2015). Redactioneel: Hoe kunnen we de jeugdzorg
‘traumasensitiever’ maken? In H. Grietens, R. Lindauer, & M. Geeraets (reds.), Kind en
Trauma (pp. 1-4). https://doi.org/10.1007/s12453-014-0019-2
Guendelman, S., Medeiros, S., & Rampes, H. (2017). Mindfulness and Emotion Regulation:
Insights from Neurobiological, Psychological, and Clinical Studies. In A. Grecucci, R.
Job, & J. J. Frederickson (reds.), Advances in Emotion Regulation: from neuroscience to
psychotherapy (pp. 94-116). Frontiers in Psychology.
https://doi.org/10.3389/fpsyg.2017.00220
Holodynski, M., & Kärtner, J. (2024). Parental Coregulation of Child Emotions. In I. Roskam, J.
J. Gross, & M. Moïra Mikolajczak (reds.), Emotion Regulation and Parenting (pp. 129-
148). https://doi.org/10.1017/9781009304368.011
Macklem, G. L. (2008a). Emotional Dysregulation: Emotion Regulation Gone Wrong. In G. L.
Macklem (red.), Practitioner’s Guide to Emotion Regulation in School-Aged Children
(pp. 13-24). https://doi.org/10.1007/978-0-387-73851-2_2
Macklem, G. L. (2008b). The Importance of Emotion Regulation in Child and Adolescent
Functioning and School Success. In G. L. Macklem (red.), Practitioner's Guide to
Emotion Regulation in School-Aged Children (pp. 1-12). https://doi.org/10.1007/978-
0-387-73851-2_1
Nakamura, S. (2023). Emotion Regulation and Emotion Regulation Strategies. In S. Nakamura
(red.), Emotion Regulation and Strategy Instruction in Learning (pp. 49-88).
https://doi.org/10.1007/978-3-031-42116-7_3
Safe Places Thriving Children (2021, April). Een veilige plek om groot te worden: Plaats geven
aan traumasensitieve zorg voor kinderen. [Website]. Geraadpleegd 18 januari
2026, https://www.sos-childrensvillages.org/getmedia/5455576f-a571-4197-836d-
b61188b5c1e0/TIP-Practice-Guidance-(Dutch).pdf
Thoomes-Vreugdenhil, A. (2023). Gehechtheid. In A. Thoomes-Vreugdenhil, K. Vreugdenhil,
& K. Schaeffer-van Leeuwen (reds.), Behandeling van problematische gehechtheid:
Met aandacht voor het brein (pp. 41-76). https://doi.org/10.1007/978-90-368-1360-
0_2
van der Donk, C., & van Lanen, B. (2021). Een inleiding op praktijkonderzoek. In C. van der
Donk, & B. van Lanen (red.), Praktijkonderzoek in zorg en welzijn (pp. 21-60). Bussum:
Uitgeverij Coutinho bv.
van Deth, R. (2017). Trauma- en stressorgerelateerde stoornissen. In van Deth, R. (red.),
Inleiding in de psychopathologie (p. 113). https://doi.org/ 10.1007/978-90-368-1045-
6_7
Verbeeck, S., de Vries & M., Wally, T. (2023). Emoties: reguleren of waarderen? Kind en
Adolescent Praktijk, vol.22(4), 40-42. https://doi.org/10.1007/s12454-023-1262-6