Waarom neuro-inclusie de toetssteen is voor Scholen voor Iedereen
Een leerling kan elke dag in de klas zitten en toch niet echt deelnemen. Sommige leerlingen lijken het op school goed vol te houden, maar zijn thuis volledig uitgeput. Anderen komen deeltijds omdat een volledige schooldag niet meer haalbaar is. Fysieke aanwezigheid is geen bewijs van inclusie. De echte vraag is: kan een leerling leren, herstellen, zichzelf zijn en zich verbonden voelen?
Van ambitie naar echte inclusie
Net nu Vlaanderen werkt aan Scholen voor Iedereen is die vraag cruciaal. Meer leerlingen moeten kwaliteitsvol onderwijs kunnen volgen in inclusieve leeromgevingen, met ondersteuning dichter bij de klas. Voor mijn bachelorproef Gezinswetenschappen onderzocht ik hoe dat ook voor leerlingen met autisme en andere neurodivergente leerlingen haalbaar kan worden. Het resultaat is een neuro-inclusief schoolkompas: geen nieuwe checklist met aanpassingen voor individuele leerlingen, maar een kader waarmee een school haar eigen praktijk stap voor stap kan onderzoeken en veranderen.
De urgentie is groot. Uit een Pano-bevraging bij 500 Vlaamse scholen blijkt dat de helft de voorbije vijf jaar een stijging ziet van het aantal leerlingen dat uitvalt. In het secundair onderwijs gaat het zelfs om zeven op de tien scholen. Volgens autisme-expert Ilse Noens worden bovendien twee op de drie kinderen met autisme gepest op school.
Van aanpassen naar afstemmen
Mijn onderzoek vertrekt vanuit een praktijkgerichte probleemverkenning in het buitengewoon secundair onderwijs en verbindt die met recente wetenschappelijke inzichten over neurodiversiteit, leerlingenstem, zelfacceptatie, zelfbehartiging en schoolontwikkeling.
Daaruit komt één centrale verschuiving naar voren: niet alleen vragen hoe een leerling beter in de school kan passen, maar vooral ook hoe de school zich beter kan afstemmen op verschillende manieren van leren, communiceren, deelnemen en prikkels verwerken.
Dat ontkent moeilijkheden of ondersteuningsnoden niet. Overprikkeling, angst, stress, vermoeidheid of schooluitval zijn reëel. Alleen worden ze niet automatisch als een individueel tekort gelezen. Ook de context komt in beeld: drukte in de refter, onvoorspelbare overgangen, sociale verwachtingen, groepsdynamiek of het ontbreken van een plek om tot rust te komen,…
Neuro-inclusie is daarom geen extra zorglaag naast inclusief onderwijs, maar een precisietoets voor de kwaliteit ervan. Werkt een school ook voor leerlingen die snel overprikkeld raken, maskeren, sociaal uitgeput raken of dreigen uit te vallen? Dan wordt ze waarschijnlijk sterker voor veel meer leerlingen.
Een kompas in plaats van een checklist
Het neuro-inclusief schoolkompas vertaalt die visie naar vijf stappen: voorbereiden, in kaart brengen, doelen kiezen, acties uitvoeren en evalueren en bijsturen. Het is bewust geen vast programma. Elke school heeft een andere leerlingengroep, infrastructuur, draagkracht en expertise.
Een schoolteam kan beginnen met concrete vragen. Waar lopen neurodivergente leerlingen vast? Welke plekken zijn prikkelrijk of sociaal onveilig? Welke signalen van overbelasting of maskeren zien we? Wat merken ouders thuis dat op school minder zichtbaar blijft? Bij welke volwassenen voelen leerlingen zich veilig?
Daarna kiest de school haalbare acties: voorspelbaardere communicatie, prikkelbewustere pauzes, veilige herstelplekken, een vaste vertrouwenspersoon, peer support of een sterkere stem voor leerlingen en ouders. Scholen hoeven niet alles tegelijk te veranderen. Ze kunnen klein beginnen, ervaringen verzamelen en bijsturen. Zo wordt neuro-inclusie schoolontwikkeling in plaats van een verzameling losse zorgmaatregelen.
Geef leerlingen taal én invloed
Neuro-inclusie gaat niet alleen over wat volwassenen organiseren. Leerlingen moeten ook mogelijkheden krijgen om hun eigen ervaringen, sterktes, noden en grenzen te begrijpen en kenbaar te maken.
Daarom worden drie concrete deelstrategieën uitgewerkt. LEANS kan neurodiversiteit klasbreed bespreekbaar maken en een gedeelde taal helpen ontwikkelen. Een lessenreeks rond leerlingenstem, zelfacceptatie en zelfbehartiging ondersteunt leerlingen om sterktes, prikkelnoden, stresssignalen, grenzen en ondersteuningsvragen te herkennen en te verwoorden. Een posterreeks met de stem van neurodivergente jongeren maakt hun ervaringen zichtbaar en kan gesprekken op gang brengen over taal, beeldvorming, veiligheid en verbondenheid.
Zelfbehartiging mag daarbij nooit betekenen dat een leerling vooral beter moet leren overleven in een onaangepaste omgeving. Een leerling kan leren aangeven wat helpt, maar de omgeving blijft mee verantwoordelijk om drempels te verminderen.
Flexibel afstemmen zonder verbinding te verliezen
Voor sommige leerlingen volstaat een sterke brede basis met structuur, voorspelbaarheid en veilige relaties. Voor anderen is tijdelijk meer flexibiliteit nodig: een aangepast rooster, een rustige leerplek, een kleinschaliger aanbod, hybride onderwijs of samenwerking met welzijn en zorg.
Dat hoeft geen mislukking van inclusie te zijn. Soms beschermt flexibiliteit juist leerrecht, herstel en participatie. Maar de leerling mag niet uit beeld verdwijnen. Ook wie minder of anders aanwezig is, moet verbonden blijven met medeleerlingen, vertrouwde volwassenen en de schoolgemeenschap.
Daarom vat het handelingskader de richting eenvoudig samen: samen leren waar mogelijk, flexibel afstemmen waar nodig, altijd verbonden blijven.
Inclusie vraagt ook een andere blik
Scholen voor Iedereen zal niet alleen afhangen van structuren, expertise of multidisciplinaire teams. Inclusie wordt uiteindelijk zichtbaar in de dagelijkse ervaring van leerlingen. Zien we een escalatie alleen als probleemgedrag, of ook als mogelijk signaal van overbelasting? Is ondersteuning een uitzondering, of een normaal onderdeel van goed onderwijs? Luisteren we pas naar leerlingen en ouders wanneer het misgaat, of gebruiken we hun ervaringskennis om problemen eerder te herkennen?
Inclusie vraagt dus niet alleen meer kennis, maar ook andere verwachtingen, andere taal en gedeelde verantwoordelijkheid. Pioniersscholen kunnen daarin leerplaatsen voor cultuurverandering worden.
Scholen voor Iedereen zullen niet slagen omdat meer leerlingen dezelfde schoolpoort binnenstappen. Ze zullen slagen wanneer ook leerlingen die anders leren, communiceren of prikkels verwerken er veilig kunnen leren, deelnemen en zichzelf mogen zijn.
Aanwezig zijn is niet genoeg. Erbij horen, veilig kunnen leren en verbonden blijven: dát is neuro-inclusie.
Alcorn, A. M., Fletcher-Watson, S., McGeown, S., Murray, F., Aitken, D., Peacock, L. J. J., & Mandy, W. (2025). Leren over neurodiversiteit op school: Een lespakket voor de lagere school (E. Tilkin-Franssens, E. van der Deen, G.-J. Vanaken, L. Van Den Plas, L.-E. Vannieuwenhuysen, & I. Noens, Vert.). KU Leuven. (Oorspronkelijk werk gepubliceerd in 2022)
Rajotte, E., Grandisson, M., Couture, M. M., Desmarais, C., Chrétien-Vincent, M., Godin, J., & Thomas, N. (2025). A neuroinclusive school model: Focus on the school, not on the child. Journal of Occupational Therapy, Schools, & Early Intervention, 18(2), 281–299. https://doi.org/10.1080/19411243.2024.2341643
Vanaken, G.-J. (2024). Neurodiversiteit: Een nieuwe blik op autisme en autismehulpverlening. Signaal Digitaal: Significant voor de professionele hulpverlener, 2024(1), 1–14.
Van Hees, V., Vanaken, G.-J., Van Keer, I., Stokx, R., Willems, K., & Noens, I. (2025). Leidraad neurodiversiteit in het hoger onderwijs: Van beleid naar praktijk. KU Leuven, in opdracht van het Steunpunt Inclusief Hoger Onderwijs. https://www.siho.be/sites/default/files/Leidraad%20neurodiversiteit.pdf
Wagland, Z., Sterman, J., Scott-Cole, L., Spassiani, N., & Njelesani, J. (2025). Promoting neurodiversity-affirming care for autistic children: A scoping review. Neurodiversity, 3, 1–23. https://doi.org/10.1177/27546330251357479