Wie leidt de Wilde Jacht?

Nele
Peeters

Wat hebben Tilke, vrouw Holle en Odin met elkaar gemeen? Ze zijn alle drie leiders van de Wilde Jacht. Uit mijn onderzoek blijkt dat dit voor de personages niet alleen een gedeelde titel betekent, maar ook een gedeelde karakterisering.

Onderzoek naar mythologie en folklore kan beginnen in onze eigen achtertuin. Tot halverwege vorige eeuw werden er in Limburg en Vlaams-Brabant verhalen verteld over de Tilkesjacht. Wanneer je ’s nachts muziek hoog uit de lucht hoorde komen, was dat Tilke die met haar gevolg overvloog. Dan bleef je beter binnen; zij die haar Jacht zagen, zouden niet lang meer leven. Tilke lijkt langzaam uit onze verhalen verdwenen te zijn. Ook in onderzoek is ze afwezig. Toch is ze een interessant figuur; deze lokale Tilkesjacht valt immers terug te voeren tot de internationale folklore over de Wilde Jacht.

De Wilde Jacht is een groep jagers die ’s nachts door de lucht vliegt op zoek naar de zielen van de doden, maar evengoed de levenden de stuipen op het lijf kon jagen. Dit motief komt al eeuwenlang voor in volksverhalen doorheen Europa. Deze verhalen kunnen echter erg van elkaar verschillen. De aanwezigheid van een personage dat de Wilde Jacht leidt, is het enige stabiele element dat in alle Jachtverhalen terugkomt. Om duidelijkheid te scheppen in dit door eerder onderzoek weinig helder gemaakte motief, heb ik de karakterisering van de leidersfiguren geanalyseerd. Wie die leider exact is, hangt af van waar, wanneer en door wie het verhaal verteld wordt.

Leiders van de Wilde Jacht

Welk personage de Jacht leidt, is verbonden aan het volk dat het verhaal vertelt. Aangezien Tilkes folklore enkel in de Lage Landen voorkomt, krijgt de leider elders dus een andere vorm. In Duitsland, bijvoorbeeld, kan je vrouw Holles Jacht tegenkomen. Ze is niet enkel een sprookjesfiguur: vrouw Holle heeft een hele verhalenschat waartoe ook haar Jachtverhalen behoren. Ook in Keltisch gebied komt de Jacht voor; hier wordt deze geleid door, onder andere, Gwyn ap Nudd, de heerser over de Welshe Otherworld, of Herne the Hunter, een spook uit Shakespeare. Het laatste figuur dat ik onderzocht, was de noordse oppergod Odin, die als heerser over Walhalla al vaak met de doden te maken kreeg.

Op het eerste gezicht zijn dit erg verschillende figuren; mijn onderzoek kon echter eenheid in hun karakterisering achterhalen. Eerst en vooral mag de leider van de Wilde Jacht geen menselijke levensverwachting hebben. Ook mag de leider niet vasthangen aan één specifieke plek; hij of zij moet in staat zijn om de grenzen tussen verschillende rijken — zoals die van het leven en de dood — te overschrijden. Ten slotte moet de leider van de Jacht een moreel ambigu of kwaadaardig personage zijn. 

Wat doen die dieren daar?

 

De Wilde Jacht bestaat uit een bonte verzameling van personages; dit zijn niet enkel mensen maar ook dieren. Vooral paarden en honden zijn vaak aanwezig. Dit is misschien niet verwonderlijk aangezien ze ook vaak terugkomen in afbeeldingen van een gewoon jachttafereel. Toch is er een reden waarom deze dieren zo veelvuldig terugkomen. Zowel paarden als honden zijn in folklore — net als de Jacht — verantwoordelijk voor het begeleiden van zielen naar het hiernamaals. Bij de volken waar zulke folklore van groot belang is, zijn deze dieren prominenter aanwezig in de Jacht. Zo spelen honden een aanzienlijke rol in Jachtverhalen uit het Verenigd Koninkrijk waar een rijke traditie van folklore over spookhonden bestaat. Het paard is dan weer relevant in Scandinavië waar het onderdeel uitmaakte van de grafcultuur. De dieren rond de Wilde Jacht tonen dus — net als de leiders van de Jacht — aan hoe folklore vormgegeven wordt door de volken die de verhalen vertellen.

De gevolgen van onderzoek

Ik ben niet de eerste onderzoeker wier oog op dit volksverhaal is gevallen; Jacob Grimm — bekend door zijn sprookjesboeken — heeft de folklore ook bestudeerd. Grimm is daarnaast een goed voorbeeld van onderzoekers die zelf de volksverhalen die ze onderzochten, beïnvloedden: minstens twee leiders van de Wilde Jacht bestaan mede dankzij Grimm. Over Odin bestonden geen verhalen waarin hij leider van de Jacht was. Deze ontstonden pas nadat wetenschappers, waaronder Grimm, theoretiseerden dat hij dit zou kunnen zijn, wat nieuwe folklore inspireerde. Ook Herne the Hunter heeft zijn rol aan Grimm te danken. In een hoofdstuk over spookfiguren spreekt Grimm uitvoerig over de Wilde Jacht maar vermeldt hij ook Herne. Grimm beschrijft hem enkel als een Shakespeareaans spook, maar door Hernes plaatsing in het hoofdstuk is het kwaad geschied: latere schrijvers beginnen Herne te gebruiken als een leider van de Wilde Jacht.

Daarnaast is eerder onderzoek erg oneerlijk geweest tegenover vrouwelijke personages. Ik heb er zelf voor gekozen om leiders van de Jacht te vergelijken, maar dit is zeker niet de norm; vaak wordt in een onderzoek maar één personage onderzocht en ook enkel dat personage genoemd. De vrouwelijke leiders van de Wilde Jacht zijn een uitzondering op deze regel. Niet omdat zij in onderzoek vergeleken worden, maar omdat ze samengenomen worden, herleid tot een aaneenschakeling van namen zonder aandacht voor hun eigenheid. Ze zijn allemaal vrouwen en dus allemaal goedaardig en onschadelijk. Deze veralgemening heeft echter gevolgen: verhalen over volstrekt verschillende figuren worden zomaar samengenomen omdat ze als inwisselbaar beschouwd worden, terwijl ze eigenlijk weinig met elkaar te maken hebben. Hierdoor kunnen er verkeerde conclusies getrokken worden. In mijn eigen onderzoek heb ik slechts twee vrouwelijke leiders onderzocht en zij bleken al erg verschillende figuren te zijn die alleszins niet goedaardig, noch onschadelijk zijn. 

Hoewel volkskunde in België een uitstervend studiegebied is, valt er nog heel wat te ontdekken over onze eigen volksverhalen en hoe deze interageren met andere folklore doorheen Europa. Een verhaal van onder de kerktoren, zoals dat van Tilke, valt in een veel groter kader te passen, een kader dat door middel van literair onderzoek zoals het mijne veel duidelijker gemaakt kan worden dan het op het eerste gezicht lijkt. Mijn uiteindelijke hoop is dat ik werk kan verrichten dat een hernieuwde interesse kan doen aanwakkeren in onze eigen volksliteratuur en -cultuur, evenals in die van anderen.

Bibliografie

  • Academy Questions and Answers: Herne the Hunter. (1904). The Academy, 465.
  • Ainsworth, W. H. (1842). Windsor Castle. Project Gutenberg. https://www.gutenberg.org/files/2866/2866-h/2866-h.htm
  • Bagge, S. (1991). Society and politics in Snorri Sturluson’s heimskringla. University of California Press.
  • Baring-Gould, S., & Fisher, J. (1907). S. Collen, Abbot, Confessor. In Lives of the British Saints: The Saints of Wales and Cornwall and such Irish Saints as have Dedications in Britain (Vol. 2, pp. 157–161). Honourable Society of Cymmrodorion. http://hdl.handle.net/10107/5901073
  • Baruffa, L. (2024). Literary Mythscapes in the Brothers Grimm’s Deutsche  Sagen: A Comparative Study of Frau Holle’s Myth and  Friulian “Benandantism”. Academis Journal Of Modern Philology, 22, 23–36. https://doi.org/10.34616/ajmp.2024.22.2
  • Bauwens, J. (1981). Voorwoord. In K. C. Peeters, Vlaams Sagenboek (pp. 9–11). Davidsfonds.
  • BBC. (2014). St Collen and the King of the Fairies. BBC Wales. https://www.bbc.co.uk/wales/history/sites/themes/society/myths_collen.s…
  • Beck, H., Heizmann, W., & van Nahl, J. (2013). Snorri Sturluson - Historiker, Dichter, Politiker (H. Beck, W. Heizmann, & J. van Nahl, Eds.; 1st ed.). De Gruyter,. https://doi.org/10.1515/9783110336313
  • Binnall, P. B. G. (1935). On a Possible Version of the Wild Hunt Legend in North Lincolnshire. Folklore (London), 46(1), 80–84. https://doi.org/10.1080/0015587X.1935.9718586
  • Bracy, W. (1952). The Merry wives of Windsor: the history and transmission of Shakespeare’s text. In The Merry wives of Windsor the history and transmission of Shakespeare’s text. University of Missouri.
  • Cardiff University/Prifysgol Caerdydd. (2023). Professor Sioned Davies. Profiles Cardiff University.
  • Chuvilkin, D. A. (2020). The History of Night: Nocturnal Goddesses in European Myth, Literature, and Culture from Late Antiquity to the Early Modern Period. ProQuest Dissertations & Theses.
  • Cross, R. (2008). ‘Heterochronia’ in Thomas of Erceldoune, Guingamor, ‘The Tale of King Herla’, and The Story of Meriadoc, King of Cambria. Neophilologus, 92(1), 163–175. https://doi.org/10.1007/s11061-006-9022-z
  • Davidson, H. E. (2001). The Wild Hunt. In H. E. Davidson & A. Chaudhri (Reds.), Supernatural Enemies (pp. 163–176). Carolina Academic Press.
  • De Falco, F. (2023). Authors, Factions, and Courts in Angevin England : A Literature of Personal Ambition (12th–13th Century) (1st ed. 2023.). Springer Nature Switzerland. https://doi.org/10.1007/978-3-031-43352-8
  • de Vries, J. (1975). La Religion des Celtes. Payot.
  • Doyle, A. C. (1901-1902). The Hound of the Baskervilles. Project Gutenberg.
  • Eliade, M. (1949). Traité d’histoire des religions. Payot.
  • Evans Tang, H. J., & Ruiter, K. (2023). The Roles of Horses in Viking Age Ritual Action. In L. GardeŁa, S. BØnding, & P. Pentz (Reds.), The Norse Sorcesress: Mind and Materiality in the Viking World (pp. 213–227). Oxbow books.
  • Friemel, B. (1995). [Rev. of Grimms Mythen. Stduien zum Mythosbegriff und seiner Anwendung in Jacob Grimms Deutscher Mythologie.- Kellner, B.]. Fabula, 36(3–4), 350–351.
  • Frisby, H. (2015). “Them Owls Know”: Portending Death in Later Nineteenth- and Early Twentieth-century England. Folklore (London), 126(2), 196–214. https://doi.org/10.1080/0015587X.2015.1047176
  • Gantz, J. (1978). Thematic Structures in the Four Braches of the Mabinogi. Medium Aevum, 47(2), 247–254. https://doi.org/10.2307/43631333
  • Gerschel, L. (1959). G. Dumézil. L’idéologie tripartite des Indo-Européens. PERSÉE : Université de Lyon, CNRS & ENS de Lyon.
  • Gilbert, Z. (2022). Mischief Acts. Bloomsbury circus.
  • Ginzburg, C. (1980). Les Batailles Nocturnes: sorcellerie et rituels agraires en Frioul XVI-XVII e siècle (G. Charuty, Vert.). Verdier.
  • Ginzburg, C. (1984). Présomptions sur le sabbat (E. Bonan, Vert.). Annales : Histoire, Sciences Sociales (French Ed.), 39(2), 341–354. https://doi.org/10.3406/ahess.1984.283059
  • Gomez, A.-S. (2019). Fortune et infortunes graphiques du personnage de Frau Holle dans les pays de langue allemande. In L’écho des contes. Des Fées de Perrault à Dame Holle des Grimm. Versions littéraires, variantes populaires et reconfigurations pour la jeunesse.
  • Graves, R. (1959). The white goddess : a historical grammar of poetic myth (Repr.). Faber and Faber.
  • Green, M. J. (1989). Symbol and image in Celtic religious art. Routledge.
  • Green, M. J. (1992). Dictionary of celtic myth and legend. Thames and Hudson.
  • Green, M. J. (1995). The Gods and the Supernatural. In M. J. Green (Red.), The Celtic World (pp. 465–488). Routledge.
  • Greenwood, S. (2009). The wild hunt: A mythological language of magic. In M. Pizza & J. Lewis (Eds.), Handbook of Contemporary Paganism (Vol. 2, pp. 195–222). BRILL. https://doi.org/10.1163/ej.9789004163737.i-650.60
  • Grimm, J. (1835). Deutsche Mythologie. Dieterichsche Buchhandlung.
  • Grimm, J. (1844). Deutsche Mythologie (2de editie). Dieterichsche Buchhandlung. https://archive.org/details/deutschemytholog00grim/page/876/mode/2up
  • Grimm, J. (1883). Teutonic Mythology.: Volume 3 (J. S. Stallybrass, Vert.). Cambridge

University Press.

  • Grimm, J., & Grimm, W. (1971). Deutsche Sagen. Wissenschaftliche Buchgesellschaft Darmstadt.

Naar de tekst van de derde uitgave in 1891 met het voorwoord van de gebroeders Grimm van de eerste uitgaven in 1816 en 1818.

  • Grimm, J., & Grimm, W. (1984). Kinder- und Hausmärchen. Philipp Reclam Jun. Stuttgart.

Ausgabe letzter Hand mit den Originalanmerkungen der Brüder Grimm.

  • Gunnell, T. (Red.). (2022). Grimm Ripples: The Legacy of the Grimms’ Deutsche Sagen in Northern Europe. Brill.
  • Hammer, J. (2005). Holle’s Cry: Unearthing a Birth Goddess in a German Jewish Naming Ceremony. Nashim : A Journal of Jewish Women’s Studies & Gender Issues, 9(9), 62–87. https://doi.org/10.2979/NAS.2005.-.9.62
  • Hutton, R. (2014a). The Making of the Early Modern British Fairy Tradition. The Historical Journal, 57(4), 1135–1156. https://doi.org/10.1017/S0018246X14000351
  • Hutton, R. (2014b). The Wild Hunt and the Witches’ Sabbath. Folklore, 125(2), 161–178. https://www.jstor.org/stable/43297752
  • Hutton, R. (2019). The Wild Hunt in the Modern British Imagination. Folklore (London), 130(2), 175–191. https://doi.org/10.1080/0015587X.2018.1493861
  • Hyde, D. (2023). The Werewolf of Hull. In W. de Blécourt & M. Mencej (Eds.), Werewolf Legends (pp. 339–364). Springer International Publishing AG. https://doi.org/10.1007/978-3-031-06082-3_14
  • Ireland, S. (1792). Picturesque Views on the River Thames. T. and J. Egerton. https://books.google.li/books?id=lDQGAAAAQAAJ
  • Jolles, A. (1958). Einfache Formen: Legende/Sage/Mythe/Rätsel/Spruch/Kasus/Memorabile/Märchen/Witz (2de editie). Wissenschaftliche Buchgesellschaft Darmstadt.

Unveränderter Nachdruck der 1. Auflage von 1930.

Download scriptie (1.56 MB)
Universiteit of Hogeschool
KU Leuven
Thesis jaar
2026
Promotor(en) en begeleiders
Bram Demulder