Een nieuw woonzorgcentrum kan nog zo goed ontworpen zijn, toch bepaalt architectuur alleen niet hoe er uiteindelijk wordt gewoond en gewerkt. Mijn onderzoek in woonzorgcentrum Lemberge (Zorgband Leie en Schelde), toont hoe ruimte, dagelijkse gewoontes en organisatie voortdurend op elkaar inwerken. Wie de ouderenzorg wil vernieuwen, moet daarom verder kijken dan het gebouw alleen.
De beste zitplek ligt in de gang
Aan het einde van een gang in de afdeling Kastanjebos staan enkele stoelen. Het is geen echte zithoek: de ruimte is smal, ligt naast de trap en moet vrij blijven omwille van de brandveiligheid. Toch kiezen bewoners er bewust voor om te zitten. Ze genieten van het zonlicht en het uitzicht, zien mensen passeren en maken af en toe een praatje.
Die plek biedt iets wat ze elders niet vinden: een tussenruimte tussen afzondering en collectiviteit. Bewoners hoeven er niet alleen op hun kamer te blijven, maar zitten ook niet midden in de drukte van de leefruimte. Niet iedereen voelt zich daar thuis. Voor sommigen is die drukte bovendien een confronterende herinnering aan hun eigen ouderdom en zorgafhankelijkheid.
“Ik kan mij daar storen aan de sukkelaars die daar zitten. Niet dat ik mij beter voel, hé, maar ik voel mij nog goed.” - Gesprek bewoner Kastanjebos
Wat op een grondplan weinig meer is dan circulatieruimte, wordt zo een betekenisvolle plek. Het is een van de vele situaties die ik observeerde tijdens mijn masterproef in woonzorgcentrum Lemberge, waar de afdeling Kastanjebos voor een grote herontwikkeling staat.
Van observatie naar ontwerp
Zorgband Leie en Schelde werkt daarvoor samen met NU architectuuratelier aan een nieuwe zorgomgeving. Terwijl dat ontwerp vorm kreeg, onderzocht ik hoe het bestaande woonzorgcentrum vandaag functioneert. Ik bracht herhaaldelijk tijd door op de afdeling en observeerde hoe bewoners en medewerkers ruimtes gebruikten, zich door het gebouw bewogen en waar ontmoeting of net frictie ontstond. Informele gesprekken met bewoners, medewerkers en vrijwilligers hielpen om die observaties beter te begrijpen.
Mijn bevindingen bracht ik vervolgens terug naar de medewerkers in drie focusgroepen, waar ze werden besproken, genuanceerd en aangevuld. Tegelijk was ik betrokken bij het co-creatieve traject rond het nieuwe Kastanjebos. Inzichten uit het onderzoek werden er teruggekoppeld en getoetst aan het toekomstige ontwerp. Één workshop begeleidde ik zelf. Zo leverde het onderzoek actief input voor de verdere projectdefinitie.
Daarbij stelde ik mezelf steeds vaker een andere vraag: wat maakt van een gebouw eigenlijk een goede zorgomgeving?
Meer dan een ruimtelijk probleem
De bewoners aan het einde van de gang bleken geen alleenstaand voorbeeld. Diezelfde gang moet ook functioneren als doorgang, werkplek en tijdelijke opslagplaats. Karren, tilliften, rolstoelen en rollators delen er de beperkte ruimte met bewoners en medewerkers. Een nieuw ontwerp kan daarop antwoorden met bredere circulatie, betere berging en kwalitatieve zitplekken. Maar daarmee is niet elk probleem opgelost.
Ook activiteiten vragen bijvoorbeeld meer dan een geschikte ruimte. Er moeten tijd, mensen en middelen zijn om ze te organiseren. Vrijwilligers kunnen extra nabijheid en leven binnenbrengen, maar hebben begeleiding en een duidelijk aanspreekpunt nodig. Omgekeerd geven bewoners soms zelf onverwachte betekenis aan plekken die nooit als verblijfsruimte ontworpen waren.
Het ene probleem vraagt dus om een ruimtelijke ingreep, het andere om een organisatorische verandering. Vaak zijn beide nodig. Een zorgomgeving ontstaat niet vanuit het gebouw alleen, maar uit de voortdurende wisselwerking tussen ruimte, organisatie en dagelijks gebruik.
Oude gewoontes in een nieuw gebouw?
Een nieuw gebouw kan ontmoeting ondersteunen, verplaatsingen vergemakkelijken en plaats maken voor andere vormen van wonen en zorgen. Maar architectuur bepaalt niet automatisch wat er vervolgens gebeurt.
Ook uurroosters, taakverdelingen, afspraken en routines geven vorm aan het dagelijkse leven. In Kastanjebos zijn veel daarvan doorheen de jaren vanzelfsprekend geworden. Maaltijden, zorgmomenten en activiteiten volgen vaste patronen. Dat is begrijpelijk in een complexe zorgomgeving, maar zulke gewoontes bepalen ook hoeveel ruimte er overblijft voor keuzevrijheid, spontaniteit en individuele noden.
“Is dat omdat het gewoonte is geworden, of omdat het werkelijk een wens is? De orde van de dag brengt rust, maar ze maakt de ruimte ook minder huiselijk.” - Observaties
Opvallend was hoe open medewerkers hierover zelf nadachten. Tijdens observaties, focusgroepen en workshops werden frustraties en tekortkomingen eerlijk besproken. De bereidheid om andere manieren van wonen en zorgen te verkennen, was groot. Verandering botst dus niet noodzakelijk op onwil, maar ook op structuren die jarenlang gegroeid zijn.
Een nieuw gebouw biedt daarom een enorme kans, maar ook een risico: als enkel de ruimte verandert, kunnen oude gewoontes gewoon meeverhuizen.
Heeft elk woonzorgcentrum een ‘campingbaas’ nodig?
Hoe kan het dan anders? Uit mijn onderzoek volgen enkele aandachtspunten.
Bewoners, zorgverleners, logistieke medewerkers en vrijwilligers moeten ook tijdens het verdere ontwerp en na de ingebruikname betrokken blijven. Hun dagelijkse ervaring levert niet alleen kennis op, maar creëert ook betrokkenheid en eigenaarschap.
Daarnaast moeten nieuwe gebouwen voldoende ruimte laten voor onverwacht gebruik. Niet elke plek hoeft vooraf een vastgelegde functie te krijgen. De stoelen aan het einde van de gang tonen net hoeveel waarde kan ontstaan wanneer bewoners zelf betekenis aan een plek geven.
Ook kwam tijdens het onderzoek het idee van een ‘campingbaas’ naar voren: iemand die verbindingen legt tussen bewoners, medewerkers, vrijwilligers, buurtbewoners en externe organisaties. Iemand die ervoor zorgt dat een gedeelde keuken, brasserie of ontmoetingsplek niet alleen op het grondplan bestaat, maar ook daadwerkelijk gaat leven.
Hetzelfde geldt voor vrijwilligers. Hun aanwezigheid kan tijd, contact en nabijheid binnenbrengen, maar dat gebeurt niet vanzelf. Vrijwilligers hebben ondersteuning, coördinatie en een duidelijk aanspreekpunt nodig om zich deel van de werking te voelen.
Geen perfect woonzorgcentrum
De zoektocht naar betere ouderenzorg eindigt dus niet wanneer het gebouw wordt opgeleverd. De uitdaging is niet om het perfecte woonzorgcentrum te ontwerpen, maar om gebouwen te maken die verandering toelaten én organisaties die die mogelijkheden durven te gebruiken. Want soms vertelt een stoel aan het einde van een gang meer over goed wonen dan een volledig uitgewerkt grondplan.
Bisschop Boele. (2018). Etnografisch onderzoek: Het perspectief van de ander (Deel 50).
Cultuur+Educatie, 17, 85-93.
Bowen, G. (2009). Document Analysis as a Qualitative Research Method. Qualitative Research Journal, 27-40.
Braun, V., & Clarke, V. (2006). Using thematic analysis in psychology (Deel 2). Qualitiative research in psychology, 3, 77-101.
Bredewold, F., & Duyvendak, J. W. (2018). De verhuizing van de verzorgingsstaat. Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken.
De Certeau, M. (1984). The Practice of Everyday Life. University of California Press.
De Corte, J., Roose, R., & Vandenbussche, J. (2019). Het lokaal bestuur en het recht op
maatschappelijke dienstverlening: De governance-benadering als hefboom voor sterke
partnerschappen met informele actoren. In M. Schrooten, R. Thys, & P. Debruyne (Red.), Sociaal schaduwwerk: Over informele spelers in het welzijnslandschap (pp. 275-285). Politeia.
Departement Welzijn. (2013). De kracht van het engagement: De vermaatschappelijking van de zorg in de dagelijkse praktijk. Vlaamse Overheid. https://www.vlaanderen.be/publicaties/de-kracht-vanhet-
engagement-de-vermaatschappelijking-van-de-zorg-in-de-dagelijkse-praktijk
Derhaeg, P. (2022). Netwerken in de residentiële ouderenzorg in België: Inventaris en beschrijving van groepen & clusters.
Dewanckel, L., Schiettecat, T., Hermans, K., Roose, R., Van Lancker, W., Kessl, F., & Roets, G. (2024). Revisiting the role of social work in the substantial realization of social rights in local welfare systems: Transforming and changing the rules of the institutional game? (Deel 7). Social Policy & Administration, 58. https://doi.org/10.1111/spol.13022
Donnelly, S., & Torres, S. (2022). Social work and critical gerontology: Why the former needs the latter. In Critical Gerontology for Social Workers (pp. 1-16). (Original work published Policy Press)
Dubois, A., & Gadde, L.-E. (2002). Systematic combining: An abductive approach to case research. Journal of Business Research, 55(7), 553-560.
Duffy, F. (2016). A Social Work Perspective on how Ageist Language, Discourses and Understandings Negatively Frame Older People and why Taking a Critical Social Work Stance is Essential. British Journal of Social Work. https://doi.org/10.1093/bjsw/bcw163
Foucault, M. (1995). Discipline and Punishment: The Birth of the Prison. Random House.
Goffman, E. (1961). Asylums: Essays on the Social Situation of Mental Patients and Other Inmates.
Hermans, K. (2019). De vermaatschappelijking van de zorg: Een beroep op vrijwillige inzet. In P. Cousaert & H. Grymomprez (Red.), Bouwen aan een breed sociaal beleid (pp. 47-60). Politeia.
Herron, R., Kelly, C., & Aubrecht, K. (2021). A Conversation about Ageism: Time to Deinstitutionalize Long-Term Care? Journals University of Toronto Press, 183-206.
Imrie, R., & Hall, P. (2001). Inclusive design: Designing and developing accessible environments. Spon Press.
Ingold, T. (2000). The Perception of the Environment.
Kılıçoglu, A. (2018). Qualitative Research for Educational Science Researchers: A Review of An Introduction to Qualitative Research (Deel 4). The Qualitative Report, 23, 949-951.
Lefebvre, H. (1991). The Production of Space.
Liekens, R. (2023). Jan De Maeseneer en Margot Cloet over de toekomst van de gezondheidszorg. https://www.zorgneticuro.be/artikel/jan-de-maeseneer-en-margot-cloet-ov…
Lourau, R. (1970). L’analyse institutionelle.
Mens, N., & Wagenaar, C. (2010). De architectuur van de ouderenhuisvesting: Bouwen voor wonen en zorg. Nai Uitgevers.
Milligan, C., & Wiles, J. (2010). Landscapes of care (Deel 6). Progress in Human Geography, 34, 726- 754.
Mol, A. (2008). The Logic of Care. (Original work published Publisher)
Morel, N. (2007). From subsidiarity to ‘free choice’: Child- and elder-care policy reforms in France, Belgium, Germany and the Netherlands (Deel 6). Social Policy & Administration, 41.
Mortelmans, D. (2013). Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden. Acco.
Petersen, M., & Minnery, J. (2013). Understanding the production of social space in age-segregated housing: Older people’s experiences of a residential complex (Deel 6). Housing Studies, 28, 887-914.
Ray, M., Milne, A., Beech, C., Phillips, J. E., Sally Richards, Sullivan, M. P., Tanner, D., & Lloyd, L. (2015). Gerontological Social Work: Reflections on its Role, Purpose and Value (Deel 4). British Journal of Social Work, 45, 1296-1312.
Renson, I., & D’Hoore, J. (2015, mei 27). Welkom in de zorgfabriek. De Tijd.
Roets, G., Bauters, V., Schuddinck, T., & De Corte, J. (2017). Studie Zorgnet: Onderzoek in opdracht van Stadsatelier Oostende. Universiteit Gent.
Roets, G., & De Corte, J. (2019). Vermaatschappelijking, vergrijzing en de uitdagingen voor het lokaal sociaal beleid. In P. Cousaert & H. Grymomprez (Red.), Bouwen aan een breed sociaal beleid (pp. 9- 21). Politeia.
Roets, G., Praet, G., & Vervloesem, E. (2025). Vergrijzing en woonzorginfrastructuur als vitale
uitdaging voor lokale besturen: Naar een toekomstbestendige ouderenzorg. Zorgband Leie en Schelde.
Roets, G., Remmery, M., Cautreels, D., Allemeersch, S., Benoot, T., & Roose, R. (2022). A critical exploration of institutional logics of de-institutionalisation in the field of disability policy and practice: Towards a socio-spatial professional orientation (Deel 1). Social Work & Society, 20, 1-17.
Roets, G., & Vervloesem, E. (2024). Woonzorgcentra afschrijven, of transformeren naar collectieve woonvormen van de toekomst? Knack.
Scheepers, P., Tobi, H., & Boeije, H. (2019). Etnografisch veldonderzoek. In Onderzoeksmethoden (9de dr.). Boom.
Spatscheck, C. (2012). Socio-Spatial Approaches to Social Work. Social Work & Society, 10.
Stadsacademie. (2026a). Campus in herstel. https://stadsacademie.be/kwesties/campus-in-herstel
Stadsacademie. (2026b). Over Stadsacademie. https://stadsacademie.be/over
Taskforce Wonen en Zorg. (2021). Taskforce aan de slag met concrete handvatten financiering gemeenschappelijke ruimten. https://www.taskforcewonenzorg.nl/nieuws/taskforce-aan-de-slag-metconcr…-
handvatten-financiering-gemeenschappelijke-ruimten
Van Damme, D. (1985). Arbeid en armenzorg: Elementen voor historisch onderzoek naar de functies van de openbare armenzorg in België gedurende de eerste helft van de 19de eeuw. Koninklijke Zuidnederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis, 39, 209-233.
Van Steenwinkel, I., Dierckx de Casterlé, B., & Heylighen, A. (2017). How architectural design affords experiences of freedom in residential care for older people. Journal of Aging Studies, 41. https://doi.org/10.1016/j.jaging.2017.05.001
Vermeerbergen, L., Van Hootegem, G., & Benders, J. (2016). Kwaliteit van arbeid in kleinschalige en genormaliseerde woonzorgcentra. KU Leuven.
Vervloesem, E., & Van Maercke, C. (2023). Sociaal-ruimtelijk onderzoek Lemberge: Eindrapport. Zorgband Leie en Schelde.
Vlaams Bouwmeester. (2014). Pilootprojecten Onzichtbare Zorg: Innoverende zorgarchitectuur. Team Vlaams Bouwmeester.
Vlaamse Overheid. (2015). Vergrijzing en verzilvering in de Vlaamse steden en gemeenten.
Departement Kanselarij en Bestuur. https://www.vlaanderen.be/nl/publicaties/detail/vergrijzing-enverzilver…- in-devlaamse-steden-en-gemeenten-1
Zorgband. (2023). Zorgband Leie & Schelde. https://zorgband.be/over-ons