Net als menselijke topsporters lopen ook sportpaarden het risico om mentaal en fysiek volledig te crashen door een teveel aan stress en training. Ruiters trainen hun paarden nog te vaak op puur buikgevoel, waardoor deze chronische oververmoeidheid pas wordt opgemerkt als het fysiologisch al te laat is. Nieuwe inzichten met een eenvoudige 'afvinklijst' tonen aan dat subtiele gedragsveranderingen, zoals een korter lontje of minder motivatie, dé vroege verklikkers zijn voor een paardenlichaam dat aan de noodrem trekt.
Iedereen die wel eens met paarden in aanraking komt, herkent het wel: een paard voelt tijdens een rit plotseling wat stijf aan, reageert wat trager, of heeft simpelweg zijn dagje niet. In de praktijk worden zulke signalen vaak weggewuifd als ‘ongehoorzaamheid’ of een ‘slecht humeur’. De menselijke reactie? Er wordt vaak nóg een tandje bijgestoken tijdens de training. Maar net dat is gevaarlijk voor zowel de fysieke als mentale gezondheid van het dier. Achter dat schijnbare slechte humeur schuilt namelijk heel vaak het onderschatte gevaar van de paardensport: overtraining.
Wanneer een paard intensief traint, heeft het lichaam daarna tijd nodig om te herstellen en sterker te worden. Krijgt het die rust niet, dan begeeft de paardenatleet zich langzaam naar een staat van chronische uitputting. Dit is een complex probleem dat zich lange tijd onzichtbaar afspeelt in het lichaam. Pas wanneer het paard structureel extreem gewicht verliest of plotseling drastisch slechter gaat presteren, gaan de alarmbellen af. Maar op dat moment is het paardenlichaam fysiologisch gezien vaak al volledig gecrasht.
Het gedrag als vroegtijdige waarschuwing
Om deze paarden-burn-out veel sneller en makkelijker te spotten, ontwikkelde ik in samenwerking met de afdeling Health & Performance op Dierenkliniek De Bosdreef een model van twaalf parameters. Het unieke aan dit model is de combinatie: het koppelt twee directe, objectieve metingen uit de kliniek aan tien heel eenvoudige welzijnssignalen die een eigenaar of verzorger gewoon thuis kan afvinken.
"Gedragswijzigingen zoals een korter lontje of een gebrek aan motivatie treden veel eerder op dan meetbare afwijkingen in het bloed."
Het belangrijkste wetenschappelijke inzicht uit het onderzoek? Het gedrag van het paard verandert al ver vóórdat de fysiologische waarden in het bloed alarm slaan. Signalen zoals plotselinge prikkelbaarheid, nerveus gedrag, een verminderde eetlust of een langdurige stijfheid tijdens het rijden, zijn de allereerste noodsignalen van het zenuwstelsel. Mensen die dagelijks met het paard omgaan hebben dus zélf de middelen in handen om overtraining vroegtijdig te herkennen, mits ze systematisch kijken.
Het verloop van een conditietest op de kliniek
Met behulp van objectieve metingen zoals hartslagwaarden en bloedafnames kunnen we het paard aan een conditietest laten deelnemen. Tijdens zo’n test draagt het paard een hartslagmeter en rent het in verschillende tempo’s, beginnend in stap en eindigend in de snelste galop dat het fysiek aankan. Na elke versnellingsblok van vijf minuten stopt het paard kort en wordt er bloed geprikt door een dierenarts om het lactaatgehalte (restproduct van melkzuur in de spieren) te meten.
Bij een gezonde atleet stijgt het lactaat naarmate de inspanning zwaarder wordt: de spieren gaan ‘verzuren’. Dit geeft een heel nauwkeurig beeld van hoe fit het paard is en waar zijn fysieke grens ligt.
Als de batterij stilletjes leegloopt
Tijdens het testen van vijftien sportpaarden op de galopbaan, met behulp van hartslagmeters en bloedafnames, bleek hoe nauwkeurig de afvinklijst werkt. Een kritieke score van 4 op 10 of hoger op de lijst bleek hét kantelpunt waarbij subjectieve gedragsproblemen naadloos aansloten op fysiologische uitputting.
Eén specifiek paard uit de testgroep sprong er direct uit met een zorgwekkende score van 7 op 10. De eigenaar zag overduidelijk dat het dier niet lekker in zijn vel zat. Toen we in de kliniek vervolgens de test analyseerden na de zware inspanning, zagen we iets medisch fascinerends: de maximale verzuring (het lactaatniveau) in het bloed was extreem laag. Waar het gemiddelde van gezonde fitte sportpaarden vaak moeiteloos rond een waarde van 13,6 mmol/L ligt, strandde dit oververmoeide paard op slechts 4,4 mmol/L.
Fysiologisch klinkt dat positief, een paard dat amper verzuurt, maar het tegendeel is waar. Het lichaam van het paard was zodanig uitgeput dat de suikervoorraden in de spieren (de brandstoftank) leegstonden. Zonder brandstof kan een spier simpelweg geen melkzuur meer aanmaken. De uiteindelijke boosdoener bleek inspanningsastma te zijn. Omdat het paard onopgemerkt te weinig zuurstof kreeg, was elke normale basistraining voor dit dier onbewust een zware uitputtingsslag geweest.
Meten is weten
Met dit onderzoek is bewezen dat we overtraining en uitputting bij paarden kunnen vermijden door het 'buikgevoel' van de mens te objectiveren. De ontwikkelde afvinklijst is een tool waarmee ruiters en verzorgers thuis sneller kunnen ingrijpen, hun trainingsschema kunnen aanpassen en onderliggende pijn of ziektes kunnen opsporen voordat het te laat is. Want een topprestatie, in welke sport dan ook, begint bij een atleet die écht gehoord wordt.
