Al die woorden rond ons hoofd: wat nu?

Inte
Piette

Al die woorden rond ons hoofd: wat nu?

In de klas leren de leerlingen elke dag nieuwe woorden, maar dit is niet voor elke leerling vanzelfsprekend. Bovendien beschikken leerlingen vandaag steeds vaker over een beperkte Nederlandse woordenschat. De woorden hangen steeds rond hun hoofd, maar blijven er niet in. Herhaling en inoefening blijken essentieel, maar leerkrachten hebben hier te weinig concrete handvaten en materialen voor. Het resultaat van dit onderzoek kunt u hieronder lezen. 

Geschreven door Inte Piette

 

Taal in beweging

De diversiteit in het basisonderwijs neemt toe. Dit kunnen we ook afleiden aan de cijfers uit de onderstaande tabel van de Vlaamse Overheid (Vlaams departement Onderwijs, z.j.).

Hierdoor stellen leerkrachten vaak de vraag hoe ze de thuistalen op een goede manier in de klaspraktijk kunnen brengen. Daarnaast wordt er vaker opgemerkt dat leerlingen, zowel met een andere thuistaal als met het Nederlands als thuistaal, een beperktere Nederlandse woordenschat hebben. Deze zaken samen zorgen ervoor dat leerkrachten tijd moeten maken om te zoeken naar activiteiten om de woordenschat te bevorderen, tijd die ze vaak niet hebben. Welke activiteiten kwalitatief zijn en inzetbaar zijn in de klas, werd onderzocht door in de literatuur te duiken en op bezoek te gaan in verschillende scholen. Er werd naar vier hoofdpunten gezocht: herhaling, visualisering, multi-inzetbaarheid en gebruiksvriendelijkheid. Uit zowel de literatuur als de gesprekken met leerkrachten bleek dat woorden niet gekend zijn als ze maar één keer aangeboden worden, ze moeten regelmatig terugkomen en op verschillende manieren gebruikt worden. Ook bleek er al veel te bestaan van materialen en activiteiten, maar te veel om er voor leerkrachten het overzicht in te bewaren. Er is dus geen gebrek aan materiaal, maar wel aan overzicht. 

Een klas vol woorden

Met deze inzichten en resultaten ging ik aan de slag. Het resultaat van mijn onderzoek werd een praktische brochure rond woordenschat voor leerkrachten van het lager onderwijs. De brochure bevat concrete materialen en activiteiten die leerkrachten met weinig voorbereiding kunnen inzetten om leerlingen woorden op verschillende manieren te leren en te herhalen. Zo ontstaat een klas vol woorden die blijven hangen. Het ontwikkelde materiaal is gericht op alle leerlingen en niet enkel op leerlingen die moeilijkheden hebben met taal door onder andere een andere thuistaal. Woordenschat is immers belangrijk voor iedereen. Ondanks dat het materiaal voor elke leerling geldt, kregen de thuistalen hier ook een bewuste plaats in. Het gebruik van deze talen draagt bij aan een positieve klassfeer en het welbevinden van die leerlingen. Ook beschikken leerlingen met een andere thuistaal over een waardevolle voorkennis die op deze manier geactiveerd wordt. Wanneer ze het woord in een andere taal kennen, kunnen ze dit koppelen aan het Nederlandse woord. Het centrale onderdeel van het ontwerp werd 'Het woord van de dag' waarbij er elke dag één woord centraal stond. Dit woord en de betekenis werden telkens besproken en zoveel mogelijk gebruikt doorheen de dag. Ook hier werden thuistalen ingezet door telkens het woord te linken aan meerdere talen. Daarnaast werden er ook leerspellen, tussendoortjes en een sjabloon voor een beeldwoordenboek ontwikkeld. Alle materialen werden zo uitgewerkt dat ze met kleine aanpassingen voor elk thema gebruikt konden worden. Via een QR-code zijn alle ontwikkelde sjablonen digitaal terug te vinden. De leerkrachten hadden nood aan overzicht en onmiddellijk inzetbare materialen en activiteiten. Om deze reden ontwikkelde ik niet zomaar een boek, maar een praktische brochure als hulpmiddel dat kort en overzichtelijk mogelijkheden beschrijft om met de woorden aan de slag te gaan.

 

Het geheim van leren zit in de herhaling. (Duerings, 2011, p. 25)

Werkt het ook? 

Een mooi idee is natuurlijk niet voldoende. Hierdoor werd het materiaal getest in een klas. Er werd voor het testen bij de leerlingen gepeild naar de kennis en het begrip van enkele woorden aan de hand van een toets. Daarna werd er aan de slag gegaan met de activiteiten en materialen uit de brochure en werd erna de toets opnieuw afgenomen. Hierbij was er een duidelijke stijging in de resultaten van de tweede toets bij elke leerling. Aangezien dit maar in één klas getest is kan er niet met zekerheid gezegd worden of het effect bij alle leerlingen zo groot is. Wel bevestigen deze resultaten dat het herhaald en op verschillende manieren oefenen van de woordenschat bijdraagt aan de bevordering ervan. We hoeven woordenschat dus niet langer te zien als iets dat leerlingen gewoon moeten onthouden, maar als iets dat in beweging is. Door woorden te herhalen en te gebruiken, zullen de woorden niet enkel hangen rond de hoofden van de leerlingen, maar er ook echt blijven. 

Bibliografie

Baggelaar, N. (2023, 2 februai). Effectief woordenschatonderwijs in de praktijk. https://www.cps.nl/blog-archief/2023/02/02/Effectief-woordenschatonderwijs-in-de-praktijk

Casteleyn, J., Geudens, A., Schraeyen, K., Taelman, H., Trioen, M., Simons, M., & Smits F.H. Tom. (2022). Taal in de klas: zes bouwstenen voor effectieve taaltrajecten. LannooCampus.

Closse, C. (2024). Hoe kunnen we strategieën voor begrijpend lezen op een motiverende manier inoefenen bij leerlingen in het vijfde leerjaar?. [Bachelorproef]. Arteveldehogeschool Bachelor in het onderwijs: lager onderwijs. 

De Bleeker, L., De Latter, M., Froyen, B., Moonen, E., Putman, J., van Bergen, T. (2023-2024). Taal en meertaligheid. [Cursus]. Arteveldehogeschool. 

De Latter, M. (2025-2026). Nederlands C. [Cursus]. Arteveldehogeschool. 

Duerings, J., Van Der Linden, B., Schuurs, U., & Strating, H. (2011). Op woordenjacht: creatief en effectief werken aan woordenschatuitbreiding. Maklu.

Effectief woordenschatonderwijs. (z.j.). Katholiek Onderwijs Vlaanderen. https://pro.katholiekonderwijs.vlaanderen/taalonderwijs-nederlands/materialenbank/effectief-woordenschatonderwijs

George, T. (2025). De integratie van anderstalige nieuwkomers: Inspiratiebundel voor leerkrachten. [Bachelorproef]. Arteveldehogeschool Bachelor in het onderwijs: lager onderwijs. 

Huizenga, H. (2005). Taal & didactiek: woordenschat. Wolters-Noordhoff. 

Juf Anja. (2014, 3 februari). Woordenschat oefenen met tussendoortjes en spelletjes. https://jufanja.eu/woordenschat-tussendoortjes-en-spelletjes/ 

Juffrouw Femke. (2025, 20 januari). Woordenschat. https://juffrouwfemke.com/category/vakken/taal/woordenschat/ 

Kind&Gezin. (z.j.). Meertalig opvoeden. Opvoeden Vlaanderen.  https://www.kindengezin.be/nl/thema/ontwikkeling-en-gedrag/taal-en-meertaligheid/meertalig-opvoeden 

Kuiken, F. (Red.), Vermeer, A. (Red.), Appel, R., Kurvers, J., Litjes, P., Mooren, P., & Verhallen, M. (2005). Nederlands als tweede taal in het basisonderwijs. ThiemeMeulenhoff. 

Leerlingenkenmerken – Gewoon kleuter- en lager onderwijs. (z.j.). Onderwijs Vlaanderen. https://onderwijs-tableau.vlaanderen.be/t/EXTERN/views/DataloepLeerlingenkenmerkenBasis/GKLOverzicht?%3Aembed=y&%3AisGuestRedirectFromVizportal=y&%3Atoolbar=top 

Leerlingenkenmerken.(2026, 22 januari). Statistiek Vlaanderen.  https://www.vlaanderen.be/statistiek-vlaanderen/onderwijs-en-vorming/leerlingenkenmerken 

Meertaligheid. (2026). Meertaligheid.be.  https://meertaligheid.be/

Opgroeien Vlaanderen. (z.j.). Hoe werkt taalverwerving in één of meerdere talen?. https://www.opgroeien.be/kennis/themas/taalstimulering-en-meertaligheid/hoe-werkt-taalverwerving-een-meerdere-talen

Over UDL. (2026). Arteveldehogeschool. https://udl.arteveldehogeschool.be/nl 

Peters, E. (2017). Woordenschat aanleren in een vreemde taal: hoe doe je dat?. Acco.

Schiepers, M., Versteden, P., Loman, J., Callebaut, I., Froyen, B., Hebbrecht, J., Imberechts, H., Moonen, E., Ringoet, E., Schurtjes, E., Timmermans, S., Truyts, C., T’Sas, J., Van Bergen, T., Vanherf, A., Van Houtven, T., & Vansteelandt, I. (2022). Volop taal : didactiek Nederlands voor de lagere school. Borgerhoff & Lamberigts nv.

Smegen, I. (2014). Speel je wijs - woordenschat voor groep 1-4 primair onderwijs. Koninklijke Van Gorcum. 

Taalstimulering en meertaligheid-Soorten en dimensies van meertaligheid. (z.j.). Opgroeien Vlaanderen. https://www.opgroeien.be/kennis/themas/taalstimulering-en-meertaligheid/soorten-en-dimensies-van-meertaligheid 

Van den Branden, K. (2010). Handboek taalbeleid basisonderwijs. Acco. 

Van Den Nulft, D., & Verhallen, M. (2001). Met woorden in de weer: praktijkboek voor het basisonderwijs. Coutinho. 

Van der Donk, C. & van Lanen, B. (2020). Praktijkonderzoek in de school. Coutinho.

van der Leeuw, B. (Red.), van den Hauwe, J. (Red.), Moonen, E., Pauw, I., & Schaufeli, A. (2011). bijVoorbeeld: exemplarische opleidingsdidactiek voor taalonderwijs op de basisschool. Coutinho. 

Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. (2006). z.n. https://www.vaph.be/sites/default/files/documents/vn-conventie/vn-conventie.pdf 

Verhallen, M., & Verhallen, S. (1994). Woorden leren, woorden onderwijzen. EDG Thuiswinkel.

Waarom is de moedertaal zo belangrijk?. (z.j.). Metrotaal. https://metrotaal.be/content/3-bouwstenen/1-kennis/bronnenkaart-waarom-is-moedertaal-zo-belangrijk.pdf

Wat is Universal Design for Learning (UDL)?. (z.j.). VDAB. https://e-leren.vlaanderen/thema-e-inclusiewat-is-universal-design-for-learning-udl

Woordenschatverwerving bij (jonge) kinderen. (2026). Katholiek Onderwijs Vlaanderen. https://pro.katholiekonderwijs.vlaanderen/taalonderwijs-nederlands/materialenbank/woordenschatverwervingbij-jonge-kinderen

Download scriptie (2.51 MB)
Universiteit of Hogeschool
Arteveldehogeschool Gent
Thesis jaar
2026
Promotor(en) en begeleiders
Vanessa Vanthournout
Thema('s)