Kan je zelfbeeld meten in cijfers?

Toby
Janssens

63 kinderen en jongeren in Ecuador beantwoordden tien vragen over hoe ze naar zichzelf kijken. Hun gemiddelde zelfbeeldscore was eerder positief. Maar achter dat eerder positieve groepsbeeld bleken onzekerheden te schuilen én een belangrijke vraag: kan een vragenlijst wel volledig vatten hoe een kind zichzelf ziet?

“Wat vind je van jezelf?” Het klinkt als een eenvoudige vraag. Toch is het antwoord niet altijd eenvoudig, zeker niet voor kinderen en jongeren die opgroeien in kwetsbare omstandigheden. Tijdens mijn stage bij Fundación Salesiana PACES in Cuenca, Ecuador, onderzocht ik daarom het globale zelfbeeld van kinderen en jongeren tussen 5 en 20 jaar. PACES ondersteunt kinderen, jongeren en gezinnen die onder meer te maken krijgen met armoede, informeel werk, sociale uitsluiting en beperkte onderwijskansen. In totaal namen 63 kinderen en jongeren deel aan mijn onderzoek. Ik wilde niet bepalen wie een “goed” of “slecht” zelfbeeld heeft, maar een eerste beeld krijgen van hoe zij zichzelf als groep waarderen.

Een positief cijfer, maar niet het hele verhaal 

De deelnemers beantwoordden tien stellingen uit een aangepaste Spaanstalige vragenlijst over zelfwaardering. Het resultaat? Een gemiddelde score van 28,94 op 40. Op groepsniveau wijst dat op een eerder positieve tendens. Een interessante vaststelling: ondanks de kwetsbare omstandigheden waarin veel deelnemers opgroeien, rapporteerde deze groep gemiddeld een eerder positief globaal zelfbeeld. Maar één gemiddelde kan veel verbergen. De scores liepen uiteen van 16 tot 39 op 40. Ook tussen de afzonderlijke vragen waren duidelijke verschillen zichtbaar. Positief geformuleerde vragen scoorden gemiddeld sterker, terwijl vragen rond zelfrespect, trots en gevoelens van nutteloosheid meer kwetsbaarheid lieten zien. Het positieve groepsbeeld bleef dus overeind, maar bleek genuanceerder dan het gemiddelde op het eerste gezicht deed vermoeden.  En precies daar werd het voor mij interessant.

Begrijpt iedereen dezelfde vraag hetzelfde?

Hoe betrouwbaar is een antwoord wanneer taal, leeftijd en cultuur mee bepalen hoe een vraag wordt begrepen? Voor mijn onderzoek gebruikte ik een aangepaste versie van de Rosenberg Self-Esteem Scale, een internationaal gebruikte vragenlijst over zelfwaardering. Om ze toegankelijk te maken voor de kinderen van PACES werd de vragenlijst aangepast aan hun taalniveau en leeftijd. Jongeren ouder dan 12 jaar vulden de vragenlijst zelfstandig of met beperkte ondersteuning in. Bij jongere kinderen las ik de vragen voor en gebruikte ik visuele antwoordkaarten. De vereenvoudigde Spaanse versie werd vooraf vertaald door een gecertificeerde Spaanstalige docent en nagekeken door twee psychologen van PACES. Toch bleek vooral bij de jongste kinderen de betrouwbaarheid beperkt. Ook de negatief geformuleerde vragen bleken een belangrijk aandachtspunt bij de interpretatie. Een begrip als zelfrespect kan bovendien in een andere taal of culturele context anders worden geïnterpreteerd. En wanneer een kind een vraag niet helemaal begrijpt, meet het antwoord misschien iets anders dan wat je denkt te meten. De vragenlijst bleek daarom bruikbaar als verkennend hulpmiddel op groepsniveau, maar niet om individuele kinderen te beoordelen.

Het verhaal achter het cijfer

Dat inzicht veranderde ook mijn kijk op het onderzoek. Een cijfer kan een signaal geven. Het kan aantonen dat bepaalde thema’s aandacht verdienen. Maar het vertelt niet waarom een kind een bepaald antwoord geeft. Wanneer een kind aangeeft weinig trots te voelen, wil ik niet alleen weten welk cijfer daarbij hoort. Ik wil weten wat dat kind wél goed vindt aan zichzelf. Wie hem of haar helpt wanneer het moeilijk gaat. Waar het trots op is. En waarvan het droomt. Daarom wilde ik mijn bachelorproef niet laten eindigen met een Excelbestand vol cijfers.

Veertig kaarten om verder te vragen

Uit de resultaten ontwikkelde ik PACESTIMA, een Spaanstalige toolbox rond zelfbeeld. De naam combineert PACES met autoestima, het Spaanse woord voor zelfwaardering. Centraal staat een kaartspel met veertig vragen, verdeeld over vijf thema’s: wie ben ik, mijn sterktes, mijn emoties, mijn netwerk en mijn prestaties en dromen. Die thema’s koos ik niet toevallig: ze sluiten aan bij de sterktes en kwetsbaarheden die in mijn onderzoek naar voren kwamen. Geen nieuwe test dus, maar een aanleiding tot gesprek. Een kind kan vertellen over iets waar het trots op is, een kwaliteit die het bij zichzelf ziet of iemand bij wie het terechtkan. Er bestaan geen juiste of foute antwoorden en een vraag mag altijd worden overgeslagen. Naast het kaartspel bevat PACESTIMA ook aangepaste vragenlijsten, visuele ondersteuning, een handleiding en een Excelbestand waarmee PACES toekomstige groepsmetingen kan verwerken. Zo blijft mijn onderzoek niet achter in een bachelorproef. PACES kreeg een concreet instrument om ook na mijn vertrek rond zelfbeeld te blijven werken.

Soms moet je na het meten vooral luisteren

Mijn onderzoek kan niet vertellen hoe álle kinderen en jongeren bij PACES naar zichzelf kijken. Het is een momentopname van 63 deelnemers op twee locaties. De resultaten moeten daarom voorzichtig worden geïnterpreteerd. Maar net die beperking leverde misschien mijn belangrijkste inzicht op. Meten kan waardevol zijn. Het helpt patronen zichtbaar maken en kan aangeven waar extra aandacht nodig is. Maar wanneer we iets zo persoonlijk als zelfbeeld proberen te begrijpen, mogen cijfers nooit het laatste woord krijgen. Achter 28,94 op 40 zitten 63 verschillende kinderen en jongeren, met 63 verschillende verhalen. 

Soms begint het belangrijkste deel van een onderzoek daarom pas wanneer je de vragenlijst weglegt en vraagt: “Vertel eens, waarom?”

Bibliografie

Alaniz, G., García Meda, M., Moreno, C., Ortega, J., Morales, M., & Romo, L. (2023). Estudio
de validación de la escala de autoestima de Rosenberg en población adolescente de
educación pública en Jalisco. Latam: Revista Latinoamericana de Ciencias Sociales y
Humanidades, 4(6), 255–264.
 

Ashton, K., Davies, A. R., Hughes, K., Ford, K., Cotter-Roberts, A., & Bellis, M. A. (2021). Adult
support during childhood: A retrospective study of trusted adult relationships, sources of
personal adult support and their association with childhood resilience resources. BMC
Psychology, 9(1), 101. https://doi.org/10.1186/s40359-021-00601-x
 

Bandura, A. (1997). Self-efficacy: The exercise of control. W. H. Freeman.
 

Benoit, V., & Gabola, P. (2021). Effects of positive psychology interventions on the well-being
of young children: A systematic literature review. International Journal of Environmental
Research and Public Health, 18(22), 12065. https://doi.org/10.3390/ijerph182212065
 

Bronfenbrenner, U. (1979). The Ecology of Human Development: Experiments by Nature and
Design. Harvard University Press.
 

Claes, C., & Van Hove, G. (2017). Orthopedagogiek: Een kwaliteitsgericht perspectief op
inclusief leven. Lannoo Campus.
 

Esnaola, I., Sesé, A., Antonio-Agirre, I., & Azpiazu, L. (2018). The development of multiple
self-concept dimensions during adolescence. Journal of Research on Adolescence, 30(S1),
100–114. https://doi.org/10.1111/jora.12451
 

Field, A. P. (2018). Discovering statistics using IBM SPSS statistics (5th ed.). Sage.
 

Frederick, J., Spratt, T., & Devaney, J. (2023). Supportive relationships with trusted adults for
children and young people who have experienced adversities: Implications for social work
service provision. The British Journal of Social Work, 53(6), 3129–3145.
https://doi.org/10.1093/bjsw/bcad107
 

Fu, C., Chien, W. T., Zhang, Y., & Lam, K. K. (2025). Strength-based capacity-building
interventions to promote adolescents’ mental health: A systematic review and
meta-analysis. European Child & Adolescent Psychiatry, 34(10), 2975–3015.
https://doi.org/10.1007/s00787-025-02741-6
 

Harter, S. (2015). The Construction of the Self, Second Edition: Developmental and
Sociocultural Foundations. Guilford Publications.
 

Hongell-Ekholm, N., Londen, M., & Fagerlund, Å. (2024). Supporting adolescents’ personal
growth and well-being through the Study with Strength intervention. Cogent Education,
11(1). https://doi.org/10.1080/2331186x.2023.2298596
 

Martín-Albo, J., Núñez, J. L., Navarro, J. G., & Grijalvo, F. (2007). The Rosenberg Self-Esteem
Scale: Translation and validation in university students. The Spanish Journal of Psychology,
10(2), 458–467. https://doi.org/10.1017/S1138741600006727
 

Masten, A. S. (2001). Ordinary magic: Resilience processes in development. American
Psychologist, 56(3), 227–238. https://doi.org/10.1037/0003-066x.56.3.227
 

Nunnally, J. C. (1978). Psychometric theory (2nd ed.). McGraw-Hill.
 

Pereira, V., Da Hora, H. R. M., Costa, H. G., & De Oliveira Nepomuceno, L. D. (2014). An
if-item-deleted sensitive analysis of Cronbach’s alpha technique using simulated annealing
algorithm. Cadernos do IME - Série Estatística, 36(0).
https://doi.org/10.12957/cadest.2014.15758

Pluck, G. (2021). Theory of mind ability and socioeconomic status, a study of
street-connected children and adolescents in Ecuador. Psych, 3(2), 72–84.
https://doi.org/10.3390/psych3020008
 

Podsakoff, P. M., MacKenzie, S. B., Lee, J., & Podsakoff, N. P. (2003). Common method biases
in behavioral research: A critical review of the literature and recommended remedies.
Journal of Applied Psychology, 88(5), 879–903. https://doi.org/10.1037/0021-9010.88.5.879
 

Rapp, C. A., & Goscha, R. J. (2011). The strengths model: A Recovery-Oriented Approach to
Mental Health Services. OUP USA.
 

Roelen, K., & Taylor, E. (2020). Assessing mental health in a context of extreme poverty:
Validation of the Rosenberg self-esteem scale in rural Haiti. PLoS ONE, 15(12), e0243457.
https://doi.org/10.1371/journal.pone.0243457
 

Rosenberg, M. (1965). Society and the Adolescent Self-Image. Princeton University Press.
 

Schmitt, D. P., & Allik, J. (2005). Simultaneous administration of the Rosenberg Self-Esteem
Scale in 53 nations: Exploring the universal and culture-specific features of global
self-esteem. Journal of Personality and Social Psychology, 89(4), 623–642.
https://doi.org/10.1037/0022-3514.89.4.623
 

Ungar, M. (2011). The social ecology of resilience: Addressing contextual and cultural
ambiguity of a nascent construct. American Journal of Orthopsychiatry, 81(1), 1–17.
https://doi.org/10.1111/j.1939-0025.2010.01067.x
 

Vettenburg, N. (2011). Jongeren, maatschappelijke kwetsbaarheid en emancipatorisch werk.
In F. Coussée & C. Mathijsen (Eds.), Uit de marge van het jeugdbeleid: werken met
maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren (pp. 25–38). Acco.

Download scriptie (2.04 MB)
Universiteit of Hogeschool
Hogeschool UCLL
Thesis jaar
2026
Promotor(en) en begeleiders
De Loenen Karen