Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Plassen tegen de stank: hoe jouw urine onze riolering kan redden

KU Leuven
2025
Amber
Brouns
Afvalwaterzuiveringsinstallaties staan onder toenemende druk. Ze kampen met een
beperkte capaciteit, een hoog energieverbruik en de noodzaak om extra chemicaliën
toe te voegen om stikstof te verwijderen. Tegelijkertijd hebben rioleringssystemen hun
eigen problemen, zoals geuroverlast, aantasting van leidingen en de uitstoot van
broeikasgassen. Om deze problemen aan te pakken, voegen waterbeheerders vaak
nitraat of ijzerzouten toe, maar deze oplossingen zijn op lange termijn niet duurzaam.
Een veelbelovender en duurzamer alternatief is het gebruik van genitrificeerde urine.
Dit is urine waarbij de stikstof al is omgezet naar nitraat. Deze nitraatrijke vloeistof kan
rechtstreeks in de riolering worden gedoseerd. Zo helpt het om geurhinder en corrosie
tegen te gaan, terwijl het ook de stikstofbelasting op de zuiveringsinstallatie verlaagt.
Maar hoe reageren de micro-organismen in de riolering op deze aanpak?
Deze thesis onderzoekt hoe goed verschillende bacteriën nitraat verwijderen wanneer
ze koolstof (uit acetaat), sulfide of beide als energiebron ter beschikking hebben. Uit
de testen bleek dat koolstofverwerkende bacteriën (heterotrofen) nitraat het snelst
verwijderen. Bacteriën die sulfide gebruiken (autotrofen) zijn trager, maar presteren
beter als ze zijn aangepast aan zwavelrijke omstandigheden. Wanneer zowel koolstof
als sulfide aanwezig is, krijgen de heterotrofen de overhand. In plaats van samen te
werken, bleken de twee groepen bacteriën juist te concurreren om dezelfde
voedingsstof: nitraat.
Daarnaast werd onderzocht hoe waterstofsulfide (H₂S), een stinkend en giftig gas, de heterotrofe bacteriën beïnvloedt. Zelfs kleine hoeveelheden kunnen het proces al
remmen, al hangt het effect sterk af van de timing en eerdere blootstelling van de
bacteriën aan H₂S.
Tot slot werd berekend hoeveel nitraat nodig is om geur- en corrosieproblemen in de
riolering effectief te bestrijden. Een simulatie van een appartementsgebouw met 100
bewoners liet zien dat genitrificeerde urine op zichzelf al voldoende is om de juiste
omstandigheden in de riolering te behouden, dit zonder dat extra chemicaliën nodig
zijn.
Kortom, dit onderzoek geeft meer inzicht in hoe rioolmicroben samenwerken (of juist
niet), en laat zien hoe we onze eigen afvalstromen, zoals urine, slim kunnen inzetten
om afvalwatersystemen efficiënter, duurzamer en toekomstbestendiger te maken.
Meer lezen

Improving RNA interference-based pest control using cationic polymethacrylate polymers: a case study in Spodoptera frugiperda and Leptinotarsa decemlineata

Universiteit Gent
2025
Simon
Vermeulen
Biotische factoren, zoals landbouwplagen, dragen wereldwijd aanzienlijk bij aan oogst- en voedselverliezen. Momenteel worden synthetische pesticiden nog vaak ingezet om deze organismen te bestrijden. Vanwege problemen met persistente residuvorming, risico’s voor de volksgezondheid en het ontstaan van resistentie, gecombineerd met een toenemende stimulans voor geïntegreerde plaagbeheersing, is een geleidelijke vervanging door nieuwe, veilige bestrijdingsstrategieën, zoals RNAi, noodzakelijk. Om complicaties met genetische modificatie te vermijden, kan een sproei-gebaseerde aanpak worden toegepast. Echter, hierbij blijft er onwetendheid bestaan. Deze scriptie onderzocht de potentie van de polymeren PAEMA en PGUMA, in verschillende configuraties, om deze uitdagingen te helpen overwinnen aan de hand van vier functionele parameters: de stabiliteit van dsRNA in larvale darmextracten via ex vivo degradatie-assays, niet-doelwit toxiciteit via in vitro assays, en cellulaire opname alsook polyplexvrijgave middels confocale microscopie.
Meer lezen

De opkweek van darmbacteriën van de honingbij (Apis mellifera) optimaliseren aan de hand van verschillende media

Hogeschool VIVES
2025
Dina
Schevernels
De studie richt zich op het optimaliseren van groeimedia voor darmbacteriën van honingbijen, die een cruciale rol spelen in de gezondheid van bijen en hun kolonies. Omdat standaard kweekmedia vaak niet geschikt zijn, is onderzocht welke aangepaste media nodig zijn voor verschillende bacteriesoorten zoals Commensalibacter, Gilliamella, Snodgrasella, Apibacter en Bombella.

Uit de resultaten blijkt dat toevoeging van charcoal de groei kan bevorderen door schadelijke stoffen te binden, maar dat elke bacteriesoort zijn eigen voorkeur heeft voor specifieke media. Er bestaat dus geen universeel groeimedium. Dit betekent dat toekomstig onderzoek zich moet richten op soorten-specifieke media of co-culturen die de natuurlijke darmomgeving nabootsen.

Het onderzoek is niet alleen technisch relevant, maar draagt ook bij aan betere inzichten in bijengezondheid, mogelijke probiotica voor bijen en breder microbioomonderzoek. De kernconclusie: de gezondheid van bijen begint bij hun darmmicroben, en hun bestudering begint bij het juiste groeimedium.
Meer lezen

Elimination of Priority Indoor Volatile Organic Compounds by Active Botanical Biofilters: Experimental and Modeling Approach

Universiteit Antwerpen
2025
Seppe
Vandeweghe
Genomineerde shortlist Vlaamse Scriptieprijs
Dit proefschrift onderzoekt de eliminatie van prioritaire vluchtige organische stoffen (VOS) door middel van actieve botanische biofilters via een gecombineerde experimentele en modelleringsbenadering. Het onderzoek richt zich op de verwijdering van benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xyleen, formaldehyde en acetaaldehyde (BTEXFA)-verbindingen, die vertegenwoordigers zijn van binnenluchtverontreinigingen die een reële bedreiging vormen voor de menselijke gezondheid. De experimentele benadering gebruikte een actief botanisch biofilter (ABB) en microbiële biofilters (MB's) om de prestaties van VOC-verwijdering onder verschillende randvoorwaarden te evalueren. Eerst werd een studie naar ABB-acclimatisatie uitgevoerd. Zodra de filters volledig operationeel waren en VOS verwijderden, werd een studie naar luchtsnelheidsvariatie uitgevoerd om de verwijdering bij verschillende luchtstroomsnelheden te documenteren. Tegelijkertijd werd een nieuw 3D multiphysics-model ontwikkeld op basis van computationele vloeistofdynamica om de aerodynamica van het MB-substraat, VOC-transport, en verwijderingsfenomenen te karakteriseren.

De effecten van acclimatisatie op VOC-verwijdering varieerden afhankelijk van de specifieke VOC, met verschillende patronen zichtbaar tussen BTEX, formaldehyde en acetaaldehyde. Verder werd aangetoond dat acclimatisatie door herhaalde VOC-blootstelling de efficiëntie van BTEX-verwijdering significant verbeterde. De studie naar luchtsnelheidsvariatie onthulde een complexe mix van effecten die de prestaties van ABB beïnvloeden, met veel verschillende reacties op luchtstroomverhoging tussen VOS. Een aerodynamisch submodel werd succesvol gevalideerd met experimentele gegevens, terwijl het volledige voorlopige model ruimte voor verbetering liet.

Dit onderzoek vergroot het begrip van botanische biofiltratiemechanismen en biedt praktische inzichten voor het optimaliseren van op ABB-gebaseerde binnenluchtzuiveringssystemen, en draagt bij aan duurzame toepassingen in stedelijke biowetenschap en engineering.
Meer lezen

STATISTICAL OPTIMIZATION OF PARAMETERS FOR BIOLEACHING OF MINE WASTES FROM SÃO DOMINGOS MINE, PORTUGAL

Universiteit Gent
2025
Maria Victoria
Pereira da Luz
Genomineerde shortlist NBN Sustainability Award
Genomineerde shortlist Eosprijs
While the extraction of metals is essential for sustainable energy technologies, they pose environmental challenges due to the toxic materials used in their production and the hazardous waste they generate. The presence of waste containing metals and organic compounds on Earth is increasing, and Europe holds large amounts of metals locked up in industrial process residues, such as tailings, metallurgical sludges, slags, dust, and ashes. The waste or secondary material may contain critical raw materials and base metals with application in the energetic transition. These factors highlight the urgent need for effective recycling practices to manage mine waste and recover valuable secondary raw materials, addressing both environmental and economic challenges.

This thesis investigates the optimal conditions for effective bioleaching of pyrite mine wastes and modern slags from the Achada do Gamo Sulfur factory in the São Domingos Mine area, focusing particularly on Manganese and Zinc recovery to address sustainability concerns. Using Response Surface Methodology (RSM), the study evaluates the impact and relationship between pulp density, initial pH, and initial ferrous iron concentration evaluated through a Box-Behnken design (BBD). Direct bioleaching experiments were conducted on altered and crushed pyrite, pyrite ashes, and modern slags using a thermophilic microbial culture consisting of Sb. thermosulfidooxidans, L. ferriphillum, and At. caldus (SLA), which utilized elemental sulfur and ferrous iron as energy sources, driving the oxidation of ferrous to ferric iron and the conversion of sulfur to sulfuric acid in the leaching medium.

Results showed that SLA culture is less effective bioleaching in pyrite wastes than slag, although ORP measurements indicated microbial iron oxidation for all materials. This study successfully optimized the recovery of metals from slag samples, indicating a maximum efficiency of metal solubilization under the conditions of 2.32% (w/v) solid load, pH 1.90, and ferrous iron supplementation of 60 mM. The maximum metal recovery achieved was 86.9% Zn, 81.4% Mn, 65% Cu, and 66.4% Co.

For crushed pyrite, under the conditions of pH 1.66, 54 mM supplementation of iron and 2% (w/v) pulp density was estimated to achieve moderate to high recovery of Mn (>53.8%) and Zn (>8.0%). However, the values obtained were not within the 95% confidence interval and the null hypothesis could not be rejected, indicating the proposed model does not apply to the practical application; consequently, an optimized condition was not defined. The application of the same conditions obtained in the model for crushed pyrite was applied to pyrite ash material, which did not result in satisfactory results. Hence, to better recover metals from pyrite ashes and crushed pyrite, further optimization is needed.
Meer lezen

Hoe roodwieren hun buren saboteren: De chemische oorlogsvoering in zee

Universiteit Gent
2025
Robbe
Paepen
Deze thesis onderzoekt de allelopathische effecten van drie roodwieren—Acrochaetium
secundatum, Gracilaria gracilis en Palmaria palmata—op de groei van twee microalgen: Tisochrysis lutea (Haptophyta) en Phaeodactylum tricornutum (Bacillariophyta). Van elk wier werden drie types extracten bereid: een polair extract, een apolair extract van het zeewieroppervlak, en een apolair extract van het gehele wier. De extracten werden getest in concentratiereeksen om hun effect op microalgengroei te evalueren.
Naast groeiremming werd ook de chemische samenstelling van de extracten geanalyseerd om potentiële allelochemicaliën te karakteriseren. Er werd een volledig spectrofotometrisch profiel genomen van het polaire extract, waarbij fycoërythrine en fycocyanine werden gekwantificeerd. Verder werd de vetzuursamenstelling in de apolaire extracten bepaald met GC-MS. Het meest dominante vetzuur in de extracten, eicosapentaeenzuur (EPA), werd afzonderlijk getest op de microalgen om het specifieke effect ervan te evalueren. Tot slot werd ook de mogelijke rol van oxidatieve stress onderzocht via een DPPH-radicaalassay.
De resultaten tonen dat de roodwierextracten soort- en extract-specifieke groeiremming veroorzaken. T. lutea bleek over het algemeen gevoeliger dan P. tricornutum. De sterkste inhibitie werd waargenomen bij het apolaire totaalextract van P. palmata. Uit de extra test met EPA, bleek EPA op zich de remming niet volledig te verklaren. Polaire extracten, vooral van A. secundatum, vertoonden ook duidelijke remming, vermoedelijk door fycobiliproteïnen zoals fycoërythrine en fycocyanine. Deze pigmenten kunnen echter ook indirecte effecten veroorzaken via lichtabsorptie.
Deze studie benadrukt het belang van gecombineerde chemische en biologische analyses om actieve componenten en hun werking te identificeren, met oog op zowel ecologische als biotechnologische toepassingen.
Meer lezen

HYBRIDIZATION AND MICROBIOME COMPATIBILITY OF LAMINARIA OCHROLEUCA AND LAMINARIA DIGITATA

Universiteit Gent
2025
Kato
De Clercq
Laminaria ochroleuca and Laminaria digitata are two economically and ecologically important kelp species found along European coasts. These brown macroalgae play vital roles in marine ecosystems as habitat formers and primary producers. Climate change is driving shifts in their distributions, increasing the potential for natural hybridization between these species. This study investigates whether L. ochroleuca and L. digitata can form viable and fertile hybrids and explores how hybridization may influence their associated microbiomes. Although previous studies indicated reproductive barriers, the possibility of successful hybridization under controlled conditions has not been clearly established. Using clonal gametophyte cultures, a series of intra- and interspecific crosses were performed and monitored for reproductive development, hybrid viability and morphological growth. Genetic analyses based on microsatellites confirmed successful hybridization in multiple crosses. Additionally, 16S rRNA gene sequencing showed that microbiome composition was primarily influenced by environmental origin, resulting in hybrid microbiomes largely shaped by laboratory conditions. These findings suggest that L. ochroleuca and L. digitata are reproductively compatible under specific conditions. This work contributes to kelp breeding research and positions hybridization as a potential strategy for reinforcing aquaculture sustainability in the context of climate change.
Meer lezen

Optimalisatie van PCR-testen voor de detectie van Feline Infectieuze Peritonitis Virus (FIPV)

Hogeschool VIVES
2025
Anke
Deconinck
Feline Infectieuze Peritonitis Virus (FIPV) is een mutatie van het Feline Coronavirus (FCoV) en veroorzaakt een dodelijke ziekte bij katten. Deze bachelorproef richt zich op de optimalisatie van PCR-testen voor de detectie van FIPV om de diagnostische nauwkeurigheid te verbeteren. Het onderzoek focust zich op de M1058L-mutatie in het S-gen, dat geassocieerd wordt met de ontwikkeling van FIPV. De aanpak omvat het optimaliseren van RNA-extractiemethoden, het ontwerpen van specifieke primers en probes, en het verfijnen van qPCR-protocollen. Daarnaast worden verschillende PCR-technieken, waaronder klassieke PCR, qPCR en dPCR, vergeleken op hun effectiviteit in het detecteren van de M1058L-mutatie. De resultaten tonen een verbeterde gevoeligheid en specificiteit van de geoptimaliseerde PCR-testen. Verder onderzoek is nodig om de klinische toepasbaarheid te valideren en de test te verfijnen voor verschillende FCoV-stammen.
Meer lezen

Investigating the role of temperature-dependent AtEH/Pan1 phosphorylation in Arabidopsis thaliana.

Universiteit Gent
2024
Dagmar
De Jonckheere
In mijn scriptie heb ik de correlatie gezocht tussen fosforylatie van AtEH1 bij 28 °C en het omhoogbewegen van de bladeren ten gevolge van temperatuur. Hiervoor heb ik overexpressielijnen getest, maar ook complementatielijnen. Het doel van de complementatielijnen was om te zien of er een nefast effect was wanneer de eiwitten gemuteerd werden om fosfodood of fosfonabootsend te zijn.
Meer lezen

Natuurbescherming in het openbaar groen

Hogeschool VIVES
2024
Marion
Logghe
In deze studie wordt onderzocht hoe Conservation Gardening kan toegepast worden binnen openbaar groen. Dit gebeurt aan de hand van een uitgebreide marktanalyse waarin de beschikbaarheid van vaatplanten die op de Rode Lijst van Vlaanderen staan op webshops wordt nagetrokken. Van de beschikbare planten word de standplaats afgeleid aan de hand van de Ellenberg-indicatorwaarden. Vervolgens worden de verschillende standplaatsen van elkaar gescheiden, gedefinieerd en gegoten in meerdere keuzetabellen. Dit alles wordt samengebracht in een uitgebreide, maar overzichtelijke Excel-werkmap die gebruikt kan worden bij het bepalen van welke planten in verschillende situaties toegepast kunnen worden. Ten slotte worden enkele praktische cases uitgewerkt van beplantingsplannen in openbaar groen, ter inspiratie voor groenbeheerders en groendiensten.
Meer lezen

Onderzoek van de eigenschappen van spring spin morfologieën door in-silico brain-body co-optimalisatie

Universiteit Gent
2024
Ward
Van Roeyen
Genomineerde longlist mtech+prijs
Deze scriptie behandelt hoe computersimulaties gebruikt kunnen worden om dieren in de natuur na te bootsen, specifiek springspinnen. Met deze simulaties kan er zowel onderzoek gedaan worden naar het gedrag van de spinnen als naar mogelijke designs voor een springende robot. Om deze simulaties uit te voeren werd er gebruik gemaakt van evolutionaire algoritmen, om zo de ontwikkeling van het dier in echte evolutie na te bootsen.
Meer lezen

De manier waarop volwassenen de emotionele toestand van honden (Canis lupus familiaris) evalueren

Hogeschool VIVES
2024
Cheyenne
Callens
Heel wat mensen halen een hond in huis met de functie als gezelschapshond. Echter hebben heel wat van deze hondeneigenaren geen kennis opgedaan over de manier waarop hun huisdier communiceert. Dit zorgt ervoor dat de, vaak subtiele, lichaamstaal van de hond niet opgemerkt of fout geïnterpreteerd wordt. Dit onderzoek is opgesteld om te achterhalen hoe volwassenen de emotionele toestand van honden evalueren.

Er werd een fysiek evenement georganiseerd waarbij de deelnemers (n = 37) vijftien video’s te zien kregen, waarin er telkens een hond geaaid werd door zijn eigenaar. De deelnemers werden gevraagd om na iedere video de desbetreffende hond een score te geven met betrekking tot hoe de hond de aaisessie ervaarde (nul: erg onaangenaam, vijf: erg aangenaam). Daarnaast gaven de deelnemers ook de reden waarom ze de hond deze score gaven.

Uit de thematische analyse van de antwoorden bleek dat mensen hun score veeleer baseren op basis van een emotie en/of een intentie die de hond mogelijks vertoond, dan op basis van object waarneembare signalen zoals het al dan niet vertonen van lichaamstaal. Deelnemers die geen voorkennis hebben betreffende communicatie bij honden duidden minder vaak lichaamstaal aan (66,1%), dan de deelnemers die wel vookennis hebben (86,7%).

Er werden significante correlaties gevonden tussen het rapporteren van bepaalde categorieën en de gegeven score. Zo worden categorieën zoals ‘bevriezen’, ‘communicatie via de muil’ en ‘communicatie via de ogen’ vaker gebruikt om een negatief gevoel te beschrijven. Categorieën zoals ‘communicatie via de staart’, ‘toekennen van emotie’ en ‘op de rug gaan liggen’ worden op hun beurt meer gebruikt bij het toekennen van positieve gevoelens.

Ondanks dat de hond ook negatieve emoties kan uiten door middel van zijn staart, werd de staart hoofdzakelijk vermeld om de hond een positieve emotie toe te kennen. Uit dit onderzoek blijkt dus dat er enerzijds slechts een beperkt aantal van de communicatieve signalen die de hond uitstuurt ook effectief door de deelnemers opgemerkt worden. Anderzijds worden er ook door de deelnemers verschillende signalen systematisch verkeerd geïnterpreteerd.

Dit wijst op de noodzaak om kennis omtrent lichaamstaal bij honden breed te communiceren onder de bevolking. Enkel door de hond zijn subtiele lichaamstaal op te merken en correct te kunnen interpreteren, kan de mens zijn hond pas echt begrijpen. Hierdoor is het verbeteren van de kennis met betrekking tot de lichaamstaal van de hond dus cruciaal voor het verbeteren van de relatie tussen de hond en zijn eigenaar, maar ook voor het optimaliseren van het welzijn van beide partijen.
Meer lezen

Ontwerpen van een dementietuin voor woonzorgcentrum De Reiger

Odisee Hogeschool
2024
Bérénice
Bouwens
Dementietuinen zijn zorgvuldig ontworpen buitenruimtes die zijn aangepast aan de specifieke behoeften van mensen met dementie. De focus ligt op het ontwerpen van twee dementietuinen voor woonzorgcentrum De Reiger in Temse. Het ontwerpproces vormt een delicate balans tussen functionaliteit, esthetiek en therapeutische waarde, met als doel een veilige, overzichtelijke en herkenbare omgeving te creëren voor de bewoners
Meer lezen

Welke huisvesting bieden Vlaamse particuliere eigenaren aan grijze roodstaartpapegaaien (Psittacus erithacus)?

Hogeschool VIVES
2024
Lara
Nuyts
Mijn scriptie gaat over het onderzoeken van de huidige huisvestingsnormen van grijze roodstaartpapegaaien bij Vlaamse particulieren eigenaren en beoordeel of deze voldoen aan deze soort hun ecologische behoeften.
Meer lezen

Het verband tussen de oorsprong van asielhonden (Canis familiaris) in Vlaanderen en de prevalentie van gedragsproblemen

Hogeschool VIVES
2024
Cloë
Dingenen
Ongeveer ¼ van de gezinnen in Vlaanderen heeft een hond, waarvan een groot deel
geadopteerd zijn uit binnen- en buitenlandse asielen. Uit studies blijkt dat wereldwijd
gemiddeld 70%-90% van de gezinshonden gedragsproblemen vertoont. Tot op heden
waren er nog geen cijfers omtrent het voorkomen van gedragsproblemen van
gezinshonden in Vlaanderen.
In dit onderzoek wordt aan de hand van een enquête de prevalentie van
gedragsproblemen bij Vlaamse huishonden afkomstig uit asielen in kaart gebracht. Tevens
wordt nagegaan of er een verschil is tussen voorkomen van gedragsproblemen bij honden
geadopteerd uit binnenlandse asielen dan wel buitenlandse asielen.
De enquête werd door 250 Vlaamse hondeneigenaars ingevuld. Daarvan vermeldt 83%
dat hun geadopteerde hond gedragsproblemen vertoont. De meest vermelde
gedragsproblemen zijn “trekken aan de lijn tijdens het wandelen” en “schrikreacties op
plotse gebeurtenissen”.
Er is geen significant verschil tussen het aantal gedragsproblemen bij buitenlandse- en
binnenlandse asielhonden. Maar het “trekken aan de lijn” wordt meer gerapporteerd bij
respondenten die een hond geadopteerd hadden uit een buitenlands asiel. Bij
respondenten met binnenlandse asielhonden wordt het gedragsprobleem “bijten” vaker
vermeld dan bij de honden geadopteerd uit een buitenlands asiel.
Enkele factoren met invloed op het voorkomen van gedragsproblemen zijn onder andere
het verblijf in het asiel, verblijf bij de eigenaar en de aanwezigheid van andere honden.
Voor die laatste factor is in het algemeen geen duidelijk verschil zichtbaar, maar wel bij
gedragingen zoals “trekken aan de lijn” en “schrikreacties”. Deze worden aangegeven
vaker voor te komen bij asielhonden waarvan de eigenaar nog een andere hond heeft.
Bij het interpreteren van de resultaten moet rekening gehouden worden met een respons
bias aangezien de eigenaars over hun eigen hond moeten antwoorden.
Ook is er in de enquête niet veel rekening gehouden met beïnvloedende factoren.
De conclusie van dit onderzoek is dus dat er geen verband is tussen de oorsprong van
geadopteerde asielhonden in Vlaanderen en de prevalentie van gedragsproblemen. Hierbij
moet de nuance gemaakt worden dat deze conclusie over het algemeen aantal
gedragsproblemen gaat. Per gedragsprobleem kan er een verschil zijn afhankelijk van de
afkomst van de asielhond.
Hiernaast kan geconcludeerd worden dat de aanwezigheid van een andere hond in
sommige gevallen een invloed heeft op de prevalentie van gedragsproblemen.
Meer lezen

Developing an Urban Green Accessibility Index for Flanders - A Comprehensive Analysis of Accessible Urban Green Spaces

KU Leuven
2023
Eline
Rega
Met groeiende steden wordt groene ruimte cruciaal voor de onze mentale en fysieke gezondheid. In deze scriptie werd de Urban Green Accessibility Index (UGAI) ontwikkeld en berekend voor Vlaanderen. Dit is een tool die de toegankelijkheid, kwaliteit en context van groen weergeeft. De resultaten tonen dat slechts 55% van de Vlamingen toegang heeft tot groen binnen 10 minuten wandelen van hun woonplaats. De informatie uit deze scriptie kan waardevol zijn voor beleidsmakers om deze tekorten aan te pakken.
Meer lezen

The role of initiators in epoxide-based thin-film composite membranes

KU Leuven
2023
Irian
Baert
  • Rhea
    Verbeke
  • Daan
    Van Havere
De black-box synthese van epoxide-gebaseerde dunne film composiet membranen kon beter bergrepen worden door uitgebreide karakterisatie van membranen die werden gesynthetiseerd met strategisch uitgekozen tertiaire amine initiatoren. Zo werden belangrijke initiator eigenschappen duidelijk, alsook welke stappen in de synthese het belangrijkste zijn om zout selectieve membranen te vormen.
Meer lezen

The effects of urban green space on mitigating urban heat islands and improving thermal comfort: a case study of Leuven, Belgium

KU Leuven
2020
Eva
Beele
Een onderzoek naar de mitigerende effecten van stedelijk groen op het stedelijk hitte eiland. Door middel van een uitgebreid netwerk van weerstations en teledetectie technologieën wordt de invloed van compositie en configuratie van groen op luchttemperatuur geanalyseerd voor verschillende temporele en ruimtelijke schalen.
Meer lezen