Verkennend onderzoek op reekadavers in bos en heide

Raven Onzea
Verkennend onderzoek de afbraak van reekadavers in bos en heide en de aanwezige aaskeverpopulaties.

Dode reeën in Averbode Bos en Heide

‘Dode dieren in de natuur, daar wil ik mij voor inzetten!’

Raven Onzea is student Groenmanagement aan de Hogeschool PXL en heeft een passie voor ecologisch onderzoek. Als onderdeel van zijn bachelorproef heeft hij in samenwerking met het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) onderzocht welke beestjes er zoal krioelen op een reekadaver. We spraken met hem over de noodzaak van grote kadavers voor de biologische kringloop.

Waarom zijn dode dieren zo belangrijk?

Net als dood hout zijn dode dieren een belangrijk onderdeel van de natuurlijke kringloop. In Vlaanderen ontbreekt deze schakel gedeeltelijk. Kadavers van grote dieren, zoals koeien, paarden, everzwijnen en reeën, worden uit de natuur weggehaald. Hierdoor verdwijnen ook alle stoffen die ze tijdens hun leven opgenomen hebben, zoals calcium en natrium. Eigenlijk is een kadaver een uitgebreid buffet voor grote dieren zoals everzwijnen, vossen en buizerds, maar ook voor insecten en andere kleine dieren, zie ook www.ark.eu/natuurontwikkeling/natuurlijke-processen/dood-doet-leven voor meer informatie.

‘Ik had vóór dit onderzoek nooit gedacht dat een dood dier het ecosysteem (alle levende organismen, de omgeving en hun wisselwerking) waarin het zich bevindt, op zoveel vlakken stimuleert. Zeker de vérstrekkende directe en indirecte invloed van de stoffen die vrijkomen tijdens de afbraak op planten, zoogdieren en insecten in arme zure gebieden had ik onderschat. Zo is de natrium die vrijkomt bij een dood dier belangrijk voor de voortplanting van vlinders.’

Hoe verliep je onderzoek?

Tussen 8 maart en 3 mei bestudeerde ik twee reekadavers in natuurgebied Averbode Bos en Heide, beheerd door Natuurpunt vzw. Ik vond hier verschillende ongewervelde dieren, zoals vliegen, kevers, spinnen, vlinders, hommels en wel 610 aaskevers van maar liefst negen verschillende soorten. De aaskeversoort die het meeste voorkwam was de rimpelige aaskever. Die zie je op de foto hieronder.

Figuur 1: rimpelige aaskever, bron: http://insecterra.forumactif.com/t21375-thanatophilus-rugosus

Figuur 1: rimpelige aaskever, bron: http://insecterra.forumactif.com/t21375-thanatophilus-rugosus

Verspreiden grote dode dieren geen ziektes?

Daar moet je je geen zorgen over maken. Als je grote kadavers in de natuur laat liggen, is het gezondheidsrisico voor de mens of de veestapel verwaarloosbaar klein.

Wat wil je met je onderzoek bereiken?

Ik hoop dat de afbraak van grotere dieren in de natuur door mijn onderzoek meer aandacht krijgt. We kunnen op verschillende manieren actie ondernemen om terug meer dood dierlijk materiaal in natuurgebieden te krijgen. De eenvoudigste manier is grazers in natuurgebieden, zoals runderen en paarden, na hun dood ter plaatse te laten liggen. We kunnen ook aangereden wild, geschoten wild of delen ervan die wij niet opeten, en slachtafval op open plekken in de natuur leggen.

In de huidige wetgeving worden runderen en paarden in natuurgebieden echter nog steeds beschouwd als landbouwdieren, hoewel hun situatie en leven erg verschilt van die van echte landbouwdieren. Kadavers van landbouwdieren en slachtafval moeten volgens strikte procedures behandeld worden. Als een landbouwdier sterft moet dit kadaver onmiddellijk naar een destructiebedrijf gebracht worden. Dat is een verlies voor de natuur en een kost voor de overheid, die betaalt voor de ophaling. Via nieuwe overeenkomsten met de bevoegde overheden, de Openbare Vlaamse AfvalMaatschappij (OVAM) en de federale overheidsdienst Volksgezondheid, kan de huidige aanpak verbeterd worden. In Nederland zorgde zo’n overeenkomst er bijvoorbeeld voor dat de runderen en paarden in de Oostvaardersplassen en de Veluwe erkend werden als wilde dieren. Sindsdien blijven de grazers na hun dood liggen en wordt de natuurlijke kringloop gesloten.

Door dode runderen en paarden te laten liggen, besparen we geld en stimuleren we de lokale biodiversiteit. Meer aas in natuurgebieden trekt op termijn bijvoorbeeld majestueuze aaseters aan zoals arenden, wouwen en gieren. Het zou toch fantastisch zijn om deze dieren bij ons terug te verwelkomen.

 image 4

Figuur 2: Monniksgier, bron: https://ar.pinterest.com/pin/647603621390831194/

Bibliografie

ADDIN Mendeley Bibliography CSL_BIBLIOGRAPHY ARK Natuurontwikkeling. (2019). Wisenten nemen afscheid van gestorven koe. Retrieved March 21, 2019, from https://www.ark.eu/nieuws/2019/wisenten-nemen-afscheid-van-gestorven-koe

Bade, T., van den Berg, A., Dudek, M., Kor, G., Linnartz, L., Piek, H., & Visser, B. (2005). Dood doet leven. (R. Lardinois, Ed.). Utrecht: KNNV Uitgeverij.

Beekers, B., Meertens, H., Reiniers, K., & Helmer, W. (2017). Circle of life.

Benbow, M. E., Tomberlin, J., & Pechal, J. (2013). Seasonal Necrophagous Insect Community Assembly During Vertebrate Carrion Decomposition. https://doi.org/10.1603/ME12194

Braack, L. (1987). Community dynamics of carrion-attendant arthropods in tropical African woodland. Oecologia 72.

Colijn, E. O. (2014). Kevers op kadavers in Nederland, de stand van zaken. Entomologische Berichten, 7.

EIS. (n.d.). Soortzoeker: Aaskevers van Nederland. Retrieved May 8, 2019, from https://determineren.nederlandsesoorten.nl/linnaeus_ng/app/views/matrix…

Erbeling, L., & Erbeling, M. (1986). Faunistische und oekologische Untersuchungen zur Sukzession aasbesuchender Coleopteren im südlichen Eggebirge.

Gu, X., Haelewaters, D., Vanpoucke, S., & Wiegleb, G. (2014). Carcass ecology – more than just beetles. Retrieved from https://www.researchgate.net/publication/260407890_Carcass_Ecology_-_mo…

Harde, K. W., & Severa, F. (1981). Thiemes kevergids. Artia Praha.

Informatie Vlaanderen. (n.d.). Geopunt. Retrieved May 30, 2019, from www.geopunt.be

Koch, K. C., Freude, H., Harde, K. W., & Lohse, G. A. (1989). Ökologie, Band 1. Die käfer mitteleuropas.

Matuszewski, S., Bajerlein, D., Konwerski, S., & Szpila, K. (2008). An initial study of insect succession and carrion decomposition in various forest habitats of Central Europe. https://doi.org/10.1016/j.forsciint.2008.06.015

Schilthuizen, M., & Vallenduuk, H. (1998). Kevers op kadavers. Utrecht: KNNV Uitgeverij.

Sharanowski, B. J., Walker, E. G., & Anderson, G. S. (2008). Insect succession and decomposition patterns on shaded and sunlit carrion in Saskatchewan in three different seasons. https://doi.org/10.1016/j.forsciint.2008.05.019

Van Landuyt, W., & De Beer, D. (2016). Mossen van dood hout in opmars in de bosreservaten Joseph Zwaenepoel en Wijnendalebos. Bosreservatennieuw 15.

Vandekerkhove, K., Crèvecoeur, L., & Thomaes, A. (2016). To manage or not to manage’ wat is nu de beste optie voor doodhoutkevers? Bosreservatennieuw 15.

Wielink, P. Van. (2004). Kadavers in De Kaaistoep : de natuur- lijke successie van kevers en andere insecten in een vos en een ree, 64(2), 34–50.

Wünsch, H.-W., & Gospodinova, H. (2012). Deutsche Wespe Vespula germanica erbeutet Sympetrum striolatum vor dem Jungfernflug (Hymenoptera: Vespidae; Odonata: Libelluidae). Libellula.

Universiteit of Hogeschool
Agro- en biotechnologie
Publicatiejaar
2019
Promotor(en)
Jan Van Uytvanck, Sigi Berwaers
Kernwoorden
Deel deze scriptie