Hoe kinderen en jongeren rouw beleven en meenemen doorheen hun ontwikkeling. Tips voor ouders en andere steunfiguren.

Adelinde Sommereyns
Rouw in de rugzak. Tips voor reisgenoten van rouwende kinderen en jongeren.Voor kinderen en jongeren die iemand verliezen die belangrijk voor hen is, is zorgzame steun vanuit de naaste omgeving onmisbaar, op korte én op lange termijn. De naaste omgeving wil hen meestal ook graag steunen. En toch loopt het vaak mis. Hulpvragen van rouwende kinderen en jongeren raken niet geformuleerd, of worden niet herkend. Bekommernis van de omgeving raakt niet vertaald naar daadwerkelijke steun, of lijkt meer kwaad dan goed te doen. Welke misverstanden en struikelblokken spelen hier?

Hoe kinderen en jongeren rouw beleven en meenemen doorheen hun ontwikkeling. Tips voor ouders en andere steunfiguren.

Rouw in de rugzak. Tips voor reisgenoten van rouwende kinderen en jongeren.

Voor kinderen en jongeren die iemand verliezen die belangrijk voor hen is, is zorgzame steun vanuit de naaste omgeving onmisbaar, op korte én op lange termijn. De naaste omgeving wil hen meestal ook graag steunen. En toch loopt het vaak mis. Hulpvragen van rouwende kinderen en jongeren raken niet geformuleerd, of worden niet herkend. Bekommernis van de omgeving raakt niet vertaald naar daadwerkelijke steun, of lijkt meer kwaad dan goed te doen. Welke misverstanden en struikelblokken spelen hier? En welke informatie kan daaraan verhelpen? Adelinde Sommereyns onderzocht het in haar eindwerk Gezinswetenschappen. Het eindwerk maakt een tocht doorheen literatuur over rouw, ontwikkeling en communicatie, en filtert daaruit informatie die de naaste omgeving kan versterken in zijn steunrol. Met de verzamelde informatie wordt nu een brochure ontworpen voor ouders en andere steunfiguren. Veel van de elementen die in het eindwerk naar voor komen, krijgen de laatste jaren steeds meer erkenning in onderzoek en literatuur, maar blijken helaas maar langzaam door te sijpelen naar het brede publiek. Andere elementen blijken ook in onderzoek en literatuur nog vaak onderbelicht te worden. Een aantal van de onderbelichte elementen waar het eindwerk veel aandacht aan besteedt, zijn het lange-termijnaspect van rouw en de sterke verstrengeling van rouw en ontwikkeling. Inzicht hierin kan volgens het eindwerk een belangrijke sleutel zijn om rouw van kinderen en jongeren te begrijpen en te ondersteunen. 

ROUW GROEIT MEE

De rouw van kinderen en jongeren wordt sterk gekleurd door hun leeftijd en ontwikkelingsfase op het moment van overlijden. Maar daar stopt het niet mee. Doorheen het opgroeien zullen zich telkens nieuwe kennis, vaardigheden en ontwikkelingstaken aanbieden. Die maken het mogelijk én nodig om het verlies te herbekijken en de rouw op een nieuw niveau te herwerken. Zo zal een jong kind bijvoorbeeld wel beseffen dat er iets mis is, dat de overledene afwezig is, maar zal hij ondanks alle uitleg toch de terugkeer van de overledene blijven verwachten. Later, wanneer zijn ontwikkeling het mogelijk maakt de onomkeerbaarheid van de dood écht te vatten, zal hij het verlies vanuit dit nieuwe doodsbegrip moeten herwerken. Een ander voorbeeld is de manier waarop het verlies van een ouder doorheen het opgroeien op steeds nieuwe manieren naar boven komt. Een baby die een zorgfiguur mist, groeit immers uit tot een kleuter die aan niemand zijn moeder- of vaderdagcadeautje kan geven, tot een lagereschoolkind dat een rolmodel mist, tot een adolescent die zich niet kan afzetten tegen iemand die er niet is, enzovoort... Uitleg over dit cyclische proces kan helpen begrijpen waarom rouw bij kinderen en jongeren na lange tijd opeens weer heel intens kan opduiken. Het bereidt steunfiguren erop voor dat er steeds opnieuw nood zal zijn aan rouwsteun op steeds nieuwe niveaus, en aan antwoorden op steeds nieuwe vragen. 

ROUW IS GEDULDIG

Kinderen en jongeren zijn heel goed in het doseren van rouw. Ze wisselen momenten van rouw af met momenten waarop ze weer helemaal helemaal opgaan in het gewone leven, in spel, school, hobby, uitgaan, enz... Voor de omgeving kan dat erg onthutsend zijn. Het is echter geen blijk van ongevoeligheid of egoïsme, of van kortere of minder intense rouw. Het is een gezond mechanisme dat aanmoediging verdient in plaats van afkeuring. Lange tijd ononderbroken met rouw bezig zijn, zou voor kinderen en jongeren gewoon te zwaar zijn, en zou hun ontwikkeling teveel in het gedrang kunnen brengen. Een drastischer verdedigingsmechanisme dat kinderen en jongeren regelmatig gebruiken, is het uitstellen van rouw. Bijvoorbeeld omdat ze hun rouwende ouders bijkomend verdriet willen besparen, omdat ze niet anders willen zijn dan de leeftijdsgenoten, omdat er geen steunfiguren beschikbaar zijn om hen bij te staan in het omgaan met de overweldigende gevoelens en gedachten, omdat ze al hun energie nodig hebben voor een ontwikkelingssprong, enzovoort... Wanneer later de reden voor het uitstel verdwenen is, zal de rouw alsnog naar buiten komen. Helaas wordt de rouw op dat moment niet altijd meer als dusdanig herkend. Bij kinderen en jongeren komt rouw bovendien meestal 'vermomd' naar buiten, bijvoorbeeld in moeilijk gedrag of leerproblemen. Hoe langer het uitstel geduurd heeft, hoe moeilijker de omgeving het heeft om van daaruit nog de link te leggen met het overlijden. 

ROUW VRAAGT HELPENDE REISGENOTEN

De rouw van kinderen en jongeren blijkt dus op verschillende manieren door de tijd gespreid te worden, en doorheen het opgroeien in de levensrugzak mee te reizen. Zorgzame reisgenoten zijn daarbij onmisbaar. Speciale talenten of diploma's zijn niet nodig, wel respect voor het unieke reispad dat het kind kiest. Wie er graag meer over leest, kan het eindwerk vinden in de Vlaamse Scriptiebank op www.scriptiebank.be. De brochure zal binnenkort beschikbaar zijn op www.ovok.be en www.missingyou.be.

Bibliografie
  • BAETEN, K., DEWISPELAERE, J., NEYSKENS, A. (2007) Helpende Gesprekken, niet-gepubliceerde cursus 2de jaar Bachelor in de Gezinswetenschappen, Schaarbeek, HIG, 66 pp.
  • CELIE, L. (2007) De kindertaal van rouw. In: MAES, J. (red) Leven met gemis. Handboek over rouw, rouwbegeleiding en rouwtherapie. Wijgmaal-Leuven, Zorg-Saam, 246-262.
  • CHRIST, G. (2000) Impact of Development on Children’s Mourning, Cancer Practice, 8(2): 72-81.
  • CHRIST, G., SIEGEL, K., CHRIST, A. (2002) Adolescent Grief: “It Never Really Hit Me... Until It Actually Happened”, JAMA, 288(10), 1269-1278.
  • CHRIST, G., CHRIST, A. (2006) Current approaches to helping children cope with a parents terminal illness, CA: A Cancer Journal for Clinicians, 56(4): 197-212.
  • CLEMENT, H., AERTS, D., VANDERLINDEN, L., et al (2004) Als sterven tot het leven behoort. Praktische handleiding voor de hulpverlener in de palliatieve zorg. Tielt, Lannoo.
  • COHEN, J., MANNARINO, A., DEBLINGER, E. (2008) Behandeling van trauma bij kinderen en adolescenten. Met de methode Traumagerichte Cognitieve Gedragstherapie. Houten, Bohn Stafleu van Loghum.
  • DELFOS, M. (2005) Klein en wijs, jong en getekend. Rouwverwerking bij kinderen en jongeren. In: DIEKSTRA, R., GRAVESTEIJN, C. (red) Lieve hemel. Over hulp bij rouwverwerking van kinderen en jongeren door opvoeders. Uithoorn, Karakter: 54-76.
  • DELFOS, M. (2007a) Ik heb ook wat te vertellen! Communiceren met pubers en adolescenten. Amsterdam, SWP.
  • DELFOS, M. (2007b) Luister je wel naar mij? Gespreksvoering met kinderen tussen vier en twaalf jaar. Amsterdam, SWP.
  • DELFOS, M. (2009) Ontwikkeling in vogelvlucht. Ontwikkeling van kinderen en adolescenten. Amsterdam, Pearson Assessment and Information.
  • DILLEN, L. (2007) Kinderen in rouw. Rouwsluiers ontsluierd? Tijdschrift Klinische Psychologie, 37(4): 249-264.
  • FIDDELAERS-JASPERS, R. (2004) Mijn troostende ik. Kwetsbaarheid én kracht van rouwende jongeren. Kampen, Kok.
  • FIDDELAERS-JASPERS, R. (2005) Jong verlies. Rouwende kinderen serieus nemen. Kampen, Ten Have.
  • HAINE, R., AYERS, T., SANDLER, I. et al (2008) Evidence-Based Practices for Parentally Bereaved Children and Their Families, Prof Psychol Res Pr, 39(2), 113-121.
  • HOOGHE, A. (2007) Rouw vanuit een familieperspectief. In: MAES, J. (red) Leven met gemis. Handboek over rouw, rouwbegeleiding en rouwtherapie. Wijgmaal-Leuven, Zorg-Saam, 178-192.
  • HOOGHE, A. (2008) Systemen onder druk: Rouw en verlies. In: SAVENIJE, A., VAN LAWICK, M., REIJMERS, E. (red) Handboek Systeemtherapie. Utrecht, De Tijdstroom, 569-578.
  • KEIRSE, L. (2006) Verliesverwerking tijdens de adolescentie. Een aandachtspunt voor artsen. Tijdschrift voor Geneeskunde, 62(10): 746-754.
  • KEIRSE, M. (2008) Helpen bij ziekte en pijn. Een gids voor de patiënt, het gezin en de zorgverlener. Tielt, Lannoo.
  • KEIRSE, M. (2009a) Helpen bij verlies en verdriet. Een gids voor het gezin en de hulpverlener. Tielt, Lannoo.
  • KEIRSE, M. (2009b) Kinderen helpen bij verlies. Een boek voor al wie van kinderen houdt. Tielt, Lannoo.
  • KOOLS, M., RUITER, R., VAN DE WIEL, M. et al (2004) Increasing Readers' Comprehension of Health Education Brochures: A Qualitative Study Into How Professional Writers Make Texts Coherent, Health Education & Behavior, 31(6): 720-740.
  • MAES, J. (2007) Leven met gemis. Handboek over rouw, rouwbegeleiding en rouwtherapie. Wijgmaal-Leuven, Zorg-Saam.
  • MAES, J., JANSEN, E. (2009) Ze zeggen dat het overgaat. Leven met rouw en verdriet. Gent, Witsand.
  • MEURS, P. (2007) Genetische psychologie, niet-gepubliceerde cursus 1ste jaar Bachelor in de Gezinswetenschappen, Schaarbeek, HIG.
  • MEURS, P. (2010) Ontwikkelingspsychopathologie en ouderbegeleiding, niet-gepubliceerde cursus 3de jaar Bachelor in de Gezinswetenschappen, Schaarbeek, HIG, 91 pp.
  • NOTEN, S. (2009) Stapeltjesverdriet. Stilstaan bij wat is. Een onderzoek naar de invloed van verlies op zeer jonge leeftijd. Heeze, In de Wolken.
  • OLTJENBRUNS (2001) Developmental Context of Childhood: Grief and Regrief Phenomena. In: STROEBE, M., HANSSON, R., STOEBE, W. et al (red) Handbook of bereavement research. Consequences, Coping, and Care. Washington, American Psychogical Association.
  • SLEEBOOM, I., VAN DE VIJFEIKEN, K., HELLENDOORN, J. (2010) Gesprekken met kinderen. Over alles wat belangrijk voor hen is. Amsterdam, Boom.
  • SPUIJ, M., STIKKELBROEK, Y., GOUDENA, P. et al (2008) Rouw en verliesverwerking door jeugdigen, Kind en adolescent, 29(2): 80-93.
  • STROEBE, M., SCHUT, H. (2001) Models of coping with bereavement: A review. In: STROEBE, M., HANSSON, R., STOEBE, W. et al (red) Handbook of bereavement research. Consequences, Coping, and Care. Washington, American Psychogical Association.
  • STRUYVEN, K., SIERENS, E., DOCHY, F. et al (2003) Groot worden. De ontwikkeling van baby tot adolescent. Handboek voor (toekomstige) leerkrachten en opvoeders. Tielt, Lannoo.           
  • TEAM EINDPROEFBEGELEIDERS (2009) Handleiding Eindproef. Gezinsondersteunend werken via de methodiek van probleemgericht denken, niet-gepubliceerde cursus 3de jaar Bachelor in de Gezinswetenschappen, Schaarbeek, HIG, 44 pp.
  • TEAM METHODIEKBEGELEIDERS (2002) Ervaringsgericht werken aan communicatie: Luisteren als invalshoek, niet-gepubliceerde cursus 1ste jaar Graduaat Gezinswetenschappen, Schaarbeek, HIG, 50 pp.
  • VANDEN ABBEELE, C. (2001) Nu jij er niet meer bent. Rouwen met kinderen en tieners. Tielt, Lannoo.
  • VAN DER MAAREL, L. (2005) De dood is bespreekbaar in het leven van een kind. Handreikingen voor het praten met kinderen en pubers over de dood. In: DIEKSTRA, R., GRAVESTEIJN, C. (red) Lieve hemel. Over hulp bij rouwverwerking van kinderen en jongeren door opvoeders. Uithoorn, Karakter: 143-152.
  • VAN MARWIJK, F. (2006) Lichaamstaal bij baby's. Houten, MOM.
  • WHITTINGHAM, J., RUITER, R., CASTERMANS, D. et al (2008) Designing effective health education materials: experimental pre-testing of a theory-based brochure to increase knowledge, Heath Education Research, 23(3): 414-426.
  • WORDEN, W. (2009) Grief Counseling and Grief Therapy. A handbook for the mental health practitioner. New York, Springer Publishi ng Company.
Universiteit of Hogeschool
Sociaal Agogisch Werk - Gezinswetenschappen
Publicatiejaar
2011
Kernwoorden
Share this on: