Multidisciplinaire interventies en begeleiding bij misselijkheid en braken ten gevolge van chemotherapie.

Cindy Willems
Multidisciplinaire interventies en begeleiding bij misselijkheid en braken ten gevolge van chemotherapie.De verpleegkundige rol als meerwaarde bij de begeleiding van jonge kankerpatiëntjes.Wanneer een kind plotseling ernstig ziek wordt en aan kanker lijdt verandert het leveningrijpend.   Er breekt een periode van spanning en onzekerheid aan.

Multidisciplinaire interventies en begeleiding bij misselijkheid en braken ten gevolge van chemotherapie.

Multidisciplinaire interventies en begeleiding bij misselijkheid en braken ten gevolge van chemotherapie.

De verpleegkundige rol als meerwaarde bij de begeleiding van jonge kankerpatiëntjes.

Wanneer een kind plotseling ernstig ziek wordt en aan kanker lijdt verandert het leveningrijpend.   Er breekt een periode van spanning en onzekerheid aan. Dit zowel voor het kind als voor het hele gezin.  Het dagelijkse leven wordt ernstig verstoord en dingen die vanzelfsprekend waren, zijn dit nu niet meer.  Betrokkenen raken heen en weer geslingerd tussen hoop en onzekerheid.  Psychosociale ondersteuning is hierbij een absolute vereiste.  Het vergt teamwerk om de juiste beslissingen te nemen.  De mening van de ouders is hierbij essentieel.  De informatie moet worden herhaald omdat veel informatie na de eerste shock van de diagnose niet meer aankomt. 

Hoe kanker ontstaat, welke de beïnvloedbare factoren zijn, hoe de diagnose tot stand komt en de daaruit komende behandeling wordt reeds vanaf het eerste contact met de ouders en het kind uitgelegd.  Vanaf het moment dat de arts weet welke behandeling er kan gestart worden kan er gericht uitgelegd worden welke nevenwerkingen de behandeling met zich gaat mee brengen. Dit wordt met beeldend materiaal aan het kind uitgelegd en meer bepaald met behulp van boekjes en filmpjes.  Zo kan je het kind beter voorbereiden op dat wat er gaat komen na de behandeling. 

Er wordt gezocht naar de behandeling met de grootste kans op genezing.  Een uitdaging hierbij is dat lange termijncomplicaties van de behandeling zoveel mogelijk te voorkomen.  Alle vormen van behandeling zoals chirurgie, radiotherapie en chemotherapie kunnen negatieve effecten hebben op de ontwikkeling van het kind en kunnen leiden tot orgaanschade.  De behandeling wordt gestart na het doorlopen van verschillende onderzoeken waardoor men tevens een correcte diagnose kan stellen. 

Om goede toegang tot de bloedbaan te hebben voor toediening van de cytostatica wordt meestal een poortkatheter geplaatst.  

Wanneer men cytostatica gaat toedienen gaat deze zowel gezonde als slechte cellen gaan vernietigen met als gevolg dat er nevenwerkingen kunnen optreden.  Naast darmproblemen, vermoeidheid, stomatitis zijn beenmergdepressie en nausea en emesis de meest voorkomende bijwerking.  Men kan verschillende soorten nausea en emesis onderscheiden.  Een allereerste interventie is het toedienen van middelen tegen de misselijkheid of anti-emetica.  Deze gaan de desbetreffende neurotransmitters blokkeren en zijn zeer effectief bij de bestrijding van misselijkheid en braken.  Door toevoeging van dexamethason kan misselijkheid adequaat bestreden worden.  Naast medische interventies zijn er ook verpleegkundige en psychosociale interventies om misselijkheid en braken te verminderen en te voorkomen. De rol van de verpleegkundige staat hier centraal.  Door misselijkheid en braken is er een kans op ondervoeding. 

Het optreden van misselijkheid is voorspelbaar.  Preventie is noodzakelijk en dient gestart te worden vanaf het begin van de behandeling.  Ondersteuning en begeleiding van het kind en de ouders tijdens deze moeilijke periode staan centraal vanaf eerste contact tot jaren na de behandeling.

De zware behandeling die het kind moet ondergaan en de vele vaak pijnlijke ingrepen en onderzoeken kunnen ertoe leiden dat het kind angstig gaat zijn.  Deze gevoelens van angst worden verminderd doordat men het kind zoveel mogelijk bij de behandeling gaat betrekken. Zo geven ze het kind meer controle over de situatie.  Ouders gaan zich heel vaak machteloos voelen, zeker als hun kind misselijk is en moet overgeven.  Ondersteuning en begeleiding naar de ouders toe is van zeer groot belang. 

Zowel de arts, verpleegkundige en psychologe werken centraal rond het kind.  Vanaf het eerste contact, alsook tijdens de behandeling wordt er nauw samengewerkt om zo een behandeling op maat te kunnen geven.  Een kind met kanker is net als alle andere kinderen geestelijk en lichamelijk nog in ontwikkeling en afhankelijk van de ouders.  Samen met de psychologe draagt de verpleegkundige er zorg voor dat deze ontwikkeling niet of nauwelijks wordt verstoord.  De kinderen worden elke dag door een vaste verpleegkundige verzorgd zodat er een vertrouwensband kan ontstaan.  De verpleegkundige is zeker een meerwaarde in het multidisciplinaire team. 

Dit eindwerk is een weergave van hoe een kind met kanker en zijn familie wordt ondersteund en begeleidt op de dienst pediatrie K2 van UZ Brussel.   

 

Cindy WillemsBachelor in de VerpleegkundeErasmushogeschool Brussel2012-2013

 

 

 

Bibliografie

A.A.F. Jochems, F. (2009). Coëlho Zakwoordenboek der Geneeskunde. Doetinchem: Elsevier.

A.D.Klaren, C. v. (2004). Oncologie Handboek voor verpleegkundigen en andere hulpverleners. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

Bate T., B. P. (2009). Basisboek oncologie voor verpleegkundigen. Antwerpen: Standaard uitgeverij.

Berg, H. v. (2009). Kinderen en kanker. Amsterdam: Boom.

Bosscha, M. (2013). Wat is retinoblastoom? Nederland: VU Medisch Centrum Amsterdam.

Centrum, A. M. (2011). Bottumoren. Nederland: Academisch Medisch Centrum.

Centrum, V. M. (2009). Behandeling van kinderen met kanker in het kinderoncologisch centrum. Amsterdam: VU Medisch Centrum.

Coevorden, F. v. (2012). Sarcomen. Nederland: The Netherlands Cancer Institute - Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis.

G. Huizinga, C. M.-t.-R. (2004). Kinderverpleegkunde. Maarssen: Elsevier.

Haveskercke, P. J. (2013). Leukemie bij kinderen. Brussel: Belgische Federatie tegen kanker.

Heyvaert, I. (2011 - 2012). Zorg bij de pediatrische zorgvrager. EBN pediatrische zorgvrager. Brussel: Erasmushogeschool Brussel.

I. De Kock - van Beerendonk, K. R.-R. (2006). Specialistische kinderverpleegkundige. Zorg voor het zieke kind. Maarssen: Elsevier.

Info, M. (2012). Neuroblastoom. Tilburg: Medic Info.

kanker, S. t. (2008). Kanker in België volgens leeftijdscategorie. Brussel: Stichting tegen kanker.

Knottnerus, J. (2009). Signalement Protonenbestraling. De Haag: Gezondheidsraad.

MC, E. (2013). Lymfeklierkanker. Rotterdam: Erasmus MC.

MC, E. (2013). Wilms tumor (nephroblastoom). Rotterdam: Erasmus MC.

Schiet, M. (2000). Gewoon een bijzonder kind. Utrecht: NIZW Uitgeverij.

Schieving, J. (2009). Hersentumor bij kinderen. J Schieving.

Segers, M. (2008). Veilig werken met cytostatica. Richtlijnen voor verpleegkundigen voor het veilig manipuleren van cytostatica. Brussel: UZ Brussel.

UZ, B. (2013). Handleiding bereiding cytostatica. Brussel: UZ Brussel.

UZ, B. (2003). Onthaalbrochure Kinderoncologie UZ Brussel. Brussel: UZ Brussel.

W.A. Kamps, M. N.-W.-v. (2005). Werkboek ondersteunende behandeling in de kinderoncologie. Amsterdam: VU Boekhandel.

 

Universiteit of Hogeschool
Bachelor in de Verpleegkunde
Publicatiejaar
2013
Kernwoorden
Share this on: