Thuiszorg voor kinderen. Het project Koester: heden en toekomst.

Anne-Lore Scherrens Charline Roelandt
Thuiszorg voor kinderen. Project Koester: heden en toekomst.Mede door de maatschappelijke veranderingen zoals kortere ligdagen en minder beschikbare financiële middelen, komt er een grotere druk te liggen op thuiszorg.

Thuiszorg voor kinderen. Het project Koester: heden en toekomst.

Thuiszorg voor kinderen. Project Koester: heden en toekomst.

Mede door de maatschappelijke veranderingen zoals kortere ligdagen en minder beschikbare financiële middelen, komt er een grotere druk te liggen op thuiszorg. Thuiszorg wordt steeds belangrijker, zowel voor volwassenen als voor kinderen.

Volgens Bruntink (2007) situeren de taken van een (kinder)thuisverpleegkundige zich voornamelijk op organisatorisch, medisch-technisch en psychosociaal vlak.

Organisatorisch

De overgang van het ziekenhuis naar huis moet voor het kind zo aangenaam mogelijk gebeuren waarbij continuïteit van zorg een streefdoel is. Om dit te bereiken is een goede samenwerking met de eerstelijnszorg zeer belangrijk. Uit de literatuur blijkt dat een goede overgang de stress bij het kind en zijn gezin in belangrijke mate reduceert. De verpleegkundige speelt hier voornamelijk de rol van coördinator.

Medisch-technisch

Hier speelt de thuisverpleegkundige de rol van observator en uitvoerder van complexe en gespecialiseerde zorg. Om dit op een professionele en kwaliteitsvolle manier te kunnen doen is er nood aan kennis met betrekking tot de pathologie, de behandeling, de medicatie en de mogelijke complicaties.

Psychosociaal

Volgens Schoubben(2012) moet een (kinder)thuisverpleegkundige zich vooral bewust zijn van de impact die een ziekte heeft op het kind en op zijn omgeving. Om goede psychosociale ondersteuning te kunnen bieden is het opbouwen van een vertrouwensrelatie, met zowel het kind als de omgeving, een essentieel punt.

Uit officiële cijfers van het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid (2012) blijkt dat er nood is aan gespecialiseerde thuiszorg voor kinderen. Zo bestaan er in België 198 diensten voor thuisverpleging, waarvan geen enkele specifiek voor kinderen.

In België is er dankzij het Kankerplan van minister Onckelinckx en het daarop volgend Koninklijk Besluit, een grote stap in de goede richting gezet. Deze politieke acties hebben ervoor gezorgd dat de nodige financiële middelen ter beschikking komen om thuiszorg voor kinderen verder kwalitatief te gaan ontwikkelen.

Eén van de initiatieven in Vlaanderen om thuiszorg voor kinderen te verbeteren, is het project Koester van het UZ Gent.

Het project Koester.

20 jaar geleden ontstond vanuit de afdeling hemato-oncologie van het UZ Gent het project Koester. De aanvankelijke bedoeling was om palliatieve zorg aan te bieden aan de kinderen van de afdeling waarbij een curatieve behandeling niet meer mogelijk was. Dit met als doel deze kinderen zoveel als mogelijk thuis te laten, in hun vertrouwde omgeving. In het begin was dit project volledig gestoeld op vrijwillig engagement. De financiering werd in hoofdzaak gedragen door het Kinderkankerfonds en private giften.

Al snel werden er eveneens kinderen in het project opgenomen die zich nog in de curatieve en andere fasen van hun behandeling bevonden (zie figuur 1). In totaal zijn er in de eerste 20 jaar van het bestaan van Koester meer dan 1000 kinderen die Koesterzorg mochten ontvangen.

In 2011 werd de equipe van Koester als eerste team in België erkend met de functie pediatrische liaison (FPL). Deze erkenning bracht structurele overheidsfinanciering met zich mee.

Deze functie heeft als doel een brug te vormen tussen het ziekenhuis en de thuissituatie. Het objectief van Koester is de kinderen en hun familie zoveel als mogelijk thuis te behandelen en dit zowel in de curatieve, palliatieve fase als post-palliatieve fase. Door de FPL zijn het niet meer alleen oncopatiëntjes die aanspraak kunnen maken op Koester zorgen, ook kinderen met een chronische neurologische of andere aandoening komen in aanmerking op voorwaarde dat het behandelende ziekenhuis een samenwerkingsakkoord heeft afgesloten met het UZ Gent.

Rol van de verpleegkundige binnen Koester.

Binnen het project Koester zijn er 4 verpleegkundigen die in een beurtrol 24uur op 24, 7 dagen op 7, permanent beschikbaar zijn. Het algemene doel is de kinderen (en hun gezinnen) zo veel mogelijk thuis te laten blijven en daar ook te verzorgen en te begeleiden.

Een greep uit het takenpakket van de Koesterverpleegkundige:

  • Het vervullen van een brugfunctie tussen het ziekenhuis en thuis
  • Het coördineren van de thuiszorg naar lokale thuiszorgorganisaties toe
  • Het aanleren van technische handelingen aan de lokale thuisverpleegkundigen, de perifere pediaters, de huisarts of de ouders (bijvoorbeeld: het spoelen van een Hickman Broviac katheter)
  • Het voorzien van het nodige materiaal om de thuiszorg mogelijk te maken
  • Het ontwikkelen van folders voor ouders en zorgverleners
  • Het ontwikkelen van educatief materiaal voor de thuisverpleging (bijvoorbeeld: e -learning procedure)
  • Psychosociale ondersteuning van het kind en zijn gezin
  • Het organiseren van ontmoetingsdagen voor ouders van overleden kinderen
  • Het organiseren van weekends voor de tieners van de afdeling
  • Het begeleiden van de ouders tijdens de verschillende fasen van het ziekteproces

 

Koester biedt aan het kind en zijn gezin de mogelijkheid om het normale leven zoveel als mogelijk te behouden. Ziek zijn heeft een grote impact, zowel op het kind als op de rest van het gezin. Door een project als Koester wordt de zwaarte van deze impact verminderd.

Hoe kan een patiëntje in het project Koester stappen ?

Volgens Mattheeuws (2011) is de aanvraag tot Koester zorg verschillend, naar gelang het behandelende ziekenhuis.

Patiënt van de afdeling pediatrische hemato-oncologie van het UZ Gent.

De behandelende specialist zal contact opnemen met de huisarts waarbij deze laatste wordt geïnformeerd over het verloop van de ziekte, de huidige toestand van het kind, de te verwachten problemen, de verdere noodzakelijke opvolging en de mogelijke samenwerking met Koester. Daarna zal een eerste overleg plaats vinden op initiatief van Koester en dit samen met het kind, zijn ouders, de huisarts en de regionale thuiszorgequipe. Tijdens dit overleg wordt de werking van Koester uitgelegd, gegevens worden uitgewisseld en de noodzakelijke zorg wordt besproken en opgestart.

Andere patiënten.

Sinds de erkenning kan er eveneens een verzoek komen vanuit een andere discipline of vanuit een ander, regionaal ziekenhuis. Hier gebeurt de aanvraag meestal telefonisch waarbij een verpleegkundige van Koester de nodige informatie verzamelt en aan de desbetreffende arts vraagt om een aanvraagformulier in te vullen. De bereidheid van de aanvragende arts om van op afstand de verdere opvolging te verzekeren en bereikbaar te zijn bij problemen, zijn noodzakelijk om goede zorg te verlenen. Daarna zal een eerste contact plaatsvinden met de ouders om samen te kijken wat de specifieke noden zijn van het kind en zijn omgeving.

Toekomst

In de toekomst wordt er een stijgende vraag naar thuiszorg verwacht. Door de groeiende complexiteit van deze thuiszorg is er nood aan meer gespecialiseerde thuiszorg. Uit de literatuur blijkt dat er wereldwijd gelijkaardige factoren terug te vinden zijn die de ontwikkeling van thuiszorg voor kinderen belemmeren. Deze zijn: onvoldoende opleiding, onvoldoende financiële middelen en weinig wetenschappelijk onderbouwde richtlijnen hieromtrent.

Zowel nationaal, als internationaal is er een groeiende erkenning wat betreft de nood tot het ontwikkelen van gespecialiseerde diensten voor thuiszorg bij kinderen. Verschillende barrières om tot een kwaliteitsvolle ontwikkeling te komen zijn reeds genoemd waarbij het gebrek aan kennis en de daaruit voortvloeiende onzekerheid bij de zorgverleners de kroon spant. Om dit te verhelpen zou pediatrische thuiszorg en specifiek pediatrische palliatieve thuiszorg opgenomen moeten worden in het onderwijsprogramma en dit zowel voor artsen, verpleegkundigen en iedereen die gedurende zijn loopbaan met deze problematiek in aanraking kan komen.

Het project Koester levert hier reeds een bijdrage door de brede educatieve rol die het team op zich neemt naar zowel de ouders, de regionale thuisverpleging en de perifere ziekenhuizen toe. Ook met verschillende hogescholen wordt er nauw samengewerkt en wordt zo kennis gedeeld.

In de toekomst moet de informatie omtrent het bestaan en de werking van Koester nog naar een breder publiek verdeeld worden.

Dit gebeurt onder ander door het ontwikkelen van twee informatiefolders, specifiek gericht naar ouders en zorgverleners. Ook de educatieve rol naar de regionale thuisverpleging toe zal naar een hoger niveau getild worden met het organiseren van educatieve namiddagen op regionaal niveau. Zo worden er meer thuisverpleegkundigen op hetzelfde moment bereikt. Een betere verspreiding van informatie moet de verbetering van de kwaliteit van thuiszorg voor kinderen verzekeren.

Bibliografie

Academisch Medisch Centrum (AMC), (2012). Emma Thuis team voor ernstig zieke kinderen. On-line, Internet, Geraadpleegd op 29 oktober 2012. Beschikbaar: http://www.amc.nl/web/Het-AMC/Nieuws/Nieuwsoverzicht/Nieuws/Emma-Thuis-….

ACT (2008). Children’s palliative care definitions. On-line, Internet, Geraadpleegd op 19 september 2012. Beschikbaar: http://www.act.org.uk.

Amgen (2013). Has your doctor recommended Neupogen®? On-line, Internet, Geraadpleegd op 23 maart 2013. Beschikbaar: http://www.neupogen.com/.

Andresen, E., Seecharan, G., Toce, S. (2004). Provider Perceptions of Child Deaths. Archives of Pediatrics and Adolescent Medicine, 158, p. 430-435.

APCA (2010). African Palliative Care Organization launches new strategic plan. On-line, Internet, Geraadpleegd op 29 September 2012. Beschikbaar: www.africanpalliativecare.org.

Bednet (2012). Waarom: missie. On-line, Internet, Geraadpleegd op 30 januari 2012. Beschikbaar: http://www.bednet.be/.

Benoit, Y. (2007). Het project koester: een uniek zorgaanbod voor kinderen met een levensbedreigende ziekte. Tijdschrift voor geneeskunde, 63, 1, p. 5-14.

Benoit, Y. (2011). Symposium: 20 jaar KOESTER, de liaisonequipe van de toekomst. Lezing : 28 oktober 2011. Gent.

Benoit, Y. (20 maart 2013). (Voorzitter van het Kinderkankerfonds en afdelingshoofd van 5K12D) Mondeling mededeling in het kader van het eindwerk aan de KHBO.

Benoit, Y., Laureys, G., De Clercq, M., Van Puyvelde, A., Mattheeuws, K., Van Boxstael, R., Dhooghe, C., Devos, P., Symoens, J., Nolf, N., Vandecruys, E., Morez, A., Verlooy, J., De Moerloose, B., De Bodt, G., Bomans, A., De Bruyne, E., Vande Velde, V., Matthys, D., De Porre, J. (2007). Het project “KOESTER” : een uniek zorgaanbod voor kinderen met een levensbedreigende aandoening. Tijdschrift voor geneeskunde, 63, p. 5-14.

Bomans, A. (2011). Psychosociale zorg. Als rode draad doorheen de zorgfasen. Lezing : 28 oktober 2011. Gent.

Bruntink, R. (2007). In het teken van leven: zorgen voor het ongeneeslijk zieke kind. Pallium, 9, p. 42-44.

Burns, J., Mitchell, C., Griffith, J., Truog, R. (2001). End-of-life care in the pediatric intensive care unit : Attitudes and practices of pediatric critical care physicians and nurses. On-line, Internet, Geraadpleegd op 25 november 2012. Beschikbaar: www.sccm.org.

CPAA (2012). Cancer Patients Aid Association. Online, Internet, Geraadpleegd op 25 februari 2013. Beschikbaar : www.cpaaindia.org.

Clara, R., Keirse, M., Rombouts, W., Schrijvers, D., Verhoeven, A. (1995). Palliatieve thuiszorg. Kapellen : Pelckmans.

Contro, N., Larson, J., Scofield, S., Sourkes, B., Cohen, H. (2002). Family perspectives on the quality of pediatric palliative care. Archives of Pediatrics and Adolescent Medicine, 156, p. 14-19.

Cooley, C., Adeodu, S., Aldred, H., Beesley, S., Leung, A., Thacker, L. (2000). Paediatric palliative care : a lack of research-based evidence. International Journal of Palliative Nursing, 6, 7, p. 346-351.

Cowen P.S., Ph.D., Reed D. & R.N (2002). Effects Of Respite Care for Children with Developmental Disabilities: Evaluation of an Intervention for At Risk Families. Public Health Nursing, 19, 4, p. 272-283.

Cresson, G. (2006). Hospitalisation à domicile, autour de l’enfant malade. Informations sociales, 133, p. 66-73.

De Graeff, A., Koopmans, R.T.C.M., Leget, C.J.W., Prins, J.B., Vissers, K.C.P., Vrehen, H. et al, (2010). Palliatieve zorg in de dagelijkse praktijk. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

De Kangoeroe vzw (2013). Aanbod: we begeleiden het kind/de jongere en het gezin op verschillende domeinen. On-line, Internet, geraadpleegd op 16 maart 2013. Beschikbaar: http://publiek.dekangoeroe.be/nl-nl/dienstverlening/thuisbegeleiding/ki….

De Keersmaecker, J. (2012). Marie. Antwerpen : standaard uitgeverij.

Deliers L., Echteld M.A. & B.D. Onwuteaka-Philipsen (2009). Palliatieve zorg: medische en verpleegkundige praktijk in Nederland en België. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.

Den Ridder, K.,G. Huizinga, C. Molenkamp, in ‘t Veld-Rentier I. & R. Ulijn-ter Wal (2008). Basisboek kinderverpleegkunde (2e druk). Maarssen: Elsevier Gezondheidszorg.

Desmet, A. (2011). Het gezicht van pijn. Hoe cultuur de pijnbeleving bij kinderen bepaalt. Tielt : Lannoo.

Develter, S. (2006). Permanente en palliatieve verzorging bij het kind thuis. Percentiel, 11, 2, p. 44-47.

Doelman-van Geest, H. (2012). Respijtzorg: een andere kijk? Forum, 90, 6, p. 346.

EAPC (2012). European Association for Palliative Care. On-line, Internet, Geraadpleegd op 25 September 2012. Beschikbaar: www.eapcnet.eu.

FNEHAD (2007). Fédération Nationale des etablissements d’Hospitalisation à Domicile. On-line, Internet, Geraadpleegd op 23 september 2012. Beschikbaar: www.fnehad.fr.

Fondazione Maruzza Lefebvre D’Ovidio Onlus (2013). 1st European Congress on Paediatric Palliative Care. On-line, Internet, Geraadpleegd op 30 januari 2013. Beschikbaar: http://www.maruzza.org/congress/.

Fowler, K., Poehling, K., Billheimer, D., Hamilton, R. , Wu, H., Mulder, J., Frangoul, H. (2006). Hospice Referral Practices for Children With Cancer : A Survey of Peditric Oncologists. Journal of Clinical Oncology, 24, p. 1099-1104.

Gatbois, E. (2011). Prise en charge palliative des enfants en hospitalisation à domicile. On-line, Internet, Geraadpleegd op 23 september 2012. Beschikbaar: www.pediadol.org.

Goldman, A., Hain, R., Liben, S. (2012). Oxford textbook of palliative care for children (second edition). New York : Oxford University Press.

Groenenberg, A (25 oktober 2012). Verpleegkundige Emma Thuisteam. Pediatrische thuiszorg in Nederland.

Groot, M., Galesloot C. & W. Stoelinga (2008). Kinderpalliatieve zorg: van willekeur naar wenselijkheid, deel 1. Tijdschrift kinderverpleegkunde, 4, 14, p. 4-6.

Hain, R., Heckford, E., McCulloch, R. (2012). Paediatric palliative medicine in the UK : past, present, future. Archives of Disease in Childhood, 97, p. 381-384.

Hematoslife (2013). ATG-kuur. On-line, Internet, Geraadpleegd op 23 maart 2013. Beschikbaar: http://www.hematoslife.org/nederland/aplastische-anemie/1-1325/atg-kuur….

Human Rigts Watch (2010). Needless Pain. On-line, Internet, Geraadpleegd op 29 September 2012. Beschikbaar: op www.hrw.org.

Interface Pediatrique Saint-Luc (2012). Autres entités spécifiques: equipe interface pédiatrique. On-line, internet, 25 november 2012. Beschikbaar: http://www.saintluc.be/services/medicaux/interface-pediatrique/index.php.

Kars, M. (2009). Onderzoek naar beleving: palliatieve fase. Tijdschrift kinderverpleegkunde, 3, 15, p. 12-14.

Institute of Medicine (2003). When children die. Improving palliative and end-of-life care for children and their families. Washington : The National academies press.

James, L., Johnson, B. (1997). The Needs of Parents of Pediatric Oncology Patients During the Palliative Care Phase. Journal of Pediatric Oncology Nursing, 14, 2, p. 83-95.

Jünger, S., Vedder, A.E., Milde, S., Fischbach, T., Zernikow, B. & Radbruch, L. (2010). Paediatric palliative home care by general paediatricians : a multimethod study on perceived barriers and incentives. BMC Palliative care. 9, 11.

Kandsberger, D. (2007). Factors Influencing the Successful Utilization of Health Care in the Treatment of Children and Adolescents With Cancer. Home Health Care Management Practice, 19, 6, p. 450-455.

Kane, J., Barber, G., Jordan, M., Tichenor, K., Camp, K. (2000). Supportive/palliative care of children suffering from life-threatening and terminal illness. American Journal of Hospice & Palliative Medicine, 17, 3, p. 165-172.

Khaneja, S., Milrod, B. (1998). Educational Needs Among Pediatricians Regarding Caring for Terminally Ill Children. Archives of Pediatrics and Adolescent Medicine, 152, p. 909-914.

Kinderkankerfonds (2011). Activiteitenverslag. Project Koester 2011.

Kinderkankerfonds (2011). Thuis zijn is waar zieke kinderen in het ziekenhuis naar verlangen. On-line, Internet, Geraadpleegd op 20 september 2012. Beschikbaar: www.kinderkankerfonds.be.

Krijger, S. (2010). Soepele overgang van ziekenhuis naar thuiszorg. Tijdschrift kinderverpleegkunde,  16, 4, p. 8-10.

Liben, S., Papadatou, D., Wolfe, J. (2008). Paediatric palliative care : challenges and emerging ideas. Lancet, 371, p. 852-864.

Maes, B., demuynck, J. (2004). Een exploratief onderzoek naar de motieven voor residentiële opvang van jonge kinderen met een handicap. Tokk, 29, p. 168-180.

Malloy, P., Ferrell, B., Virani, R., Wilson, K., Uman, G. (2006). Palliative care education for pediatric nurses. Pediatric Nursing, 32, 6, p. 555-561.

Mattheeuws, K. (2011). Terug naar huis met de juiste zorg. Lezing : 28 oktober 2011. Gent.

Monterosso, L., Kristjanson, L., Aoun, S., Phillips, M. (2007). Supportive and palliative care needs of families of children with life-threatening illnesses in Western Australia : evidence to guide the development of a palliative care service. Palliative Medicine, 21, p. 689-696.

Morgan, D. (2009). Caring for dying children: assessing the needs of the pediatric palliative care nurse. Pediatric Nursing, 35, 2, p. 86-90.

Musschoot, J. & E., Rohart (2012). Intraveneuze toediening van antibiotica via een Hickman katheter bij kinderen met een oncologische aandoening: evaluatie van de e-Learning tool. (Departement gezondheidszorg te KHBO, eindwerk keuzetraject kinderverpleegkunde).

Neilson, S., Kai, J., MacArthur, C., Greenfield, S. (2011). Caring for children dying from cancer at home : a qualitative study of the experience of primary care practitioners. Family Practice, 28, p. 545-553.

OCMW De Blauwe Lelie (2012). Dienst thuisopvang zieke kinderen. On-line, Internet, 8 november 2012. Beschikbaar: http://www.deblauweleliebrugge.be.

Onckelinckx, L. (2011). Het Kankerplan: 3 jaar later. On-line, Internet, 29 oktober 2012. Beschikbaar: http://www.health.belgium.be/eportal/Myhealth/Risksanddiseases/Healthri….

Onckelinckx, L. (2008). Nationaal Kankerplan: 3 debatdagen, 30 ontmoetingen, 30 initiatieven. On-line, Internet, 29 oktober, 2012. Beschikbaar: http://www.laurette-onkelinx.be/articles_docs/32_initiatieven_N.pdf.

Pécriaux S. & J. Otlet (2009). Belgische kamer van volksvertegenwoordigers: voorstel van resolutie over de kinderthuiszorg. On-line, Internet, 25 november 2012. Beschikbaar: http://www.lachambre.be/FLWB/pdf/52/1845/52K1845002.pdf.

PHA (2012). Palliatieve Hulpverlening Antwerpen. On-line, Internet, Geraadpleegd op 19 september 2012. Beschikbaar: www.pha.be.

Price, J., Jordan, J., Prior, L., Parkes, J. (2012). Comparing the needs of families of children dying from malignant and non-malignant disease : an in-depth qualitative study. Support Palliative Care, 2, p. 127-132.

Roelens, C. (2012). Ziekenhuisschool Stad Gent in een nieuw kleedje. Raakpunt, 19, 6, p. 5.

Sahler, O., Frager, G., Levetown, M., Cohn, F., Lipson, M. (2000). Medical Education About End-of-Life Care in the Pediatric Setting : Principles, Challenges, and Opportunities. Pediatrics, 105, 3, p. 575-584.

Schoubben, E. (2012-2013). Kinderen met kanker: getuigenis als ervaringsdeskundige; overzicht van de kinderoncologie. Departement gezondheidszorg: permanente vorming ‘oncologie bij kinderen’, 23 oktober 2012.

Snijder, CH., Van der Vlist, A. (2006). Steunpunten mantelzorg. Bijblijven, 22, p. 38-42.

Sok, J. (2010). Zo gewoon mogelijk. Uit het leven van een palliatieve kinder-thuiszorgverpleegkundige. Tijdschrift Kinderverpleegkunde, 16, 4, p. 26-27.

Solomon, M., Browning, D. (2005). Pediatric Palliative Care : Relationships Matter and So Does Pain Control. Journal of Clinical Oncology, 23, 36, 9. 9055-9057.

St.Mary’s healthcare system for kids (2012). Home Care. On-line, Internet, Geraadpleegd op 29 September 2012. Beschikbaar: op www.stmaryskids.org.

Struyf, A. & Celie, L. (1996). Het kleine sterven. Leuven : Van Halewyck.

Temmerman, M. (2008). Eindelijk structurele financiering voor palliatieve thuiszorg kinderen. On-line, Internet, Geraadpleegd op 20 september 2012. Beschikbaar: http://www.marleentemmerman.be/politica/eindelijk-structurele-financier….

Unicef (2012). Het kinderrechtenverdrag. On-line, Internet, Geraadpleegd op 5 oktober 2012. Beschikbaar: www.unicef.be.

UZ Gent (2011). Koesterproject krijgt langverwachte structurele overheidssteun. On-line, Internet, 29 oktober 2012. Beschikbaar: http://www.uzgent.be.

 

UZ Gent (2011). Info voor de patiënt: aplastische anemie. On-line, Internet, 25 april 2013. Beschikbaar: http://www.uzgent.be.

 

UZ Leuven (2012). Thuiszorg voor kinderen. Een brug tussen het ziekenhuis en thuis. On-line, Internet, Geraadpleegd op 21 september 2012. Beschikbaar: www.uzleuven.be/kinderkankerfonds/thuiszorg-voor-kinderen.

 

Van Aalst, B. (2010). Palliatieve zorg vanuit verbinding: als kinderen niet beter worden. Tijdschrift kinderverpleegkunde, 3, 16, p. 20-21.

Van Dale (2012). On-Line, Internet, Geraadpleegd op 4 oktober 2012. Beschikbaar: www.vandale.nl/opzoeken.

Van der Sande, R. (2010). Mantelzorg in de opleiding van verpleegkundigen. Spectrum, 88, 6, p. 295.

Van Puyvelde, A ( 9 oktober 2012). (Verpleegkundige binnen het KOESTER team).  Mondelinge mededeling in het kader van het eindwerk aan de KHBO.

Verlooy, J. (2011). KOESTER : van project naar erkende liaisonfunctie. Lezing : 28 oktober 2011. Gent.

Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid (2012). Overzicht zorgaanbod per sector. On-line, Internet, Geraadpleegd op 25 oktober 2012. Beschikbaar: www.zorg-en-gezondheid.be.

Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid (2012). Thuiszorg. On-line, Internet, Geraadpleegd op 13 oktober 2012. Beschikbaar: www.zorg-en-gezondheid.be

VZW Wit-Gele Kruis van Vlaanderen (2011). De rol van thuisverpleegkundigen: vandaag en morgen. On-line, Internet, 25 november 2012. Beschikbaar: http://patienten.witgelekruis.be/fb111rmuj777qyne1iubb108.aspx

VZW Wit-Gele Kruis van Vlaanderen (2011). Jaarverslag 2011. On-line, Internet, 25 november 2012. Beschikbaar: http://patienten.witgelekruis.be/fb111dytc777facb1iubb125.aspx

Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (2008). Gezondheidsenquête. Online, Internet, geraadpleegd op 28 februari 2013. Beschikbaar : www.iph.fgov.be/epidemio/epinl/crospnl/hisnl/table.htm

Widger, K., Davies, D., Drouin, D., Beaune, L., Daoust, L., Farran, P., Humbert, N., Nalewajek, F., Rattray, M., Rugg, M., Bishop, M. (2007). Pediatric Patients Receiving Palliatice Care in Canada. Archives of Pediatrics and Adolescent Medicine, 161, p. 597-602.

Universiteit of Hogeschool
(Kinder)verpleegkunde
Publicatiejaar
2013
Kernwoorden
Share this on: