Liefde, Lijden en Verzet. Emotionele (tegen)praktijken in het Rijksopvoedingsgesticht voor lastige of weerspannige meisjes te Brugge (1927-1941)

Laura Nys
Liefde, lijden en verzetHistorisch-criminologisch onderzoek naar jeugddelinquentie in België is hot. Afgelopen jaren verschenen er verscheidene doctoraatsstudies over een waaier aan onderzoeksvragen binnen het veld van de jeugddelinquentie. Deze studies richtten zich echter veelal op het discours over de jeugddelinquent, maar de stem van de jongere zelf blijft hierbij onzichtbaar.

Liefde, Lijden en Verzet. Emotionele (tegen)praktijken in het Rijksopvoedingsgesticht voor lastige of weerspannige meisjes te Brugge (1927-1941)

Liefde, lijden en verzet

Historisch-criminologisch onderzoek naar jeugddelinquentie in België is hot. Afgelopen jaren verschenen er verscheidene doctoraatsstudies over een waaier aan onderzoeksvragen binnen het veld van de jeugddelinquentie. Deze studies richtten zich echter veelal op het discours over de jeugddelinquent, maar de stem van de jongere zelf blijft hierbij onzichtbaar. In mijn onderzoek wilde ik iets doen aan deze leemte en richtte me expliciet op het perspectief van de jeugddelinquent.

Bij het doornemen van persoonsdossiers van meisjes die gedetineerd waren in het Rijksopvoedingsgesticht voor lastige of weerspannige meisjes te Brugge –de disciplinaire vleugel van de heropvoedingsgestichten begin twintigste eeuw- botste ik op een hele reeks brieven. Het ging om brieven gericht aan familieleden, aan de directeur van de instelling, en bovenal uitermate geschikt voor mijn onderzoek: billets clandestins; verboden briefjes die de meisjes in het geheim aan elkaar uitwisselden om de strenge communicatieregels van de instelling te ontlopen. Deze briefjes waren vaak papiersnippers (verscheurd om het risico op betrapping te verminderen), geschreven met een bruinrode inkt (vaak bloed, zo bleek uit het briefje van Georgette[1]), en inhoudelijk leken ze niets meer te bieden dan roddels of liefdesverklaringen.

En toch. Na een eerste lezing viel op dat emotie-expressie een prominente aanwezigheid bekleedde in de billets clandestins. “Ma chère petite Bebette, tu sais que mon amour est un feu et que ma passion est très forte. Je voudrais te presser sur mon cœur et te faire l’amour, et j’attends un de tes baisers ardents avec impatience"[2], schreef Emilienne bijvoorbeeld aan Georgette. “Petite cherie, je me suis faite mise au cachot pour pouvoir souffrire pour toi , tu voix comme ta Loulou t’aime,”[3] lezen we bij Marie. Door een view from below die de stem van de meisjes –en niet die van de overheden- als vertrekpunt neemt, komt er een element aan het licht dat in de officiële bronnen onzichtbaar is: de emotionele beleving van de opsluiting.

Om deze emotiedimensie te analyseren, maakte ik gebruik van verschillende theorieën binnen de emotiegeschiedenis. Het combineren van verschillende theoretische concepten stelde me in staat diverse aspecten te onderzoeken: de impliciete voorschriften rond emotie-expressie die het rijksopvoedingsgesticht uitdroeg en afdwong, de manier waarop de meisjes hun opsluiting en sancties beleefden, en de rol van de billets clandestins in de gemeenschap van de meisjes.

Uit mijn onderzoek bleek dat de emotienormen die gehanteerd werden in het rijksopvoedingsgesticht te Brugge grotendeels gelijkliepen met de negentiende-eeuwse Victoriaanse emotievoorschriften. Deze emotienormen overlapten sterk met de genderrollen, in die zin dat de sociaal gewaardeerde emoties van de vrouw in functie stonden van hun taak als echtgenote en moeder. De vrouwelijke emoties behoorden gelijkmoedig en zachtaardig te zijn, en volledig gericht te zijn op het bijeenhouden van het gezin. Binnen het rijksopvoedingsgesticht stond bovendien een perfecte beheersing van de emoties centraal. Zo werd Alice gestraft toen ze bij een slechte gedragsevaluatie openlijk haar ongenoegen had geuit,[4] maar werd Justine dan weer acht dagen in afzondering geplaatst omdat ze zich te onverschillig had betoond bij een slechte wekelijkse gedragsevaluatie.[5] Waar Alice dus werd gestraft wegens het uiten van een ongepaste emotie, werd Justine gestraft wegens het niet uiten van emotie. Deze sancties wijzen op het bestaan van uiterst fijne regels inzake het vertonen van emoties binnen de muren van het rijksopvoedingsgesticht.

 

Hoe gingen de meisjes om met deze emotienormen? Ik beargumenteer dat het grote aantal billets clandestins wijst op het bestaan van een ‘emotional refuge’; een gemeenschap waarin de meisjes trachtten te ontsnappen aan de dominante emotienormen. De meisjes konden doorheen hun briefwisseling een dam bouwen tegen de normen die vanuit het rijksopvoedingsgesticht werden opgelegd: sensibiliteit, gelijkmoedigheid, vlijt, een hoge mate aan eerbied, en bovenal een rigide zelfbeheersing -zowel met betrekking tot woede als affectie.

De normen van de emotional refuge die doorheen de briefwisseling worden geconstrueerd, zijn geheel tegengesteld aan de normen van de autoriteiten. De emoties die worden geuit kennen bijvoorbeeld een sterke intensiteit, en vooral liefde en lijden vervullen hierin een grote rol. De liefde die bij de meisjes hoog in het aanzien staat is bovendien geen heteroseksuele liefde, maar een liefde tussen vrouwen. De liefde is actief, gulzig, nieuwsgierig naar en happig op lichamelijke affectie. Hierdoor staat ze in fel contrast met de gendergerelateerde emotienormen met betrekking tot liefde, die de vrouwelijke seksualiteit eerder beschouwt als de passieve, plichtsbewuste liefhebbende aard van de echtgenote. De billets clandestins boden de gedetineerden dus een mogelijkheid om onderling te communiceren over persoonlijke kwesties en gevoelens die indruisten tegen de normen van het emotioneel regime.

Maar we kunnen nog verder gaan. Door de billets clandestins te contrasteren met de brieven die naar de directie of naar familie werden gestuurd, blijkt dat de meisjes heel goed op de hoogte waren van de emotienormen, en zich dus zeer goed bewust moeten zijn geweest van het rebelse kantje van hun briefjes. Ik beargumenteer dat net door dit bewustzijn, de emotie-uitingen in de briefwisseling als een vorm van doelbewust verzet mogen worden beschouwd.

Bijgevolg kunnen ook gedragingen als roepen, agressie en ordeverstoringen in een nieuw licht worden geïnterpreteerd. Wat algemene vormen van tegendraadsheid lijken te zijn, kunnen stuk voor stuk worden gezien als een specifieke vorm van ongehoorzaamheid -dan wel verzet- tegen de rigide emotienormen.

Uit mijn onderzoek blijkt hoe belangrijk het is om bronnen op te sporen waarin mensen aan het woord komen die zelden gehoord worden. Bronnen als deze kunnen ons wijzen op elementen die maar al te makkelijk over het hoofd worden gezien en die vernieuwende inzichten kunnen opleveren, zoals de rol van emoties, macht en verzet in een heropvoedingsinstelling. Elementen die onzichtbaar zijn in de officiële bronnen, maar des te prangender aanwezig waren in de beleving van de meisjes.

[1] RAB, RK/ROG Brugge, n° 846: Dossier 185: Georgette V. 

[2] RAB, RK/ROG Brugge, n° 835: Dossier 51: Emilienne S. 

[3] RAB, RK/ROG Brugge, n° 830: Dossier 1: Clémentine A. 

[4] RAB, RK/ROG Brugge, n° 628: Registers voor de inschrijving van tuchtstraffen van het rijksopvoedingsgesticht, 12/01/1930

[5] RAB, RK/ROG Brugge, n° 628: Registers voor de inschrijving van tuchtstraffen …,  20/09/1931.

 

Bibliografie

Opgave van bronnen en literatuur

Lijst van geraadpleegde bronnen

Onuitgegeven bronnen

Rijksarchief Brugge:

RAB, RK/ROG Brugge, n° 155, Règlement des établissements d’éducation de l’état, 1932-1933.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 628: Registers voor de inschrijving van tuchtstraffen van het rijksopvoedingsgesticht.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 648: Dagboek van de in- en uitgeschreven minderjarigen van het Rijksopvoedingsgesticht.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 830: Dossier 1: Clémentine A.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 830: Dossier 2: Marie C.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 830: Dossier 3: Marie C.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 830: Dossier 4: Jeanne D.C.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 830: Dossier 5: Jeanne D.B.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 831: Dossier 6: Jeanne D.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 832: Dossier 9: Marie L.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 832: Dossier 11: Marie M.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 833: Dossier 15: Julia V.N.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 833: Dossier 16: Thérèse W.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 833: Dossier 18: Gabrielle S.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 834: Dossier 21: Rosalie V.D.W.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 834: Dossier 26: Fernande L

RAB, RK/ROG Brugge, n° 834: Dossier 27: Clara Madeleine D.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 834: Dossier 30: Esther C.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 834: Dossier 33: Alice V.T.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 834: Dossier 35: Andrée M.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 834: Dossier 36 : Alice M.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 835: Dossier 39 : Simone C.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 835: Dossier 49: Pauline C.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 835: Dossier 51: Emilienne S.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 835: Dossier 54 : Augusta L.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 836: Dossier 55: Elza D.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 836: Dossier 56: Bertha W.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 836: Dossier 62: Marie D.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 837: Dossier 66 : Céline D.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 837: Dossier 67: Jeanne C.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 837: Dossier 73: Anna G.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 838: Dossier 80: Pétronille V.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 839: Dossier 85: Madeleine S.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 839: Dossier 86: Léa G.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 839: Dossier 91: Jeanne C.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 839: Dossier 93: Bertha R.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 840: Dossier 106: Elisabeth C.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 841: Dossier 111: Jeanne C.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 843: Dossier 139: Georgette P.

RAB, RK/ROG Brugge, n° 846: Dossier 185: Georgette V.

Uitgegeven bronnen

Pasinomie, Loi sur la protection de l’enfance, 15.05.1912.

Lijst van geraadpleegde literatuur

Ahearn (L.M.), “Writing desire in Nepali love letters.” In: D. Cameron en D. Kulick, eds., The language and sexuality reader, 2006, Abingdon, pp. 258-269.

Albert (J.-P.), “Écritures domestiques”, in: D. Fabre, ed., écritures ordinaires, Orne, 1993, pp.37-94

Amossy (R.), “La lettre d’amour du réel au fictionnel” in: J. Siess, ed., La lettre entre réel et fiction, Parijs, 1998, pp. 73-96.

Anderson (S.) en Pratt (J.), “Prisoner memoirs and their role in prison history”, in: Johnston (H.), ed., Punishment and control in historical perspective, Hampshire, 2008, pp. 179-197.

Appignanesi (L.), Gek, slecht en droevig. Een geschiedenis van vrouwen en psychiatrie van 1800 tot heden, Amsterdam, 2009.

Barbalet (M.), Far from a low gutter girl. The forgotten world of state wards: South Australia 1887-1940, Melbourne, 1983.

Bödeker (H. E.), “Letters as historical sources – some concluding reflections”, in: R. Schulte en X. Von Tippelskirch, eds., Reading, interpreting and historicizing: letters as historical sources, EUI Working Paper HEC no. 2004/2, Firenze, 2004, pp. 199-202.

Boler (M.), Feeling power. Emotions and education, New York, 1999.

Bossis (M.) “Une correspondance paysanne en Normandie (1860-1866): quelle approche ?" in : A.-M. Sohn, ed., La correspondance, un document pour l’histoire, Rouen, 2001, pp. 83-92.

Bosworth (M.), Engendering resistance: agency and power in women’s prisons, Ashgate, 1999.

Bourke (J.), “Fear and Anxiety: Writing about Emotion in Modern History”, in: History Workshop Journal, no. 55 (2003), pp. 111-133

Brody (L. R. ) en Hall (J.A.), “Gender and emotion in context”, in: M. Lewis, J.M. Haviland-Jones, L. Feldman Barrett, eds., Handbook of emotions, New York, 2008, pp. 395-408.

Bruyneel (E.), Het leven achter tralies aan de hand van egodocumenten. Het penitentiair regime in België 1944-1950, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Universiteit Gent, 2003.

Bultman (S.), “Tussen schuld en plezier: de levensgeschiedenissen van meisjes in het Rijksopvoedingsgesticht te Zeist, 1925-1950”, in: Historica, vol. 16, iss. 1, (2013), pp. 13-17.

Cameron (L.), “Oral History in the Freud Archives: Incidents, Ethics, and Relations”, in: Historical Geography, Volume 29 (2001), pp. 38-44.

Carlier (J.), Discoursanalytische en mentaliteitshistorische benadering van seksualiteitsbeleving in het interbellum : fragmentarische geschiedenissen op basis van strafdossiers van zedenzaken in het archief van de correctionele rechtbank van Antwerpen (1920-1940), onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Universiteit Gent, 2003.

Chaniotis (A.), “Introduction” in : Unveiling emotions: Sources and Methods for the Study of Emotions in the Greek World, Stuttgart, 2012, pp. 11-37.

Christiaens (J.), “A History of Belgium’s Child Protection Act of 1912: The Redefinition of the Juvenile Offender and His Punishment.”, in: European Journal of Crime, Criminal Law and Criminal Justice, Vol. 7/1, 5–21, 1999, pp. 5-21.

Christiaens (J.), “Naar een geschiedenis van de Belgische kinder- en jeugdbescherming in de 20ste eeuw. Pistes voor wetenschappelijk onderzoek” in: P. Drossens, J. Christiaens, K. Velle, eds., Bronnen voor de geschiedenis van de Belgische kinder- en jeugdbescherming in de 20ste eeuw. Handelingen van de studievoormiddag georganiseerd aan de Vrije Universiteit Brussel op 26 oktober 2000, Brussel, 2001, pp. 51-64.

Christiaens (J.), “Testing the limits: Redefining resistance in a Belgian Boys’ Prison”, in: P. Cox en H. Shore, eds., Becoming delinquent: British and European youth 1650-1950, Ashgate, 2002, pp. 89-104.

Christiaens (J.), De geboorte van de jeugddelinquent, Brussel, 1999

Coupland (C.), Brown (A.D.), Daniels (K.), Humphreys (M.), “Saying it with feeling: Analysing speakable emotions”, in: Human Relations, 61 (2008), pp. 327-354.

Crewe (B.), The prisoner society. Power, adaptation and social life in an English prison, Oxford, 2009.

De Fraene (D.) en Brolet (C.), “Institutions et pratiques d’enfermement des mineurs en Belgique”, in: J. Christiaens, D. De Fraene, I. Delens-Ravier, eds., Protection de la jeunesse: formes et réformes. Jeugdbescherming: vormen en hervormen, Brussel, 2005, pp. 29-77.

De Koster (M.), “Los van God, gezin en natie. Problematisering en criminalisering van ongeoorloofde seks van jonge vrouwen in de vroege twintigste eeuw.” In: J. Kok en J. Van Bavel, eds., De levenskracht der bevolking. Sociale en demografische kwesties in de lage landen tijdens het interbellum., Leuven, 2010, pp. 355-384.

De Koster (M.), “Ongepast gedrag van jonge vrouwen en (generatie)conflicten. Ouderlijke klachten over onhandelbare dochters bij de kinderrechter van Antwerpen in 1912-1913 en 1924-1925.” In: Beeld en beeldvorming/Image et représentations, no. 8, 2001, pp. 101-131.

De Koster (M.), “Tot maat van het recht. De vroege ontwikkeling van de wetenschap van het ontspoorde en criminele kind in het Centrale Observatiegesticht in Mol (1913-1941)” in: N. Bakker, S. Braster, M. Rietveld-Van Wingerden, A. Van Gorp, eds., Kinderen in gevaar. De geschiedenis van pedagogische zorg voor risicojeugd, 2007, pp. 94-119.

De Koster (M.), “Kroniek: Jongeren en Criminaliteit. Een lange geschiedenis van de Middeleeuwen tot heden.”, in: Tijdschrift voor Criminologie, vol. 52, no. 3 (2010), pp. 310-319.

De Koster (M.), Weerbaar, weerspannig of crimineel? Meisjes en jonge vrouwen tussen emancipatie en delinquentie tijdens de eerste helft van de twintigste eeuw., onuitgegegeven doctoraatsverhandeling, Vrije Universiteit Brussel, 2003.

De Pauw (W.), ‘Brugge, le dépotoir ?’ Verwaarloosde, deviante en criminele minderjarige meisjes opgesloten in het Rijksopvoedingsgesticht van Brugge tijdens het Interbellum, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Vrije Universiteit Brussel, 2003. 

De Vos (K.), Roose (R.), Bouverne-De Bie (M.), “Honderd jaar na de kinderbescherming: de institutionalisering van een pedagogische paradox”, in: Panopticon, 33, 5, 2012, pp. 454-469.

Dekker (J.J.H.), “Punir, sauver et éduquer: la colonie agricole "Nederlandsch Mettray" et la rééducationrésidentielle aux Pays-Bas, en France, en Allemagne et en Angleterre entre 1814 et 191”, in: Le mouvement social, no. 153 (1990), pp. 63-90.

Dekker (R.) en Baggerman (A.), “’De gevaarlijkste van alle bronnen’. Egodocumenten: nieuwe wegen en perspectieven.” In: Tijdschrift voor sociale en economische geschiedenis 1 (2004), nr. 4, pp. 3-22.

Dekker (R.), “Wat zijn egodocumenten?” in: Indische letteren, jg. 8, 1993, pp. 103-112, op:  <http://www.dbnl.org/tekst/_ind004199301_01/_ind004199301_01_0017.php&gt;, laatst geraadpleegd op 03/07/2014.

Drossens (P.), Archiefgids betreffende de rechtsvoorgangers van de Vlaamse gemeenschapsinstellingen voor bijzondere jeugdbijstand (1912-1965), serie: Miscellanea archivictica studia, 144, Brussel, 2002.

Dumortier (E.), “De ziel van de jeugdrechter. Een zoektocht naar de oorsprong, de essentie en de grensen van de jeugdrechter (België, 1912)”, in: J. Christiaens, D. De Fraene, I. Delens-Ravier, eds., Protection de la jeunesse: formes et réformes. Jeugdbescherming: vormen en hervormen, Brussel, 2005, pp. 283-300.

Dumortier (E.), De jeugdrechter in twijfel: een onderzoek naar het ontstaan en de praktijk van de kinderrechter, onuitgegeven doctoraatsverhandeling, Vrije Universiteit Brussel, 2006

Dupont-Bouchat (M.-S.), “De la prison à l'école de bienfaisance, origines et transformations des institutions pénitentiaires pour enfants en Belgique au XIXe siècle (1840-1914)” in: Criminologie, vol. 28, no. 2, 1995, pp. 85-108.

Dupont-Bouchat (M.-S.), “Enfants corrigés, enfants protégés. Genèse de la protection de l’enfance en Belgique, en France et aux Pays-Bas (1820-1914)”, in: Droit et Société, no. 32, 1996, pp. 89-104.

Dupont-Bouchat (M.-S.), “L’intérêt de l’enfant. Approche historique”, in: M.-S. Dupont-Bouchat, X. Rousseaux, G. Le Clercq, eds., La Belgique criminelle, Louvain-la-Neuve, 2006, pp. 441-473.

Edwards (D.), “Discursive psychology”, in: K.L. Fitch en R.E. Sanders, eds., Handbook of language and social interaction, Erlbaum, 2005, pp. 257-273.

Fairclough (N.), Language and power, Essex, 1989.

Febvre (L.), “La sensibilité et l'histoire: Comment reconstituer la vie affective d'autrefois?” in : Annales d'histoire sociale (1939-1941), T. 3, no. 1/2, (1941), pp. 5-20

François (A.), “De chiffre au dossier. Les statistiques de la protection de l’enfance (1912-1965)”, in: F. Vesentini, ed., Les chiffres du crime en débat. Regards croisés sur la statistique pénale en Belgique (1830-2005), Louvain-la-Neuve, 2005, pp. 235-252.

François (A.), Guerres et délinquance juvénile : un demi-siècle de pratiques judiciaires et institutionnelles envers des mineurs en difficulté (1912-1950), Brussel, 2011.

Freedman (E.B.), “The prison lesbian: Race, class, and the construction of the aggressive female homosexual, 1915-1965”, in: Feminist Studies (1996), vol. 22, no. 2, pp. 397-423.

Frevert (U.). “Chapter 2. Gendering emotions” In: Emotions in History. Lost and Found, Budapest, 2011, op: <http://books.openedition.org/ceup/1505&gt;, laatst geraadpleegd op 12/07/2014.

Gardet (M.), “Pâtés et tâches à la plume Sergent-Major: les trésors enfouis des cahiers d’écoliers de jeunes délinquants.” In: Revue d’histoire de l’enfance “irrégulière”, no. 11 (2009), s.p., op < http://rhei.revues.org/3074&gt;, laatst geraadpleegd op 04.06.2014.

Gilfoyle (T.J.), “Prostitutes in the Archives: Problems and Possibilities in Documenting the History of Sexuality”, in: American Archivist, Vol. 57 (1994), pp. 514-527.

Godfroy (B.S.), Lawrence (P.), Williams (C.A.), History and crime. Key approaches to criminology, Londen, 2008.

Grassi (M.-C.), “La lettre : approche méthodologique” in : A.-M. Sohn, ed., La correspondance, un document pour l’histoire, Rouen, 2001, pp. 73-82.

Hemmerechts (K.), De vrouw die de honden eten gaf, De Geus, 2014.

Hoegaerts (J.) en Van Osselaer (T.), “De lichamelijkheid van emoties. Een introductie” in: Tijdschrift voor Geschiedenis, jg. 126, no. 4, pp. 452-465.

Johannisson (K.), Het duistere continent, dokters en vrouwen in het fin-de-siècle, Amsterdam, 1996.

Jorgensen (M.) en Philips (L.J.), Discourse analysis as theory and method, Londen, 2002.

Kane (P.M.), “"She Offered Herself up": The Victim Soul and Victim Spirituality in Catholicism”, in: Church History, vol. 71, no. 1 (2002), pp. 80-119.

Kerbrat-Orecchioni (C.), “L’interaction épistolaire”, in : J. Siess, ed., La lettre entre réel et fiction, Parijs, 1998, pp. 15-36.

Lorenz (C.), De constructie van het verleden. Een inleiding in de theorie van de geschiedenis, Amsterdam, 2008.

Lutz (C.) en Abu-Lughod (L.), “Introduction: emotion, discourse, and the politics of everyday life” in: Language and the politics of emotion, Cambridge, 2001, pp. 1-23.

Lutz (C.) en White (G.M.), “The anthropology of emotions” in: Annual review of anthropology, vol. 15 (1986), pp. 405-436.

Lutz (C.), “Emotion, thought, and estrangement: emotion as a cultural category”, in: Cultural Anthropology, vol. 1, no. 3 (1986), pp. 287-309

Maes (E.), Van gevangenisstraf naar vrijheidsstraf: 200 jaar Belgisch gevangeniswezen, Antwerpen, 2009.

Massin (V.), Protéger ou exclure? L’enfermement des “filles perdues” de la Protection de l’enfance à Bruges (1922-1965), onuitgegeven doctoraatsverhandeling, Université Catholique de Louvain, 2011.

Matt (S.J.), “Current emotion research in history: or, doing history from the inside out” in: Emotion Review, vol. 3, no. 1 (2011), pp. 117-124.

Megill (A.), Historical knowledge, historical error: a contemporary guide to practice, Chicago, 2007.

Moore (F.P.L.), “Tales from the archive: methodological and ethical issues in historical geography research”, in: Area, Vol. 42 No. 3, (2010), pp. 262–270.

Myers (T.) en Sangster (J.), “Retorts, runaways and riots: Patterns of resistance in Canadian Reform Schools for girls, 1930-60”, in: Journal of social history, vol. 34, no. 3, 2001, pp. 669-697.

Niget (D.), “De l’hystérie à la révolte. L’observation médico-pédagogique des jeunes délinquantes en Belgique (1912-1965)” in: Champ pénal/Penal Field, Vol. VIII: Le contrôle scial des femmes violentes, 2011, op: <http://champpenal.revues.org/8056&gt;, laatst geraadpleegd op 05.06.2014

Niget (D.), “Du pénal au social. L'hybridation des politiques judiciaires et assistancielles de protection de la jeunesse dans la première moitié du XXe siècle”, in: Histoire et sociétés. Revue européenne d’histoire sociale, 25-26, 2008, pp. 10-27.

Passerini (L.), “Connecting emotions. Contributions from cultural history”, in: Historein, vol. 8 (2008), pp. 117-127.

Pittomvils (K.), “Tussen repressie en permissiviteit. Socialisme, socialisten, prostitutie en geslachtsziekten (Einde 19e eeuw -1977)”, in: D. De Weerdt, ed., Begeerte heeft ons aangeraakt, Gent, 1999, pp. 209-235.

Postill (J.), “Introduction: Theorising media and practice.” In: Bräuchler B. en J. Postill, eds., Theorising media and practice, Oxford, 2010, s.p., op: < http://johnpostill.com/2008/10/30/what-is-practice-theory/&gt;, laatst geraadpleegd op 16.05.2014.

Reckwitz (A.), “Towards a theory of social practices: a development in culturalist theorizing” in: European journal of social theory, 5, 2, (2002), pp. 243-263

Reddy (W.), The navigation of feeling. A framework for the history of emotions, Cambridge, 2001.

Rivière (A.), “La quête des origines face à la loi du secret. Lettres d’enfants de l’Assistance publique (1900-1920)” in: Revue d’histoire de l’enfance “irrégulière”, no. 11 (2009), op < http://rhei.revues.org/3060&gt;, laatst geraadpleegd op 04.06.2014

Rose (S.O.), What is gender history?, Cambridge, 2010.

Rosenwein (B.H.), “Problems and methods in the history of emotions”, in: Passions in context, 1, (2010), pp. 1-33.

Ruberg (W.), “Introduction” in: W. Ruberg en K. Steenbergh, eds., Sexed Sentiments: Interdisciplinary Perspectives on Gender and Emotion, Rodopi, 2011, pp. 1-20.

Sangster (J.), “She is hostile to our ways”: First nations girls sentenced to the Ontario training school for girls, 1933-1960”, in: Law and history review, 2002, vol. 20, no. 1, pp. 59-96.

Santschi (C.), “Pour une histoire du secret”, in : Schweizerische Zeitschrift für Geschichte/ Revue suisse d'histoire/ Rivista storica svizzera, 47 (1997), n°3: Archivistik in der Schweiz = L'archivistique en Suisse, pp. 327-351, op : <http://dx.doi.org/10.5169/seals-81191&gt;, laatst geraadpleegd op 11/07/2014.

Scheer (M.), “Are Emotions a Kind of Practice (and Is That What Makes Them Have a History)? A Bourdieuian Approach to Understanding Emotion” in: History and Theory, 51 (2012), pp. 193-220.

Scott (J.C.), Dominance and the arts of resistance. Hidden transcripts. Londen, 1990

Shields (S.A.), “Passionate men, emotional women: Psychology Constructs Gender Difference in the Late 19th Century”, in: History of psychology, 2007, Vol. 10, No. 2, pp. 92-110.

Shields (S.A.), “The Politics of emotion in everyday life: “Appropriate” emotion and claims on identity” in: Review of General Psychology, 2005, Vol. 9, No. 1, pp. 3-15.

Shove (E.), Pantzar (M.), Watson (M.), The dynamics of social practice. Everyday life and how it changes, SAGE Publications, 2012.

Showalter (E.), “Hysteria, Feminism, and Gender”, in: S.L. Gilman, H. King, R. Porter, G. S. Rousseau, E. Showalter, eds., Hysteria Beyond Freud. Berkeley, 1993, pp. 286-336.

Siess (J.), “Introduction” in : J. Siess, ed., La lettre entre réel et fiction, Parijs, 1998, pp. 1-11

Slijkhuis (J.), “‘Het virus der immoraliteit’: Insania moralis en de psychiatrie omstreeks 1900”; In: L. Nys, H. De Smaele, J. Tollebeek, K. Wils, eds., De zieke natie. Over medicalisering van de samenleving 1860-1914., Groningen, 2002, pp. 320-331.

Smets (J.), Jeugdbeschermingsrecht, Kluwer, 1996.

Sohn (A.-M.), “Introduction”, in : A.-M. Sohn, ed., La correspondance, un document pour l’histoire, Rouen, 2001, pp. 9-14.

Stearns (P.N.) en Stearns (C.Z.), “Emotionology: Clarifying the History of Emotions and Emotional Standards”, in: The American Historical Review, vol. 90, no. 4 (1985), pp. 813-836.

Stearns (P.N.), “Girls, Boys, and Emotions: Redefinitions and Historical Change”, in: The Journal of American History, Vol. 80, No. 1 (1993), pp. 36-74.

Stearns (P.N.), Battleground of Desire: The Struggle for Self -Control in Modern America, New York, 2007.

Thomazeau (A.), “Violence et internat: les centres de rééducation pour filles, en France, de la Libération au début des années 1960” in: Revue d’histoire de l’enfance “irrégulière”, no. 9 (2007), pp. 107-125.

Van den Wyngaert (C.), Strafrecht, strafprocesrecht en internationaal strafrecht in hoofdlijnen, Antwerpen, 2006, dl. 1.

Van Osselaer (T.), “Sensitive but sane. Male visionaries and their emotional display in interwar Belgium”, in: Low countries historical review, vol. 127-1 (2012), pp. 127-149.

Verbrugge (S.), De 'onverbeterlijke' meisjes in de marge van het heropvoedingsideaal, Brugge 1890-1912, onuitgegeven licentiaatsverhandeling Universiteit Gent, 2002.

Vimont (J.-C.), “Les graffitis de la colonie pénitentiaire des Douaires", in : F. Chauvaud, J.-G. Petit, eds., L'histoire contemporaine et les usages des archives judiciaires (1800-1939), Histoire et archives, n° 2, Parijs, 1998, pp. 139-153

Williams (S.), Emotion and Social Theory: Corporeal Reflections on the (Ir) Rational, Londen, 2001

Wills (A.), “Resistance, identity, and historical change in residential institutions for juvenile delinquents, 1950-70” in: H. Johnston, ed., Punishment and control in historical perspective, Hampshire, 2008, pp. 179-197.

Wimshurst (K.), “Control and resistance: reformatory school girls in late nineteenth century South Australia”, in: Journal of social history, vol. 18, no. 2, 1984, pp. 273-287.

Wouters (C.), Informalisering. Manieren en emoties sinds 1890, Amsterdam, 2008.

Yvorel (É.), Les enfants de l’ombre: la vie quotidienne des jeunes en France métropolitaine., Rennes, 2007.

 

Universiteit of Hogeschool
Geschiedenis
Publicatiejaar
2014
Kernwoorden
Share this on: