Relatie tussen professionalisering en earnings management in de context van familiebedrijven

Kim Bongaerts
De meest voorkomende bedrijfsvorm in België is het familiebedrijf. Deze bedrijven hebben een grote economische impact waardoor zij een interessant onderzoeksobject zijn. Traditioneel wordt er bij familiebedrijven een onderscheid gemaakt tussen drie systemen, met name het eigendom, het bedrijf en de familie. De onderlinge interactie van deze systemen zorgt ervoor dat familiebedrijven een aantal specifieke kenmerken hebben waardoor zij in hun strategie, bedrijfsvoering en doelstellingen afwijkend kunnen zijn van andere bedrijven.

Relatie tussen professionalisering en earnings management in de context van familiebedrijven

De meest voorkomende bedrijfsvorm in België is het familiebedrijf. Deze bedrijven hebben een grote economische impact waardoor zij een interessant onderzoeksobject zijn. Traditioneel wordt er bij familiebedrijven een onderscheid gemaakt tussen drie systemen, met name het eigendom, het bedrijf en de familie. De onderlinge interactie van deze systemen zorgt ervoor dat familiebedrijven een aantal specifieke kenmerken hebben waardoor zij in hun strategie, bedrijfsvoering en doelstellingen afwijkend kunnen zijn van andere bedrijven. Familiebedrijven zijn, net als alle andere bedrijven, gebonden aan bepaalde wetten en reglementeringen zoals de boekhoudwetgeving. De wetgever heeft in de boekhoudwetgeving een bepaalde flexibiliteit ingebouwd zodat deze toepasbaar is op een brede waaier van ondernemingen. Managers kunnen de boekhoudflexibiliteit echter gebruiken om het resultaat van hun onderneming in een bepaalde richting te sturen. In dit kader kunnen we het begrip resultaatsturing situeren. Resultaatsturing houdt in dat bedrijven hun resultaten opwaarts of neerwaarts sturen om de stakeholders te misleiden over de werkelijke bedrijfsprestaties en op die manier een bepaalde doelstelling te bereiken. Het gerapporteerde resultaat is een belangrijke maatstaf voor tal van stakeholders om de financiële prestaties van een bedrijf te evalueren en om belangrijke beslissingen te nemen. Door resultaatsturing gaat de betrouwbaarheid van de financiële verslaggeving echter teniet en nemen de stakeholders mogelijk verkeerde beslissingen. Enkele recente boekhoudschandalen bij grote ondernemingen zoals Parmalat, Shell en Lernout & Hauspie toonden aan dat de bestaande wetgeving in sommige situaties niet voldoende is om het getrouwe beeld van de jaarrekening te waarborgen. Als gevolg hiervan ging men op zoek naar de onderliggende dynamieken die meespelen in het resultaatsturingsgedrag van ondernemingen. Vaak streven bedrijven naar een stabiel winstniveau om minder onzekerheid uit te stralen en goede verwachtingen te creëren bij de stakeholders. Familiebedrijven onderscheiden zich van niet-familiebedrijven doordat zij deels andere motieven hebben voor resultaatsturing. Door de specifieke kenmerken die eigen zijn aan familiebedrijven, bestaan er naast de gekende financiële motieven ook niet-financiële, familiale motieven voor resultaatsturing. Binnen de groep van familiebedrijven kan er een variatie bestaan in specifieke bedrijfskenmerken en in de mate waarin een familiebedrijf belang hecht aan haar familiale doelstellingen. Bijgevolg mogen familiebedrijven niet beschouwd worden als een homogene groep bedrijven. In deze studie wordt een onderscheid gemaakt tussen de verschillende soorten familiebedrijven op basis van het professionaliseringsconcept. Professionalisering werd in de context van familiebedrijven vaak herleid tot het overstappen van familiaal management naar niet-familiaal, professioneel management. Deze binaire benadering van het concept impliceert dat familiebedrijven van de ene op de andere dag professioneel kunnen worden. Uiteraard strookt deze simplificatie niet met de realiteit. Recent academisch onderzoek benadert het professionaliseringsconcept vanuit een breder perspectief en identificeert vijf onafhankelijke dimensies die gezamenlijk de mate van bedrijfsprofessionalisering bepalen, namelijk (1) financiële controlesystemen, (2) niet-familiale personen in het management en/of bestuur, (3) HR-controlesystemen, (4) decentralisatie van controle en (5) werkzaamheid op topniveau. Een manier om de heterogeniteit van familiebedrijven voor te stellen is op basis van hun professionaliseringsgradatie. Deze gradatie komt tot stand door een combinatie van de vijf voorgenoemde dimensies. Er zijn vier professionaliseringsprofielen, die variëren van weinig geprofessionaliseerd naar sterk geprofessionaliseerd, namelijk Autocracy, Domestic Configuration, Clench Hybrid en Administrative Hybrid. Men kan stellen dat hoe professioneler het familiebedrijf is, hoe meer formele richtlijnen er zijn en hoe minder de familie expliciet kan focussen op de niet-financiële, familiale doelstellingen, waardoor resultaatsturend gedrag ontmoedigd wordt. Op die manier kan professionalisering bijdragen aan het getrouwe beeld van de financiële verslaggeving van een familiebedrijf. De centrale onderzoeksdoelstelling van deze masterproef luidt: “HOE IS HET PROFESSIONALISERINGSCONCEPT GELINKT AAN DE MATE VAN RESULTAATSTURING IN DE CONTEXT VAN FAMILIEBEDRIJVEN?”. Aan de hand van een dataset van 165 private Vlaamse familiebedrijven ben ik erin geslaagd waardevolle inzichten te verschaffen wat betreft het resultaatsturingsgedrag van private familiebedrijven. Enerzijds werd in een eerste model de relatie tussen de vijf dimensies van professionalisering en resultaatsturing bestudeerd en anderzijds werd in een tweede model onderzocht hoe de verschillende professionaliseringsprofielen binnen familiebedrijven gerelateerd zijn met resultaatsturing. Uit het eerste model concludeer ik dat familiebedrijven die professionaliseren door een implementatie van formele controlesystemen voor human resources minder aan resultaatsturing doen dan familiebedrijven die deze systemen niet toepassen. Familiebedrijven ondervinden voordelen dankzij deze controlesystemen waardoor zij minder geprikkeld worden om aan resultaatsturing te doen. Verder bestaat er een positieve relatie tussen de opname van niet-familiale personen in het managementteam of in het bestuur van een familiebedrijf en de mate waarin men aan resultaatsturing doet. Door niet-familiale personen te betrekken bij het familiebedrijf ondervindt men een nieuwe tendens in de bedrijfsdoelstellingen. Niet-familieleden verleggen de focus op familiale doelstellingen naar een focus op de financiële doelstellingen. De bewustwording van de financiële doelstellingen en de bedrijfsresultaten heeft een versterkend effect op de mate van resultaatsturing. Overigens is er een positieve relatie tussen de activiteit van het managementteam en de raad van bestuur en de mate waarin men aan resultaatsturing doet. Hoe werkzamer de raad van bestuur, hoe meer men zich bewust wordt van de financiële doelstellingen en bedrijfsprestaties en hoe hoger de druk op het management en bestuur van het familiebedrijf om deze doelstellingen te bereiken. Deze bewustwording en de toegenomen prestatiedruk geven eveneens aanleiding tot resultaatsturing. De bovenstaande resultaten werden bevestigd in het tweede model. Familiebedrijven die tot de minder geprofessionaliseerde professionaliseringsprofielen Autocracy en Domestic Configuration behoren, doen minder aan resultaatsturing doen dan de familiebedrijven die tot het meest geprofessionaliseerde profiel Administrative Hybrid behoren. In de eerstgenoemde professionaliseringsprofielen zijn er weinig of geen niet-familiale personen tewerkgesteld en is de werkzaamheid van de bedrijfstop zeer laag. In deze familiebedrijven is de focus op de familiale doelstellingen het grootst en is men zich minder bewust van de bedrijfsdoelstellingen en -resultaten. Bijgevolg ondervindt men minder prestatiedruk om aan de financiële doelstellingen te voldoen, waardoor de mate van resultaatsturing lager ligt. In het professionaliseringsprofiel Administrative Hybrid daarentegen domineren de financiële doelstellingen de familiale doelstellingen. Men is zich meer bewust van de bedrijfsresultaten en men ondervindt meer prestatiedruk om deze doelstellingen te bereiken, wat een prikkel geeft tot resultaatsturing. Door de heterogeniteit van familiebedrijven in beeld te brengen door middel van het professionaliseringsconcept, benadert deze masterproef het resultaatsturingsgedrag van familiebedrijven vanuit een vernieuwend perspectief.

Bibliografie

Aharony, J., Wang, J., & Yuan, H. (2010). Tunneling as an incentive for earnings management during the IPO process in China. Journal of Accounting and Public Policy, 29(1), 1-26.

Ali, A., Chen, T.Y., & Radhakrishnan, S. (2007). Corporate disclosures by family firms. Journal of Accounting & Economics, 44(1-2), 238-286.

Aljifri, K. (2007). Measurement and motivations of earnings management: a critical perspective. Journal of Accounting, 14, 75-95.

Anderson, R.C., & Reeb, D.M. (2003). Founding-family ownership and firm performance: Evidence from the S&P 500. The Journal Of Finance, 58(3), 1301-1328.

Anthony, J.H., & Ramesh, K. (1992). Association between accounting performance measures and stock prices. Journal of Accounting & Economics, 15(2/3), 203-227.

Beneish, M.D. (2001). Earnings management: a perspective. Managerial Finance, 27(12), 3-17.

Blumentritt, T., Keyt, A., & Astrachan, J. (2007). Creating an environment for successful nonfamily CEO’s: An exploratory study of good principals. Family Business Review, 20, 321-335.

Chirico, F., & Nordqvist, M. (2010). Dynamic capabilities and transgenerational value creation in family firms: the role of organizational culture. International Small Business Journal, 28(5), 487–504.

Chrisman, J.J., Chua, J.H., & Litz, R.A. (2004). Comparing the agency costs of family and non-family firms: Conceptual issues and exploratory evidence. Entrepreneurship: Theory and Practice, 28, 335-354.

Chrisman, J., Chua, J., & Sharma, P. (2005). Trends and Directions in the Development of a Strategic Management Theory of the Family Firm. Theory & Practice, 29, 555-575.

Chua, J.H., Chrisman, J.J., & Sharma, P. (1999). Defining the family business by behavior. Entrepreneurship: Theory and Practice, 23(4), 19-39.

Chua, J., Chrisman, J., & Bergiel, E. (2009). An agency theoretic analysis of the professionalized family firm. Entrepreneurship theory and practice, 33, 355-372.

Corbetta, G., & Salvato, C.A. (2004). The board of directors in family firms: one size fits all? Family Business Review, 17(2), 119-134.

De Leenheer, J. (2002). Is de jaarrekening een betrouwbare bron van informatie? Accountancy & Tax, 4, 34-38.

Daily, C.M., & Dollinger, M.J. (1993). Alternative methodologies for identifying family- versus nonfamily-managed businesses. Journal of Small Business Management, 31(2), 79-90.

De Lema, P., García, D., & Duréndez, A. (2007). Managerial behaviour of small and medium-sized family businesses: an empirical study. International Journal of Entrepreneurial Behaviour & Research, 13, 151-172.

De Massis, A., Chua, J.H., & Chrisman, J.J. (2008). Factors preventing intra-family succession. Family business review, 21, 138-199.

Dechow, P.M., Skinner, D.J. (2000). Earnings Management: Reconciling the Views of Accounting Academics, Practitioners, and Regulators. Accounting horizons, 14, 235-250.

Dechow, P.M., Sloan, R.G., Sweeney, A.P. (1995). Detecting earnings management. The Accounting Review, 70(2), 193-225.

Dechow, P.M., Sloan, R.G., & Sweeney, A.P. (1996). Causes and consequences of earnings manipulation: an analysis of firms subject to enforcement actions by the SEC. Contemporary Accounting Research, 13(1), 1-36.

Dekker, J., Lybaert N., Steijvers, T., Depaire, B., & Mercken, R. (2013). Family firm types based on the professionalization construct: Exploratory research. Family Business Review, 26(1), 81-99.

Dekker, J., Lybaert, N., Steijvers, T., & Depaire, B. (2014). The Effect of Family Business Professionalization as a Multidimensional Construct on Firm Performance. Journal of Small Business Management, (forthcoming).

Dheedene, H. (2002, 23 februari). Economische versus boekhoudkundige winst. De Tijd.

Ding, S., Qu, B., & Zhuang, Z. (2011). Accounting properties of Chinese family firms. Journal of Accounting, Auditing & Finance, 26(4), 623-640.

Dyer, W.G., Jr. (1989). Integrating professional management into a family owned business. Family Business Review, 2, 221-235.

Dyer, W.G., Jr. (2006). Examining the “family effect” on firm performance. Family Business Review, 19(4), 253-273.

European Commission (2009). Overview of family-business-relevant issues: research, networks, policy methods & existing studies. Opgevraagd op 2 oktober, 2013, via http://ec.europa.eu/enterprise/policies/sme/files/craft/family_business….

Erickson, M., & Wang, S. (1996). Earnings management by acquiring firms in stock for stock mergers. Journal of Accounting and Economics, 27, 149-176.

Fama, E.F., & Jensen, M.C. (1983). Separation of ownership and control. Journal of law and economics, 26, 301-325.

Flamholtz, E., & Randle, Y. (Eds.). (2007). Growing pains: Transitioning from an entrepreneurship to a professionally managed firm. San Francisco, CA: Jossey-Bass.

Fan, J.P.H., & Wong, T.J. (2002). Corporate ownership structure and the informativeness of accounting earnings in East Asia. Journal of Accounting and Economics, 33(3), 401-425.

Field, A. (2009). Discovering statistics using spss, third edition. London: SAGE Publications Ltd.

Gallo, M.A., Tàpies, J., & Cappuyns, K. (2004). Comparison of family and nonfamily business: financial logic and personal preferences. Family Business Review, 17 (4), 303-318.

Gabrielsson, J. (2007). Correlates of board empowerment in small companies. Entrepreneurship Theory and Practice, 31(5), 687-711.

Gedajlovic, E., Lubatkin, M., & Schulze, W. (2004). Crossing the threshold from founder management to professional management: a governance perspective. Journal of Management Studies, 41, 899-912.

Gersick, K.E., Davis J.A., McCollom Hampton, M.M. & Lansberg I. (Eds.). (1997). Generation to generation: Life cycles of the family business. Boston: Harvard Business School Press.

Ghabdian, B., Attaran, N., & Froutan, O. (2012). Ownership structure and earnings management: evidence from Iran. International Journal of Business and Management, 7(15), 88-97.

Giovannoni, E., & Maraghini, M.P., & Riccaboni, A. (2011). Transmitting Knowledge Across Generations: The Role of Management Accounting Practices. Family Business Review, 24, 126-150.

Gnan, L., & Songini, L. (2003). The Professionalization of Family Firms: The Role of Agency Cost Control Mechanisms. FBN Proceedings, 104(3), 141-172.

Gómez-Mejía, L., Haynes, K., Núñez-Nickel, M., Jacobson, K., & Moyano-Fuentes, J. (2007). Socioemotional wealth and business risks in family-controlled firms: Evidence from Spanish olive oil mills. Administrative Science Quarterly, 52, 106-137.

Goovaerts, A., & Riepl, W. (2005, 27 januari). Welke manipulaties kunnen niet meer? Trends.

Gunny, K.A., (2010). The relation between earnings management using real activities manipulation and future performance: evidence from meeting earnings benchmarks. Contemporary Accounting Research, 27 (3), 855-888.

Hafzalla, N. (2009). Managerial incentives for discretionary disclosure: evidence from management leveraged buyouts. Review of Accounting Studies, 14(4), 507-533.

Hall, A., & Nordqvist, M. (2008). Professional management in family business: Toward an extended understanding. Family Business Review, 11(1), 51-69.

Healy, P.M. (1985). The effect of bonus schemes on accounting decisions. Journal of Accounting and Economics, 7, 85-107.

Healy, P.M., & Wahlen, J.M. (1999). A review of the earnings management literature and its implications for standard setting. American Accounting Association, 13(4), 365-383.

Hofer, C.W., & Charan, R. (1984). The transition to professional management: Mission impossible? American Journal of Small Business, 9(1), 1-11.

Jaggi, B., Leung, S., & Gul, F. (2009). Family control, board independence and earnings management: Evidence based on Hong Kong firms. Journal of Accounting and Public Policy, 28(4), 281-300.

Jensen, M.C., & Meckling, W. (1976). Theory of the firm: Managerial behavior, agency costs and ownership structure. Journal of Financial Economics, 3(4), 305-360.

Jiraporn, P., & DaDalt, P.J. (2009). Does founding family control affect earnings management? Applied Economics Letters, 16, 113-119.

Jiraporn, P., Miller, G.A., Yoon, S.S., Kim, Y.S. (2008). Is earnings management opportunistic or beneficial? An agency theory perspective. International review of financial analysis, 17(3), 622-634.

Jones, J.J. (1991). Earnings management during import relief investigation. Journal of Accounting Research, 29, 193−228.

Jorissen, A., Laveren E., Martens, R., & Reheul, A. (2005). Real versus sample-based differences in comparative family business research. Family Business Review, 17(3), 229-246.

Klein, S.B., & Bell, F.A. (2007). Non-family executives in family businesses – A literature review. Electronic Journal of Family Business Studies, 1(1), 19-37.

Lambrecht, J., & Molly, V. (2011). Studierapport: Het economische belang van familiebedrijven in België. Opgevraagd op 4 september, 2013, via http://www.fbnet.be/sites/default/files/ecobelangfamiliebedrijven_nl.pdf.

Le Breton-Miller, I., Miller, D., & Steier, L.P. (2004). Toward an integrative model of effective FOB succession. Entrepreneurship: Theory & Practice, 28, 305-328.

Long, J.S., & Laurie, H.E. (1999). Using Heteroscedasticity Consistent Standard Errors in the Linear Regression Model. Mimeo: Indiana University.

Lubatkin, M., Schulze, W., Ling, Y., & Dino, R. (2005). The effects of parental altruism on the governance of family-managed firms. Journal of Organizational Behavior, 26, 313-330.

McKee, T.E. (Eds.). (2005). Earnings management: an executive perspective. Cengage Learning.

McNichols, M.F. (2000). Research design issues in earnings management studies. Journal of Accounting and Public Policy, 19(4-5), 313-345.

McVay, S.E. (2006). Earnings management using classification shifting: an examination of core earnings and special items. Accounting Review, 81(3), 501-531.

Miller, E.J., & Rice, A.K. (1967). Systems of Organization. London: Tavistock.

Mijnheer, D. (2013). Belgisch boekhoudschandaal Lernout & Hauspie. Opgevraagd op 8 december, 2013, via http://www.ftm.nl/belgisch-boekhoudschandaal-lernout-hauspie-op-televisie/.

Moores, K., & Mula, J. (2000). The salience of market, bureaucratic, and clan controls in the management of family firm transitions: some tentative Australian evidence. Family Business Review, 13, 91-106.

Morck, R., Shleifer, A., & Vishny, R.W. (1988). Management ownership and market valuation. Journal of Financial economics, 20, 293-315.

Perricone, J.P., Earle, J.R., & Taplin, I.M. (2001). Patterns of succession and continuity in family owned businesses. Family Business Review, 14 (2), 105-120.

Prencipe, A., & Bar-Yosef, S. (2011a). Corporate governance and earnings management in family-controlled companies. Journal of Accounting, Auditing & Finance, 26(2), 199-227.

Prencipe, A., Bar-Yosef, S., Mazzola, P., & Pozza, L. (2011b). Income smoothing in family-controlled companies: evidence from Italy. Corporate Governance: An International Review, 19(6), 529-546.

Prencipe, A., Markarian, G., & Pozza, L. (2008). Earnings management in family firms: evidence from R&D cost capitalization in Italy. Family Business Review, 21(1), 71-88.

Rangan, S. (1998). Earnings management and the performance of seasoned equity offerings. Journal of Financial Economics, 50(1), 101-122.

Richardson, S.A., Tuna, I.A., & Wu, M. (2002). Predicting earnings management: The case of earnings restatements. Working paper, University of Pennsylvania.

Ronen, J., & Yaari, V. (Eds.). (2008). Earnings management: emerging insights in theory, practice, and research, 1st edition. New York: Springer Science + Business media.

Rostow, W.W. (Ed.). (1960). The Stages of Economic Growth. A non-communist manifesto. New York: Cambridge University Press.

Roychowdhury, S. (2006). Earnings management through real activities manipulation. Journal of Accounting and Economics, 42, 335-370.

Sanchez-Ballesta J.P., & Garcia-Meca, E. (2007). Ownership structure, discretaionary accruals and the informativeness of earnings. Corporate Governance: An International Review, 15(4), 677-691.

Sanjaya, P.S. (2010). Entrenchment and alignment effect on earnings management. The Indonesian Journal of Accounting Research, 13(3).

Schein, E.H. (1968). Organizational socialization and the profession of management. Industrial Management Review, 9, 80-88.

Schulze, W.G., Lubatkin, M.H., Dino, R.N., & Buchholtz, A.K. (2001). Agency relationships in family firms: Theory and evidence. Organization Science, 12(2), 99–116.

Schulze, W.S., Lubatkin, M.H., & Dino, R.N. (2003). Exploring the Agency Consequences of Ownership Dispersion among the Directors of Private Family Firms. Academy of Management Journal, 46(2), 179-194.

Scott, W.R. (Ed.). 2003. Financial accounting theory (eds.). Upper Saddle River, NJ: Prentice Hall.

Setia-Atmaja, L., Haman, J., & Tanewski, G. (2011). The role of board independence in mitigating agency problems in Australian family firms. The British Accounting Review, 43(3), 230-246.

Sharma, P., Chrisman, J.J., & Chua, J.H. (2003). Succession Planning as Planned Behavior: Some Empirical Results. Family Business Review, 16(1), 1-15.

Smith, C.W. (1993). A perspective on accounting-based debt covenant violations. The accounting Review, 68(2), 289-303.

Songini, L. (2006). Chapter 15: The professionalization of family firms: theory and practice. In P.Z. Poutziouris, K.X. Smyrnios & B.K. Klein (Eds.), Handbook of research on family business (pp. 269-295). Great Britain: MPG Books Ltd, Bodmin, Cornwall.

Songini, L., & Gnan, L. (2009). Women, glass ceiling, and professionalization in family SMEs: A missed link. Journal of Enterprising Culture, 17, 497-525.

Steijvers, T., & Voordeckers, W. (2009). Private family ownership and the agency costs of debt. Family business review, 22, 333-346.

Stewart, A., & Hitt, M.A. (2011). Why can’t a family business be more like a nonfamily business? Modes of professionalization in family firms. Family Business Review, 25, 58-86.

Stockmans, A., Lybaert, N., & Voordeckers, W. (2010). Socioemotional Wealth and Earnings Management in Private Family Firms. Family Business Review, 23(3), 280-294.

Stockmans, A., Lybaert, N., & Voordeckers, W. (2013). The conditional nature of board characteristics in constraining earnings management in private family firms. Journal of family business strategy, 4(2), 84-92.

Tagiuri, R., & Davis, J. (1982). Bivalent Attributes of the Family Firm. Family Business Review, 9(2), 199–208.

Tong, Y.H. (2007). Financial reporting practices of family firms. Advances in Accounting, 23, 231-261.

Trueman, B., & Titman, S. (1988). An Explanation for Accounting Income Smoothing. Journal of Accounting Research, 26 (Supplement), 127-139.

Tsao, C.W., Chen, S.J., Lin, C.S., & Hyde, W. (2009). Founding-family ownership and firm performance: The role of high-performance work systems. Family Business Review, 22, 319-332.

Van der Hof, K. (2013). Boekhoudschandalen: De grabbelton van bestuurders en raiders. Nederland: Elmar B.V. Uitgeverij.

Van Hulle, K., Lybaert, N., & Maes, J.P. (2010). Boekhoud- en jaarrekeningrecht, tweede editie. Brugge: Die Keure.

Vander Bauwhede, H., Gaeremynck, A., & Willekens, M. (2000). Drijfveren voor winstmanagement bij Belgische beurs- en niet-beursgenoteerde bedrijven. Tijschrift voor Economie en Management, 45(3), 367-385.

Villalonga, B., & Amit, R. (2006). How do family ownership, control and management affect firm value? Journal of Financial Economics, 80, 385-417.

Voordeckers, W., & Steijvers, T. (2006). Business collateral and personal commitments in SME lending. Journal of Banking and Finance, 30(11), 3067-3086.

Wang, D. (2006). Founding family ownership and earnings quality. Journal of Accounting Research, 44(3), 619–656.

Watts, R.L., & Zimmerman, J.L. (1986). Positive Accounting Theory. Englewood Cliffs, NJ: Prentice-Hall.

Westhead, P., & Howorth, C. (2007). “Types” of private family firms: An exploratory conceptual and empirical analysis. Entrepreneurship & Regional Development, 19, 405-431.

White, H. (1980). A Heteroskedasticity-Consistent Covariance Matrix and a Direct Test for Heteroskedasticity. Econometrica, 48, 817-838.

White, G.I., Sondhi, A.C., & Fried, D. (Eds.). (1997). The Analysis and Use of Financial Statements, 2nd Edition. New York: John Wiley & Sons, Inc.

Wysocki, P.D. (2004). Discussion of ultimate ownership, income management and legal and extra-legal institutions. Journal of accounting research, 42(2), 463-474.

Yang, M.L. (2010). The impact of controlling families and family CEOs on earnings management. Family Business Review, 23(3), 266–279.

Zhang, J., & Ma, H. (2009). Adoption of professional management in Chinese family business: A multilevel analysis of impetuses and impediments. Asia Pacific Journal of Management, 26, 119-139.

Universiteit of Hogeschool
Handelsingenieur
Publicatiejaar
2014
Kernwoorden
Share this on: