WOI- battlefield sites in de Westhoek: memoryscapes als kwaliteitsvol toeristisch product

Celine Neervoort
Op zoek naar het evenwicht tussen toerisme en herdenkingIn 2014, het startjaar van de 100 jarige herdenking van de Groote Oorlog, lijkt de belangstelling voor deze eerste wereldoorlog niet meer weg te denken. Naar aanleiding van deze 100 jarige herdenking leeft ook het battlefield toerisme meer dan ooit tevoren in de Westhoek. Met als gevolg dat deze battlefield sites uitgroeien tot heuse toeristische trekpleisters. Deze toenemende popularisering en commercialisering verloopt uiteraard niet zonder enige controverse.

WOI- battlefield sites in de Westhoek: memoryscapes als kwaliteitsvol toeristisch product

Op zoek naar het evenwicht tussen toerisme en herdenking

In 2014, het startjaar van de 100 jarige herdenking van de Groote Oorlog, lijkt de belangstelling voor deze eerste wereldoorlog niet meer weg te denken. Naar aanleiding van deze 100 jarige herdenking leeft ook het battlefield toerisme meer dan ooit tevoren in de Westhoek. Met als gevolg dat deze battlefield sites uitgroeien tot heuse toeristische trekpleisters. Deze toenemende popularisering en commercialisering verloopt uiteraard niet zonder enige controverse. Daarom stellen wij ons de vraag waar het evenwicht ligt tussen toerisme en herdenking? 

De Westhoek als memoryscape en tourismscape De Westhoek groeit direct na de oorlog uit tot een betekenisvolle plaats van herinnering aan de Groote Oorlog en wordt daarom wel eens een ‘’memoryscape’’ genoemd. Een memoryscape is echter geen eenvoudig begrip, wel zitten de twee belangrijkste termen er in vervat namelijk memorie en landschap. Memoryscapes zijn landschappen die een betekenis van herinnering toebedeeld krijgen. Zo groeien dus de slagvelden in de Westhoek door toevoeging van monumenten, begraafplaatsen en gedenkplaatsen uit tot herdenkingslandschappen voor degene die gevochten en geleden hebben. Daarbij hebben toeristen zich steeds aangetrokken gevoeld tot deze plaatsen van oorlog en vanaf de jaren 90’ zien we de popularisering van het battlefield toerisme. Bijgevolg worden de materiële restanten en sites een onderdeel van dit battlefield toerisme. De memoryscapes groeien uit tot toeristisch landschappen of ‘’tourismscapes’’. Het voortbestaan van memoryscapes in de Westhoek, als onderdeel van het battlefield toerisme, is in de loop der jaren sterk afhankelijk geworden van de toeristen. Wanneer er immers geen toeristen meer naar deze plaatsen van herinnering zouden komen, zouden de sites in verval raken en verdwijnen. Het toerisme en de herinnering aan de WOI gaan dus hand in hand samen. De centrale vraag in dit onderzoek is dan ook brandend actueel zijnde: hoe kan men deze WOI- memoryscapes in de Westhoek ontwikkelen tot een kwaliteitsvol toeristisch product? Met kwaliteitsvol wordt bedoeld dat men rekening moet houden met de bewaring van het erfgoed, het verleden en de betekenis van de sites. Men moet oppassen voor een zogenaamde ‘’Disneyficatie’’: een teveel aan toerisme waarbij de sites hun betekenis van herinnering verliezen ten koste van winstbejag en sensatie en verworden tot een louter toeristisch product. Kortom, hoe kan men de betekenis van herinnering versterken op de sites?Voorstelling van het onderzoekHet onderzoek is een combinatie van de kwalitatieve en kwantitatieve researchmethode. Er wordt zowel gewerkt aan de hand van semigestructureerde interviews als korte enquêtes met additionele meerkeuze. Uiteraard is het onmogelijk om alle WOI- plaatsen van de Westhoek te betrekken bij dit onderzoek. Het onderwerp is dan ook beperkt tot WOI- battlefield sites ter plaatse. Dit gebeurt aan de hand van drie cases zijnde het Bayernwald bij Wijtschate, de Dodengang bij Diksmuide en het Tyne Cot Cemetery bij Zonnebeke.De cruciale rol van de bezoekerservaring Om de herinnering te vrijwaren en te versterken op de sites, moet men eerst achterhalen hoe de herinnering op de sites tot stand komt. Bij de vorming blijkt de bezoekerservaring van de toerist ter plaatse een onmisbare rol te spelen. Het is van immens belang dat de ervaring als positief aangevoeld wordt. Wanneer een ervaring geslaagd is en de toerist dus tevreden is, kan de site bepaalde gevoelens en emoties bij de bezoekers losmaken. Het zijn deze gevoelens en verbondenheid die een betekenis van herinnering aan de plaatsen meegeeft. Door het bezoek aan de sites, staan de toeristen stil met de gevolgen van oorlog en blijft de oorlog in de herinnering verder leven. De sites kunnen als plaatsen van spijt, gruwel en verlies beschouwd worden. Dit doet de bezoekers nadenken over de zinloosheid van oorlog en hieruit groeit het besef van ‘’nooit meer oorlog’’.Een positieve tevredenheid van de bezoeker bewerkstelligen, lijkt dus een van de hoofddoelen. Daarom moeten de sites voldoen aan de vereiste kwaliteiten die in dit onderzoek geanalyseerd worden. Er bestaan drie categorieën zijde de landschappelijke, informatieve en historische kwaliteiten. Deze kwaliteiten spelen dus tevens een cruciale rol in de vorming van de herinnering op de sites.De memoryscape bestaat niet Daarbij hebben we ontdekt dat ‘’de ervaring’’ niet bestaat maar dat er sprake is van verschillende ervaringen op de battlefield sites. Wel kan een bepaalde ervaring primeren op een site, zoals bij de Dodengang en het Bayernwald de inleving domineert. Hierdoor kan men verschillende ‘’types’’ van memoryscapes afbakenen.Sites van inleving versus sites van herdenking We hebben reeds twee types omschreven zijn de sites van inleving tegenover de sites van herdenking. Met sites van inleving worden de battlefield sites bedoeld waar de nadruk ligt op het voorstellen en inleven. De bezoekers willen zich een beeld vormen van het leven aan het front. Voorbeelden in de Westhoek zijn het Bayernwald, de Dodengang, Hill 62, Hill 60, Lettenberg, etc. Bij de sites van herdenking gaat het om het herdenken, het stil staan bij en nadenken over. Deze sites zijn talrijk aanwezig in de Westhoek zijnde al de begraafplaatsen van verschillende nationaliteiten: Houthulst (België), Langemark (Duitsland), …maar ook de vele herdenkingsmonumenten als het Ierse Vredespark, het Canadese monument ‘’The Brooding Soldier’’, etc. Uit het onderzoek blijkt dat elke dominerende ervaring nood heeft aan andere kwaliteiten. Bijgevolg heeft elk type van memoryscapes een andere aanpak nodig.De noodzakelijke ‘’memorieelementen’’ Men moet er steeds naar streven om net die elementen uit te bouwen die de betekenis van herinnering versterken. Deze elementen worden de ‘’memorieelementen’’ genoemd. Er zijn elementen die cruciaal zijn voor elk type van memoryscapes. Dit is de opgesomde lijst in het centrale blauwe deel (zie  figuur in bijlage). Deze gelden voor elke site, ongeacht welke ervaring er hierop primeert. Verder zijn er nog elementen die specifiek gelden voor ofwel de sites van inleving of die van herdenking.

Bibliografie

Alderman D. (2000). New Memorial Landscapes in the American South: An Introduction. The Professional Geographer 52 (4): 658-660.

Bostyn F. & Vancoillie J. (2000). Het Croonaertbos in de eerste wereldoorlog. Roeselare: Atelier.

Bostyn F., Blieck K., Descamps F. & Vander Fraenen J. (2007). Passendaele 1917: het verhaal van de doden en het Tyne Cot Cemetery. Roeselare: Roularte.

Butler R. & Suntikul W. (2013). Tourism and war: an ill wind? Tourism and War: Contemporary Geographies of leisure, tourism and mobility, 1-12.

Chronis, A. (2005). Coconstructuring heritage at the Gettysburg storyscape. Annals of Tourism Research 32 (2): 386-406.

Chronis, A. & Hampton, R. (2008). Consuming the authentic Gettysburg: How a tourist landscape becomes an authentic experience. Journal of Consumer Behaviour 7: 111–126.

Chronis, A. & Arnould, E. (2012a). Gettysburg re-imagined: the role of narrative imagination in consumption experience. Consumption Markets & Culture 15: (3): 261–286.

Chronis, A. (2012b). Between place and story: Gettysburg as tourism imaginary. Annals of Tourism Research 39 (4): 1797- 1816.

Cross, J. (2001). What is Sense of place? Prepared for the 12the Headwatersconference Western State College, (not-published article): 2-4 November, 1-13.

Dallen, T. & Boyd, W. (2006). Heritage Tourism in the 21st Century: Valued Traditions and New Perspectives. Journal of Heritage Tourism 1 (1): 1-16.

Debaeke, S. (2012): Het drama van de Dodengang: De hel van het Ijzerfront. Brugge: De Klaproos.

D-haene J. & Gysel A. (2009). 365 Foto’s 1914-1918. Tielt: Lannoo.

Dunkley, R. (2011). Visiting the trenches: exploring meanings and motivations in Battlefield tourism. Tourism Management 32 (4): 860-868.

Gatewood, J. & Cameron C. (2004). Battlefield pilgrims at Gettysburg National Military Park. Ethnology 43 (3): 193-216.

Gough, P. (2000). From Heroes’ groves to parks of peace: landscapes of remembrance, protest and peace. Landscape Research 25 (2): 213-228.

Foote, K. (2010). Shadowed ground, sacred places, refelcetions on violence, tragedy, memorials and public commemorative rituals, Holy Ground, re- inventing ritual space in modern western culture. Leuven: Peeters.

Hay, R. (1998). Sense of place in developmental context. Journal of Environmental Psychology 18: 5-29.

Hoelscher, S & Alderman, D. (2004). Memory and place: geographies of a critical relationship. Social & Cultural Studies 5 (3): 347-355.

Hummon, D. (1992). "Community Attachment: Local Sentiment and Sense of Place. Place Attachment, edited by Irwin Altman and Setha Low. New York: Plenum: 253-278.

Iles, J. (2006). Recalling the ghosts from war: performing tourism on the battlefields of the Western Front. Text and Performance Quarterly 26 (2): 162-180.

Iles, J. (2008). Encounters in the Fields- Tourism to the Battlefields of the Western Front. Journal of Tourism & Cultural change 6 (2): 138-154.

Jansen-Verbeke (2009). The territoriality paradigm in cultural tourism. Tourism 19 (1-2): 25-31.

Jansen-Verbeke, M. & McKercher J. (2010). The tourism destiny of World heritage cultural sites. Tourism research: a vision 20/20. Oxford: Good Fellow Publishers.

Jansen-Verbeke M. & George W. (2013). Reflections on the Great War centenary: from warscapes to memoryscapes in 100 years. Tourism and War: Contemporary Geographies of leisure, tourism and mobility: 275- 287.

Johnson, N. (2003). Ireland, the Great War and the Geography of Remembrance. Cambridge: Cambridge University Press.

Mclachlan M. (2010). Gallipoli: battlefield guide. Australia: Hachette.

 

Meire, J. (2003). De stilte van de Salient: De herinnering aan de Eerste Wereldoorlog rond Ieper. Tielt: Lannoo.

Miles, S. (2013). From Hastings to the Ypres salient: Battlefield tourism and the interpretation of fields of conflict. Tourism and War, Contemporary Geographies of leisure: 221- 231.

Nora, P. (1989). Between Memory and history: Les Lieux de memoire. Represantations 26: 7-25.

Osborne, B. (2001). Landscapes, Memory, monuments and commemoration, putting identity in its place. Kingston: Queen’ s University.

Prideaux, B. (2007). Echoes of War: battlefield tourism, Battfield Tourism: history, place and interpretation. Advances in Tourism Research Series: 17-27.

Pine J. & Gilmore J. (1998). Welcome to the experience economie. Havard Business Review: 97-107.

Porter B. & Salazar N. (2005). Heritage tourism, conflict and public interest: an introduction. International Journal of Heritage Studies 11 (5): 361-370.

Sampson K. & Goodrich C. (2009). Making Place: Identity Construction and Community Formation through Sense of Place in Westland, New Zealand. Society & Natural Resources: An International Journal 22 (10): 901-915.

Saunders, N. (2003). Crucifix, calvary, and cross: materiality and spirituality in Great War landscapes. World Archeology 35 (1): 7-21.

Seaton, A. (2000). Another weekend away looking for dead bodies: Battlefield tourism on the Somme and in Flanders. Tourism Recreation Research 25 (3): 63-70.

Sharpley, R. (2009). Shadding light on Dark Tourism: An introdcution, The Darker side of travel: the theory and practice of dark tourism. Aspects of Tourism: 3-23.

Stedman, R. (2003). Is It Really Just a Social Construction? The Contribution of the Physical Environment to Sense of Place. Society & Natural Resources: An International Journal 16 (8): 671-685.

Universiteit of Hogeschool
Master in Toerisme
Publicatiejaar
2014
Kernwoorden
Share this on: