Interne fraude in de retailsector: een empirisch onderzoek naar de aard van interne fraude en de meldingsbereidheid van de personeelsleden in een modeketen

Tiffany Putzeys
Interne fraude in de retailsectorFraude is een fenomeen dat in elke denkbare sector gepleegd kan worden, door eender wie en op verschillende manieren, met telkens één gemeenschappelijk kenmerk, namelijk misleiding en bedrog. Zo kan een wetenschappelijk onderzoeker frauderen, maar ook een taxichauffeur en zelfs een profwielrenner. In de media krijgen voornamelijk de grootschalige fraudezaken aandacht. Denk maar aan de fraudepraktijken van de Zwitserse HSBC-bank die Swissleaks begin dit jaar onthulde.

Interne fraude in de retailsector: een empirisch onderzoek naar de aard van interne fraude en de meldingsbereidheid van de personeelsleden in een modeketen

Interne fraude in de retailsector

Fraude is een fenomeen dat in elke denkbare sector gepleegd kan worden, door eender wie en op verschillende manieren, met telkens één gemeenschappelijk kenmerk, namelijk misleiding en bedrog. Zo kan een wetenschappelijk onderzoeker frauderen, maar ook een taxichauffeur en zelfs een profwielrenner. In de media krijgen voornamelijk de grootschalige fraudezaken aandacht. Denk maar aan de fraudepraktijken van de Zwitserse HSBC-bank die Swissleaks begin dit jaar onthulde. Een fraudevorm die minder in de belangstelling staat, is interne fraude.

Bij interne fraude laten werknemers zich in met deviante praktijken (bv. stelen van goederen, jezelf een extra korting toekennen, enz.) ten voordele van de eigen situatie, maar ten nadele van de werkgever. Dergelijke praktijken komen vaker voor dan men zou verwachten. Interne fraude is dan ook een mysterieus misdrijffenomeen doordat deze problematiek zelden aan het licht komt. Fraudeurs gaan stiekem en doordacht te werk om niet betrapt te worden, en bedrijven regelen fraudesituaties liever binnenshuis om het bedrijfsimago niet te schenden. De interne fraudeproblematiek is bijgevolg een uitdagend domein voor onderzoekers uit verschillende disciplines.

Het onderzoek naar deviante handelingen in organisaties staat nog in haar kinderschoenen. Academici zijn er tot nu toe nog niet in geslaagd om tot een alomvattend beeld van interne fraude te komen. Bovendien kost de interne fraudeproblematiek bedrijven handenvol geld. Ongeveer een derde van het inkomstenverlies van bedrijven is te wijten aan frauduleuze werknemers. Dit komt overeen met een verlies van miljoenen euro’s. Tegelijkertijd worden er immense bedragen geïnvesteerd in de veiligheid van bedrijven. Bedrijven hebben er dus belang bij dat ze over een efficiënt en effectief preventiebeleid beschikken. Een onderzoek gericht op deze problematiek was dus meer dan welkom.

Inventieve fraudeurs

De focus van het onderzoek lag op de interne fraude die gepleegd wordt in de retailsector, meer bepaald in de kledingbranche. Zo werd er samengewerkt met retailer X, een modeketen actief in verschillende landen met meer dan 100.000 personeelsleden. In een eerste onderzoeksfase werden 64 fraudedossiers bij retailer X geanalyseerd. De analyse toont aan dat de fraudeurs inventief te werk gaan. Bij veranderingen in het anti-fraudebeleid passen ze hun technieken namelijk aan. Extra controles op kassafraude gaan bijvoorbeeld gepaard met een daling van kassafraude, maar ook met een toename van diefstal van goederen. Opportuniteit en gelegenheid blijken hier een belangrijke rol te spelen. Verschillende bevindingen tonen dit aan. De meeste fraude-incidenten werden bijvoorbeeld vooral tijdens de jaarovergangen, meer bepaald in december en januari, gedetecteerd. Doordat deze periodes drukker zijn, worden de personeelsleden minder gecontroleerd waardoor ze meer mogelijkheden hebben om te frauderen. Verder staan de verkoopmedewerksters die al meer dan drie jaar in dienst zijn, het meest vermeld in de fraudestatistieken. Aangezien er meer verkoopmedewerkers dan managers werkzaam zijn in de kledingbranche, kan echter niet geconcludeerd worden dat zij meer frauderen dan de managers.

Melden of toch maar niet?

In een tweede onderzoeksfase werd er nagegaan in welke mate de personeelsleden bij retailer X bereid zijn interne fraude te melden. Wanneer ze een collega betrappen op diefstal, gaan ze dit melden aan de manager, of toch maar niet? Uit de analyse van 16 interviews blijkt dat zowel de managers als de verkoopmedewerkers over het algemeen bereid zijn fraudezaken te melden wanneer ze deze opmerken. De verkoopmedewerkers die nog niet lang in dienst zijn aarzelen echter meer dan de managers bij het maken van hun beslissing om een voorval te melden, zeker wanneer de dader een managementfunctie heeft. De voornaamste reden hiervoor dat de verkoopmedewerkers zelf aangeven, is dat ze bang hebben voor de negatieve gevolgen van een melding. De manager moest bijvoorbeeld maar eens wraak nemen…

To be continued…

Dit onderzoek heeft enkel een tipje van de sluier opgelicht over de interne fraudeproblematiek. Er is nog veel te ontdekken over de criminaliteit die zich binnen bedrijven afspeelt, in zowel de bovenste als onderste rangen. Weten werknemers doorgaans welke gedragingen wel en niet door de beugel kunnen in hun bedrijf? Treden werkgevers op wanneer ze ontdekken dat een werknemer een misstap begaat, en zo ja, hoe? Kortom, interne fraude is een complex fenomeen waar het laatste nog niet over gezegd is. 

Bibliografie

BIBLIOGRAFIE Sociaal-wetenschappelijke bronnen Association of Certified Fraud Examiners (2012). Report to the Nations on Occupational Fraud and Abuse. Austin: Association of Certified Fraud Examiners.Adams, J. S. (1965). Inequity in social exchange. In M. Berkowits (Red.), Advances in Experimental Social Psychology (pp. 267-299). New York: Academic Press.Albrecht, W. S., & Schmoldt, D. W. (1988). Employee fraud. Business Horizons, 31(4), pp. 16-18.Baarda, B., van der Hulst, M., & de Goede, M. (2012). Basisboek interviewen. Handleiding voor het voorbereiden en afnemen van interviews. Groningen: Noordhoff Uitgevers.Bamfield, J. (2006). Sed quis custodiet? Employee theft in UK retailing. International Journal of Retail & Distribution Management, 34(11), pp. 845-859.Bamfield, J. (2004). Shrinkage, shoplifting and the cost of retail crime in Europe. International Journal of Retail & Distribution Management, 32(5), pp. 235-241.Baumer, T. L., & Rosenbaum, D. P. (1984). Combating Retail Theft – Programs and Strategies. Boston: Butterworth Publishers. Beck, A. (2006). Staff Dishonesty in the Retail Sector: Understanding the Opportunities. ECR Europe.Berings, D., Steen, T., & Grieten, S. (2011). Mens en organisatie. Antwerpen: De Boeck.Beyens, K., & Tournel, H. (2010). Mijnwerkers of ontdekkingsreizigers? Het kwalitatieve interview. In T. Decorte, & D. Zaitch (Reds.), Kwalitatieve methoden en technieken in de criminologie (pp. 199-232). Leuven: Acco.Bijleveld, C. C. J. H. (2009). Methoden en Technieken van Onderzoek in de Criminologie. Den Haag: Boom Juridische uitgevers.BIOS. (2013). Hoe verhoog je de meldingsplicht?. Den Haag: BIOS/CAOP. Bonnet, F. (2007). Le vol en interne: les vols commis par les salaries sur leur lieu de travail. Sociologie du Travail, 49(4), pp. 544-556.Bruns, S. M., Jackson, C., & Zhang, Y. (2012). Designing an Effective Peer-Reporting System. Management Accounting Quaterly, 13(2), pp. 8-13.Bruyninckx, H., & Van den Brande, K. (2009). Natuurlijke rijkdommen en corruptie: een politiek-economische invalshoek. Orde van de Dag, 47(september), pp. 35-40.Chen, C. X., & Sandino, T. (2012). Can Wages Buy Honesty? The Relationship Between Relative Wages and Employee Theft. Journal of Accounting Research, 50(4), pp. 967-1000.Clinard, M. B. & Quinney, R. (1967). Criminal Behavior Systems: A Typology. New York: Holt, Rinehart and Winston.Cornish, D. B., & Clarke, R. V. (1986). The reasoning criminal: Rational choice perspectives on offending. New York: Springer-Verlag.Cottrell, D. M., & Albrecht, W. S. (1994). Recognizing the symptoms of employee fraud. Healthcare Financial Management, 48(5), pp. 18-25.Cressey, D. R. (1953). Other peoples’ money: A study in the social psychology of embezzlement. Glencoe: Free Press.De Bie, B., & Verhage, A. (2010). Fraudebestrijding in België anno 2010: quo vadis? De orde van de dag, 51(september), pp. 7-16.Decorte, T. (2010). Kwalitatieve data-analyse in het kwalitatief criminologisch onderzoek. In T. Decorte, & D. Zaitch (Reds.), Kwalitatieve methoden en technieken in de criminologie (pp. 441-471). Leuven: Acco.De Graaf, G. (2010). A report on reporting: Why peers report integrity and law violations in public organizations. Public Administration Review, 70(5), pp. 767-779.Dellaportas, S. (2013). Conversations with inmate accountants: Motivation, opportunity and the fraud triangle. Accounting Forum, 37(1), pp. 29-39.De Nauw, A. (2010). Inleiding tot het bijzonder strafrecht. Mechelen: Kluwer.Ditton, J. (1977). Perks, Pilferage, and the Fiddle: The Historical Structure of Invisible Wages. Theory and Society, 4(1), pp. 39-71.Dodge, M. (2007). From Pink to White with Various Shades of Embezzlement: Women Who Commit White-Collar Crimes. In H. N. Pontell, & G. Geis (Reds.), International Handbook of White-Collar and Corporate Crime (pp. 379-404). New York: Springer.Dozier, J. B., & Miceli, M. P. (1985). Potential Predictors of Whistle-Blowing: A Prosocial Behavior Perspective. The Academy of Management Review, 10(4), pp. 823-836.Flesher, D. L., & Buttross, T. E. (1992). Whistle-Blowing Hotlines. The Internal Auditor, 49(4), pp. 54-58.Gao, J., Greenberg, R., & Wong-On-Wing, B. (2015). Whistleblowing Intentions of Lower-Level Employees: The Effect of Reporting Channel, Bystanders, and Wrongdoer Power Status. Journal of Business Ethics, 126(1), pp. 85-99.Green, G. S. (1993). White-Collar Crime and the Study of Embezzlement. Annals of the American Academy of Political and Social Science, 525(januari), pp. 95-106.Greenberg, J. (1990). Employee Theft as a Reaction to Underpayment Inequity: The Hidden Cost of Pay Cuts. Journal of Applied Psychology, 75(5), pp. 561-568.Greenberg, J. (1997). The STEAL Motive. Managing the Social Determinants of Employee Theft. In R.A. Giacalone & J. Greenberg (Reds.), Antisocial Behavior in Organizations (pp. 85-108). London: Sage Publications.Greenberg, J. (2002). Who stole the money, and when? Individual and situational determinants of employee theft. Organizational Behavior and Human Decision Processes, 89(1), pp. 985-1003.Gruys, M. L., & Sackett, P. R. (2003). Investigating the Dimensionality of Counterproductive Work Behavior. International Journal of Selection and Assessment, 11(1), pp. 30-42.Gundlach, M. J., Douglas, S. C., & Martinko, M. J. (2003). The Decision to Blow the Whistle: A Social Information Processing Framework. The Academy of Management Review, 28(1), pp. 107-123.Heinl, R. D. (1966). Dictionary of Military and Naval Quotations. Annapolis: Naval Institute Press.Hobbs, D., & Antonopoulos, G. A. (2014). How to research Organized Crime. In L. Paoli (Red.), The Handbook of Organized Crime (pp. 96-111). New York: Oxford University Press.Hollinger, R. C., & Clark, J. P. (1983). Deterrence in the Workplace: Perceived Certainty, Perceived Severity, and Employee Theft. Social forces: a scientific medium of social study and interpretation, 62(2), pp. 398-418.Holtfreter, K. (2005). Is occupational fraud ‘typical’ white-collar crime? A comparison of individual and organizational characteristics. Journal of Criminal Justice, 33(4), pp. 353-365.Hooks, K. L., Kaplan, S. E., & Schultz, J. J. Jr. (1994). Enhancing communication to assist in fraud prevention and detection. Auditing: A Journal of Practice & Theory, 13(2), pp. 86-117.Huberts, L. W. J. C., & Lasthuizen, K. (2005). Tussen corruptie en corruptieparadox. Over de omvang van corruptie in Nederland. Justitiële verkenningen, 7(5), pp. 9-25. Huberts, L., Verberk, S., Berndsen, S., van de Heuvel, H., van Montfort, A., Huisman, A., & Vermeulen, M. (2005). Overtredende overheden. Op zoek naar de omvang en oorzaken van regelovertreding door overheden. Den Haag: Projectbureau ‘Handhaven op Niveau’.Jaeger, J. (2011). Study: Fraud Reporting Hits Record Levels. Compliance Week, 8(94), pp. 17-18.Jans, M., Lybaert, N., & Vanhoof K. (2009). A Framework for Internal Fraud Risk Reduction at IT Integrating Business Processes: The IFR Framework. The International Journal of Digital Accounting Research, 9(15), pp. 1-29.Kabel, J. J. C., Sips, E. E. M., & Thole, E. P. M. (2010). Klokkenluiders, interne meldregelingen, anonimiteit en privacy. Privacy & Informatie, 4(augustus), pp. 179-182.Kaplan, S. E., Pany, K., Samuels, J., & Zhang, J. (2012). An examination of anonymous and non-anonymous fraud reporting channels. Advances in Accounting, incorporating Advances in International Accounting, 28(1), pp. 88-95.Kaplan, S. E., Richmond Pope, K., & Samuels, J. A. (2011). An Examination of the Effect of Inquiry and Auditor Type on Reporting Intentions for Fraud. Auditing: A Journal of Practice & Theory, 30(4), pp. 29-49.Keenan, J. P. (2000). Blowing the Whistle on Less Serious Forms of Fraud: A Study of Executives and Managers. Employee Responsibilities and Rights Journal, 12(4), pp. 199-217.Keil, M., Tiwana, A., Sainsbury, R., & Sneha, S. (2010). Toward a Theory of Whistleblowing Intentions: A Benefit-to-Cost Differential Perspective. Decision Sciences, 41(4), pp. 787-812.King, G., & Hermodson, A. (2000). Peer Reporting of Coworker Wrongdoing: A Qualitative Analysis of Observer Attitudes in the Decision to Report versus Not Report Unethical Behavior. Journal of Applied Communication Research, 28(4), pp. 309-329.Latané, B., & Darley, J. M. (1968). Group Inhibition of Bystander Intervention in Emergencies. Journal of Personality & Social Psychology, 10(3), pp. 215-221.Lee, G., & Fargher, N. (2013). Companies’ Use of Whistle-Blowing to Detect Fraud: An Examination of Corporate Whistle-Blowing Policies. Journal of Business Ethics, 114(2), pp. 283-295.Lissenberg, E. (2008). Klokkenluiders en verklikkers. Amsterdam: Universiteit van Amsterdam.Loyens, K. (2013). Over motieven voor het melden van misstanden. Een kwalitatief onderzoek binnen het Belgische federale politiekorps. Justitiële Verkenningen, 39(7), pp. 72-89.Loyens, K. (2013a). Why police officers and labour inspectors (do not) blow the whistle. A grip group cultural theory perspective. Policing: An International Journal of Police Strategies & Management, 36(1), pp. 27-50.Maesschalck, J. (2010). Methodologische kwaliteit in het kwalitatief criminologisch onderzoek. In T. Decorte, & D. Zaitch (Reds.), Kwalitatieve methoden en technieken in de criminologie (pp. 119-145). Leuven: Acco.Maesschalck, J., & Ornelis, F. (2003). Een interdisciplinaire analyse van de klokkenluidersproblematiek in de openbare sector. Tijdschrift voor Bestuurswetenschappen en Publiekrecht, 58(8), pp. 535-557.Martin, J. P. (1962). Offenders as Employees: An Enquiry by the Cambridge Institute of Criminology. London: Macmillan.Masser, B., & Brown, R. (1996). ‘When Would You Do It?’ An Investigation into the Effects of Retaliation, Seriousness of Malpractice and Occupation on Willingness to Blow the Whistle. Journal of Community & Applied Social Psychology, 6(2), pp. 127-130.Mesmer-Magnus, J. R., & Viswesvaran, C. (2005). Whistleblowing in Organizations: An Examination of Correlates of Whistleblowing Intentions, Actions, and Retaliation. Journal of Business Ethics, 62(3), pp. 277-297.Miceli, M. P., Near, J. P. (1988). Individual And Situational Correlates Of Whistle-Blowing. Personnel Psychology, 41(2), pp. 267-281.Miceli, M. P., Near, J. P., Rehg, M. T., & Van Scotter, J. R. (2012). Predicting employee reactions to perceived organizational wrongdoing: Demoralization, justice, proactive personality, and whistle-blowing. Human Relations, 65(8), pp. 923-954.Miethe, T. D. (1999). Whistleblowing at Work: Tough Choices in Exposing Fraud, Waste and Abuse on the Job. Boulder: Westview Press.Miles, M. B., & Huberman, A. M. (1994). Qualitative Data Analysis. Newbury Park: Sage.Milliken, F. J., Morrison, E. W., & Hewlin, P. F. (2003). An Exploratory Study of Employee Silence: Issues that Employees Don’t Communicate Upward and Why. Journal of Management studies, 40(6), pp. 1453-1476.Moorthy, M. K., Seetharaman, A., Jaffar, N., & Foong, Y. P. (2015). Employee Perceptions of Workplace Theft Behavior: A Study Among Supermarket Retail Employees in Malaysia. Ethics & Behavior, 25(1), pp. 61-85.Mortelmans, D. (2010). Het kwalitatief onderzoeksdesign. In T. Decorte, & D. Zaitch (Reds.), Kwalitatieve methoden en technieken in de criminologie (pp. 75-118). Leuven: Acco.Mortelmans, D. (2007). Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden. Leuven: Acco.Nair, P., & Kamalanabhan, T. J. (2011). Predicting unwillingness to report ethical infractions of peers: A moderated mediation approach. IIMB Management Review, 23(2), pp. 81-90.Nayir, D. Z., & Herzig, C. (2012). Value Orientations as Determinants of Preference for External and Anonymous Whistleblowing. Journal of Business Ethics, 107(2), pp. 197-213.Near, J. P., Baucus, M. S., & Miceli, M. P. (1993). The relationship between values and practice. Organizational Climates for Wrongdoing. Administration & Society, 25(2), pp. 204-226.Near, J. P., & Miceli, M. P. (1985). Organizational dissidence: The case of whistle-blowing. Journal of Business Ethics, 4(1), pp. 1-16.Newburn, T. (2013). Criminology. New York: Routledge. O’Gorman, A., & Vander Laenen, F. (2010). Ethische aspecten van het kwalitatief onderzoek. In T. Decorte, & D. Zaitch (Reds.), Kwalitatieve methoden en technieken in de criminologie (pp. 531-557). Leuven: Acco.Pankanti, S., Fan, Q., Zhai, Y., Bobbitt, R., Yanagawa, A., Miyazawa, S., Kjeldsen, R., & Hampapur, A. (2009). Multi-media Compliance: A practical paradigm for managing business integrity. Paper gepresenteerd op IEEE International Conference on Multimedia and Expo van 1.07.2009 in New York, Verenigde Staten.Peltier-Rivest, D., & Lanoue, N. (2012). Thieves from within: occupational fraud in Canada. Journal of Financial Crime, 19(1), pp. 54-64.Piquero, N. L., & Moffitt, T. E. (2014). Can Childhood Factors Predict Workplace Deviance? Justice Quarterly, 31(4), pp. 664-692.PriceWaterhouseCoopers (2014). Global Economic Crime Survey. London: PriceWaterhouseCoopers.Punch, M. (1996). Dirty business: exploring corporate misconduct: analysis and cases. London: Sage.Richards, J. (2008). The many approaches to organizational misbehavior: A review, map and research agenda. Employee Relations, 30(6), pp. 653-678.Rickman, N., & Witt, R. (2007). The Determinants of Employee Crime in the UK. Economica, 74(februari), pp. 161-175.Roberts, P. (2014). Motivations for whistleblowing: personal, private and public interests. In A. J. Brown, D. Lewis, R. E. Moberly, & W. Vandekerckhove (Reds.), International Handbook on Whistleblowing Research (pp. 207-228). Cheltenham: Edward Elgar.Robin, G. D. (1969). Employees as Offenders. Journal of Research in Crime and Delinquency, 6(1), pp. 17-33.Robinson, S. L., & Bennett, R. J. (1995). A Typology of Deviant Workplace Behaviors: A Multidimensional Scaling Study. Academy of Management Journal, 38(2), pp. 555-572.Robinson, S. N., Robertson, J. C., & Curtis, M. B. (2012). The Effects of Contextual and Wrongdoing Attributes on Organizational Employees’ Whistleblowing Intentions Following Fraud. Journal of Business Ethics, 106(2), pp. 213-227.Rothschild, J., & Miethe, T. D. (1999). Whistle-Blower Disclosures and Management Retaliation: The Battle to Control Information about Organization Corruption. Work and Occupations, 26(1), pp. 107-128.Rovers, G. B., & de Vries Robbé, E. (2005). Interne criminaliteit in de logistieke sector. Den Haag: Boom Juridische Uitgevers.Sauser, W. I. Jr. (2007). Employee Theft: Who, How, Why, and What Can Be Done. Advanced Management Journal, 72(3), pp. 13-25.Schoorens, G. (2010). Naar een nationale strategische aanpak van de strijd tegen fraude. z.u. Schmidtke, J. M. (2007). The Relationship Between Social Norm Consensus, Perceived Similarity, and Observer Reactions to Coworker Theft. Human Resource Management, 46(4), pp. 561-592.Schultz, J. J. Jr., & Hooks, K. L. (1998). The Effect of Relationship and Reward on Reports of Wrongdoing. Auditing: A Journal of Practice & Theory, 17(2), pp. 15-35.Sieh, E. W. (1987). Garment Workers: Perceptions of Inequity and Employee Theft. British Journal of Criminology, 27(2), pp. 174-190.Silverman, D. (2013). Doing Qualitative Research. London: Sage Publications. Slovin, D. (2006). Blowing the Whistle. The Internal Auditor, 63(3), pp. 45-49.Somers, M., & Casal, J. C. (2011). Type of Wrongdoing and Whistle-Blowing: Further Evidence That Type of Wrongdoing Affects the Whistle-Blowing Process, Public Personnel Management, 40(2), pp. 151-163.Staub, E. (1978). Positive social behavior and morality: Social and personal influences. New York: Academic Press.Sutherland, E. H. (1949). White Collar Crime. New York: Dryden press.Sykes, G., & Matza, D. (1957). Techniques of Neutralization: A Theory of Delinquency. American Sociological Review, 22(6), pp. 664-670.The Smart Cube (2014). The Global Retail Theft Barometer 2013-2014. Thorofare: Checkpoint Systems.Thornthwaite, L., & McGraw, P. (2012). Still “Staying Loose in a Tightening World”? Revisiting Gerald Mars’ Cheats At Work. In A. Barnes, & L. Taska (Reds.), Rethinking Misbehavior and Resistance in Organizations (pp. 29-56).  Bingley: Emerald.Traub, S. H. (1996). Battling Employee Crime: A Review of Corporate Strategies and Programs. Crime & Delinquency, 42(2), pp. 244-256.Tromp, N., Snippe, J., Bieleman, B., & de Bie, E. (2010). Preventieve maatregelen horizontale fraude. Groningen-Rotterdam: Intraval.Van Dijk, D., Malsch, M., Wolters, G., & Huisman, W. (2012). Klokkenluiden en veiligheid. De wegen die werknemers bewandelen bij verschillende typen misstanden op het werk. Tijdschrift voor Veiligheid, 11(3), pp. 57-71.Van Gemert, F. (2010). Kwalitatieve databronnen in de criminologie. In T. Decorte, & D. Zaitch (Reds.), Kwalitatieve methoden en technieken in de criminologie (pp. 147-171). Leuven: Acco.Vaughan, D. (2007). Beyond Macro- and Micro-Levels of Analysis, Organizations, and the Cultural Fix. In H. N. Pontell, & G. Geis (Reds.), International Handbook of White-Collar and Corporate Crime (pp. 3-24). New York: Springer. Vermaas, J., van der Linden, R., Serail, T., Klomps, A., Jellinghaus, S., & Krom, J. (2001). De weg van de klokkenluider: keuzes en dilemma’s. Onderzoek naar de klokkenluidersproblematiek in Nederland. Tilburg: IVA Tilburg.Victor, B., Trevino, L. K., & Shapiro, D. L. (1993). Peer Reporting of Unethical Behavior: The Influence of Justice Evaluations and Social Context Factors. Journal of Business Ethics, 12(4), pp. 253-263.Wouters, K., & Maesschalck, J. (2009). Integriteitsbeleid en preventie: Kan een deontologische code effectief bijdragen aan meer integriteit in het preventiebeleid?. Veiligheidsnieuws, 43(164), pp. 21-29.X (2011). Monitor Criminaliteit Bedrijfsleven 2010. Den Haag: WODC.Zoon, C., Stuivenberg, M., Nauta, H., & Donker van Heel, P. (2006). Evaluatie zelfregulering klokkenluidersprocedures. Rotterdam: ECORYS Arbeid & Sociaal Beleid. Online-bronnen Bilski, J. (17.07.2009). Workers gone wild: 7 outrageous cases of employee fraud. CFO Daily News. [17.02.2015, CFO Daily News: http://www.cfodailynews.com/workers-gone-wild-7-outrageous-cases-of-emp…]. Bos, S. (3.09.2014). Detailhandel. Economische Begrippen. [6.05.2015, Economische Begrippen: http://www.economische-begrippen.nl/detailhandel/].Huyghebaert, P. (8.02.2015). Swissleaks onthult Zwitserse rekeningen van ruim 100.000 mensen. De Redactie. [17.02.2015, De Redactie: http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/economie/1.2234140]. Indest, G. F. (25.09.2012). How to prevent employee embezzlement. Medical Economics. [16.05.2015, Medical Economics: http://medicaleconomics.modernmedicine.com/medical-economics/news/moder… Syndicaat voor Zelfstandigen (2015). Kwart winkels afgelopen vijf jaar slachtoffer van sweethearting. Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen. [13.03.2015, Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen: http://www.nsz.be/nl/nieuws/juridisch/kwart-winkels-afgelopen-vijf-jaar…].  Wetgeving Wet 8 juni 1867, BS 9 juni 1867 (Belgisch Strafwetboek). 

Universiteit of Hogeschool
Criminologische wetenschappen
Publicatiejaar
2015
Kernwoorden
Share this on: