Het Gewestelijk RUP stationsomgeving Gent Sint-Pieters

Cleo Goetelen
Deze thesis gaat over de planningsprocedure van de stationsomgeving Gent Sint-Pieters. Er wordt een overzicht gegeven van gans het project door interviews af te nemen met expert. Ook worden oplossingen voorgesteld uit de literatuur en die worden getoetst met deze case.

“1, 2, 3 … project Gent Sint-Pieters is klaar?!”

Probleemstelling

Snel even een planningsprocedure voor een stationsomgeving opstellen? Neen, zo simpel is het niet. Planningsprocedures in Vlaanderen kennen vaak een lange proceduretijd. De weinig transparante procedures vormen hierbij vaak een knelpunt alsook omwonenden die het simpelweg niet eens zijn met het voorgestelde project. Het is dus interessant om te gaan kijken of een verbetering van zo’n planningsprocedure mogelijk is. Omdat de case van Gent Sint-Pieters complex in elkaar zit, langdurig is, verschillende plannen, actoren en ruimtelijke facetten heeft… is dit een interessante case om op voort te gaan.

Project Gent Sint-Pieters

FIGUUR 1

In bovenstaande tijdslijn worden de verschillende stappen die de procedure overlopen heeft, naast elkaar gezet. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de initiatiefnemers van die verschillende activiteiten. Op die manier worden de verbanden van de opeenvolgende stappen duidelijker. Om die verbanden te vinden, alsook de goede en minder goede punten van de planningsprocedure en de nodige, werden interviews gehouden met experts die meewerken aan het project Gent Sint-Pieters. Om nóg een klaardere kijk te hebben op dat netwerk worden die verschillende stappen en initiatiefnemers gekoppeld aan complexiteitstheorie, een fenomeen dat recent zijn opmaak heeft gedaan in de ruimtelijke planning.

Complexiteit

Onderstaande grafiek (Christensen, 1985) uit de literatuur toont aan hoe planners met bepaalde projecten en onzekerheden omgaan. De assen van de grafiek geven aan of mensen het al dan niet eens zijn over een project, of ze weten wat het doel is en hoe ze het gaan bereiken… Aan de hand van die assen worden in de velden mogelijke oplossingsmethodes voorgesteld: het leerproces, het zoeken naar orde in chaos, het kennisproces of het onderhandelingsproces.

FIGUUR 2

Door de verschillende stappen van de procedure in die grafiek te plaatsen wordt duidelijk dat er zich toch patronen vertonen in het complex planningsproces: Het kennisgedreven deel waarin vooral activiteiten van het bouwproces (rood) zitten, de participatiemomenten (groen) bevinden zich voornamelijk in het leerproces… de initiatieven van de stad (paars) komen vooral voor in het kennisgedreven deel en het onderhandelingsgedeelte. Op die terugkomende patronen kunnen planners zich focussen om te weten welke processen men op die activiteiten kan toepassen om verbeteringen in de planningsprocedure mogelijk te maken.

Mogelijke oplossingen?

Om te achterhalen of het mogelijk is zo’n planningsprocedure vlotter te laten verlopen, worden drie mogelijke verbeteringsmethodes voor getoetst aan de casestudie Gent Sint-Pieters. De voorgestelde verbeteringen zijn het decreet complexe projecten, een onderscheid maken tussen projectgedreven en visiegedreven plannen en een onderzoek gebaseerd op planning in het buitenland waarbij het dik RUP, het aangevuld RUP en het slank RUP met omgevingsbesluit als oplossingen naar voor komen. Bij elke van de drie mogelijke oplossingen wordt besproken wat het decreet of het idee precies inhoudt en er wordt een vergelijking gemaakt met het project Gent Sint-Pieters.

Uit het decreet complexe projecten (=decreet dat zorgt dat alle nodige documenten in één keer goedgekeurd worden) kunnen een aantal zaken meegenomen worden om procedures te verbeteren zoals de transparantie, de procesnota, het tegelijk goedkeuren van verordenende plannen en vergunningen… Toch zal dit laatste voor grote complexe projecten niet (altijd) mogelijk zijn. Soms zijn er gewoonweg té veel vergunningen om tegelijkertijd goed te keuren.

In de tweede oplossing wordt duidelijk dat een onderscheid tussen projectgedreven (werkend naar een bepaald project) en visiegedreven (het juridisch mogelijk maken om later een bepaalde inrichting te geven aan een gebied) planning wenselijk is. Op die manier kan voor beide soorten planning een andere aanpak voorgesteld worden, waardoor planningsinstrumenten beter ingezet worden en waarbij het mogelijk is visies en inrichting pas in een later stadium van het planningsproces vast te leggen.

FIGUUR 3

Als laatste werd een studie van ProFlow, LDR en Voorland bestudeerd en toegepast op Gent Sint-Pieters. Het dik RUP zal in het geval van Gent Sint-Pieters niet toegepast kunnen worden omdat het té veel inhoud heeft. Alle verordenende documenten (RUP, vergunningen, MER…) zouden hierin bevat zijn. Het zou echter wel mogelijk zijn om deelprojecten hierop toe te passen, zeker wanneer men binnen het project een onderscheid zou maken tussen projectgedreven en visiegedreven planning. Zoals hierboven beschreven, zou het voor projectgedreven planning wel mogelijk zijn om alle juridische zaken in één keer goed te keuren en dus in één groot RUP te steken. De verbintenissen (onderlinge afspraken tussen actoren, bv. financiën…)  bij het aangevuld RUP kunnen zeker een meerwaarde hebben, zeker naar transparantie toe. Tot slot oogt de procedure met het omgevingsbesluit veelbelovend voor grote projecten als Gent Sint-Pieters. Het is een verbeterde voorstelling van het decreet complexe projecten waarbij het mogelijk is op meerdere momenten binnen het planningsproces besluiten te nemen en vergunningen gelijktijdig met verordenende documenten goed te keuren. Niet alle documenten moeten in één keer goedgekeurd worden, er kunnen zoveel beslissings- of besluitmomenten gemaakt worden als nodig.

FIGUUR 4

Op de tijdlijn kan je ook zien op welke momenten zo’n besluit belangrijk zou zijn. Echter zal een cultuuromslag in Vlaanderen nodig zijn om dergelijke methode te doen werken in praktijk.

 

 

Conclusie

Uit de interviews kan besloten worden dat de huidige aanpak met het traditionele RUP en de vergunningen werkt. Toch kan het beter op vlak van participatie, proceduretijd, voorstellen van alternatieven… Daarom wordt een nieuwe aanpak voorgesteld waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen projectgedreven en visiegedreven planning. Projectgedreven planning werkt bij kleinere projecten met gedetailleerde voorschriften waarbij alle documenten en vergunningen in één keer goedgekeurd worden. Bij visiegedreven planning staat flexibiliteit centraal. Men moet uitgaan van een actieplan maar aanpassingen van de inrichting en andere details zijn later in de procedure nog mogelijk. De werking van het omgevingsbesluit sluit hier goed op aan. Of hierdoor minder bezwaren vallen valt nog af te wachten. Het is immers zo dat verdichting aan het station noodzakelijk blijft en een schaalbreuk met de omliggende wijken niet te ontwijken valt. Ook de politieke kant van het verhaal mag niet ontbreken om beslissingen over een nieuwe planningsprocedure te maken.

 

Probleemstelling

Snel even een planningsprocedure voor een stationsomgeving opstellen? Neen, zo simpel is het niet. Planningsprocedures in Vlaanderen kennen vaak een lange proceduretijd. De weinig transparante procedures vormen hierbij vaak een knelpunt alsook omwonenden die het simpelweg niet eens zijn met het voorgestelde project. Het is dus interessant om te gaan kijken of een verbetering van zo’n planningsprocedure mogelijk is. Omdat de case van Gent Sint-Pieters complex in elkaar zit, langdurig is, verschillende plannen, actoren en ruimtelijke facetten heeft… is dit een interessante case om op voort te gaan.

Project Gent Sint-Pieters

 

In bovenstaande tijdslijn worden de verschillende stappen die de procedure overlopen heeft, naast elkaar gezet. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de initiatiefnemers van die verschillende activiteiten. Op die manier worden de verbanden van de opeenvolgende stappen duidelijker. Om die verbanden te vinden, alsook de goede en minder goede punten van de planningsprocedure en de nodige, werden interviews gehouden met experts die meewerken aan het project Gent Sint-Pieters. Om nóg een klaardere kijk te hebben op dat netwerk worden die verschillende stappen en initiatiefnemers gekoppeld aan complexiteitstheorie, een fenomeen dat recent zijn opmaak heeft gedaan in de ruimtelijke planning.

Complexiteit

Onderstaande grafiek (Christensen, 1985) uit de literatuur toont aan hoe planners met bepaalde projecten en onzekerheden omgaan. De assen van de grafiek geven aan of mensen het al dan niet eens zijn over een project, of ze weten wat het doel is en hoe ze het gaan bereiken… Aan de hand van die assen worden in de velden mogelijke oplossingsmethodes voorgesteld: het leerproces, het zoeken naar orde in chaos, het kennisproces of het onderhandelingsproces.

Door de verschillende stappen van de procedure in die grafiek te plaatsen wordt duidelijk dat er zich toch patronen vertonen in het complex planningsproces: Het kennisgedreven deel waarin vooral activiteiten van het bouwproces (rood) zitten, de participatiemomenten (groen) bevinden zich voornamelijk in het leerproces… de initiatieven van de stad (paars) komen vooral voor in het kennisgedreven deel en het onderhandelingsgedeelte. Op die terugkomende patronen kunnen planners zich focussen om te weten welke processen men op die activiteiten kan toepassen om verbeteringen in de planningsprocedure mogelijk te maken.

Mogelijke oplossingen?

Om te achterhalen of het mogelijk is zo’n planningsprocedure vlotter te laten verlopen, worden drie mogelijke verbeteringsmethodes voor getoetst aan de casestudie Gent Sint-Pieters. De voorgestelde verbeteringen zijn het decreet complexe projecten, een onderscheid maken tussen projectgedreven en visiegedreven plannen en een onderzoek gebaseerd op planning in het buitenland waarbij het dik RUP, het aangevuld RUP en het slank RUP met omgevingsbesluit als oplossingen naar voor komen. Bij elke van de drie mogelijke oplossingen wordt besproken wat het decreet of het idee precies inhoudt en er wordt een vergelijking gemaakt met het project Gent Sint-Pieters.

Uit het decreet complexe projecten (=decreet dat zorgt dat alle nodige documenten in één keer goedgekeurd worden) kunnen een aantal zaken meegenomen worden om procedures te verbeteren zoals de transparantie, de procesnota, het tegelijk goedkeuren van verordenende plannen en vergunningen… Toch zal dit laatste voor grote complexe projecten niet (altijd) mogelijk zijn. Soms zijn er gewoonweg té veel vergunningen om tegelijkertijd goed te keuren.

In de tweede oplossing wordt duidelijk dat een onderscheid tussen projectgedreven (werkend naar een bepaald project) en visiegedreven (het juridisch mogelijk maken om later een bepaalde inrichting te geven aan een gebied) planning wenselijk is. Op die manier kan voor beide soorten planning een andere aanpak voorgesteld worden, waardoor planningsinstrumenten beter ingezet worden en waarbij het mogelijk is visies en inrichting pas in een later stadium van het planningsproces vast te leggen.

 

Als laatste werd een studie van ProFlow, LDR en Voorland bestudeerd en toegepast op Gent Sint-Pieters. Het dik RUP zal in het geval van Gent Sint-Pieters niet toegepast kunnen worden omdat het té veel inhoud heeft. Alle verordenende documenten (RUP, vergunningen, MER…) zouden hierin bevat zijn. Het zou echter wel mogelijk zijn om deelprojecten hierop toe te passen, zeker wanneer men binnen het project een onderscheid zou maken tussen projectgedreven en visiegedreven planning. Zoals hierboven beschreven, zou het voor projectgedreven planning wel mogelijk zijn om alle juridische zaken in één keer goed te keuren en dus in één groot RUP te steken. De verbintenissen (onderlinge afspraken tussen actoren, bv. financiën…)  bij het aangevuld RUP kunnen zeker een meerwaarde hebben, zeker naar transparantie toe. Tot slot oogt de procedure met het omgevingsbesluit veelbelovend voor grote projecten als Gent Sint-Pieters. Het is een verbeterde voorstelling van het decreet complexe projecten waarbij het mogelijk is op meerdere momenten binnen het planningsproces besluiten te nemen en vergunningen gelijktijdig met verordenende documenten goed te keuren. Niet alle documenten moeten in één keer goedgekeurd worden, er kunnen zoveel beslissings- of besluitmomenten gemaakt worden als nodig.

Op de tijdlijn kan je ook zien op welke momenten zo’n besluit belangrijk zou zijn. Echter zal een cultuuromslag in Vlaanderen nodig zijn om dergelijke methode te doen werken in praktijk.

 

 

Conclusie

Uit de interviews kan besloten worden dat de huidige aanpak met het traditionele RUP en de vergunningen werkt. Toch kan het beter op vlak van participatie, proceduretijd, voorstellen van alternatieven… Daarom wordt een nieuwe aanpak voorgesteld waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen projectgedreven en visiegedreven planning. Projectgedreven planning werkt bij kleinere projecten met gedetailleerde voorschriften waarbij alle documenten en vergunningen in één keer goedgekeurd worden. Bij visiegedreven planning staat flexibiliteit centraal. Men moet uitgaan van een actieplan maar aanpassingen van de inrichting en andere details zijn later in de procedure nog mogelijk. De werking van het omgevingsbesluit sluit hier goed op aan. Of hierdoor minder bezwaren vallen valt nog af te wachten. Het is immers zo dat verdichting aan het station noodzakelijk blijft en een schaalbreuk met de omliggende wijken niet te ontwijken valt. Ook de politieke kant van het verhaal mag niet ontbreken om beslissingen over een nieuwe planningsprocedure te maken.

Bibliografie

Beyers, J.-C., & Van Giel, I. (2016). Het decreet complexe projecten in de praktijk. Tijdschrift voor bouwrecht en onroerend erfgoed(3), (pp. 221-241).
Bogdan & Van Broeck Architects. (2014a). Expertenadvies sensibilisering bouwcultuur en ruimtelijk rendement. Uitgevoerd in opdracht van Ruimte Vlaanderen, Brussel
Bogdan, & Van Broeck Architects. (2014b). Schetsontwerp So blok A3. Gent.
Boonstra, B., & Boelens, L. Cursus planningstheorie, Gent: UGent, 2016
Broes, M. (1999). Kroniek ruimtelijke ordening en stedenbouw (1993-1998). Rechtskundig Weekblad(24), (pp. 793-815).
Broes, M. (2008). Kroniek ruimtelijke ordening (1999-2007) (eerste deel). Rechtskundig Weekblad(42), (pp. 1746-1771).
Buijs, X., & Glabeke, A. (2014). Praktijkrubriek Geen nieuws is goed nieuws. Over het gewijzigde toezicht op ruimtelijke uitvoeringsplannen. TROS(75), (pp. 73-76).
Buitensporig. (2017). Geraadpleegd op 26 februari 2017, via http://buitensporig.be/
Cabus, P., & Saey, P. (2000). Subsidiariteit in het nieuwe Vlaamse planningssysteem: plaatsbepaling en eerste evaluatie. TROS(20), (pp. 31-45).
Christensen, K.S. (1985). Coping with Uncertainty in Planning, in: Journal of the American Planning Association, Vol. 51, No. 1, (pp. 63-73).
Claeys, M. (2012). Een meer strategisch en realisatiegericht RUP?, Masterpoef Universiteit Gent: Gent.
Claeys, M. (3 mei 2017). Interview. Voorland.
Claeys, M., & Leinfelder, H. (2016). Bestemmingsplannen op dieet. In Bijdragen aan de Plandag 2016 (pp. 283-291).
Claeys, M., De Coutere, S., Charlier F, Leinfelder, H., Van de Genachte, G., & De Waele , T. (2016). Het omgevingsbesluit: conceptuele uitwerking en operationele verduidelijking.
Claeys, M., De Coutere, S., De Roo, K., Leinfelder, H., & Van de Genachte, G. (2015). Concepten voor de omkadering en afstemming van verschillende instrumenten voor de uitvoering van een ruimtelijk planningsproces. Uitgevoerd in opdracht van Ruimte Vlaanderen, Brussel
De Rynck, F. (2000). Subsidiariteit in de ruimtelijke ordening. Een bestuurskundige bijdrage. TROS(20), (pp. 45-59).
De Waele, T. (2014). Actualiteit rechtspraak RO & Stedenbouw.
De Waele, T. (2016). Cursus juridische aspecten. Gent: UGent.
Defoort, P.-J. (2005). Bevoegdheidsverdeling in de ruimtelijke planning. Subsidiariteit: feit of fictie? TROS(40), (pp. 281-335).Defoort, P.-J. (2007). Flexibiliteit in ruimtelijke uitvoeringsplannen: een moeilijke evenwichtsoefening. TROS(47), (pp. 217-233).
Defoort, P.-J. (2015a). Enkele bedenkingen bij het 'bevriezen' en het faseren van een ruimtelijke bestemming via een RUP. TROS(79), (pp. 239-256).
Defoort, P.-J. (2015b). Instrumentarium 'slim verdichten'. Brussel.
Defoort, P.-J., & Du Gardein, L. (2012). RUP-Openbaar onderzoek - Stedenbouwkundig voorschrift - Rechtszekerheidbeginsel - Gefaseerde bestemming. TROS(68).
Dienst Ruimtelijke Ordening Amsterdam. (2004). Hoogbouw effect rapportage project Fabiolalaan Gent.
Gemeente Nijlen. (2016). Procesnota herinrichting stationsomgeving Kessel. Nijlen.
Gevaco Advocaten. (2010). De nieuwe raad voor vergunningsbetwistingen. Nieuwsbrief 32. Geraadpleegd op 25 mei 2017, via http://www.advocatenbureau-gevaco.be/nieuwsbrieven/nieuwsbrief-32/de-ni…
Gevaco Advocaten. (2013). Een RUP en dan?. Nieuwsbrief 38. Geraadpleegd op 25 mei 2017, via http://www.advocatenbureau-gevaco.be/nieuwsbrieven/nieuwsbrief-38/een-r…
Google. (2017). Station Gent Sint-Pieters. Geraadpleegd op 12 november 2016, via www.google.com
Het Laatste Nieuws. (17 oktober 2016). Bouwwerf van 18 meter diep. Het laatste Nieuws. Geraadpleegd op 30 mei 2017, via http://www.hln.be/regio/nieuws-uit-gent/bouwwerf-van-18-meter-diep-a292…
Het Laatste Nieuws. (10 maart 2017). Moeilijker klagen tegen bouwvergunning. Het Laatste Nieuws. Geraadpleegd op 30 mei 2017, via http://www.hln.be/hln/nl/943/Consument/article/detail/ 3101288/2017/03/10/Moeilijker-klagen-tegen-bouwvergunning.dhtml
Jacobs, P. (21 maart 2017). Interview. SoGent.
Kenniscentrum Vlaamse steden. (2012). Complexe projecten. Geraadpleegd op 26 februari 2017, via http://www.complexestadsprojecten.be/begrippenkader/SitePages/complexe…
Kwaliteitsteam. (2010). Ontwerp synthesedocument 2010. Gent.
Landelijke Gilden. (3 februari 2017). Samen anders gaan wonen. Geraadpleegd op 28 april 2017, via http://www.innovatiesteunpunt.be/nl/inspiratie/samen-anders-gaan-wonen
Leifelder, H. (2015). 'Gevallen'-planning en hoe moeilijk het is om daden in gedachten te vertalen. In Ruimte Maken, bijdragen aan de Plandag 2015 (pp. 134-142).
Van Wesenbeeck, P. (19 april 2017). Interview. Directeur Dienst Stenbouw en Ruimtelijke Planning stad Gent.
Pisman, A. (2016). Cursus instrumentarium van de ruimtelijke ordening. Gent: UGent.
Project Gent Sint-Pieters. (2007). Nieuwsbrief 1. Gent.
Project Gent Sint-Pieters. (2009). Nieuwsbrief 6. Gent.
Project Gent Sint-Pieters. (2014). Nieuwsbrief 23. Gent.

Project Gent Sint-Pieters. (2017). Geraadpleegd op 13 maart 2017, via http://www.projectgentsintpieters.be/
Raad van State. (2012). Arrest nr. 220.410 . TROS(68), (pp. 243-251).
Raad van State. (2017). Procedures. Geraadpleegd op 18 mei 2017, via http://www.raadvst-consetat.be/?lang=nl&page=proc_adm_cass_page1
Reiner, T. (2016). Stedenbouwkundige 'richtlijnen' als alternatief instrument voor regelgeving? TROS(81), (pp. 69-71).
Rogiest, G. (30 november 2016). Interview. Verantwoordelijke communicatie infopunt project Gent Sint-Pieters.
Stad Gent. (2017). RUP 137 & RUP 166. Geraadpleegd op februari 5, 2017, via https://stad.gent/over-gent-en-het-stadsbestuur/stadsbestuur/wat-doet-h…
Terryn, E. (2016). De situationele benadering. Een onderzoek naar de betekenis en mogelijkheden van beleidsevaluatie in de ruimtelijke planning. Proefschrift, Universiteit Gent
Tritel. (2005). Mobiliteitsstudie Gent Sint-Pieters Management samenvatting.
Van Gijseghem, D. (14 maart 2017). Interview. Buitensporig.
Verachtert, K., Van den Broeck, P., & Kuhk, A. (2011). Analyse van het Vlaams Instrumentarium voor Ruimtelijke Planning en Ontwikkeling. Heverlee: Steunpunt Ruimte en Wonen.
Vlaamse overheid. (1999). Decreet Ruimtelijke Ordening art. 18, 3°.
Vlaamse overheid. (2005). Synthesedocument 2005.
Vlaamse overheid. (2006a). GRUP stationsomgeving Gent Sint-Pieters - Koningin Fabiolalaan Bijlage II Stedenbouwkundige voorschriften. Brussel.
Vlaamse overheid. (2006b). GRUP stationsomgeving Gent Sint-Pieters - Koningin Fabiolalaan Bijlage III Toelichtingsnota (kaartgedeelte & tekstgedeelte). Brussel.
Vlaamse overheid. (16 december 2006c). persberichten. Geraadpleegd op 8 februari 2017, via http://www.vlaanderen.be/nl/vlaamse-overheid/persberichten/grup-station…
Vlaamse overheid. (11 april 2008). Besluit van de Vlaamse Regering van nadere regels met betrekking tot de vorm en de inhoud van de ruimtelijke uitvoeringsplannen.
Vlaamse overheid. (2009). Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Vlaamse overheid. (2011). Ruimtelijk structuurplan Vlaanderen (gecoördineerde versie 2011), (pp. 184-192). Geraadpleegd op 10 mei 2017, via https://rsv.ruimtevlaanderen.be/RSV/Informatie/Over-het-RSV/Downloads
Vlaamse overheid. (2012). Groenboek. Brussel. Geraadpleegd op 26 februari 2017, via https://www.vlaanderen.be/nl/publicaties/detail/groenboek-beleidsplan-r…
Vlaamse overheid. (2015a). Decreet betreffende complexe projecten art. 2, 5°.Vlaamse overheid. (2015b). Geraadpleegd op 26 februari 2017, via https://www.ruimtevlaanderen.be/NL/Algemeen/Home/Nieuwsberichten/articl…
Vlaamse overheid. (2016a). Ruimtelijke ordening in Vlaanderen. Geraadpleegd op 21 september 2016, via http://www2.vlaanderen.be/ruimtelijk/grup/rup_algemeen/
Vlaamse overheid. (2016b). Ruimte Vlaanderen. Geraadpleegd op 4 maart 2017, via https://www.ruimtevlaanderen.be/planMERintegratie
Vlaamse overheid. (2016c). Witboek. Brussel. Geraadpleegd op 26 februari 2017, via https://www.ruimtevlaanderen.be/BRV
Vlaamse overheid. (2017a). Geopunt. Geraadpleegd op 5 februari 2017, via http://www.geopunt.be
Vlaamse overheid. (2017b). Omgevingsloket. Geraadpleegd op 21 februari, 2017, via https://www.omgevingsloket.be/omgevingsvergunning/home
Vlaamse overheid. (2017c). Welke vergunningen nodig? Geraadpleegd op 20 februari 2017, via http://www.vlaio.be/artikel/welke-vergunningen-heeft-u-nodig
Vlaamse overheid. (2017d). Complexe projecten. Geraadpleegd op 7 februari 2017, via http://www.complexeprojecten.be
Vlaamse overheid. (2017e). Vergunningen. Geraadpleegd op 20 februari 2017, via https://www.ruimtevlaanderen.be/NL/Beleid/Vergunning/
Vlaamse overheid. (2017f). Vergunningsbetwistingen. Geraadpleegd op 18 mei 2017, via http://www.dbrc.be/vergunningsbetwistingen/over-de-raad
VLACORO. (2006). Advies Vlaamsecommissie voor ruimtelijke ordening. Brussel.
Vloebergh, G. (1999). Flexibiliteit in de ruimtelijke planning. TROS(19), (pp. 5-19).
Voorland. (2016). Verkaveling Fabiolalaan - Gent. Geraadpleegd op 25 februari 2017, via http://www.voorland.be/fabiolalaan-gent/
Werkplaats voor Architectuur. (2004). Aanzetten voor het gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan 'Sint-Pietersstation Gent - Koningin Fabiolalaan'. Leuven.
Wikipedia. (20 januari 2017). Station Gent Sint-Pieters. Geraadpleegd op 8 februari 2017, via https://nl.wikipedia.org/wiki/Station_Gent-Sint-Pieters

Universiteit of Hogeschool
Stedenbouw en Ruimtelijke planning
Publicatiejaar
2017
Promotor(en)
Ann Pisman
Kernwoorden
Share this on: