Ongevallen bij kinderen van 6 tot 12 jaar: presentatie en etiologie.

Christian
Stockmans
  • Sarah
    Maes
  • Stefaan
    Nijs

Wij hebben een retrospectieve studie gedaan naar ongevallen bij kinderen tussen 6 en 12 jaar in het UZ Gasthuisberg. Hierbij zijn wij op zoek gegaan naar wat de meest voorkomende letsels waren, welke oorzaken meestal aan de basis van de letsels lagen, of er een verschil is tussen beide geslacht of binnen de leeftijdsgroepen, hoe de presentaties verdeeld zijn over het jaar en wat de uiteindelijke uitkomst is van de opgelopen letsels.

Wij hebben hierbij een aantal in- en exclusiecriteria gehanteerd en hebben uiteindelijk een studiepopulatie van 1064 patiëntencontacten overgehouden. Er was een duidelijke predominantie voor het mannelijk geslacht en dit op elke leeftijd behalve 8 jaar. We zagen ook dat er een stijgend aantal spoedcontacten was naarmate de leeftijd steeg. Voor 6- en 12- jarigen was dat respectievelijk 30% en 45%. Ook doorheen het jaar zagen we dat ongevallen in elke kalendermaand, met uitsluiting van de maand april, jongens vaker ongevallen hebben dan meisjes.

We zagen ook dat er een piek van spoedcontacten was in de maanden mei en juni. Ons lijkt dit te wijten aan het feit dat kinderen terug meer buiten beginnen te komen, er meer familiefeesten zijn, e.d. . Het feit dat deze piek niet in de maanden juli en augustus valt, ligt waarschijnlijk aan het feit dat families dan vaak op verlof zijn en daar al een arts raadplegen indien nodig.

De meest voorkomende oorzaak van ongevallen was ‘sport en spel’ (48%). Op de tweede plaats stond vallen. Binnen deze categorie ‘sport en spel’ zagen we dat voetbal de meest voorkomende factor was en ook trampoline ongevallen bleken een belangrijke factor te zijn. We zagen ook een plotse stijging vanaf de leeftijd van 9 jaar bij ‘sport en spel’, terwijl we bij de andere uitlokkende factoren eerder een relatieve daling zagen.

De meeste voorkomende letsels waren kneuzingen en verstuikingen met daarop volgend breuken en open wonden (resp. 45%,31% en 15%). Kneuzingen, verstuikingen en breuken werden voornamelijk opgelopen tijdens ‘sport en spel’. Hoewel verkeersongevallen slechts 9% uitmaakten van alle oorzakelijke factoren, waren deze toch verantwoordelijk voor 40% van alle hersenletsels met breuk en 33% van alle traumatische hersenletsels.

De overgrote meerderheid van de kinderen kon dezelfde dag nog het ziekenhuis verlaten. Acht% van de kinderen werd na een ongeval opgenomen in het ziekenhuis. Hiervan waren 42 jongens en 39 meisjes, dit verschil was echter statistisch niet relevant. Vier kinderen werden opgenomen op de dienst intensieve zorgen. In de twee van de gevallen betrof het een verkeersongeval met respectievelijk een open been breuk met multipele open wonden  verspreid over het lichaam, en een leverlaceratie.

De belangrijkste conclusies die we uit deze studie hebben kunnen trekken zijn dat het voornamelijk gaat over benigne letsels en dat er een hoger prevalentie is bij jongens dan bij meisjes.

Bibliografie

1.      F.O. Odetola, A. Gebremariam. Paediatric Trauma in the USA: Patterns of ED Visits and Associated Hospital Resource Use. Int. J. Inj. Contr. Saf. Promot. 2015; 22(3):260-6.

2.      F. Amdeslasie, M. Kidanu, W. Lerebo, D. Ali. Patterns of Trauma in Patient Seen at the Emergency Clinics of Public Hospitals in Mekelle, Northern Ethiopia. Ethiop. Med. J. Apr 2016; 54(2):63-8

3.      J.H. Jung, D.K. Kim, H.Y. Jang, Y.H. Kwak. Epidemiology and Regional Distribution of Pediatric Unintentional Emergency Injury in Korea from 2010 to 2011. J. Korean Med. Sci. Nov 2015; 30(11):1625-30

4.      S.J. Hambidge, A.J. Davidson, R. Gonzales, J.F. Steiner. Epidemiology of Pediatric Injury-Related Primary Care Office Visits in the US. Pediatrics. Apr 2002; 109(4):559-565

5.      E.M. Hedström, U. Bergström, P. Michno. Injuries in Children and Adolescents – Analysis of 41.330 Injury Related Visits to an Emergency Department in Northern Sweden. Injury. Sep 2012; 43(9):1403-8

6.      A.N. Hashikawa, M.F. Newton, R.M. Cunningham, M.W. Stevens. Unintenional Injuries in Child Care Centers in the US : A Systematic Review. J. Child Health Care. Mar 2015; 19(1):93-105

7.      F.P. Rivara, N. Calonge, R.S. Thompson. Population-Based Study of Unintentional Injury incidence and Impact. Am. J. Public Health. Aug 1989; 79(8):990-4

8.      D. Devroey, V. Van Casteren, D. Walckiers. Ongevallen in de privé-sfeer waarbij de huisarts geraadpleegd wordt. Afdeling Epidemiologie, Huisartsenpeilpraktijken, mei 2001; Brussel Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid, IPH/EPI REPORTS N° 2001 – 004. Depotnummer: D/2001/2505/7)

9.      P. Van de Voorde, M. Sabbe, P. Calle, E. Lesaffre, D. Rizopoulos, et al. Paediatric trauma and trauma care in Flanders (Belgium). Methodology and first descriptive results of the PENTA registry. Eur J Paediatr. Nov 2008; 167(11): 1239-1249

10.  S. Mukesh, B.K. Lahoti, G. Khandelwal, R.K. Mathur, S.S. Sharma, et al. Epidemiological trends of pediatric trauma: A single-center study of 791 patients. Journal of Indian Association of Pediatric Surgeons, 2011; 16(3): 88-92

11.  F. Valent, G. Messi, L. Deroma, C. De Marchi, S. Norbedo, A.G. Marchi. A Descriptive Study of Injuries in a Pediatric Population of North-Eastern Italy. Eur. J. Pediatr. Sep 2007; 166(9):949-55

Download scriptie (194.94 KB)
Universiteit of Hogeschool
KU Leuven
Thesis jaar
2017
Promotor(en)
Christiane De Boeck
Thema('s)