Tocqueville en pauperisme: de komst van 'Le Nouveau Libéralisme'

Etienne Joris
De ideeën die schuilen achter Tocquevilles opvattingen over en oplossingen voor pauperisme. Ondanks de scherpe kanten maken deze Tocqueville tot de wegbereider van 'Le Nouveau Libéralisme'.

Aanbevolen lectuur voor Trump: Tocqueville

De fiscale maatregelen van de Amerikaanse president Trump en zijn bittere strijd tegen Obamacare zullen de ongelijkheid onder de Amerikaanse bevolking nog vergroten. Vanaf zo’n twee eeuwen geleden voorspelde Tocqueville daarentegen wereldwijd een niet te stuiten beweging naar meer gelijkheid. Zijn inspiratie ging hij halen … in de States. Welke trend zal zegevieren, die naar gelijkheid of ongelijkheid? En welke bijdrage kan een scriptie over Tocqueville en pauperisme leveren? Who the f*ck is Tocqueville? Bij het noemen van mijn scriptie-titel stelde een aantal niet ongeletterde vrienden me die vraag, weliswaar in een afgezwakte versie. Enkelen kenden vaag De la Démocratie en Amérique en een uitzondering voegde daar zelfs L’Ancien Régime et la Révolution aan toe. En laat er geen twijfel over bestaan: die twee werken vormen inderdaad de hoofdmoot van Tocquevilles canon. De twee essays over pauperisme, die de basis van mijn scriptie vormen, komen in de chronologieën over zijn leven en werken meestal niet eens voor. Tocqueville had er zelf geen hoge pet van op. Laat me eerlijk zijn: om een emotioneel pakkend beeld te krijgen van het schrijnende pauperisme in de periode waarover hij schreef, 1830-40, kan je beter Oliver Twist van Charles Dickens lezen. En dat niet alleen omdat in Engeland de industrialisatie het verst gevorderd was en zijn nare gevolgen er het best voelbaar waren. Maar voor Alexis de Tocqueville, een aristocraat pur sang uit het Normandische platteland, ging het om een problematiek die hij eerder van op een afstand bekeek. Als politicus in spe lag het innemen van een standpunt over zo’n actueel vraagstuk door hem echter voor de hand. Sommige politicologen zien zijn bijdrage eerder als een staaltje van opportunisme. Na deze geschriften zal het tien jaar duren vooraleer Tocqueville, inmiddels gezaghebbend parlementair, het onderwerp ‘pauperisme’ nog aanroert. Waarom dan het lezen ervan aanraden? Tocqueville was niet alleen de boeiendste politiek filosofische auteur van zijn tijd, maar de trends die hij vaststelde en de voorspellingen die hij deed blijven opgeld maken. Met verre voorsprong op Karl Marx. Dat de ongelijkheid in de wereld de laatste decennia weer toeneemt, zoals Thomas Piketty en Joseph Stiglitz in hun sterk onderbouwde werken duidelijk aantonen, betekent niet dat deze trend zich per se op langere termijn zal doorzetten en Tocqueville ongelijk krijgt. Zoals de Chinese buitenland-minister Tchou-en-Lai destijds aan zijn Amerikaanse collega Kissinger zei over de Franse Revolutie: ,,Het is nog te vroeg om daarover een uitspraak te doen!’’. Bij Tocqueville is de vaak misbruikte term idiosyncratisch op zijn plaats: individuele eigenaardigheid met zelfs trekken van eigenzinnigheid. Zo wilde hij zich bij het schrijven van zijn werken vooral niet laten beïnvloeden door wat zijn voorgangers er eerder over schreven en hij nam dikwijls enkel nota van hun opinies via vrienden. Voor deze essays ontleent hij feiten en cijfergegevens uit het lijvige werk van Villeneuve over pauperisme, maar hij stapt geenszins mee in diens conservatief christelijke visie, die armoede afdoet als een straf van God. Ook laat hij zich niet opsluiten in het enge kader van de toen gangbare politieke economie. Daarmee wil niet gezegd zijn dat Tocqueville vrij is van invloeden, vooral uit zijn jeugd. Dat zijn ouders tijdens de Franse Revolutie ei zo na aan de guillotine ontsnapten maakt hem voor het leven beducht voor revolutionaire uitbarstingen en volksopstanden. Voor sommigen blijft hij een conservatieve royalist. Door het lezen van de achtiende-eeuwse Franse filosofen maakt le doute universel zich meester van hem. Zijn innovatieve methode, uit feiten en cijfers sociologische en economische wetmatigheden afleiden, zou hij zeker ten dele aan Louis de Kergorlay, l’ami de toute sa vie, te danken hebben. De ervaringen die hem daarbij te pas komen haalt Tocqueville vaak in het buitenland, zoals die in verband met democratie (l’égalisation des conditions) na een maandenlang verblijf in de States. Voor beide Mémoires sur le paupérisme kijkt hij buiten de misbruiken in eigen land vooral naar wat zich afspeelt in Engeland bij de vernieuwde Poor Laws, die wantoestanden willen tegengaan maar de armoedigste gezinnen in de poor houses nog opsplitsen. Zijn conclusies over deze armenwetten zijn harder en extremer geformuleerd dan die van zijn Engelse tijdgenoot en vriend John Stuart Mill, vooral met zijn hardnekkige verzet tegen blijvende steun door de overheid, de zgn. permanente publieke liefdadigheid. Hij zal er gedurende zijn ganse politieke carrière niet van afwijken. Het levert hem het verwijt van hardvochtigheid op. Tocqueville toont zich onderdaad een koele minnaar van het staatsapparaat waarvan hij het centralisme zelfs haat. Maar hij komt wel op voor lokale, liefst privé of gemeentelijke tussenkomst om de paupers sociale voordelen zoals kosteloos onderwijs te verschaffen. Als meest efficiënte middel wil hij echter deze armen eigendom doen verwerven, eerst privé maar op langere termijn ook in het industriële apparaat door associaties van arbeiders. Daardoor zullen ook de mores, de zeden van de paupers, er aanzienlijk op vooruitgaan. Voor Tocqueville heeft eigendom een bijzondere status, want in zijn ogen begon daarmee de beschaving en met het verlies van dit laatste privilegie zou deze eindigen. Vandaar ook zijn vrees voor de overname van private economische sectoren door de gecentraliseerde staat. Sowieso heeft hij het niet begrepen op de voortschrijdende industrialisatie met haar artificiële producten. Samen met zijn voorkeur voor de agrarische sector, geeft dat blijk van een zeker conservatisme. Dat botst op zijn realistisch besef dat er geen weg terug is. Diezelfde realiteitszin maakt van hem in Frankrijk de wegbereider van Le Nouveau Libéralisme, die in zijn geschriften en in het parlement pleit voor een socialer en humaner aanpak van de sociale kwestie. Maar meer en subliemer: boven het materiële uit breekt hij een lans voor de geestelijke en morele verheffing van de pauper en bij uitbreiding van de ganse maatschappij, niet het minst van de narcistische, navelstarende bourgeoisie. Zouden Trump en consoorten daar geen prachtige, inspirerende boodschap aan hebben? Etienne Joris

Bibliografie

   

bibliografie

 

Audard, Catherine. Qu’est-ce que le libéralisme? Ethique, politique, société’’. Editions Gallimard, 2009.

Backhouse, Roger E. The Penguin History of Economics. London:  Penguin Group, London, 2002.

Hayek, F.A. The Constitution of Liberty. Chicago:  University of Chicago, 2010.

Jardin, André. Alexis de Tocqueville: 1805-1859. Hachette, 1984.

Keslassy, Eric. ‘’Tocqueville et le paupérisme: une réévaluation de son libéralisme’’. in Encyclopédie de L’ Agora, 1-11.

Keslassy, Eric. Le libéralisme de Tocqueville à l’épreuve du paupérisme. Préface de Françoise Mélonio, L’Harmattan, 2000.

Polanyi, Karl. ,,The Great Transformation’’. Boston:  Beacon Presse Boston, 2001.

Quinn, Michael: ,,Mill on poverty, Population and Poor Relief’’. in Revue d’études benthamiennes, edited by Centre Bentham, 1-22. Centre Bentham, 2008, pdf.

Say, Jean Baptiste. Cours  complet d’économie politique pratique. Paris: Guillaumin et Co, Librairies, 1852.

 

Swedberg, Richard. Tocqueville’s Political Economy. Princeton University Press, 2009.

 

Tocqueville, Alexis de. Mémoire sur le paupérisme. Document par Jean-Louis Benoît, 2004, pdf.

 

Tocqueville, Alexis de. Second mémoire sur le paupérisme. Document par Jean-Louis Benoît, 2006, pdf.

Tocqueville, Alexis de. ,,L’ancien régime et la révolution ’’. Flammarion, Paris,  1988.

Tocqueville, Alexis de. ,,Souvenirs’’. Gallimard, 1942.

Tombs, Robert. ,,The English & Their History’’. Penguin Random House UK, 2015.

Younkins, Edward W.: ,,Jean-Baptiste Say’s Law of Markets: A Fundamental, Conceptual Intergration’’. in Le Québécois Libre. Capitalism Commerce, 2006 (No 166).

Universiteit of Hogeschool
Master in de filisofie
Publicatiejaar
2017
Promotor(en)
Professor Antoon Braeckman
Deel deze scriptie