Tijdens het eindwerk “Bruggen bouwen tussen generaties” werd een intergenerationeel kamp opgezet in woonzorgcentrum Verbert-Verrijdt om spelenderwijs verbinding te creëren tussen generaties.
Het woonzorgcentrum organiseert elke schoolvakantie een intergenerationeel kamp, waarbij kinderen van medewerkers mogen deelnemen aan allerlei activiteiten met de ouderen uit het woonzorgcentrum. Het contact tussen de generaties verloopt echter niet altijd vanzelfsprekend. Daarom werd er een onderzoek gedaan naar hoe de ergotherapeut het kamp zo kan organiseren dat het contact tussen ouderen en kinderen optimaal gestimuleerd wordt, met als uiteindelijke doel het versterken van hun verbinding.
Er kwamen 17 ouderen (met een gemiddelde leeftijd van 88 jaar) en 6 kinderen (met leeftijden tussen de 2,5 en de 10 jaar) samen om georganiseerde activiteiten uit te voeren. Deze activiteiten werden bepaald aan de hand van informatie uit literatuur, gesprekken met experts en voorafgaande observaties. Tijdens het kamp werden vier uiteenlopende activiteiten uitgevoerd, elk met een andere vorm van interactie. Het kamp werd geëvalueerd aan de hand van diverse meetinstrumenten. Zo werd er bekeken op welke manier de interactie tussen de generaties het meest gestimuleerd kan worden.
Uit dit onderzoek komt naar voren dat niet enkel de activiteit die gegeven wordt van belang is, maar ook dat bepaalde interactievormen leiden tot beter contact dan anderen. De manier waarop kinderen en ouderen tijdens een activiteit met elkaar in contact komen, heeft een grote invloed op hoe ze zich voelen tijdens de activiteit, wat op zijn beurt ook weer een invloed heeft op de samenwerking.
Quadro, de groepsactiviteit waarbij ze samen een speelstructuur moesten opbouwen, werd als het minst positief ervaren. Al snel was het duidelijk dat de kinderen terughoudend waren in hun contact met de ouderen. Ze moesten actief gestimuleerd worden om zich voor te stellen en een hand te geven. Zelfs wanneer de ouderen een gesprek probeerden op te starten, bleven de reacties van de kinderen eerder oppervlakkig. Sommige kinderen kunnen de aanwezigheid van meerdere ouderen tegelijk wat overweldigend vinden, wat leidt tot een afwachtende houding. Zonder voldoende begeleiding maakten de kinderen dus weinig tot geen contact met de bewoners, wat aangeeft dat groepsactiviteiten niet ideaal zijn om de interactie en de samenwerking tussen de doelgroepen te stimuleren.
Het spellencircuit, waarin één-op-één interactie plaatsvond, werd over het algemeen positiever beoordeeld door beide doelgroepen. De activiteit bestond uit verschillende kleine opdrachten in een doorschuifsysteem, waar een tijdselement aan werd toegevoegd. Ook werd er voldoende structuur aangeboden, waardoor de activiteit vlot kon verlopen. Deze aspecten stimuleerden een actieve deelname van beide doelgroepen. Het één-op-één contact werd positief beoordeeld, zo voelden beide generaties zich op hun gemak. Ze gingen gesprekken aan, werkten actief samen aan de opdrachten en maakten oogcontact gedurende de activiteit.
Muziekbingo scoorde gemiddeld het hoogst in de kwantitatieve gegevens. De deelnemers moesten in groepen van drie, waarbij één kind samenwerkte met twee bewoners uit het woonzorgcentrum, hun bingokaart vol krijgen. Er werd een mix aangeboden van kinderliedjes en liedjes van vroeger, deze liedjes moesten ze koppelen aan de correcte prent op hun bingokaart. Door hun kennis te bundelen konden ze samen de activiteit tot een goed einde brengen. Op deze manier ontstond er een gelijkwaardige samenwerking. Muziek bleek ook een goede keuze te zijn voor een intergenerationele activiteit, het bevordert namelijk niet alleen de sfeer en de actieve deelname, maar helpt ook bij het overbruggen van intergenerationele kloven. De interactievorm die werd toegepast leek daarbij ook in de smaak te vallen. De ouderen gaven aan dat ze het goed vonden om met één kind samen te werken. Ook de kinderen beoordeelden de activiteit positief, wat laat zien dat het plaatsen van één kind tussen twee bewoners geen gevoelens van angst op terughoudendheid opwekte.
Als laatste activiteit vond het wafels bakken plaats, waarbij één bewoner samenwerkte met twee kinderen. De opdracht was om in deze groep het deeg te maken om wafels te bakken aan de hand van een visueel stappenplan. Deze activiteit scoorde gemiddeld minder hoog dan het spellencircuit en de muziekbingo. De kinderen beoordeelden de activiteit redelijk positief, aangezien ze het gezamenlijk eten van de wafels als een fijn moment hadden ervaren. Ze gaven daarbij wel aan dat ze het maken van de wafels niet altijd duidelijk vonden. Zo werd er opgemerkt dat er in de groepen telkens één kind de leiding nam. Verder gaven de ouderen aan een gevoel van stress en onzekerheid te ervaren gedurende de activiteit, aangezien ze het gevoel kregen dat ze de kinderen beide in het oog moesten houden.
Uit deze resultaten blijkt dus dat vooral activiteiten met één-op-één interactie en activiteiten met interactie tussen één kind met twee bewoners het meest positief zijn in het bevorderen van het contact gedurende de activiteiten. Deze inzichten kunnen dienen als leidraad bij het organiseren van toekomstige intergenerationele kampen in woonzorgcentrum Verbert-Verrijdt. Op deze manier zou de verbinding tussen de generaties versterkt kunnen worden.
Uit dit kleinschalige onderzoek blijkt dus dat de ergotherapeut een belangrijke rol kan spelen in het versterken van de verbinding tussen ouderen en kinderen. Dit kan door het organiseren van een intergenerationeel kamp waarin gestructureerde en begeleide activiteiten plaatsvinden, die afgestemd worden op de individuen en hun omgeving.
Toch moeten de resultaten uit het onderzoek met voorzichtigheid geïnterpreteerd worden, aangezien het onderzoek enkele beperkingen bevat. Er is grootschaliger onderzoek nodig om de bevindingen van dit onderzoek te kunnen bevestigen.
Voor vervolgonderzoek wordt aangeraden om op zoek te gaan naar een grotere steekproef. Ook is het aan te raden om vergelijkbare evaluatiemethoden te ontwikkelen voor beide doelgroepen, zodat hun antwoorden beter op elkaar afgestemd zijn. Verder moeten deze methoden aangepast worden aan hun mogelijkheden. Zo kan er meer correcte en gedetailleerde informatie verzameld worden.
Daarnaast lijkt het nuttig om in een vervolgonderzoek meerdere interactiemethoden in te zetten binnen één activiteit, en deze vervolgens te herhalen in andere activiteiten. Op deze manier kunnen de resultaten beter vergeleken worden, wat kan zorgen voor een meer betrouwbaar resultaat over de meest waardevolle manier van interactie om de verbinding tussen ouderen en kinderen te versterken.
BAday, R. H., Aday, K. L., Arnold, J. L., & Bendix, S. L. (1996). Changing Children’s Perceptions of the Elderly: Gerontology & Geriatrics Education, 16(3), 37–51. https://doi.org/10.1300/j021v16n03_04
Admin. (2024, 1 maart). Leuke manieren om interactie met kinderen te stimuleren - Interactie begint hier, interactief verbinden en. Interactie begint hier, interactief verbinden en inspirerend delen. https://www.interacts.nl/blog/leuke-manieren-om interactie-met-kinderen-te-stimuleren/
Aguilera-Hermida, A. P., Anderson, E. A., & Negrón, V. A. (2019). Intergenerational Activities that Promote Engaging Conversations are Preferred among Young and Older Adults. Journal Of Intergenerational Relationships, 18(1), 71–87. https://doi.org/10.1080/15350770.2019.1608346
Carette, M. (2025, februari 3). 3 goede redenen om ouderen en jongeren samen te brengen. GoodPlanet Belgium. https://www.goodplanet.be/nl/3-goede-redenen-om ouderen-en-jongeren-samen-te-brengen/
Cohen-Mansfield, J., & Muff, A. (2021). Processes and structures in intergenerational programs: a comparison across different types of programs. International Psychogeriatrics, 33(12), 1297–1308. https://doi.org/10.1017/s1041610221000922
Courtin, E., & Knapp, M. (2015). Social isolation, loneliness and health in old age: a scoping review. Health & Social Care in The Community, 25(3), 799–812. https://doi.org/10.1111/hsc.12311
Cowen, K., Collins, T., Carr, S., & Menzfeld, G. W. (2024). The role of Occupational Therapy in community development to combat social isolation and loneliness. British Journal Of Occupational Therapy, 87(7), 434–442. https://doi.org/10.1177/03080226241239564
Creswell, J. W. (2009). Research design: Qualitative, quantitative, and mixed methods approaches. SAGE Publications, Inc. https://www.ucg.ac.me/skladiste/blog_609332/objava_105202/fajlovi/Cresw…;
David, J., Yeung, M., Vu, J., Got, T., & Mackinnon, C. (2018). Connecting the young and the young at heart: an intergenerational music program. Journal Of Intergenerational Relationships, 16(3), 330–338. https://doi.org/10.1080/15350770.2018.1477436 p 30 / 39 @AP Hogeschool
Gamliel, T., & Gabay, N. (2013). Knowledge Exchange, Social Interactions, and Empowerment in an Intergenerational Technology Program at School. Educational Gerontology, 40(8), 597–617. https://doi.org/10.1080/03601277.2013.863097
Gualano, M. R., Voglino, G., Bert, F., Thomas, R., Camussi, E., & Siliquini, R. (2017). The impact of intergenerational programs on children and older adults: a review. International Psychogeriatrics, 30(4), 451–468. https://doi.org/10.1017/s104161021700182x
Hernandez, G. B. R., Murray, C. M., & Stanley, M. (2020). An intergenerational playgroup in an Australian residential aged‐care setting: A qualitative case study. Health & Social Care in The Community, 30(2), 488–497. https://doi.org/10.1111/hsc.13149
Krzeczkowska, A., Spalding, D. M., McGeown, W. J., Gow, A. J., Carlson, M. C., & Nicholls, L. A. B. (2021). A systematic review of the impacts of intergenerational engagement on older adults’ cognitive, social, and health outcomes. Ageing Research Reviews, 71, 101400. https://doi.org/10.1016/j.arr.2021.101400
Lyndon, S., & Moss, H. (2022). Creating Meaningful Interactions for Young Children, Older Friends, and Nursery School Practitioners within an Intergenerational Project. Early Childhood Education Journal, 51(4), 755–764. https://doi.org/10.1007/s10643 022-01330-5
Morita, K., & Kobayashi, M. (2013). Interactive programs with preschool children bring smiles and conversation to older adults: time-sampling study. BMC Geriatrics, 13(1). https://doi.org/10.1186/1471-2318-13-111
Occupational therapy for children (Brent) :: Central London Community Healthcare NHS Trust. (z.d.). https://clch.nhs.uk/services/occupational-therapy-children-brent
Peters, R., Ee, N., Ward, S. A., Kenning, G., Radford, K., Goldwater, M., Dodge, H. H., Lewis, E., Xu, Y., Kudrna, G., Hamilton, M., Peters, J., Anstey, K. J., Lautenschlager, N. T., Fitzgerald, A., & Rockwood, K. (2021). Intergenerational Programmes bringing together community dwelling non-familial older adults and children: A Systematic Review. Archives Of Gerontology And Geriatrics, 94, 104356. https://doi.org/10.1016/j.archger.2021.104356
Sociale kaart. (z.d.). https://www.desocialekaart.be/fiches/593704/algemeen
Whear, R., Campbell, F., Rogers, M., Sutton, A., Robinson‐Carter, E., Sharpe, R., Cohen, S., Fergy, R., Garside, R., Kneale, D., Melendez‐Torres, G. J., & Thompson Coon, J. (2023). What is the effect of intergenerational activities on the wellbeing and mental health of older people?: A systematic review. Campbell Systematic Reviews, 19(4). https://doi.org/10.1002/cl2.1355 p 31 / 39 @AP Hogeschool
Zaman, B., Vanden Abeele, V., & De Grooff, D. (2013). Measuring product liking in preschool children: An evaluation of the Smileyometer and This or That methods. International Journal Of Child-Computer Interaction, 1(2), 61–70. https://doi.org/10.1016/j.ijcci.2012.12.001
Zhong, S., Lee, C., Foster, M. J., & Bian, J. (2020). Intergenerational communities: A systematic literature review of intergenerational interactions and older adults’ health related outcomes. Social Science & Medicine, 264, 113374. https://doi.org/10.1016/j.socscimed.2020.113374