Tussen streng en zorgzaam: de afweging van de jeugdrechter in het belang van de minderjarige (delinquent)

Damra
Citak

Ik geloof dat het absoluut in zijn belang was dat ik hem heb opgesloten", vertelde een jeugdrechter mij tijdens een interview voor mijn masterproef, in antwoord op de vraag hoe hij het belang van de minderjarige in de praktijk mee laat wegen. 

De opdracht en functie van de jeugdrechter

Een jeugdrechter beslist over jongeren die opgroeien in verontrustende situaties of strafbare feiten plegen. Dat gebeurt anders dan bij volwassenen. Jongeren worden niet gestraft, maar krijgen maatregelen of sancties die bedoeld zijn om hen te helpen en hen opnieuw op het juiste pad te brengen. De rechter moet streng zijn, maar ook zorgzaam. Hij kijkt dus niet alleen naar wat de minderjarige heeft gedaan, maar ook naar wie hij is en in welke situatie hij zich bevindt.

Stel je een 14-jarige voor die betrokken raakt bij een vechtpartij, of een 16-jarige die herhaaldelijk diefstallen pleegt. De jeugdrechter moet dan nagaan: wat heeft deze jongere nodig om opnieuw de juiste richting uit te gaan? Wat is in zijn belang? Achter elk feit schuilt een reden. Het is de taak van de jeugdrechter, samen met andere hulpdiensten, om die reden te achterhalen.

Invloeden op het beslissingsproces van een jeugdrechter

Voor mijn onderzoek sprak ik met zes Vlaamse jeugdrechters. Wat daarbij opviel, was hun grote aandacht voor de individuele context van de minderjarige. Ze oordelen niet enkel op basis van het gepleegde feit, maar nemen ook andere elementen in overweging, waaronder:

- De persoonlijke situatie: Hoe ziet het gezin van de minderjarige eruit? Gaat hij naar school? Is er hulpverlening nodig?

- Gedrag en houding: Toont de jongere spijt? Is er bereidheid om te veranderen? 

- Het dossier: Dit bevat informatie van onder andere de school, de advocaat, de ouders, de politie en hulpverleners of andere relevante personen in de omgeving van de jongere. Daarnaast staat er informatie in over de jongere zelf: zijn leeftijd, geslacht, persoonlijkheid, enzovoort. 

- De jeugdrechter is gebonden aan nationale, Europese en internationale regelgeving, maar beschikt binnen dat juridisch kader over een zekere beoordelingsvrijheid. Dit laat toe om beslissingen te nemen die afgestemd zijn op de individuele situatie van de jongere en passen binnen zijn specifieke context.

Jeugdrechters worden regelmatig geconfronteerd met moeilijke beslissingen, zeker wanneer er geen eenduidig ‘juist’ antwoord bestaat. Denk bijvoorbeeld aan situaties waarin het thuis onveilig is, of wanneer een jongere herhaaldelijk delicten pleegt. In zulke gevallen kan worden beslist om de jongere tijdelijk in een gesloten instelling te plaatsen. Dat klinkt ingrijpend, maar gebeurt vaak vanuit de overtuiging dat dit op lange termijn meer kansen biedt.

In die context wordt duidelijk hoe het belang van het kind – een fundamenteel maar eerder vaag beginsel uit het internationaal recht – in de praktijk een flexibel en invulbaar begrip is. 

Jeugdrechters zoeken steeds naar wat een jongere nodig heeft om zich veilig, gezond en zinvol te ontwikkelen. Hun beoordelingsruimte fungeert daarbij als een werkbaar kompas, afgestemd op het unieke verhaal van elk kind.

Naar een betere aanpak

Tijdens mijn onderzoek merkte ik ook een aantal knelpunten op. Zo is er niet altijd voldoende plaats binnen de hulpverlening. Dat bemoeilijkt het werk van jeugdrechters om de juiste beslissing te nemen. Daarnaast is er soms te weinig aandacht voor culturele verschillen. Jongeren met een andere afkomst of religie worden niet altijd goed begrepen. Het is daarom belangrijk dat jeugdrechters gevoelig zijn voor diverse levenswijzen en waarden.

Een ander belangrijk aandachtspunt is dat jeugdrechter wel beslissingen neemt over jongeren, maar die beslissingen niet zelf uitvoert. De uitvoering gebeurt daarentegen door hulpverleners of instellingen. Soms verloopt dat niet zoals bedoeld, wat het effect van de beslissing kan ondermijnen. 

Elke beslissing weerspiegelt de wijze waarop onze samenleving omgaat met jongeren die zich op het pad van ontsporing bevinden.

Verantwoordelijkheid in perspectief

Sommige jongeren groeien op in omstandigheden waarin hun rechten structureel worden geschonden. Als zij dan ontsporen, rijst de vraag: waar ligt de verantwoordelijkheid? Ouders blijven de eerste opvoeders, maar hun rol volstaat niet altijd. Het Vlaams Actieplan Jeugddelinquentie (2023) erkent dit en stelt onder meer werkstraffen voor ouders voor wanneer zij hun opvoedingsplicht verwaarlozen.

Toch grijpt de jeugdrechter pas in wanneer het thuis echt niet meer lukt. Die interventie is niet bedoeld om te straffen, maar om jongeren te ondersteunen. Want kinderen verdienen geen veroordeling, maar een kans op herstel. 

Slotbeschouwing 

De jeugdrechter balanceert dagelijks op het dunne koord tussen streng en zorgzaam, tussen sanctioneren en beschermen. Het belang van de jongere vormt daarbij het kompas, maar de weg ernaartoe is zelden rechtlijnig. Tussen wetgeving, praktische beperkingen en persoonlijke inschattingen navigeert de rechter met grote verantwoordelijkheid, vaak in omstandigheden waarin perfecte oplossingen niet bestaan. Wat dit onderzoek vooral aantoont, is dat beslissingen in het jeugddelinquentierecht geen toepassing van “droge” regels zijn, maar keuzes die draaien om mensen en hun verhaal. Hoe we omgaan met jongeren die fouten maken, zegt veel over wie we zijn als samenleving. Daarom verdient het werk van de jeugdrechter blijvende aandacht, ondersteuning en dialoog.

Bibliografie

  1. Wetgeving 

Internationaal- en Europeesrechtelijke wetgeving

Verdrag inzake de Rechten van het Kind Aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 20 november 1989, 13.

Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden van 4 november 1950, BS 19 augustus 1955.

Richtlijn (EU) nr. 2016/800 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure, Pb.L. 21 mei 2016, http://data.europa.eu/eli/dir/2016/800/oj.

 

Nationale wetgeving

Gec.Gw. 17 februari 1994, BS 17 februari 1994.

Wetboek van Strafvordering 17 november 1808, BS 27 november 1808.

Bijz.Wet 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, BS 15 augustus 1980.

Bijz.Wet 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, zoals gewijzigd door art. 9 bijzondere wet van 6 januari 2014, BS 31 januari 2014. 

Wet 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade, BS 15 april 1965.

Decr.Vl. 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, BS 13 september 2013.

Decr.Vl. 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, BS 26 april 2019.

Decr.Vl. 24 september houdende wijziging van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade en het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, wat de overgangsbepalingen betreft, BS 1 oktober 2019, Justel databank.

Decr.Vl. tot wijziging van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp en het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentierecht, met het oog op de inwerkingtreding van de gesloten oriëntatie en de gesloten begeleiding in de gemeenschapsinstellingen van 15 juli 2022, BS 16 augustus 2022.

Decr.Vl. 19 april 2024 tot wijziging van het decreet van 15 februari 2019 betreffende het jeugddelinquentie recht, wat betreft de opheffing van de leeftijdsgrens en de mogelijkheid van elektronische monitoring in de fase van de voorlopige rechtspleging en overige wijzigingen, BS 13 mei 2024.

  1. Voorbereidende werken

Ontwerp van decreet betreffende het jeugddelinquentierecht, VLAAMS PARLEMENT, 2017-2018, 25 juli 2018, nr. 1. 

  1. Beleidsdocumenten

Verenigde Naties

UNITED NATIONS COMMITTEE ON THE RIGHTS OF THE CHILD, General comment No. 24 (2019) on children’s rights in the child justice system, 18 september 2019, CRC/C/GC/24, https://digitallibrary.un.org/record/3899429.

 

Raad van State

RAAD VAN STATE, Advies over een voorontwerp van decreet van de Vlaamse Gemeenschap ‘betreffende het jeugddelinquentierecht’, 18 april 2018, nr. 62.779/3, http://www.raadvstconsetat.be/dbx/adviezen/62779.pdf#search=jeugddelinquentie.

RAAD VAN STATE, Advies over een ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering ‘over het gebruik van videoconferentie voor de verschijning van minderjarige verdachten en delictplegers’, 8 september 2020, nr. 67.881/1/V, http://www.raadvstconsetat.be/dbx/adviezen/67881.pdf#search=jeugddelinquentie

 

Federale en Vlaamse regering

VLAAMSE REGERING, Vlaams actieplan jeugddelinquentie, 9 juni 2023, 2023 0906 MED.0204/2BIS, Informatief 2023-102 - Vlaams Actieplan Jeugddelinquentie- 2023.pdf.

VLAAMSE REGERING, Vlaams Regeerakkoord 2024-2029. Samen werken aan een warm en welvarend Vlaanderen, september 2024, Vlaams Regeerakkoord 2024-2029. Samen werken aan een warm en welvarend Vlaanderen | Vlaanderen.be.

FEDERALE REGERING, Federaal regeerakkoord 2025-2029, 31 januari 2025, Regeerakkoord van de federale regering Bart De Wever | Belgium.be.

  1. Rechtspraak

Het Europees Hof voor de rechten van de mens

EHRM 29 februari 1988, 9106/80, Bouamar/België, 1.

EHRM 27 november 2008, 36391/02, Salduz/Turkije.

EHRM 2 maart 2010, 54729/00, Adamkiewicz/Polen.

 

Nationale rechtspraak

GwH 13 maart 2008, nr. 49/2008.

GwH 29 augustus 2019, 118/2019. 

GwH 11 februari 2021, 22/2021.

Cass. 16 oktober 2012, P.12.1584.N

Cass. 22 januari 2013, P.13.0006.N, 1.

  1. Rechtsleer

Boeken

DE SMET B., Het jeugddelinquentierecht in Vlaanderen: nieuwe maatregelen en sancties, deels vanaf 1 september 2019, in het decreet van 15 februari 2019 en het aanvullend decreet van 24 september 2019, Intersentia, 2019, 8.

FRANSSENS M., PUT J. en DEKLERCK J., Het beleid van de jeugdmagistraat, Universitaire Pers Leuven, 2010.

MORTELMANS D., Handboek kwalitatieve onderzoeksmethoden, Acco, 2020.

PUT J., Handboek jeugdbeschermingsrecht: aanvulling editie 2021, die Keure, 2023.

VAN DORP M., AYTEMUR S. en SWART N., Jeugdige Delinquenten: Praktijk en Achtergrond, Bohn Stafleu en van Loghum, 2019.

 

Masterproeven

CITAK D., De straftoemetingsvrijheid van de jeugdrechter en het belang van de minderjarige in het jeugddelinquentierecht: onderzoeksvragen, onderzoeksplan VUB, 2023, VUBIR - VUB Institutional Repository offered by the University Library in collaboration with Research and Data Management > start

LERNOUT M., Het beslissingsproces en de kennisbasis van Vlaamse jeugdrechters: tussen beslissen en berusten, masterproef UGent, 2018, RUG01-002509413_2018_0001_AC.pdf.

 

Bijdragen in verzamelwerken

ASSCHER J.J., VAN DEN BRINK Y.N., CREEMERS H.E. (eds.), De strafmaat voor jeugdige daders van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven in interntionaal perspectief, Boom juridisch, 2020. 

BANKOLE C., ‘Young people, ‘race’ and criminal justice’ in CHATTOO S., ATKIN K., CRAIG G. en FLYNN R., Understanding ‘Race’ and Ethnicity in Social welfare, Policy Press, 2019, 1.

DE BUS, ‘Being a Girl: Does It Matter in the Belgian Youth Court?’ in MASSON I. en BOOTH N. (eds.), The Routledge Handbook of Women's Experiences of Criminal Justice, Routledge Taylor & Francis Group, 2023, 231.

DECOCK G., ‘Het positief project in het nieuwe jeugddelinquentierecht’, in Leenknecht J. en Put J. (ed.), Het Vlaamse jeugddelinquentierecht, Brussel, Intersentia, 2019, 81.

DE SMET B., ‘Berisping door de jeugdrechtbank’ in X, Strafrecht en strafvordering. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Wolters Kluwer, 2021, 15. 

DE SMET B., ‘Opleggen en opvolgen van voorwaarden als reactie op een jeugddelict’ in X, Strafrecht en strafvordering. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Wolters Kluwer, 2023, 115.

DE SMET B, ‘Plaatsen van minderjarigen in een instelling’ in X, Strafrecht en strafvordering: Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Wolters Kluwer, 2023, 121.

D’HOOGHE C. en DE PUYDT A., ‘Het nieuwe jeugddelinquentierecht in Vlaanderen” in JANSSENS E., DECOCK G. en DE PUYDT A. (eds.), Handboek voor de advocaat-stagiair 2019-2020. Jeugdrecht, Wolters Kluwer, 2019, 43.

FRANÇOISE C. en CHRISTIAENS J., ‘Appearing in court and the hearing of minors: practices of judges of the juvenile courts in Belgium’ in CHRISTIAENS J. (ed.), It's for your own good: researching youth justice practices, VUB Press, 2015, 75.

HERBOTS K. en VAN RUMST S., ‘Een kinderrechtenproof Vlaams Jeugddelinquentierecht?’ in LEENKNECHT J. en PUT J. (ed.), Het Vlaamse jeugddelinquentierecht, Intersentia, 2019, 191.

PETINTSEVA O., ‘Studying discriminatory practices in youth justice decision-making’ in CHRISTIAENS J., It’s for your own good: researching youth justice practices, ASP-VUB Press, 2015, 175.

PUT J., ‘Het Vlaamse jeugddelinquentierecht in essentie’ in LEENKNECHT J. en PUT J. (ed.), Het Vlaamse jeugddelinquentierecht, Intersentia, 2019, 13.

 

Bijdragen in tijdschriften

BERRYESSA C. M., ‘Potential impact of research on adolescent development on juvenile judge decision-making’, Juvenile and Family Court Journal 2018/69, 19.

BRYSON S. L. en PECK J. H., ‘Age, Race/Ethnicity, and Offense Severity: An Examination of the Liberation Hypothesis for Juvenile Case Outcomes at Final Disposition’, Crime & Delinquency 2023/71, 330.

CARVACHO P., DROPPELMANN C. en MATEO M., ‘The Effect of Extralegal Factors in Decision-Making about Juvenile Offenders in Chile: A Quasi-Experimental Study’, International Journal of Offender Therapy and Comparative Criminology 2023/67,  1.

COUTTEEL E., ‘Plaatsing van minderjarigen: de pedagogische en kinderrechtentoets à la Straatsburg’, TJK 2016/4, 333.

DANCKAERTS J., ‘Reflecties vanuit de praktijk van een jeugdrechter’, Orde dag 2006/36, 7.

DE BUS S., ‘Doing gender op de jeugdrechtbank: specifieke problemen, specifieke aanpak. Een empirisch onderzoek naar gegenderde praktijken op twee Nederlandstalige jeugdrechtbanken’, Panopticon 2020/41, 485.

DE BUS S., ‘Het jeugdrechtbankdossier en de verslaggeving in de jeugdrechtbankpraktijk’, TJK 2023/2, 76.

DE BUS S. en NUYTIENS A., ‘Onbehandelbare meisjes? De benadering van Roma-meisjes voor een MOF verschenen voor de jeugdrechtbank’, TJK 2016/1, 35.

DE BUS S. en PUT J., ‘Verhouding jeugddelinquentie en jeugdhulp: de derde interventiegrond’, Panopticon 2020/41, 478.

DE CLERQ J., ‘Kinderrechten in Vlaanderen: toch nog veel werk aan de winkel’, Panopticon 2017/38, 49.

DECOCK G. en VAN RUMST S., ‘Jeugddelinquentie 2020: een straffer Vlaanderen’, TJK 2019/3, 223.

DE SMET B., ‘De voorbereidende fase in de procedure tegen een minderjarige verdacht van een als misdrijf omschreven feit’, T.Strafr. 2018/6, 373.

DE SMET B., ‘Vijftig jaar jeugdbescherming: strafrechtelijke perspectieven’, NC 2015/4, 235.

GANN S. M., ‘Examining the relationship between race and juvenile court decision-making: counterfactual approach’, Youth Violence and Juvenile Justice 201917(3), 269.

HOFKENS L., ‘Recente evoluties in het Vlaamse jeugddelinquentierecht’, Panopticon 2025/46, 67.

JUDO F., ‘Justitie in de zesde staatshervorming. Of: over regularisatie als bevoegdheidsverdelend beginsel’, TBP 2011/8-9, 516.

LAPORTE F., ‘Rechten van papier’, TJK 2016/4, 287.

LEENKNECHT J. en VEECKMANS K., ‘Jeugddelinquentiedecreet. Schending belang van het kind en legaliteitsbeginsel, maar fundamenten blijven overeind’, NJW 2021/443, 422.

LEIBER M. J., DONNELLY E. A. en LU Y., ‘What Context Matters and at What Level? A test of Racial/Ethic Threat, Symbolic Threat, and Structural Inequality Perspectives in Juvenile Court Decision-Making’, Crime and Delinquency 2021/67, 234.

LOWERY P. G. en CLIFTON-MILLS A. E., ‘School Behavior, School Performance, and Race as Focal Concerns in the Institutionalization of Juveniles’, Crime & Delinquency 2023/00, 1.

MENTEN N., ‘Ouders van jeugddelinquenten: straffe actie nodig?’, TJK 2023/3, 165.

PECK J. H., ‘The War on Drugs in Juvenile Court? The Influence of Community Context on Juvenile Court Outcomes for White, Black, and Hispanic Youth’, Youth Violence and Juvenile Justice 2025/23, 3.

SMETS S., ‘De doorwerking van het Kinderrechtenverdrag in de rechtspraak van het EHRM’, T.JK 2013/2, 82.

VERCRUYSSE L. ‘Een kwaliteitsvolle jeugdadvocaat: Een must-have voor minderjarige verdachten’, Panopticon 2022/43, 386.

VERHOEVEN M., ‘Drempels voor toegang tot pro Deo verhoogd’, Juristenkrant 2016/333, 2.

VRIJENS C., ‘Het belang van het kind als “een eerste” overweging: een kinderrecht’, TJK 2020/2, 47.

  1. media

Websites en GenAI-tools

HERBOTS K., ‘Beleidsadvies belang van het kind: Startpunt naar een vertaling voor Vlaanderen’, Keki januari 2018, 1, Belang van het kind: startpunt naar een vertaling voor Vlaanderen | Kenniscentrum Kinderrechten (keki.be).

OP DE BEECK H., HERBOTS K., LAMBRECHTS S. en WILLEMS N., ‘Children’s best interests between theory & practice: A discussion of commonly encountered tensions and possible solutions based on international best interests practices and policy strategies since 2004’, Keki augustus 2014, 1, Het belang van het kind: tussen theorie en praktijk | Kenniscentrum Kinderrechten.

OPENAI, ‘ChatGPT-antwoord op prompt: geef een definitie voor VCET, VCET Definitie, (geraadpleegd op 21 mei 2025). 

OPENAI, ‘ChatGPT-antwoord op prompt: wat zijn juridische factoren?’, Juridische factoren uitleg, (geraadpleegd op 21 mei 2025). 

OPENAI, ‘ChatGPT-antwoord op prompt: wat is een geïndividualiseerde aanpak van minderjarige jeugddelinquent’, Geïndividualiseerde aanpak jeugddelinquenten, (geraadpleegd op 10 december 2024).

OPENAI, ‘ChatGPT-antwoord op prompt: wat zijn buitenjuridische factoren?’, Buitenjuridische factoren uitleg, (geraadpleegd op 16 mei 2025). 

X, ‘Dienst voor herstelgerichte en constructieve afhandeling (HCA)’, Vlaamse overheid Jeugdhulp Opgroeien 23 januari 2020, https://www.jeugdhulp.be/organisaties/dienst-voor-herstelgerichte-en-constructieve-afhandeling-hca, (geraadpleegd op 4 oktober 2024).

X, ‘In het belang van het kind: wat betekent het in het Kinderrechtenverdrag?’, Keki, In het belang van het kind: wat betekent het in het Kinderrechtenverdrag? | Kenniscentrum Kinderrechten.

 

Interviews

Interview met Jeugdrechter A, 7 februari 2025.

Interview met Jeugdrechter B, 13 februari 2025.

Interview met Jeugdrechter C, 17 februari 2025.

Interview met Jeugdrechter D, 24 februari 2025.

Interview met Jeugdrechter E, 11 maart 2025.

Interview met Jeugdrechter F, 19 maart 2025.

Download scriptie (1.75 MB)
Universiteit of Hogeschool
Vrije Universiteit Brussel
Thesis jaar
2025
Promotor(en)
Sofie De Bus