Een voorbeeld waarin dat binaire, medische zorgidee tot uiting komt: je zorgt voor jezelf (1) zodat je goed kan functioneren (2). Een oorzaak- gevolgverband waar ik niet achter sta. Wat is zorgen voor jezelf als het een voorbode is goed te kunnen functioneren op de werkvloer? Ten dienste van wie of wat staat (mijn/jouw/onze) zelfzorg?

Figuur 1_Crevits, H.
Figuur 2_Crevits, H.
In dialoog met vier gekleurde lichamen –met ieder eigen ervaringen en standpunten– toon ik in Dragers van zorg hoe ik het lichaam niet zwart of wit, maar gekleurd zie. De lichamen gaan ieder op zich een relatie aan met de wereld vanuit hun lichamelijkheid. Ze creëren een zorgnetwerk en verhouden zich daarmee tot de zorg uit hun omgeving en verlies van binnenin. De verschillende kleuren die ontstaan vanuit de vier belichaamde standpunten heffen de lineariteit van het zorgsysteem op: zorg als reparatie naar hét ‘sublieme’ –een illusionair plateaubegrip. In Dragers van zorg ontvouw ik een alternatieve vorm van ‘zorgen’ waarin zorg niet één, maar meerdere lichamen draagt en zo tegemoetkomt aan de meerstemmigheid van een lichaam.
Figuur 3_Cover_Dragers_van_zorg_Zoa_Engelen
Figuur 4_Cover_Dragers_van_zorg_Zoa_Engelen

Figuur 5_Coverflap_Dragers_van_zorg_Zoa_Engelen
Hoe hard de lichamen ook proberen; ze horen niet thuis in de verwachte lijn, continu en recht vooruit. Voor ziek zijn, lijkt geen ruimte zolang er geen genezende oplossing voor de hand ligt. Ziek zijn bevindt zich in een kader van rationele en objectieve keuzes. Een alternatief zorgidee zou juist daar waar ziek zijn huist, ruimte geven aan subjectieve ervaringen. De vier beschreven lichamen bieden ieder een eigen narratief, een eigen verhaallijn, aan vanuit ervaringsdeskundigheid. Ze komen samen in het lichaam van waaruit ik schrijf en vormen zo een alternatieve wereld van zorg.
Het donkerblauwe lichaam zoekt haar positie, rol en betekenis in een wereld waartoe ze vooral afstand voelt. Ze gaat op zoek naar wat het betekent om een lichaam te hebben, een lichaam dat niet past binnen de norm. Ze leert dat er lichamen zijn die wel naar behoren functioneren en bedenkt een imaginaire wereld waarin ze met die ontdekking probeert om te gaan. Met krantenartikelen beplakt ze de muren van haar wereld. “Dat het heelal zo groot lijkt, maakt jou niet kleiner”, vertelt Loesje (2024) haar. Ze ontdekt de kunst van politieke leuzen als masker, een vorm van contextvorming waarin ze boodschappen van buiten haar wereld naar binnen brengt en omgekeerd. Aan de buitenzijde van haar eigen muren durft ze nauwelijks ruimte in te nemen; dat doet ze door haar ecologische voetafdruk zo klein mogelijk te houden. Hoe minder ze eet, hoe minder ze verbruikt en vervuilt. Tussen de buiten- en binnenzijde zit een grote afstand, dat voelt ze in het gebrek aan verbinding met haar omgeving. Wat voor anderen als symbool gekend is, lijkt haar niets te zeggen. Alsof de buitenwereld een register aan symbolen en tekens bezit in een andere taal dan de hare. Het donkerblauwe lichaam wil niet leven in nabijheid met zij die ruimte innemen, maar ook in de afstand voelt ze rouw.
Kunnen we nieuwe manieren vinden waarmee we ons tot elkaar verhouden; nieuwe narratieven ontwikkelen die het leven en haar lichamen in zich dragen?
Het amandelwitte lichaam daarentegen vertrekt vanuit haar kinderlichaam als zou het ‘ongeschonden’ en ‘onschuldig’ zijn. Vervolgens redeneert ze door tot een (on)afhankelijkheidsverklaring, van haar gezin, haar kinderlijke lichaam en de zorgideeën die haar omringen. Ze ervaart haar lichaam als subject binnen een intiem zorgnetwerk, schipperend tussen haar kinderlijke en volwassen lichaam. Op zoek naar verwantschap vraagt ze zich af:
waar wil je je aan binden en naar laven?
Hoe kom ik in evenwicht met het gewicht van mijn zorgen en de draagkracht van mijn lichaam?
Het amandelwitte lichaam komt tot het besluit dat ze haar kinderlijke lichaam wil behouden, misschien wel voor altijd meisje wil blijven.
Het feloranje lichaam verhoudt zich tot ‘zorg’ aan de hand van haar rol binnen haar gezin. Als zijnde twee lichamen: haar eigen en dat van haar gezin. In wederzijdse aanraking tussen beiden zoekt ze naar de verwachtingslijnen: waar ze zich met elkaar verbinden en ook daar waar ze gebroken zijn. Haar gezin ziet ze als haar waarden- en normenkader. Als dochter en zus volgt ze de lijnen die voor haar uitgestippeld zijn. Op dat pad zoekt ze naar bewegingsruimte tussenin die lijnen.
Wat betekent het om zorg te dragen en een je lichaam te hebben binnen die lijnen?
Wat is zorgen hier en nu en wat kan zorgen nog meer zijn?
Als laatste komt het grijsblauwe lichaam aan het woord: een lichaam dat door het leven gaat met een eetstoornis en donkere gedachtegangen. Haar eetgedrag dient als afleidingsmanoeuvre in een poging om met de geïntegreerde pijn en zorgen om te gaan. Pijn en zorgen waarvan ze voelt dat die nog niet maatschappelijk gedragen zijn. Ze vindt zichzelf in een positie als overlever: niet eten, schakelt ‘voelen’ uit. Eten wordt een gecontroleerde obsessie waarmee ze haar eigen wereld probeert op te vullen.
Het is dat het grijsblauwe lichaam alleen bij de diëtist zit, maar soms het verlangen heeft de wereld ook eens als patiënt op de weegschaal te zetten.
Figuur 6_Bladzijde_Dragers_van_zorg_Zoa_Engelen

Figuur 7_Bladzijde_Dragers_van_zorg_Zoa_Engelen
Ik plaats de lichamen naast theorieën over zorg en spreek vervolgens in termen van theorie vanuit de lichamen zelf. Dragers van zorg is een verkennende literatuurstudie, waarin onder andere werk van Alma Mathijsen, Lize Spit en Lara Taveirne voorkomt. Zij ondersteunen de lichamen die ik uitbouw. Daaruit ontstaan geen diagnoses, eerder een groter netwerk van onafgewerkte, eindeloos mogelijke verbindingen. Met deze scriptie bevind ik me aan de monding van een landschap aan gekleurde lichamen; de bron van een schrijfproces over lichamen, zorg en missen.
Figuur 8_Landschapslijnen_aan_lichamen_Zoa_Engelen
Bron figuur_1 en figuur_2: Crevits, H. (2026, 18 januari). De zevende dag [Video (57:39-57:49)]. VRTNWS. https://www.vrt.be/vrtnws/nl/kijk/programma/de-zevende-dag/
Aflevering 1 - Lize Spit. (2025, 22 september). Spotify. Https://open.spotify.com/episode/5BCxJIWmLP5i- VZr3yEmbJ9?si=c870854a4954461e
Ahmed, S. (2006). Queer phenomenology orientations, objects, others. In Goldsmiths (University of London). Duke University Press.
Alma Mathijsen (schrijver en journalist). (2024, 15 mei). Spotify. Https://open.spotify.com/episode/3CCyvraV-6NayopIDItsnfU?si=270450b222e84c4b
Barton, C. S. (2024). Tending grief: Embodied Rituals for Holding Our Sorrow and Growing Cultures of Care in Community. North Atlantic Books.
Beel, V. (2019, 20 augustus). ‘Mijn vriendinnen vinden vaak dat ik overdrijf'. De Standaard. https://www.standaard.be/nieuws/mijn-vriendinnen-vinden-vaak-dat-ikover…
Beel, V. (2026, 8 april). Psychologe Els Elaut: “Seksueel plezier blijft een blinde vlek in het menopauzedebat”. De Standaard. https://www.standaard.be/binnenland/psychologe-els-elaut-seksueel-plezi…
Bergman, C., & Montgomery, N. (2017). Joyful militancy: Building Thriving Resistance in Toxic Times. AK Press.
Berlant, L. (2022). On the Inconvenience of Other People. Writing Matters! 149
Butler, J. (2011). Bodies that matter. Routledge.
Cuyvers, W. (2016). Toujours trop. Academia Press.
Crevits, H. (2026, 18 januari). De zevende dag [Video (57:39-57:49)]. VRTNWS. https://www.vrt.be/vrtnws/nl/kijk/programma/de-zevende-dag/
Donner, M. (2025, 19 november). Het poppetje van je ogen: In een socratisch gesprek fungeert de ander als spiegel, schrijft Agnes Callard in Open Socrates. Alleen op die manier, en dus niet via zelfonderzoek, vind je antwoorden op betekenisvolle vragen. De Groene Amsterdammer. https://www.groene.nl/artikel/het-poppetje-van-je-ogen
Donner, M., & Pruis, M. (2025, 9 juli). Van de steen en de spons: Aanrommelen, voor je uit staren; als schrijven is wat je het liefste doet, als het je werk is, ontkom je er niet aan. En toch voelt het alsof je je tijd vermorst. ‘Je hebt tijd en ruimte nodig om te spelen, een leegte van waaruit iets nieuws kan ontstaan.’ De Groene Amsterdammer. https://www.groene.nl/artikel/van-de-steen-en-de-spons
Durwael, J. (2026, 22 februari). Het lijkt pas legitiem om rustiger te leven wanneer je instort. De Standaard. https://www.standaard.be/opinies/het-lijkt-pas-legitiem-om-rustiger-te-…
Engelen, Z. (2025) Dossier.
Glissant, E. (1997). Poetics of Relation, For Opacity (pp.189-194). University of Michigan Press.
Hagenaars, H. (2023). Missen als een ronde vorm. Art Paper Editions.
Loesje (2024)
Peter Aers - The pain of others. (z.d.). https://everythingdepends.be/en/thepainofothers.html
Piepzna-Samarasinha, L. L. (2018). Care work: Dreaming Disability Justice. arsenal pulp press.
Puig de la Bellacasa, M. (2012). “Nothing Comes without its World”: Thinking with Care. The Sociological Review, 60(2), pp. 197–216.
Sabi, A. (2025). Zo zingt de pijn. Das Mag.
Stephan Vanfleteren. Transcripts of a Sea. (2025). MSK Gent.
Taveirne, L. (2025, 26 december). Lara Taveirne – Moeder, courage!. De Standaard. https://www.standaard.be/podcastreeks/lara-taveirne-moeder-courage/
tbo. (2015, 7 juli). Test. Cijfert u zichzelf te vaak weg?. De Standaard. https://www.standaard.be/inspiratie/test.-cijfert-u-zichzelf-te-vaak-we…
Teran, M., Herbst, M. A., Rehberg, V., & Turner, R. (2024). Promiscuous infrastructure: practicing care. Journal for Aesthetics & Protest Leipzig, WdKA Research Center Rotterdam.
Smolders, L. (2023). Touch response. Infinitif.
Van Hees, V., Bruffaerts, R., Vansteenkiste, M., Flamant, N., Bootsma, E., Jansen, L. & Voorspoels, W. (2023). [Welzijnsmonitor academiejaar 2022-2023]. Psychische Gezondheid, Basisbehoeften en Studiemotivatie van Studenten in het Hoger Onderwijs in Vlaanderen. In opdracht van de Vlaamse overheid: Brussel.
Vis, D. (2025). Research for People who (think They) Would Rather Create. Onomatopee.
Words Service | Sarah Vanhee. (z.d.). https://www.sarahvanhee.com/words-service