Handpop als geheime helper in de kleuterklas: het moet niet altijd AI zijn

Veel kleuterleerkrachten zien de meerwaarde van drama in de klas, maar niet iedereen voelt zich comfortabel om zelf in een rol te kruipen. Uit het bacheloronderzoek van Amber De Decker blijkt dat handpoppen een laagdrempelige oplossing kunnen bieden. Met een praktische toolkit wil ze leerkrachten helpen om drama sterker te verweven in dagelijkse taal- en wiskundeactiviteiten, in lijn met de nieuwe minimumdoelen voor het kleuteronderwijs. Die focussen onder meer op Nederlands en wiskundige initiatie. De invoering hiervan roept bij heel wat leerkrachten vragen op en brengt bijkomende uitdagingen met zich mee, zoals ook blijkt uit de praktijkcontext waarin het onderzoek van De Decker plaatsvond.
Drama wordt al jaren gezien als een waardevolle werkvorm in het kleuteronderwijs. Kleuters leren er niet alleen creatief door denken, maar ontwikkelen ook sociale vaardigheden, zelfvertrouwen en taalvaardigheid. Toch blijkt de stap naar drama voor sommige leerkrachten groot.
Dat merkte Amber De Decker tijdens haar stage in een kleuterschool. Een leerkracht van de oudste kleuters gaf aan dat ze zich onzeker voelde over dramatische werkvormen zoals improvisatie of zelf een personage spelen. Bovendien ervaarde ze drama als tijdsintensief, terwijl de druk, in het kader van de nieuwe minimumdoelen, nog sterker in te zetten op taal en wiskundige initiatie steeds meer toeneemt.
“Het probleem zat niet in onwil”, vertelt De Decker in haar onderzoek. “De leerkracht stond open voor drama, maar had nood aan concrete handvatten.”
Minder acteren, meer begeleiden
Uit gesprekken, observaties en bevragingen van verschillende leerkrachten bleek dat handpoppen een interessante middenweg vormen. Voor leerkrachten die zich niet comfortabel voelen in een acteursrol, kan een handpop als alter ego de drempel verlagen door meer afstand te creëren tussen henzelf en het personage. Daardoor voelt deze werkvorm veiliger en natuurlijker aan.
Daarnaast reageren kleuters opvallend positief op poppen. Volgens het onderzoek trekken handpoppen de aandacht, verhogen ze de betrokkenheid en maken ze leerinhouden toegankelijker.
De enquête onder kleuterleerkrachten bevestigde dat beeld. De ondervraagde leerkrachten gaven aan dat kinderen vaak geconcentreerder luisteren wanneer een handpop een activiteit introduceert. Ook het gebruik van meerdere poppen werd als meerwaarde beschouwd, omdat elke pop een eigen rol of functie kan krijgen.
Toolkit als EHBO-koffer voor leerkrachten
Op basis van haa
r bevindingen ontwikkelde De Decker een toolkit met de veelzeggende naam EHBH: Eerste Hulp Bij gebruik van Handpoppen. Het pakket bevat praktische ondersteuningskaarten, tips rond stemgebruik, een checklist om nieuwe handpoppen te introduceren en ideeën om handpoppen in te zetten zonder extra onrust in de klas te veroorzaken.
Daarnaast bedacht ze twee nieuwe handpoppen: Letterlou, die kinderen ondersteunt bij klanken en letters, en Tikatel, die wordt ingezet voor getallenkennis. Beide poppen kregen een eigen karakter, een herkenbare plaats in de klas en inspiratiefiches gekoppeld aan de nieuwe minimumdoelen voor het kleuteronderwijs.
De bedoeling is dat drama niet als een extra taak wordt gezien, maar geïntegreerd wordt in bestaande lessen. Zo kan een handpop bijvoorbeeld een letter “ontdekken”, een telprobleem voorstellen of een gesprek op gang brengen.
Positieve eerste resultaten

Tijdens een testfase werd de toolkit uitgeprobeerd door de betrokken kleuterleerkracht. De eerste reacties waren positief. Vooral de overzichtelijke opbouw, de praktische voorbeelden en de ondersteuning bij stemgebruik vielen in de smaak.
De leerkracht gaf aan zich zekerder te voelen om nieuwe handpoppen te introduceren en zag mogelijkheden om ze vaker in te zetten binnen taal- en wiskundeactiviteiten. Ook het feit dat de poppen een zichtbare plaats kregen in een gepersonaliseerd huisje in de klas, stimuleerde de leerkracht om er actief mee aan de slag te gaan.
Toch plaatst De Decker een kanttekening bij haar resultaten. De testperiode was relatief kort, waardoor het moeilijk is om uitspraken te doen over de effecten op lange termijn. Verder onderzoek is nodig om te bekijken hoe de aanpak zich ontwikkelt wanneer leerkrachten er langere tijd mee werken.
Meer dan een knuffel
Volgens De Decker toont haar onderzoek aan dat handpoppen meer zijn dan een leuk extraatje. Ze kunnen een brug slaan tussen spel en leren, tussen leerkracht en kind, en zelfs tussen kleuter- en lager onderwijs. Met haar toolkit hoopt ze niet alleen ervaren leerkrachten, maar ook toekomstige kleuterleerkrachten te inspireren.
De Decker staat ondertussen zelf voor de derde kleuterklas en ervaart aan den lijve hoe intensief het lesgeven is en hoeveel werk er ook na de schooluren nog bij komt kijken. Extra toolkits en praktische handvatten zijn dus meer dan welkom.
In een tijd waarin artificiële intelligentie steeds vaker haar weg vindt naar het onderwijs, toont haar onderzoek dat innovatie niet altijd hoogtechnologisch hoeft te zijn. Door leerkrachten meer houvast en zelfvertrouwen te geven, kunnen handpoppen uitgroeien tot een waardevolle bondgenoot in de kleuterklas. Want voor jonge kinderen blijft persoonlijk contact, verwondering en spel nog altijd de sterkste motor om te leren.
Bronnenlijst
Onderzoeksverslag
Internetbronnen
Boeken
Ontwerp
Internetbronnen
Boeken
Aan te bevelen literatuur
Internetbronnen
HJK. (2024, 3 december). De rol van doen-alsof-spel - HJK. https://www.hjk-online.nl/sociaal-emotioneel/de-rol-van-doen-alsof-spel/
Boeken
Heijdanus-de Boer. E., & van der Jagt, T. (2008). Drama in de hoofdrol: praktijkboek voor het primair onderwijs. Uitgeverij Coutihno: Bussum
Andere
De onderstaande bronnen werden niet in het onderzoeksverslag geciteerd, maar werden gebruikt voor een bijkomende bronnenanalyse opgenomen in bijlage (bijlage E).