
Waarom schrijft hij? Er zit veel in zijn hoofd. Timo wil zijn gedachten opschrijven
voordat hij ze weer vergeet. Met zijn thesis probeerde hij vat te
krijgen op zichzelf en op de veranderende wereld rondom hem. Daarnaast
probeert hij plezier te halen uit het betekenis geven aan kleine, alledaagse
dingen.
Het is geen wetenschappelijk onderzoek. Het is bijeengeschraapte wijsheid
van een 22 jarige jongen die illustratie studeerde en een scriptie moest
schrijven. Daarom is het een boek dat leeft.
Een masterjaar in de kunst is confronterend. Het is het laatste jaar waarin je
dingen kunt uitproberen voordat je in het echte leven stapt. En in dat leven
is het moeilijk voor een kunstenaar om zich te vestigen. Daarom zat Timo
boordevol twijfels over hoe gegrond zijn bestaan in de wereld was. En
daarom schreef hij over alles dat in het moment zelf belangrijk aanvoelde.
“Het is een manier om zin te geven aan het dagelijkse leven.”
De antwoorden die hij vond, werden neergeschreven en getekend. Zo ontstond
een associatief boek: gevoelig, persoonlijk en allesbehalve rechtlijnig.
“Mijn thesis was een gesprekspartner. Ik de eigenwijze ridder, hij de kritische
draak. Zo werd het een boek met klauwen.”
In de kunst mag alles, vindt Timo. Daarom schreef hij over alles. Over
ruzie, in je eentje een boordje op de trap eten, over hoe een thuisdrop nooit
écht verandert, over de fantasie van een kind en over motorrijders die eerst
eng lijken maar eigenlijk vriendelijk zijn. Het zijn op het eerste gezicht rare
dingen. Net als dit artikel. Maar op het tweede gezicht ook weer niet echt.
Want rare dingen zetten je aan het denken en dat is gezond.
Zo is er een verhaal Winterkaal waarin de bomen hun blad niet willen loslaten
want in de winter heeft iedereen het koud. Daarom stelt de Dood een
compromis voor: “Als jullie je bladeren loslaten, dan maak ik er mutsen en
sokken van die jullie aankunnen doen.”
Dat is wel raar. Heel raar. Want als mensen hun kapsels zouden verliezen
in de winter, dan gaan we toch niet allemaal sporadisch haren oprapen om
er vervolgens toupetjes van te maken?
Nou, waarschijnlijk wel.
Zo lijken de verhalen van Timo onbenullig, maar er zit vaak een filosofische
laag onder. straathonden zijn de beste vrienden en een steenkool zijn
is oké.
In schrijven, tekenen en verbanden leggen zit veel plezier. Je kunt er een
greintje wijsheid mee verdienen, eens goed lachen of keihard huilen. Het
zet je aan het denken. “We hebben last van loltekort,” weet Timo te zeggen.
Gelukkig maar dat hij weet hoe dingen weer leuke kunnen worden.
Daarom voelt ook dit artikel anders aan dan een klassiek artikel. Timo
vindt zichzelf normaal, maar anderen vinden hem raar.
Heel raar.
Hij doet het niet alleen, die gekke dingen bedenken. Dat doet hij samen
met de fantaflappen, de rare figuren die spoken door zijn hoofd. Wie zijn
ze? Waar komen ze vandaan? Het zijn verzinsels en verspinsels. Ze zijn
lomp, onhandig, droevig en blij. Ze weten net zoveel als jij en ik: geen
steen.
Dood woont in een huis met een tuin en kust de kevers goedenacht. Het
Wolkenkind komt uit een fles en ontdekt de wereld als een volwassen
baby. Spinsel, een grote spin met een mensenkop, gaat graag in gesprek
met Timo en ligt vooral in natte plasjes. De familie Stamboom bestaat uit
levende bomen met gezichten die graag kibbelen. En dan zijn er de businessmannen:
ballonnen gevuld met gebakken lucht die een monopolie
hebben op schone wolken en achter een ontsnapt wolkenkind aanzitten.
Behalve op zondag. Dan zijn ze vrij.
“Het zijn personages die mij helpen reflecteren over de wereld waarin ik
leef.” De personages geven Schmeits de mogelijkheid om vanuit vreemde
hoeken naar gewone dingen te kijken. Zo komt hij te weten wat een kunstenaar
is. En hoe hij moet leven in deze wereld.
Soortvan.
Hij weet niet altijd wie hij is of waar zijn plek is in de wereld. Daarom
schrijft en tekent hij. Door kleine, absurde dingen serieus te nemen, ontstaan
verhalen die me helpen om grote vragen te onderzoeken. Zijn scriptie
heeft niet alle antwoorden, maar helpen hem zijn vergaarde wijsheid te
onthouden. Timo vergeet snel. Gelukkig maar dat het allemaal op papier
staat.

