Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Mucus Diffusion of Apremilast Nanocrystals in Healthy and Cystic Fibrosis Models for Pulmonary Drug Delivery

Universiteit Gent
2026
Marion
Van Hulle
Dit onderzoek focust op nanogeneeskunde, in het bijzonder voor pulmonale geneesmiddeltoediening, waarbij zowel de beperkte wateroplosbaarheid van veel geneesmiddelen als de barrièrefunctie van mucus belangrijke formulatie uitdagingen vormen. Apremilast (APR), een slecht wateroplosbare fosfodiësterase 4 inhibitor met therapeutisch potentieel voor cystic fibrosis (CF), vereist een formulering die de oplosbaarheid verhoogt en diffusie door mucus mogelijk maakt. De centrale vraag is of APR nanokristallen (NCs) diffunderen door gezonde en CF-mucusmodellen en welke formulatie en mucusgerelateerde parameters deze diffusie bepalen. Hiervoor beoogt dit onderzoek de ontwikkeling en karakterisering van APR NCs, het formuleren van gezonde en CF mucusmodellen en de evaluatie van APR NC transport doorheen deze barrières.
APR NCs worden geproduceerd via geminiaturiseerde natte kogelmaling (WBM) en gestabiliseerd met Lutrol F127 (Lut), natriumcholaat (NaChol) of NaChol gecombineerd met chitosan HCl (Chit). De NCs worden gekarakteriseerd op deeltjesgrootte, polydispersiteit, zeta potentiaal (ZP) en structurele integriteit. Alle formuleringen leveren gemiddelde deeltjesgroottes onder 250 nm, ruim binnen het vereiste bereik van 200–400 nm en FT IR bevestigt dat APR zijn structuur behoudt. Na één maand opslag bij 4 °C worden kleine deeltjesgroottetoenames gezien voor APR NaChol en APR Chit NaChol. De ZP weerspiegelt de gebruikte stabilisator en duidt op matig stabiele dispersies. Gezonde en CF mucusmodellen met en zonder mucine worden ontwikkeld en gevalideerd via reologie. Shear thinning en visco elastisch gedrag wordt waargenomen, kenmerkend voor luchtwegmucus. CF modellen vertonen hogere viscositeiten en moduli dan gezonde modellen, conform met literatuurgegevens. De diffusie van APR NCs door de mucusmodellen wordt beoordeeld met Franz cellen en gekwantificeerd via HPLC. In alle mucinebevattende modellen is de permeatie van de drie APR NC formuleringen na 6 u consequent 14–40% lager dan in de mucinevrije varianten, wat aangeeft dat mucine een meer restrictieve en fysiologisch realistische diffusiebarrière vormt. In het CF-model met mucine vertoont APR Lut de hoogste permeatie na 6u, waarbij ongeveer 50% geneesmiddeldiffusie wordt bereikt, APR NaChol vertoont een zeer vergelijkbaar niveau en APR Chit NaChol vertoont duidelijk minder permeatie.
Dit onderzoek benadrukt dat WBM de controle over deeltjesgrootte en oppervlaktesamenstelling van NCs mogelijk maakt, waarbij de stabilisator de uiteindelijke oppervlakte eigenschappen en daarmee de mucusdiffusie bepaalt. Een geschikte stabilisator moet een muco inert, sterisch gehydrateerd en neutraal oppervlak creëren dat elektrostatische en hydrofobe interacties met mucine minimaliseert. Dit onderzoek bevestigt de waarde van alginaat/mucine hydrogels als reproduceerbaar platform voor vroege screening van mucustransport. Toekomstig werk omvat langetermijn stabiliteitsstudies, extra oppervlaktemodificaties van NCs en de incorporatie van meer CF specifieke componenten in de mucusmodellen.
Meer lezen

Zorgtransitie van jongvolwassenen met mucoviscidose

Vrije Universiteit Brussel
2019
Sofie
Moens
Kwalitatieve interviewstudie omtrent belevingen bij jongvolwassenen met mucoviscidose en hun ouders over de zorgtransitie van pediatrie naar volwassenzorg
Meer lezen

De Novo genmutaties bij subfertiliteit.

KU Leuven
2018
Brenda
Vanlaer
in deze masterproef wordt onderzocht welke genmutaties het vaakst voorkomen bij koppels met subfertiliteit en bij mannen met azoöspermie of oligoasthenoteratozoöspermie. Dit gebeurde aan de hand van een literatuur studie en aan de hand van een retrograde studie van 877 dossiers van koppels die consulteerde in het Leuvens universitair Fertiliteitscentum..
Meer lezen

Attitude ten opzichte van preconceptueel dragerschapsonderzoek naar mucoviscidose in de algemene bevolking

Universiteit Gent
2013
Carmen
Binst
  • Inge
    Mahieu
Wat is de houding van personen met mucoviscidose en hun ouders tegenover het uitvoeren van een dragerschapsonderzoek naar mucoviscidose voor de zwangerschap in de algemene bevolking?Mucoviscidose, ook wel gekend als taaislijmziekte, krijgt dankzij verschillende informatiecampagnes en films meer en meer naamsbekendheid. In België worden elk jaar ongeveer 50 kinderen geboren met deze aandoening. Vaak worden deze kinderen geboren in families die zich niet bewust zijn van hun dragerschap.
Meer lezen

Studie van de rol van het VEGFA gen in de oogsymptomen bij Pseudoxanthoma Elasticum

Universiteit Gent
2012
Eva
De Vilder
Voorspellen van Oogproblemen: Fictie of realiteit?Pseudoxanthoma Elasticum (PXE) is een zeldzame erfelijke aandoening waar tussen 1/25.000 en 1/100.000 mensen aan lijden. De meest frequent aangetaste lichaamsdelen zijn de ogen, de huid en het hart- en bloedvatenstelsel. Hoewel al veel vooruitgang is geboekt in de ontrafeling van dit ziektebeeld, zijn er nog steeds veel vraagtekens over het ontstaan en ziekteverloop van PXE; zo is genezing nog lang niet mogelijk en kan slechts geprobeerd worden om de symptomen aan te pakken wanneer deze zich voordoen.
Meer lezen

Next-generation sequencing bij heterogene netvliesaandoeningen

Universiteit Gent
2010
Ellen
De Meester
 Erfelijke aandoeningen worden veroorzaakt door een fout in ons genetisch materiaal, ons DNA. Het DNA kan onderverdeeld worden in kleinere eenheden, de genen. Door een goede orkestratie van genen bepaalt het DNA de werking van al onze cellen en bevat het informatie over onze kenmerken, zoals bijvoorbeeld de kleur van onze ogen. Een fout in het DNA, een mutatie genoemd, kan aanleiding geven tot ernstige afwijkingen. De schoolvoorbeelden van genetische aandoeningen zijn het Down syndroom, mucoviscidose en erfelijke borstkanker.
Meer lezen

Identificatie van genomische groepen binnen het genus Stenotrophomonas & ontwikkeling van een nieuw Burkholderia cepacia selectief medium

Universiteit Gent
2003
Elke
Vanlaere
 
&
ontwikkeling van een nieuw Burkholderia cepacia selectief medium
 
Mucoviscidose of cystic fibrosis is de meest voorkomende erfelijke ziekte bij blanken. Ze wordt veroorzaakt door mutaties ter hoogte van het cystic fibrosis transmembrane conductance regulator (CFTR) gen.  Deze mutatie leidt tot een slecht functionerend CFTR eiwit dat in gezonde mensen onder andere het transport van zouten en water regelt en er dus voor zorgt dat slijmlagen gehydrateerd blijven. Het basisdefect is opvallend merkbaar in de exocriene klieren door abnormaal dik, kleverig en taaie secreties.
Meer lezen