Gevolgen van jeugddelinquentie vanuit een drieledige reactiebenadering: een kwalitatief belevingsonderzoek

Sofie Troonbeeckx
Persbericht

Gevolgen van jeugddelinquentie vanuit een drieledige reactiebenadering: een kwalitatief belevingsonderzoek

Jongeren tegen de regels: reacties en betekenis

Inleiding
Jeugddelinquentie staat enerzijds in de schijnwerpers van de media en beleidsmakers als een toenemend en beduidend probleem. Anderzijds wordt dit fenomeen als een weinig ingrijpend en zelfs normaal gegeven geïnterpreteerd door academici. In het onderzoek dat in dit artikel wordt besproken, wordt getracht een uitweg te bieden aan deze dubbelzinnigheid door de vraag naar het al dan niet normale karakter van jeugddelinquentie te beantwoorden aan de hand van de gevolgen die deze delinquentie sorteert. Daarnaast wordt in navolging van Brown’s (2005) kritiek inzake de verwaarlozing van de eigen stem van de jonge dader getracht deze vraagstelling te beantwoorden vanuit het perspectief van de jonge daders zelf.
Jeugddelinquentie
Delinquentie door jongeren omvat zowel ‘excessief gedrag, ‘probleemgedrag’ als ‘jeugdcriminaliteit’ (Angenent, 1991). Onderzoek toont aan dat ‘kleine criminaliteit’ door jongeren vrij algemeen verspreid is onder jongeren (Goedseels, 2002).
Jongeren bevinden zich in de adolescentie, zijnde een overgangsperiode tussen de kindertijd en volwassenheid met ontwikkelingen op verschillende domeinen (Van Aken en Slot, 2004). Hieraan verbonden is het begrip leeftijdsgebonden delinquentie. Deze delinquentie wordt gepleegd door doorsnee adolescenten aangezien zij hun tijdelijke delinquentie beginnen en eindigen tijdens de adolescentieperiode als een vorm van overgangsritueel. ‘Persisterende’ delinquentie daarentegen begint vroeg en gaat voorbij de adolescentie (Walgrave, 1996). De vraag wordt gesteld naar het ‘normale’ karakter van deze delinquentie (Walgrave, 2002). Het al dan niet normale karakter van deze delinquentie kan liggen in de gevolgen die het voor de jonge dader teweegbrengt. Als plaatsvindend in de belangrijke socialisatiefase naar de volwassenheid kan deze delinquentie mogelijk gevolgen sorteren op verschillende facetten van de jongere zijn toekomst.
Gevolgen van jeugddelinquentie
De meeste criminologische theorieën handelen over de etiologie van delinquentie, maar delinquentie kan ook zelf verschillende gevolgen sorteren op het leven van de dader (Kaplan, 1984). De interactionele theorie stelt dat delinquentie een interactief sociaal proces is aangezien het beïnvloed wordt door andere variabelen en andere variabelen beïnvloedt in een gedragsmatig traject (Thornberry, 1987). Verscheidene studies wijzen op gevolgen van jeugddelinquentie op verschillende levensdomeinen, zoals educatie, tewerkstelling, familierelaties, vrijetijdsbesteding en verdere delinquentie. Dit wordt voornamelijk vastgesteld in follow-up onderzoek naar de gevolgen van een residentieel verblijf, maar ook in andere studies (zie Junger-Tas, 1972).
Een drieledige reactiebenadering van jeugddelinquentie
Een actie - zoals ‘delinquentie’ - houdt steeds een reactie in, waardoor de actie ‘jeugddelinquentie’ moeilijk af te zonderen is van de reactie hierop. Het al dan niet plaatsvinden van een bepaalde reactie kan beïnvloedend zijn voor welke gevolgen de jeugddelinquentie teweegbrengt. Deze reactie kan drieledig zijn afhankelijk van wie de actie ontdekt. De sociale reactie omvat zowel de formele sociale reactie (controlerende, politiële en justitiële instanties) als de informele sociale reactie (significante anderen, zoals ouders of vrienden). Twee benaderingen behandelen de sociale reactie en de potentiële gevolgen ervan. Met enige simplificatie stelt de ‘labelingtheorie’ dat de sociale reactie leidt tot verdere criminaliteit (Van Swaaningen, 2001) en beargumenteert de ‘deterrencetheorie’ daarentegen dat de sociale reactie een ‘afschrikkend’ effect heeft ten aanzien van verdere delinquentie  (Kleemans, 2001). Deze sociale reactie kan inclusief (dader helpen normconform te zijn) of exclusief (dader verwerpen en hem niet meer bij de groep te laten horen) zijn (Orcutt, 1973). Er is ook een verschil tussen de objectieve sociale reactie en de subjectieve interpretatie daarvan (Zie Triplett en Jarjoura, 1994). De al dan niet gevatte minderjarige kan ook zelf reageren, via een reactie van het zelf. Dit omvat onder meer schuld, schaamte, geweten en moraliteit. Controletheoretici stellen dat daders reeds gemotiveerd zijn tot delinquentie waarbij de controlemechanismen centraal staan in het al dan niet plegen van delinquentie (Weerman, 2001) In dit verband wordt gewezen op technieken die de normen van de sociale orde tijdelijk neutraliseren, waardoor deviant gedrag mogelijk wordt gemaakt en schuldgevoelens achteraf worden vermeden (Sykes en Matza, 1957).
Het onderzoek
Aan de hand van 32 interviews met jonge daders van lichte delinquentie werden de gevolgen van jeugddelinquentie en de reacties hierop onderzocht.
De resultaten wijzen erop dat de jongeren slechts een lichte formele sociale reactie door de politie of trein- en buscontrolerende instanties verkregen. Ouders geven vooral een kwade reactie, maar deze wordt hoofdzakelijk neutraal of inclusief beleefd. Zij trachten hun kind in te sluiten door hen aan te sporen geen verdere delinquentie te plegen. De reactie van zowel delinquente als niet-delinquente vrienden is ook hoofdzakelijk neutraal of inclusief. Jongeren geven zelf een negatieve en/of positieve reactie op hun delicten. Opvallend is dat de reactie van ouders vaak in overweging wordt genomen bij deze eigen reactie.
In tegenstelling tot de zware gevolgen op verschillende levensdomeinen bij een zware formele sociale reactie (zoals een residentiële instelling), blijken van jonge daders met lichte delinquentie en reacties enkel jonge daders met een tijdelijke ‘delinquente levensstijl’ hiervan enige gevolgen te beleven, voornamelijk inzake hun studies en vrije tijd. De meerderheid van de jonge daders blijkt echter doelbewust de delinquentie zodanig te beperken dat dit geen gevolgen heeft op hun studies. Zij beleven voornamelijk een zekere winst van deze lichte delinquentie, waaronder het leren uit de delinquentie of er iets positief uit verkrijgen zoals mee kunnen praten of de ‘kick’. Inzake verdere delinquentie blijkt de reactie van ouders belangrijker dan de formele reactie aangezien deze jonge daders nagenoeg steeds gestopt zijn met het betreffende delict en dit effect ook beleven. Er is dus een sterker effect van de reactie van personen wiens mening voor de jongeren uitmaakt, de significante anderen (zie ook Braithwaite, 1989). Een negatieve reactie van het zelf blijkt ook belangrijk te zijn voor verdere delinquentie aangezien dit voornamelijk verband houdt met de volledige stopzetting van het delict. Aldus kan de moraliteit van de jonge dader voldoende zijn voor de stopzetting van lichte delinquentie.

Op basis van deze bevindingen kan gesteld worden dat wanneer jeugddelinquentie beperkt blijft tot deze lichte delicten zonder zware exclusieve reacties dit geen koerswijzing blijkt in te houden in de vorm van ingrijpende gevolgen. Jonge daders beleven hun jeugddelinquentie dan eerder als een tijdelijke en enigszins dienstige fase in het socialisatieproces naar volwassenheid.

 

 

 

Bibliografie

ABRAMS, L.S., “Listening to Juvenile Offenders: Can residential Treatment Prevent
Recidivism?”, Child and Adolescent Social Work Journal, 2006, 61-85.
ADAMS, M.S., P. ROBERTSON, GRAY-RAY, G.T. en RAY, M.C., “Labeling and
delinquency”, Adolescense, 2003, 171-186.
AHMED, E., HARRIS, N., BRAITHWAITE, J., Shame Management Trough Reintegration,
Cambridge, Cambridge Criminology Series, 2001, 375p.
ANGENENT, H., Achtergronden van jeugdcriminaliteit, Houten, Bohn Stafleu Van Loghum, 1991,
338p.
BAUMEISTER, R.F., “Inducing Guilt”, in BYBEE, J. (ed.), Guilt and Children, San Diego,
Academic Press, 1998, 296p.
BAUMEISTER, R.F., STILLWILL, A.M. en HEATHERTON, T.F., “Interpersonal Aspects of
Guilt: Evidence from Narrative Studies”, in W. GERROD PARROT (ed.), Emotions in Social Psychology: Essential Readings, Philadelphia, Psychology Press, 2001, 378p.
BAZEMORE, G., STINCHCOMB, J.B. en LEIP, L.A., “Scared smart or bored straight? Testing
deterrence logic in an evaluation of police-led truancy intervention”, Justice Quarterly, 2004, 269-299.
BECKER, H. Outsiders: Studies in the Sociology of Deviance, New York, Free Press, 179p.
BEEKMAN, T. en MULDERIJ, K., Beleving en ervaring. Werkboek fenomenologie voor sociale
wetenschappen, Meppel, Boom, 1977, 147p.
BENEDICT, R., The chrysanthemum and the sword: Patterns of Japanese culture, Boston, Houghton
Mifflin,1946, 324p., geciteerd in WONG, Y. en TSAI, J., “Cultural Models of Shame and Guilt”, in TRACY, J.L., ROBINS, R.W. en TANGNEY, J.P., The self-conscious emotions. Theory and Research, New York, The Guilford Press, 2007, 493p.
BERG, B.L., Qualitative reserarch methods for the social sciences, Long Beach, Pearson Education Inc.,
2007, 384p.
BERGER, P.L.en LUCKMANN, T., The Social Construction of Reality: a treatise in the sociology of
knowledge, New York, Doubleday, 1966, 203p., geciteerd in PATERNOSTER, R. en IOVANNI, L., “The labeling perspective and delinquency: an elaboration of the theory and an assessment of the evidence”, Justice Quarterly, 1989, 359-394.
BERNBURG en J.G., KROHN, M.D., “Labeling, life chances and adult crime: The direct and
indirect effects of official intervention in adolescence on crime in early adulthood”, Criminology, 2003, 1287-1318.
BERNBURG, J.G., KROHN, M.D., RIVERA, C.J., “Official Labeling, Criminal Embeddedness,
and Subsequent Delinquency: A Longitudinal Test of Labeling Theory”, Journal of Research in Crime and Delinquency, 2006, 67-88.
BINDER, A., “Juvenile Delinquency”, Annual Review Psychology, 1988,253-282.
BLOOR, M., “Notes on member validation”, in R. EMERSON (ed.), Contemporary Field Research: a Collection of Readings, 1983, 433p., geciteerd in SILVERMAN,D., Interpreting Qualitative Data. Methods for Analysing Talk, Text and Interaction, London, Sage Publications, 2001, 325p.
BLUMER, H., Symbolic Interactionism, Englewoord Cliffs, NJ: Prentice-Hall, 1969, 208p.,
geciteerd in PATERNOSTER, R. en IOVANNI, L., “The labeling perspective and delinquency: an elaboration of the theory and an assessment of the evidence”, Justice Quarterly, 1989, 359-394.
BOEIJE, H., Analyseren in kwalitatief onderzoek: denken en doen, Amsterdam, Boom, 2006, 179p.
BOENDERMAKER, L., Eind goed, al goed? De leefsituatie van jongeren uit een justitiële behandelinrichting,
Den Haag, WODC, 1998, 135p.
BOENDERMAKER, L. en UIT BEIJERSE, J., Opvoeding en bescherming achter ‘tralies’.
Jeugdinrichtingen tussen juridische beginselen en pedagogische praktijk, Amsterdam, SWP, 2008, p335.
BRAITHWAITE, J., Crime, shame and reintegration, Cambridge, Cambridge University Press, 1989,
226p.
BRAITHWAITE, J. “Criminological theory and organizational crime”, Justice Quarterly, 1989, 334-
358.
BRAITHWAITE, J., Restorative Justice and Responsive Regulation, Oxford, University Press, 2002,
314p.
BROWN, S., Understanding youth and crime: listening to youth?, Maidenhead, Open University Press,
2005, 253p.
BRYMAN, A., Social Research Methods. Second Edition, Oxford, Oxford University Press, 2004,
592p.
BULLOCK, R., LITTLE, M. en MILLHAM, S., Secure treatment outcomes. The care careers of very
difficult adolescents, Hants, Ashgate, 1998, 155p.
BURSSENS, D., “Onder, op en over de schreef. Jongeren en delinquentie”, in VETTENBURG,
N., ELCHARDUS, M. en WALGRAVE, L., Jongeren in cijfers en letters, Leuven, Lannoo, 2007, 221-241.
CAMBRE, B. en WAEGE, H., “Kwalitatief onderzoek en dataverzameling door open
interviews”, in J. BILLIET en H. WAEGE (ed.), Een samenleving onderzocht. Methoden van sociaal-wetenschappelijk onderzoek, Antwerpen, De Boeck, 2006, 390p.
CECHAVICIUTE, I. en KENNY, D.T., “The Relationship Between Neutralisations and
Perceived Delinquent Labeling on Criminal History in Young Offenders Serving Community Orders”, Criminal Justice and Behavior, 2007, 816-829.
CHUI, W.H., TUPMAN, B. en FARLOW, C., “Listening to Young              Adult Offenders: Views on
the Effect of a Police-Probation Initiative on Reducing Crime”, The Howard Journal, 2003, 263-281.
CROMWELL, P. en THURMAN, Q., “The devil made me do it: use of neutralizations by
shoplifters”, Deviant Behavior, 2003, 535-550.
DAVIS, F., “Deviance Disavowal: The Management of Strained Interaction by the Visibly
Handicapped”, Social Problems, 1961, 120-132., geciteerd in PATERNOSTER, R. en DEARING, R.L. en Tangney, J.P., Shame and Guilt, New York, The Guilford Press, 2002, 272p.
DE CAUTER, F. en WALGRAVE, L., Confronterende Jongeren, Leuven, Universitaire pers, 1996,
271p.
DE LI, S., “Legal sanctions and youths’ status achievement: a longitudinal study”, Justice Quarterly,
1999, 377-401.
DENZIN, N. en LINCOLN, Y., Handbook of Qualitative Research, Thousand Oaks, Sage, 2000,
1056p., geciteerd in SILVERMAN, D., Doing Qualitative Research, London, Sage, 2005, 395p.
DE WITTE H. en HOOGE, J. (ed.), Jongeren in Vlaanderen: gemeten en geteld, Leuven, Universitaire
Pers, 2000, 358p.
EGGERMONT, M, Stomme streken. Jongeren over hun beleving van straf, 1994, Alphen aan den Rijn,
Samsom H.D. Tjeenk Willink, , 1994, 201p.
EGGERMONT, M., “‘Ze weten niet wat diegene voelt…dáár moeten ze naar vragen!...’
Belevingsonderzoek bij vso-zmok leerlingen”, Tijdschrift voor orthopedagogiek, 1991, 377-388.
EMANS, B., Interviewen. Theorie, techniek en training, Groningen, Wolters-Noordhoff, 1986, 204p.
ERKAMP, A., Ervaringsleren. Praktijkinformatie voor vorming en onderwijs, Amersfoort, De Horstink,
1980, 126p.
ESTRADA-HOLLENBECK, M. en HEATHERTON, T.F., “Avoiding and Alleviating Guilt
through Prosocial Behavior”, in BYBEE, J. (ed.), Guilt and Children, San Diego, Academic Press, 1998, 296p.
ESTERBERG, K.G., Qualitative methods in social research, Boston, McGraw-Hill, 2002, 256p.
EVERS, J. en DE BOER, F.,“Het kwalitatieve interview: kenmerken, typen en voorbereiding”, in
EVERS, J. (ed.), Kwalitatief Interviewen: kunst én kunde, Den Haag, Lemma, 2007, 271p.
EVERS, J. en DE BOER, F., “Kwalitatief Onderzoek, een korte inleiding”, in EVERS, J. (ed.),
Kwalitatief Interviewen: kunst én kunde, Den Haag, Lemma, 2007, 271p.
FARRALL, S., Rethinking what works with offenders. Probation, social context and desistance from crime,
Cullompton, Willan Publishing, 2002, 248p.
FARRINGTON, D.P., “Developmental and life-course criminology: key theoretical and
empirical issues – the 2002 Sutherland Award Adress”, Criminology, 2003, 221-256.
FARRINGTON, D.P., “The Integrated Cognitive Antisocial Potential (ICAP) Theory”, in
FARRINGTON, D.P. (ed.), Integrated developmental and life-course theories of offending, New Brunswick, Transaction, 2005, 270p.
FELTZE, M.J.A. en JANSEN, M.G., “Follow-up en belevingsonderzoek bij jeugdigen uit een
behandelingstehuis”, Tijdschrift voor orthopedagogiek, 2002, 332-245.
FIGLIO, R.M., THORNBERRY, T.P. en WOLFGANG, M.E., From Boy to Man, from Delinquency
to Crime, Chicago, The University of Chicago Press, 1987, 221p.
FLICK, U., An Introduction to Qualitative Research, London, Sage Publications, 1998, 293p.
FODDY, W., Constructing questions for interviews and questionnaires: theory and practice in social research,
Cambridge,Cambridge University Press, 1993, 228p.
GARTIN, P.R. en SMITH, D.A., “Specifying Specific Deterrence: The Influence of Arrest on
Future Criminal Activity”, American Sociological Review, 1989, 94-106.
GLESNE, C., Becoming Qualitative Researchers. An Introduction, Boston, Pearson
Education, 2006, 246p.
GOEDSEELS, E., VETTENBURG, N. en WALGRAVE, L., “Delinquentie”, in DE WITTE
H. en HOOGE, J. (ed.), Jongeren in Vlaanderen: gemeten en geteld, Leuven, Universitaire Pers, 2000, 358p.
GOEDSEELS, E. en WALGRAVE, L., “Jongeren in cijfers en letters”, in P. GORIS en L.
WALGRAVE (ed.), Van kattenkwaad en erger. Actuele thema’s uit de jeugdcriminologie, Leuven, Garant, 232p.
GOEDSEELS, E. en WALGRAVE, L., “Onderzoek naar de gemeenschapsdienst vanuit
herstelrechtelijk perspectief”, in P. GORIS en L. WALGRAVE (ed.), Van kattenkwaad en erger. Actuele thema’s uit de jeugdcriminologie, Leuven, Garant, 190-213p.
GOETHALS, J. Inleiding tot de criminologie, Leuven, Acco, 2007, 280p.
GOLDBERG, C. Understanding Shame, New Jersey, Jason Aronson, 1991, 307p.
GORDEN, R.L., Interviewing: strategy, techniques and tactics, Dorsey, Homewood, 1969,
388p.
GORIS, P. en WALGRAVE, L., Van kattenkwaad en erger. Actuele thema’s uit de jeugdcriminologie,
Leuven, Garant, 232p.
GOTTFREDSON, M.R. en HIRSCHI, T., A General Theory of Crime,Stanford, Stanford
University Press, 1990, 297p.
GRASMICK, H.G. en BURSIK JR., R.J., “Conscience, Significant Others, and Rational Choice:
Extending the Deterrence Model”, Law & Society Review,1990, 837-861.
GUBRIUM, J., Living and Dying in Murray Manor, Charlottesville, University Press of Virginia,
1997, 221p., geciteerd in SILVERMAN, D., Doing Qualitative Research, London, Sage, 2005, 395p.
HAMLIN, J.E., “The misplaced role of rational choice in neutralization theory”, Criminology,
1988, 425-438.
HAMMERSLEY, M., What’s Wrong with Ethnography: Methodological Explorations, London,
Routledge, 230p., geciteerd in SILVERMAN,D., Interpreting Qualitative Data. Methods for Analysing Talk, Text and Interaction, London, Sage Publications, 2001, 325p.
HARDER, A.T., KNORTH, E.J. en ZANDBERG, T., Residentiële jeugdzorg in beeld. Een
overzichtsstudie naar de doelgroep, werkwijzen en uitkomsten, Amsterdam,SWP, 2006, 223p.
HAYWARD, K. J., City limits: crime, consumer culture and the urban experience, London,
Routledge-Cavendish, 2004, 248p.
HIRSCHI, T., Causes of Delinquency, Berkeley, University of California press, 1969, 309p.
HIRSCHI, T., “A Control Theory of Delinquency”, in M. JOHN, Criminological Perspectives. A
Reader, London, Sage Publications, 1996, 251-258.
IOVANNI, L., “The labeling perspective and delinquency: an elaboration of the theory and an
assessment of the evidence”, Justice Quarterly, 1989, 359-394.
JOHNSON, R.J. en KAPLAN, H.B., “Negative Social Santions and Juvenile Delinquency:
Effects of Labeling in a Model of Deviant Behavior”, Social Science Quarterly, 1991, 98-122.
JOHNSON, L.M., SIMONS, R.L.en CONGER, R.D., "Criminal justice system involvement and
continuity of youth crime. A longitudinal Analysis”, Youth Society, 2004, 3-29.
JUNGER-TAS, J. Kenmerken en sociale integratie van jeugddelinquenten. Onderzoek uitgevoerd met
medewerking van het Criminologisch instituut van de Rijksuniversiteit te Groningen, Brussel, S.C.J.M., 1972, 254p.
JUNGER-TAS, J., Jeugddelinquentie. Achtergronden en justitiële reactie, ’s-Gravenhage, Staatsuitgeverij,
1983, 130p.
JUNGER-TAS, J., JUNGER, M. en BARENDSE-HOORNWEG, E., Jeugddelinquentie II. De
invloed van justitieel ingrijpen, ’s-Gravenhage, 1985, 84p.
JUPP, V., “Appreciative criminology”, in E. MCLAUGHLIN en J. MUNCIE (ed.), The Sage
Dictionary of Criminology. Second edition, London, Sage Publications, 2005, 485p.
KAPLAN, H. B., Patterns of Juvenile Delinquency, Beverly Hills, Sage Publications, 1984, 139-138.
KATZ, J., How emotions work, Chicago, University of Chicago Press, 1999, 407p.
KERR, M. en STATTIN, H., “Parenting of Adolescents: Action or Reaction?”, in
CROUTER, A.C. en BOOTH, A. (ed.), Children’s Influence on Family Dynamics. The Neglected Side of Family Relationships, 2003, 280p.
KLEEMANS, E., “Rationele keuzebenaderingen”, in E. LISSENBERG, S. VAN RULLER en
KLOOSTER, E.M., VAN’T HOFF, C.A. en VAN HOEK, A.J.E., Allochtonen en
strafbeleving. Een onderzoek naar de strafbeleving                van Antillaanse Surinaamse, Marokkaanse en Turkse jongens, Den Haag, Stafbureau Informatie, Voorlichting en Publiciteit, 1999, 75p.
LANE, J., LANZA-KADUCE, L., FRAZIER, C.E. en BISHOP, D.M., “Adult Versus Juvenile
Sanctions: Voices of Incarcerated Youths”, Crime & Delinquency, 2002, 431-455.
LINCOLN, Y.S. en GUBA, E.G., Naturalistic Inquiry, Beverly Hills, Sage, 1985,416p.
LAUB, J.H. en SAMPSON, R.J., “Understanding desistance from crime”, Crime and Justice, 2001,
1-69.
LE SAGE, L., “Het geweten van jeugdige delinquenten: negeren of behandelen?”, Pedagogiek,
2006, 82-99.
LEMERT, E., Human deviance, social problems and social control, New York, Prentice Hall, 1967, 211p.
LEWIS, H.B., Shame and Guilt in Neurosis, New York, International Universities Press, 1971,
525p., geciteerd in DEARING, R.L. en Tangney, J.P., Shame and Guilt, New York, The Guilford Press, 2002, 272p.
LITTLE, M., Young men in prison. The Criminal Identity explored trough the Rules of Behaviour,
Darthmouth, Aldershot, 1990, 164p.
LISKA, A. en REED, M., “Ties to conventional institutions and delinquency”, American
Sociological Review, 1985, 547-560.
MASO, I. en SMALING,A., Kwalitatief onderzoek: praktijk en theorie, Amsterdam, Boom, 146p.
MATSUEDA, R.L., “Reflected Appraisals, Parental Labeling, and Delinquency: Specifying a
Symbolic Interactionist Theory”, The American Journal of Sociology, 1992, 1577-1611.
MATSUEDA, R.L., “The dynamics of Moral Belief’s and Minor Deviance”, Social Forces, 1989,
428-457.
MATSUEDA, R.L. en ANDERSON, K., The dynamics of delinquent peers and delinquent
behavior”, Criminology, 1998, 269-308.
MATTHEWS, S.K. en AGNEW, R., “Extending Deterrence Theory: Do Delinquent Peers
Condition the Relationship betweeen Perceptions of Getting Caught and Offending”, Journal of Research in Crime and Delinquency, 2008, 91-118.
MATZA, D, Delinquency and Drift, New York, Wiley, 1964, 199p., geciteerd in J.H. LAUB en R.J.
SAMPSON, “Understanding desistance from crime”, Crime and Justice, 2001, 2.
MCDERMOTT, S. en NAGIN, D.S., “Same of Different?: Comparing Offender Groups and
Covariates Over Time”, Sociological Methods & Research, 2001, 282-318.
MCLAUGHLIN, E., “Neutralization, techniques of”, in MCLAUGHLIN, E. en MUNCIE, J.,
(ed.), The Sage Dictionary of Criminology. Second edition, London, Sage Publications, 2005,
485p.
MILES, M.B. en HUBERMAN, A.M., Qualitative data analysis: an expanded sourcebook,
Thousand Oaks, Sage Publications, 1994, 338p.
MILLHAM, S., BULLOCK, R., HOSIE, K., The experiences and careers of young people
leaving the youth treatment centres. A Retrospective Study of 102 leavers from St. Charles and Glenthorne Between 1982 and 1985, Bristol, University of Bristol. School of Applied Social Studies, 1989, 126p.
MOFFIT, T.E., “Adolescence-Limited and Life-Course-Persistent Offending: A complementary
Pair of Developmental Theories”, in T.P. THORNBERRY (ed.), Developmental Theories of Crime and Delinquency, New Brunswick, Transaction Publishers, 1997, 359p.
MOFFIT, T.E., “Lifecourse-persistent and Adolescent-limited Antisocial Behavior: A 10-Year
Research Review and a Research Agenda”, in LAHEY, B.B., MOFFIT, T.E. en CASPI, A. (ed.), Causes of Conduct Disorder and Juvenile Delinquency, New York, The Guilford Press, 2003, 370p., geciteerd in OLTHOF, T., “Emotionele en morele ontwikkeling”, in DE WIT, J., SLOT, W. en VAN AKEN, M (ed.). Psychologie van de adolescentie. Basisboek, Baarn, HBuitgevers, 2004, 246p.
MOORE, D.B., “Shame, Forgiveness, and Juvenile Justice”, Criminal Justice Ethics, 1993, 3-25.
NELSON, J.R., SMITH, D.J. en DODD, J. “The Moral Reasoning of Juvenile Delinquents: A
Meta-Analysis”, Journal of Abnormal Child Psychology, 1990, 231-239.
NOAK, L. en WINCUP, E., Criminological Research. Understanding Qualitative Methods, London, Sage
Publications, 2004, 196p.
NYE, F.I., Family relationships and delinquent behavior, New York, Wiley, 1958, 168p.
ORCUTT, J.D., “Societal Reaction and the Response to Deviation in Small Groups”, Social
Forces, 259-267.
PATERNOSTER, R., “Decisions to Participate in and Desist from Four Types of Common
Delinquency”, Law & Society Review, 1989, 7-40.
PATERNOSTER, R. en IOVANNI, L., “The labeling perspective and delinquency: an
elaboration of the theory and an assessment of the evidence”, Justice Quarterly, 1989, 359-394.
PATERNOSTER, R. en TRIPLETT, R., “The effect of Subjective Labels on Delinquency”,
Paper presented at American Society of Criminology, 1989, 1-21.
PETERSON-BADALI, M., RUCK, M.D. en KOEGL, C.J., “Youth Court Dispositions:
Perceptions of Canadian Juvenile Offenders”, International Journal of Offender Therapy and Comparative Criminology, 2001, 593-605.
PIAGET, J., Le jugemont moral chez l’enfant, Paris, Alcan, 1932, 478p., geciteerd in OLTHOF, T.,
“Emotionele en morele ontwikkeling”, in DE WIT, J., SLOT, W. en VAN AKEN, M (ed.). Psychologie van de adolescentie. Basisboek, Baarn, HBuitgevers, 2004, 246p.
POGARSKY, G. KIM, K. en PATERNOSTER, R, “Perceptual Change in the National Youth
Survey: Lessons for deterrence Theory and Offender Decision-Making”, Justice Quarterly, 2005, 1-29.
POGARSKY, G., PIQUERO, A.R. en PATERNOSTER, R., “Modeling Change in Perceptions
about Sanction Threats: The Neglected Linkage in Deterrence Theory”, Journal of Quantitative Criminology, 2004, 343-369.
PUNCH, K.F., Introduction to Social Research. Quantitative & Qualtitative Approaches, London, Sage
Publications, 1998, 319p.
RAAIJMAKERS, Q.A.W., ENGELS, R.C.M.E. en VAN HOOF, A., “Delinquency and moral
reasoning in adolescence and young adulthood”, International Journal of Behavioral Development, 2005, 247-258.
RAPLEY, T. “Interviews”, in Qualitative Research Practice, C. SEALE, G. GOBO, J.F. GUBRIUM
en D. SILVERMAN, London, Sage, 2004, 640p.
RECKLESS, W.C., The Crime Problem, New York, Appleton-Century-Crofts, 1967,
REISS JR., A.J., “Delinquency as the failure of personal and social controls”, American Sociological
Review, 1951, 196-207.
REST, J., “Morality”, in MUSSEN, P. (ed.), Handbook of child psychology: vol. 3. Cognitive development,
New York, Wiley, 942p., geciteerd in OLTHOF, T., “Emotionele en morele ontwikkeling”, in DE WIT, J., SLOT, W. en VAN AKEN, M. (ed.), Psychologie van de adolescentie. Basisboek, Baarn, HBuitgevers, 2004, 246p.
RICHARDS, L. en MORSE, J.M., Readme first for a user’s guide to qualitative methods, London, Sage
Publications, 2007, 288p.
ROCK, P., “Sociological Theories of Crime”, in M. MAGUIRE, R. MORGAN en R. REIER
(ed.), The Oxford Handbook of Criminology, 2007, Oxford, Oxford University Press, 3-42.
SAMPSON, R.J. en LAUB, J.H., Crime in the making: pathways and turning points trough life,
Cambridge, Harvard University Press, 1993, 309p.
SCHEFF, T.J. en RETZINGER, S.M., Emotions and Violence. Shame and Rage in Destructive Conflicts,
Lincoln, iuniverse, 2001, 207p.
SCHNEIDER, A.L. en ERVIN, L., “Specific Deterrence, Rational Choice, and Decision
Heuristics: Applications in Juvenile Justice”, Social Science Quarterly, 1990, 585-601.
SEALE, C., The Quality of Qualitative Research, London, Sage, 1999, 214p., geciteerd in
SEIDMAN, I., Interviewing as Qualitative Research. A guide for Researchers in Education
and the Social Sciences, New York, Teachers College Press, 2006, 161p.
SHOVER, N., “The later stages of ordinary property offenders careers”, Social Problems,
1983, 208-218.
SIENNICK, S.E., “The timing and mechanisms of the offending-depression link”, Criminology,
2007, 583-615.
SILVERMAN,D.Interpreting Qualitative Data. Methods for Analysing Talk, Text and Interaction,
London, Sage Publications, 2001, 325p.
SILVERMAN, D., Doing Qualitative Research, London, Sage, 2005, 395p.
SMIT, M., “De situatie van jongeren na een tehuisverblijf. Resultaten uit een
literatuuronderzoek”, Tijdschrift voor orthopedagogiek, 1994, 476-492.
SMITH, D.A. en BRAME, R., “On the initiation and continuation of delinquency”, Criminology,
1994, 607-629.
SMITH, R.H., WEBSTER, J.M., PARROTT, W.G. en EYRE, H.L.,“The role of public exposure
in moral and nonmoral shame and guilt”, Journal of Personality and Social Psychology, 2002, 138-159, geciteerd in WONG, Y. en TSAI, J., “Cultural Models of Shame and Guilt”, in TRACY, J.L., ROBINS, R.W. en TANGNEY, J.P., The self-conscious emotions. Theory and Research, New York, The Guilford Press, 2007, 493p.
STUEWIG, J. en TANGNEY, J.P., “Shame and Guilt in Antisocial and Risky Behaviors”, in
TRACY, J.L., ROBINS, R.W. en TANGNEY, J.P., The self-conscious emotions. Theory and Research, New York, The Guilford Press, 2007, 493p.
SVENSSON, R., “Shame as a consequence of the Parent-Child Relationship: A study of Gender
Differences in Juvenile Delinquency, European Journal of Criminology, 2004, 477-504.
SWEETEN, G., “Who Will Graduate? Disruption of High School Education by Arrest and
Court Involvement”, Justice Quarterly, 2006, 462-480.
SYKES, G.M. en MATZA, D., “Techniques of Neutralisations: A Theory of Delinquency”,
American Sociological Review, 1957, 664-670.
TANGNEY, J.P., “Recent Advances in the Emperical Study of Shame and Guilt”, American
Behavioral Scientist, 1995, 1132-1145.
TANGNEY, J.P., “How does Guilt Differ from Shame?”, in BYBEE, J. (ed.), Guilt and Children,
San Diego, Academic Press, 1998, 296p.
TANGNEY, J.P., STUEWIG, J. en MASHEK, D.J., “What’s Moral about the Self-Conscious
Emotions?”, in TRACY, J.L., ROBINS, R.W. en TANGNEY, J.P., The self-conscious emotions. Theory and Research, New York, The Guilford Press, 493p.
TANNENBAUM, F., Crime and the Community, Boston, Ginn and Company, 487p.
TANNER, J., DAVIES, S. en O’GRADY, B., “Whatever Happened to Yesterday’s Rebels?
Longitudinal Effects of Youth Delinquency on Education and Employment”, Social Problems, 1999, 250-270.
TAYLOR, G., ‘Guilt and Remorse’, in HARRE, R. en PARROTT, W.G., (ed.), The Emotions.
Social, Cultural and Biological Dimensions, London, Sage, 1996, 57-73.
THORNBERRY, T.P., “Toward an interactional theory of delinquency”, Criminology, 1987, 863-
891.
THORNBERRY, T.P. en CHRISTENSON, R.L., “Unemployment and criminal involvement:
An investigation of reciprocal causal structures, American Sociological Review, 1984, 408., geciteerd in T.P. THORNBERRY, “Toward an interactional theory of delinquency”, Criminology, 1987, 398-411.
THORNBERRY, T.P., LIZOTTE, A.J., KROHN, M.D., FARNWORTH, M. en JANG, S.J.,
“Testing interactional theory: an examination of reciprocal causal relationships among family, school, and delinquency”, The Journal of Crminal Law & Criminology, 1991, 3-35.
TIBBETS, S.G., “Self-conscious emotions and criminal offending”, Psychological Reports, 2003,
101-126., geciteerd in STUEWIG, J. en TANGNEY, J.P., “Shame and Guilt in Antisocial and Risky Behaviors”, in TRACY, J.L., ROBINS, R.W. en TANGNEY, J.P., The self-conscious emotions. Theory and Research, New York, The Guilford Press, 2007, 493p.
TITTLE, C.R. en WARD, D.A., “Deterrence or labeling: the effects on informal sanctions”,
Deviant Behavior, 1993, 43-64.
TRIPLETT, R.A. en JARJOURA, G.R, “Theoretical and Empirical Specification of a Model of
Informal Labeling”, Journal of Quantitative Criminology, 1994, 241-276.
VAN AKEN, M. en SLOT, W., “Inleiding”, in DE WIT, J., SLOT, W. en VAN AKEN, M.(ed.),
Psychologie van de adolescentie. Basisboek, Baarn, HBuitgevers, 2004, 246p.
VAGG, J., “Delinquency and Shame: data from Hong Kong”, British Journal of Criminology, 1998,
247-264.
VAN DIJK, J., The World of Crime. Breaking the Silence on Problems of Security, Justice and Development
Across the World, London, Sage, 2008, 435p.
VANNESTE, C., “Une recherche sur les décisions prises par les magistrats du parquet”, Journal
du Droit des Jeunes, 2001, 5-12.
VAN SWAANINGEN, R., “Sociale reactiebenaderingen” in E. LISSENBERG, S. VAN
RULLER en R. VAN SWAANINGEN, Tegen de regels IV. Een inleiding in de criminologie, Nijmegen, Ars Aequi Libri, 2001, 494p.
VAN STOKKOM, B., “Moral Emotions in restorative justice conferences: Managing shame,
designing empathy”, Theoretical Criminology, 2002, 339-360.
VAN WELZENIS, I., Het toekomstperspectief en zelfconcept van maatschappelijk kwetsbare en delinquente
jongens, Leuven, Universitaire Pers, 1994, p341.
VERSCHELDEN, G. en BOUVERNE-DE BIE, M., “Jongeren aan het woord over hun
behoeften aan zorg”, Alert, 2000, 20-31.
WALGRAVE, L., “Jeugdcriminologie: op zoek naar een omschrijving”, in P. GORIS en L.
WALGRAVE (ed.), Van kattenkwaad en erger. Actuele thema’s uit de jeugdcriminologie, Leuven, Garant, 2002, 232p.
WALTER, J.A., Sent away: a study of young offenders in care, Farnborough, Saxon House,
1978, 178p.
WEERMAN, F.M., “Controlebenaderingen”, in LISSENBERG, E., VAN RULLER, S. en
WEST, D.J., Jeugddelinquentie, Arnhem, Van Loghum Slaterus, 1969, 303p.
WILLIAMS, C., “Guilt in the Classroom”, in J. BYBEE (ed.), Guilt and Children, San Diego,
Academic Press, 1998, 296p.
WONG, Y. en TSAI, J., “Cultural Models of Shame and Guilt”, in TRACY, J.L., ROBINS, R.W.
en TANGNEY, J.P., The self-conscious emotions. Theory and Research, New York, The Guilford Press, 493p.
ZHANG, L., “Informal reactions and delinquency”, Criminal Justice and Behavior, 1997, 129-150.
 

Universiteit of Hogeschool
Criminologische Wetenschappen
Publicatiejaar
2009
Kernwoorden
Share this on: