Wat als je heel even tussen heden en verleden kon staan?

Nele
Vanmunster

Stel je voor: je zit in het publiek van een concert en plots verschijnt een gitaar van bijna tweehonderd jaar oud op het podium. Zodra de eerste noot klinkt, lijkt het alsof de tijd even stil blijft staan. Voor mij vormde die ervaring het begin van een zoektocht naar de klankwereld van de negentiende eeuw. 

We keren even terug naar 1820. De Italiaan Francesco Molino wandelt, met zijn gitaar in de hand, door de kleine straten en steegjes van Parijs op weg naar zijn volgende leerling. Parijs is op dat moment ‘the place to be’ voor muzikanten en kunstenaars om carrière te maken. 

Sinds de Franse Revolutie genoot de middenklasse van een toenemende welvaart, waardoor er meer tijd vrijkwam voor ontspanning en culturele activiteiten, waaronder ook zelf muziek maken. Molino speelde hier handig op in door zijn eigen gitaarmethodes uit te geven en groeide zo uit tot een van de bekendste professeurs de guitare in Parijs.

Hoewel Francesco Molino ondertussen helemaal in de vergetelheid is geraakt, hebben sommige van zijn partituren en gitaarmethodes de tand des tijds doorstaan. Verrassend genoeg zijn ook nog vele gitaren uit de 19e eeuw bewaard gebleven. Maar wat kunnen wij met deze oude partituren en gitaren nu nog doen? In een museum hangen? Zeker mogelijk, maar is dat alles?

Op zoek naar een 19e-eeuwse gitaar

Men vraagt mij vaak: wat is nu eigenlijk het verschil tussen een moderne klassieke gitaar en de 19e-eeuwse gitaar? De 19e-eeuwse, ook wel de romantische gitaar genoemd, is duidelijk kleiner en lichter dan de klassieke gitaar en heeft een andere interne constructie. Dit zorgt voor de unieke klank en het iets zachtere en intiemere geluid. Het publiek wordt vanaf de eerste noot meegenomen naar een sfeer die doet denken aan de Parijse salons waarin deze muziek oorspronkelijk werd uitgevoerd.

                                  

Mijn eerste kennismaking met de romantische gitaar dateert van 2020, een ervaring die me zodanig is bijgebleven dat het enkele jaren later het onderwerp van mijn masteronderzoek zou worden. Mijn vraag: wat kan ik als gitarist met dit instrument doen om het publiek een unieke concertervaring te bieden? En hoe kan ik de muziek van Molino nieuw leven inblazen?

De eerste stap was uiteraard het vinden van een romantische gitaar. Na een maandenlange zoektocht door België, Frankrijk en Duitsland kwam ik uiteindelijk terecht bij een Weense gitaar uit 1841. Het instrument werd gebouwd door Bernard Enzensperger, een gerenommeerde gitaarbouwer die onder meer een gitaar voor de bekende componist Franz Schubert zou vervaardigen. 

Voor het repertoire koos ik ervoor om me te verdiepen in de werken en gitaarmethodes van Francesco Molino, met als doel een van de belangrijkste figuren uit de 19de-eeuwse Parijse gitaarwereld opnieuw onder de aandacht van het hedendaagse publiek te brengen.

Toch is het niet helemaal zoals het vroeger was…

Wie kan zich vandaag nog voorstellen dat de snaren van een gitaar gemaakt werden van de darmen van schapen of geiten? Tweehonderd jaar geleden was dat de normaalste zaak van de wereld. Tegenwoordig worden darmsnaren nog bijna uitsluitend gebruikt door muzikanten die gespecialiseerd zijn in historische instrumenten. Deze snaren zijn dunner en gevoeliger voor temperatuur- en vochtigheidswisselingen, waardoor het stemmen van de gitaar meer tijd vraagt en het instrument sneller ontstemt.

Gelukkig bracht de ontwikkeling van nylonsnaren na de Tweede Wereldoorlog daar verandering in. Vandaag bestaan er zelfs snaren uit materialen zoals koolstofvezel en titanium. Na het uittesten van vele sets snaren heb ik uiteindelijk dé snaren gevonden die voor mijn instrument en speelstijl het beste werkten. 

Op eenzelfde manier zou men in de 19e eeuw op een lagere toonhoogte spelen dan vandaag gebruikelijk is. Na veel trial and error vond ik ook bij mijn gitaar de ideale, iets lagere, frequentie waarbij de warme klank van het instrument beter tot zijn recht kwam.  

Je kan je ook wel inbeelden dat na 200 jaar de pinnen waarmee ik mijn gitaar stem niet meer optimaal werken. De oplossing? Nieuwe stempinnen die visueel lijken op die van 200 jaar geleden, maar binnenin werken zoals de stemmechanieken die op alle moderne gitaren staan. Geen grote aanpassingen voor het instrument, maar ik ben binnen een paar minuten gestemd en klaar om te spelen. 

Deze voorbeelden tonen hoe ik als muzikant tijdens mijn onderzoek voortdurend op zoek ging naar een evenwicht tussen historische informatie, praktische haalbaarheid en persoonlijke voorkeuren.


Het podium op

Met als doel deze gitaar naar het publiek te brengen, heb ik ervoor gekozen om in mijn concerten met een combinatie van de romantische gitaar en de klassieke gitaar te werken. Voor klassieke gitaristen is het wisselen van instrument tijdens een optreden erg ongewoon, omdat dit heel fijne en precieze bewegingen en aanpassingen vraagt van beide handen. Maar het resultaat? Het publiek is niet alleen gefascineerd door de aanblik van een gitaar die bijna tweehonderd jaar oud is, maar wordt vanaf de allereerste noot ook meegenomen naar een volledig nieuwe klankwereld. Het publiek wordt muisstil en spitst de oren. Hoewel je met deze romantische gitaar minder volume kan maken, is het publiek keer op keer aangenaam verrast door de unieke en intieme sfeer die je zo naar een concert kan brengen.

Een stukje geschiedenis tot leven gebracht

Na elk concert wordt er wel naar mijn gitaar, de snaren, de stemming van mijn gitaar of Francesco Molino als componist gevraagd. Heb ik mijn doel bereikt om iets unieks naar het publiek te brengen? Ik denk van wel. Mijn onderzoek heeft me in een nieuwe wereld gebracht die mijn kijk op én mijn manier van gitaarspelen heeft veranderd. Er zijn nieuwe deuren aan muzikale interpretatieve mogelijkheden voor mij opengegaan. En Francesco Molino? Die heeft toch een beetje erkenning gekregen voor zijn rol in de geschiedenis van de gitaar. 

 

 

Bibliografie

[peg, nd] (n.d.). Pegheds. https://www.pegheds.com/.

[Berry, 1986] Berry, W. (1986). Form in Music. Prentice-Hall.

[Blachard, 1842] Blachard, H. (1842). Les guitaristes. Revue et Gazette Musicale. Neuvième Année. https://archive.org/details/revueetgazettemu18429pari.

[Burgers, 2021] Burgers, J. W. (2021). Francesco Molino (1768-1847), guitarist and violinist, life and works. Bergmann Edition. https://bergmann-edition.com/.

[Carulli, 1825] Carulli, F. (1825). Méthode pour la Guitare. Launer.

[Cooper, 2024] Cooper, J. M. (2024). Historical Dictionary of Romantic Music, chapter Fantasy, pages 220-221. Rowman & Littlefield.

[Courtnall, 1993] Courtnall, R. (1993). Making Master Guitars, chapter The Master Makers and their Guitars: Antonio de Torres, pages 29-49. The Crowood Press.

[de Marescot, 1828] de Marescot, C. (1828). La Guitaromanie.

[Dell'Ara, 2014] Dell'Ara, M. (2012/2014). Vitae opere: Vol.I. Biografia, Catalogo tematico; Vol.II. Grande Méthode complete op.46. Istituto Civico Fergusio.

[Douglas Goff, 1994] Douglas Goff, J. (1994). Luigi Rinaldo Legnani: His life and position in European music of the early nineteenth century, with an annotated performance edition of selections from 36 Capricci per Tutti I Tuoni Maggiori E Minari, Opus 20. PhD thesis, The University of Arizona. hdl.handle.net/10150 /186632.

[French, 2009] French, R. M. (2009). Engineering the guitar: theory and practice. Springer.

[French, 2012] French, R. M. (2012). Technology of the Guitar, chapter Classical and Early Romantic Periods, pages 9-13. Springer Science & Business Media. https://doi.org/10.1007/978-1-4614-1921-1.

[Fetis, 1834] Fetis, F.-J. (1834). La musique mise à la portée de tout le monde. https://gallica.bnf.fr/ark:/12148/bpt6k96882331/f129.item.textelmage.

[Fetis, 1840a] Fetis, F.-J. (c. 1840a). Biographie universelles des musiciens et bibliographie générale de la musique, volume 6, chapter Molino, pages 431-432. https://gallica.bnf.fr/ark:/12148/bpt6k3045886h/f445.item.

[Fetis, 1840b] Fetis, F.-J. (c. 1840b). Biographie universelles des musiciens et bibliographie générale de la musique, volume 8, chapter Sor, page 233. https://gallica.bnf.fr/ark:/12148/bpt6k3044875d/f144.item.

[Herr and Siebein, 1998] Herr, C. R. and Siebein, G. W. (1998). An acoustical history of theaters and concert halls: An investigation of parallel developments in music, performance spaces, and the orchestra. 86th ACSA Annual Meeting Proceedings, Constructing Identity.

[Hudson, 1996] Hudson, R. (1996). Stolen Time: The History of Tempo Rubato. Clarendon.

[Jing, 2024] Jing, X. (2024). Exploring "galant style" in the 18th-century german, french, and italian composers' pieces. SHS Web of Conferences, 183(03021):1-4. https://doi.org/10.1051/shsconf/202418303021.

[Kallen, 2013] Kallen, S. A. (2013). The history of classical music. Greenhaven Publishing LLC.

[Kornberger and Moosleitner, 2020] Kornberger, M. and Moosleitner, E. (2020). Enzensperger (enzensberger). https://dx.doi.org/10.1553/0x000lccba.

[Larsen, 1967] Larsen, J. (1967). Some observations on the development and characteristics of vienna classical instrumental music. Studia Musicologica Academiae Scientiarum Hungaricae, 9(1):115- 139. https://doi.org/10.2307/901585.

[Marangoz and Kaynak Akcaoglu, 2024] Marangoz, M. and Kaynak Akcaoglu, T. (2024). Yüzyillar arasmda gitarm fiziksel gelisiminin cahm tekniklerine etkileri. Online Journal of Music Sciences, 9(1):39-53. https://doi.org/10.31811/ojomus.1448815.

[Marescot, 1829] Marescot, C. d. (1829). La guitaromnie: Recueil de rondeaux, valses, contredanses, chasse, fanfare, polonaise, marches, bolero, sonatine, air varie et preludes d'une execution brillante.

[Martin-Gil, 2018] Martin-Gil, D. (2018). The guitarist behind la guitaromanie: Charles de marescot. Soundboard Scholar, 4(1):4-11. https://doi.org/10.56902/sbs.2018.4.4.

[Martin-Gil, 2020] Martin-Gil, D. (2020). Unraveling the discussion entre les carulistes et les molinistes (paris, 1828). Soundboard Scholar, 6(1):11-21. https://doi.org/10.56902/sbs.2020.6.5. 

[Martin-Gil, 2023] Martin-Gil, D. (2023). The Classical Guitar in Spain, Portugal, Italy & Germany, chapter The Italians leaving their mainland, pages 7.S-84. Instituto Nacional de Artes Escénicas y Musica.

[Molino, 1817] Molino, F. (1817). Nouvelle Méthode Complette pour la Guitare ou Lyre. Gambaro. 

[Molino, 1822b] Molino, F. (1821/1822b). Nouvelle Methode pour la Guitare. Breitkopf & Hartel. 

[Molino, 1822a] Molino, F. (1822a). Le Maître de Guitare. Molino & Laflillé.

[Molino, 1823] Molino, F. (1823). Grande Méthode Complete pour Guitare ou Lyre. Molino, Lemoine, Lafille, Richault & Guillame Gaveaux Aîné.

[Molino, 1827] Molino, F. (1826/1827). Supplement a la Méthode. Molino, Lemoine, Richault & Janet et Cotelle.

[Page et al., 2023] Page, C., Sparks, P., and Westbrook, J. (2023). The Great Vogue of the Guitar in Western Europe. The Boydell Press.

[Paget, 2023] Paget, J. (2023). Belonging, Detachment and the Representation of Musical Identities in Visual Culture. Hollitzer Verlag. https://doi.org/10.2307/jj.5211766.12.

[Poulopoulos, 2015] Poulopoulos, P. (2015). The guitar as an" open-air" instrument in the early romantic era. Soundboard Scholar, 1(1):4-15. https://doi.org/10.56902/sbs.2015.l.5.

[Poulopoulos, 2018] Poulopoulos, P. (2018). The impact of frarn;ois chanot's experimental violins on the development of the earliest guitar with an arched soundboard by francesco molino in the 1820s. Early Music, 46(1):67-86. https://doi.org/10.1093/em/cay007.

[Quantz, 1966] Quantz, J. J. (1966). On playing the flute. Faber and Faber. Translated by Edward R. Reilly.

[Rings, 2003] Rings, S. (2003). American Record Guide, volume 66, chapter Overview: Guitar music, pages 58-65.

[Rosen, 1988] Rosen, C. (1988). Sonata Forms. Penguin Books.

[Russell, 2003] Russell, C. H. (2003). The Cambridge Companion to the Guitar, chapter Radical innovations, social revolution, and the baroque guitar, pages 151-181. Cambridge University Press. https://doi.org/10.1017/ccol9780521801928.0ll.

[Schlegel and Goy, 2025] Schlegel, A. and Goy, F.-P. (2025). Baroque guitar. accords nouveaux. Retrieved on 05/03/2025 from https://accordsnouveaux.ch/en/instruments/baroque-guitar. 

[Schneider, 1985] Schneider, J. (1985). The contemporary guitar, chapter Overview: 1800 to the present, pages 3-8. University of California Press. 

[Sor, 1830] Sor, F. (1830). Méthode pour la guitare.

[Stenstadvold, 2013] Stenstadvold, E. (2013). 'we hate the guitar': prejudice and polemic in the music press in early 19th-century europe. Early Music, 41(4):595-604. https://doi.org/10.1093/em/cat103. 

[Stenstadvold, 2018] Stenstadvold, E. (2018). Long or short? the appoggiatura in the early 19th-century guitar tradition, with special reference to the music offernando sor. Early Music, 46(1):87- 101. https://doi.org/10.1093/em/caxl16.

[Tyler and Sparks, 2007] Tyler, J. and Sparks, P. (2007). Guitar and Its Music. Oxford University Press.

[Vande Moortele, 2017] Vande Moortele, S. (2017). The Romantic Overture and Musical Form from Rossini to Wagner. Cambridge University Press.

[Verrett, nd] Verrett, L. (n.d.). Early romantic guitar. Retrieved August 11, 2025 from https://www.earlyromanticguitar.com/.

[Wade, 2001] Wade, G. (2001). A concise history of the classic guitar, chapter The classic guitar, pages 61-105. Mel Bay.

[Walter, 2008] Walter, A. C. (2008). The early nineteenth century guitar: An interpretive context of the contemporary guitar.

[Westbrook, 2013] Westbrook, J. (2013). Louis panormo 'the only maker of guitars in the spanish style'. Early Music, 41(4). https://doi.org/10.1093/em/cat090.

[Zartman, 2010] Zartman, D. (2010). Musician's guide to venue acoustics. Acoustical Society of America. https://doi.org/10.1121/1.3436576.

Download scriptie (12.44 MB)
Universiteit of Hogeschool
LUCA School of Arts
Thesis jaar
2026
Promotor(en) en begeleiders
João Carlos Victor, Francesca Ajossa