Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

THE EFFECTIVENESS OF THE TYP10 PROGRAM FOR FOURTH-GRADE CHILDREN WITH AND WITHOUT NEURODEVELOPMENTAL DISORDERS IN MAINSTREAM EDUCATION IN FLANDERS (BELGIUM)

Universiteit Gent
2026
Sara
Maes
  • Christel
    Callewaert
  • Delphine
    Bauwens
In deze longitudinale haalbaarheidsstudie volgden 35 leerlingen uit het vierde leerjaar een gestructureerd Typ10-programma. Hun typsnelheid en typnauwkeurigheid werden op vier momenten gemeten: vóór, tijdens en na de interventie, inclusief een follow-upmeting acht weken later.
De typsnelheid nam significant toe over de tijd (p < 0,001), met de grootste vooruitgang onmiddellijk na de lessen. Ook de typnauwkeurigheid verbeterde significant (p = 0,010), waarbij de vooruitgang geleidelijker verliep. Kinderen met (een vermoeden van) neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (NDD) startten met een lagere typsnelheid, maar boekten eveneens duidelijke vooruitgang. Hun toename was wel significant kleiner dan bij kinderen zonder NDD (p = 0,043). Voor typnauwkeurigheid waren er geen significante verschillen tussen beide groepen.
Er werd een zwakke maar significante samenhang gevonden tussen typsnelheid en nauwkeurigheid (p < 0,001), wat erop wijst dat beide vaardigheden zich gedeeltelijk onafhankelijk van elkaar ontwikkelen. Hand schrijfvaardigheid en totale oefentijd hingen daarentegen niet significant samen met de typresultaten.
De leerlingen rapporteerden een positieve ervaring met Typ10, met een duidelijke ervaren vooruitgang en een hoge competentiebeleving. De resultaten tonen daarmee dat gestructureerd typonderwijs kan leiden tot aanzienlijke verbeteringen in typsnelheid en geleidelijke verbeteringen in nauwkeurigheid, zowel bij kinderen met als zonder (vermoeden van) NDD. Door de kleine steekproef moet deze studie worden beschouwd als een eerste haalbaarheidsstudie en vertrekpunt voor verder onderzoek met grotere onderzoekspopulaties.
Meer lezen

Protocol Identificatie Tweetalige TOS/OD (PITTO): de invloed van kind-interne en kind-externe factoren en afkapwaarden

KU Leuven
2026
Stien
Vankriekelsvenne
  • Emma
    Delbaere
Talige diversiteit is een realiteit in Vlaanderen en Brussel. Tijdens de taaldiagnostiek bij een tweetalig kind is het essentieel een onderscheid te maken tussen een typische tweetalige taalontwikkeling en een taalontwikkelingsstoornis (TOS). Vandaag staan logopedisten zonder concrete handvaten voor deze uitdaging, wat leidt tot over- en onderdiagnose van TOS bij tweetalige kinderen. Bovendien compliceert de diversiteit binnen de tweetalige taalontwikkeling deze uitdaging. Verschillende factoren spelen hierin een rol: de leeftijd van het kind, de leeftijd waarop het kind voor het eerst met het Nederlands in contact komt, de hoeveelheid Nederlands het dagelijks hoort en spreekt, en de socio-economische context. Een holistisch beeld is dus noodzakelijk om een eventuele TOS correct te diagnosticeren. Deze masterproef biedt drempelwaarden voor een eerder ontwikkelde testcombinatie (PITTO) die het identificeren van TOS bij tweetalige kinderen mogelijk maakt. De drempelwaarden nemen de diversiteit binnen de tweetalige taalontwikkeling in acht en maken de implementatie van deze testcombinatie in de praktijk mogelijk. Dit is een grote en belangrijke stap richting een eerlijke taaldiagnostiek die het unieke taalverhaal van elk kind erkent.
Meer lezen

Welk effect heeft voorleessoftware op de zelfredzaamheid van kinderen met dyslexie of TOS in het derde leerjaar?

Arteveldehogeschool Gent
2023
Sofie
Van Hoecke
In dit onderzoek besloten we dat voorleessoftware in een derde leerjaar de zelfredzaamheid verhoogt van leerlingen met nood aan leesondersteuning indien aan alle randvoorwaarden zoals het in orde zijn van technische apparatuur en het over voldoende computationele vaardigheden beschikken, wordt voldaan. Maar ook de inbreng van de leerkracht doet ertoe! Om hieraan tegemoet te komen, werden een plan van aanpak met een leerlijn geïntegreerd in het schoolwerkplan. Er werden ook hulpfiches voor leerlingen en leerkrachten ingevoerd en er werd werk gemaakt van breed evalueren van de mate van zelfstandig werken met de voorleessoftware.
Meer lezen

Het effect op emoties en gedragingen bij het gebruik van psycho-educatie bij leerlingen in klascontext

AP Hogeschool Antwerpen
2021
Zéna
Gosselin
  • Janneke
    Noordzij
  • Duygu
    Kilic
Het effect op emoties en gedragingen bij het gebruik van psycho-educatie bij leerlingen in klascontext. Toegepast op dyslexie, ontwikkelingsdysfasie en/of de gehele klasgroep.
Meer lezen

OUDERBEGELEIDING BIJ KLEUTERS MET EEN TOS: OPSTELLEN VAN EEN OBSERVATIELIJST (HAND IN HAND)

HOGENT
2020
Laurian
Hermus
Ouderbegeleiding wordt steeds belangrijker binnen de logopedische taalinterventie. Momenteel zijn er slechts weinig ouderbegeleidingsprogramma's voorhanden. Om aan die noodzaak te voldoen heeft de VVL het ouderbegeleidingsprogramma Hand in Hand ontwikkeld. In dit bachelorproefproject werden twee observatielijsten opgesteld om na te gaan of het programma effectief is.
Meer lezen

Het geTAALenteerd kinderbrein

KU Leuven
2015
Robin
Gerrits
  • Sien
    Stroo
Voor veel wetenschappers blijft de taalontwikkeling een van de grootste mysteries van de 21e eeuw. Hoe stelt het brein kinderen in staat om in relatief korte tijd moeiteloos een complexe vaardigheid als taal te verwerven? Waarom loopt dit proces soms spaak?  Wat is het verband met de hersenontwikkeling? Met onze studie proberen wij meer inzicht te krijgen in het taalnetwerk in het brein van schoolgaande kinderen met en zonder taalontwikkelingsstoornissen.Bouwstenen van het breinHet brein kan beschouwd worden als een netwerk van zenuwcellen (figuur 1).
Meer lezen