Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Opvoeden met MOED. Een voor Moslim Ouders Empowerend Domein ter ondersteuning in de opvoeding van hun kinderen

Touria Ahdi
Islamitische gezinnen kennen vele vormen en zijn in ruime mate aanwezig in de Belgische maatschappij. Deze gezinnen zijn een belangrijk onderdeel van de interculturele doelgroep. Toch komt de opvoedingsondersteuning van deze doelgroep in het reguliere aanbod nog veel te weinig aan bod. Daarom wilde ik, middels dit eindwerk, iets betekenen voor deze ouders.

Remember - Re-membering

Nadia Cogge John Deheegher Etienne Moons Rudy Baert
'Remember - re-membering'
Soms gaat het nooit voorbij
Het belang van herinneringseducatie bij de intergenerationele overdracht van de gevolgen van de twee Belgische wereldoorlogen.

Als ik dement word, wil ik een spuitje!

Lydia Heynen
Een gezinswetenschappelijk perspectief op de regie over het eigen levenseinde van mensen met dementie. Hoe kunnen mensen met dementie zelf regie houden over hun levenseinde? Is een uitbreiding van de euthanasiewet de enige optie? Hoe kunnen we onze samenleving dementievriendelijker maken?

"Alles goed, enkel wat ziek in mijn borst" Borstkanker bij mensen met een verstandelijke beperking

an latoir
Kanker eist veel van mensen. Hierbij is een individuele aanpak vereist. Mensen met een verstandelijke beperking moeten benaderd worden als volwaardige burgers met specifieke noden.

Artikel 60 binnen OCMW Aalst, een goedlopende trein of een bij te sleutelen parcours?!

Karolien Devos
In dit onderzoek werd artikel 60 op mesoniveau, binnen het OCMW van Aalst, onderzocht. Dit met als doel een zo duidelijk mogelijk beeld te krijgen over hoe deze tewerkstelling loopt en waar er eventueel marge is voor verbetering.

Mijn onderzoeksopzet bestond enerzijds uit een interview met de beleidsmensen, met de ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor deze sociale tewerkstelling. Anderzijds uit een focusgesprek met ervaringsdeskundigen, met mensen die of een sociale tewerkstelling positief hebben beëindigd of nog steeds aan het werk zijn als artikel 60.

Aan de hand van mijn ervaring en mijn onderzoeksopzet heb ik mijn veranderingsdoelen opgemaakt. Gezien de ervaringsdeskundigen artikel 60 als een positieve ervaring beschouwden denk ik dat men eerst en vooral moet proberen meer tewerkstelling plaatsen te creëren. Meer plaatsen geeft ook meer kansen dus meer kwetsbare mensen die men zo kan helpen naar werkervaring of zelfs naar een doorstroom naar de reguliere arbeidsmarkt. Hiervoor zal de begeleiding anders moeten worden aangepakt en zal ook de bijhorende subsidiëring moeten herbekeken worden. Zowel op mesoniveau binnen het OCMW te Aalst als op macroniveau en dus op Vlaams, gezien dit recent is overgeheveld van Federaal naar Vlaams.

Een tweede veranderingsdoel, wat ik zou willen gerealiseerd zien, is het verbeteren van de sfeer op de werkvloer ten opzichte van de mensen in artikel 60. Het welbevinden op het werk draagt volgens mij ook bij naar enerzijds je goed voelen in je vel maar anderzijds ook het goed presteren op het werk zelf. Voor mensen in sociale tewerkstelling denk ik dat de motivatie om op zoek te gaan naar een job na artikel 60 groter zal zijn als men een positieve ervaring heeft mogen ervaren.

Ook na begeleiding moet volgens mij beter. In het focusgesprek gaf elke deelnemer aan dat men in het spreekwoordelijke zwarte gat valt na artikel 60. Ook hier zouden we door in te zetten op betere, intensievere begeleiding, de doorstroom naar de reguliere markt kunnen bevorderen.

Ik ben dit eerst en vooral juridisch gaan bekijken, wetgeving versus toepassingen die men hanteert in het OCMW te Aalst. Daaruit bleek onder andere dat een flexibel werktraject, bijvoorbeeld deeltijds werken, wettelijk wel kan. Iets wat mogelijk zou moeten zijn voor iedereen in deze hectische maatschappij, zeker voor kwetsbare mensen die geen (groot) sociaal opvangnet hebben. Ook het loon voor de artikels 60 bepaalt men zelf als OCMW. Naar privé werkgevers toe factureert men 740 euro, openbare instanties die mensen tewerk stelt in artikel 60 betalen niets. Ook het feit dat men enkel leefloon gerechtigden in artikel 60 toelaat, is specifiek voor Aalst en zou dus ook anders kunnen. Er is dus een duidelijk verschil tussen wat er wetmatig mag en wat er in Aalst wordt toegepast. De reden hiervoor ligt meestal bij de subsidiëring die men hiervoor krijgt.

In een tweede invalshoek heb ik de psychosociale bril opgezet. Daar bleek, door de analyse van verschillende theorieën met betrekking tot het welbevinden en het hebben van een job, dat er wel effectief gevolgen kunnen zijn door het al dan niet hebben van een job. Zeker naar kwetsbare mensen toe moeten we hiermee rekening houden, zij hebben misschien bepaalde werkattitudes niet meegekregen van thuis. Doordat ze niet aan het werk zijn, worden ze uitgesloten uit de maatschappij. Men verliest zijn status en heeft niet het gevoel ergens bij te horen, ergens deel vanuit te maken. Aan het werk zijn zal hen dus empoweren, zal hun psychosociaal welzijn erop verbeteren.

Een laatste invalshoek is de hulpverlening. Doordat onze maatschappij volop in transitie is, dient de hulpverlening herbekeken te worden. Sleutelwoord bij hulpverlening is empoweren. Niet enkel doen wat wetmatig moet maar mensen helpen hun doelen te laten stellen en deze te verwezenlijken. De houding van de hulpverlener moet op voet van gelijkwaardigheid zijn en met een onvoorwaardelijke positieve houding ten opzichte van de cliënt met als doel zijn eigenwaarde te versterken.

Ik breng aan de hand van mijn onderzoeksopzet en theoretische staving vijf veranderingsstrategieën naar voor. Eerst en vooral moet artikel 60 voor iedereen kunnen en niet enkel voor mensen met een leefloon. Zo sluiten we mensen uit die ook zouden geholpen zijn door op deze manier aan het werk te kunnen. Ik denk bijvoorbeeld van een vrouw op leeftijd die van haar man is gescheiden en jaren voor de kinderen heeft gezorgd. Iemand van een iets oudere leeftijd, met een ‘black hole’ in haar CV van enkele jaren, zal niet makkelijk werk vinden.

Een tweede veranderingsstrategie is de mogelijkheid naar een flexibeler traject. Zeker nu we langer zullen moeten werken, is dit geen overbodige luxe. Zoals we ook in Finland zien, werkt zo’n systeem. Meer en meer mensen nemen ook hier ouderschapsverlof, tijdskrediet of loopbaanonderbreking om voor hun gezin of voor zichzelf te kunnen zorgen. Ook en zelfs vooral kwetsbare mensen die weinig of geen ervaring hebben en vaak niet beschikken over een sociaal opvangnet, zouden dit dus zeker moeten kunnen doen. Meer mensen zullen slagen in hun te presteren dagen in de opgegeven referteperiode en mensen gaan ook meer gemotiveerd zijn aan het werk te blijven in deze drukke geluksmaatschpapij.

Een derde strategie is de begeleiding van de mensen op de werkvloer die met mensen in artikel 60 moeten werken. Het stigmatiseren van deze groep tegen gaan door preventief de mensen op de werkvloer zelf grondig te informeren en hen te duiden wat de intentie is. Zo kunnen we taboes en vooroordelen wegwerken en eventuele pesterijen voorkomen. Een ‘workbuddy’, een gezinswetenschapper die niet alleen de mensen in sociale tewerkstelling maar ook de collega’s hierin begeleidt.

Een vierde strategie is het herbekijken van de kosten die men factureert aan privé firma’s. Zij krijgen een factuur van 740 euro per maand voor een werknemer, openbare instanties en vzw’s niet. Men hanteert dit omdat dit de kost is die het OCMW zelf zou moeten bijleggen, die men dus niet krijgt via subsidieringen. Op macroniveau zouden we dus moeten inzetten in het herbekijken van deze subsidieringen om deze gelijk te stellen. Maar ook OCMW Aalst zou zelf de beslissing kunnen nemen dit niet als grondvoorwaarde te hanteren. Zo creëren we meer tewerkstellingsplaatsen en vergroten we ook de doorstroom.

Een laatste voorstel naar verandering is de betere (na)begeleiding. Mensen in de laatste weken goed toeleiden naar het einde van hun tewerkstelling en al klaarstomen naar solliciteren op de reguliere arbeidsmarkt. Ook een betere samenwerking met onder andere VDAB is opportuun zijn. Ook hier is een rol weggelegd die perfect zou zijn voor een gezinswetenschapper.

Referentielijst:

Adriaens, C. L. (2013). Praktisch handboek voor OCMW-recht. 612 Loopbaan met zorg. (2015). Betekenis van werk. Betekenis van werk.

Tine Van Regenmortel, K. H. (2013. Het concept ‘empowerende academische werkplaats’. Een innovatieve vorm van samenwerken aan werkzame kennis. Tijdschrift voor Welzijnswerk, 36-48 Van Regenmortel, S. (2015, april). Sociaal werk moet anders in de nieuwe samenleving. Entry-media

Vlieger, S. D. (2008, Juni). Schuld en schaamte: een vergelijkende studie tussen werkenden en werklozen. Gent: Universiteit Gent.

Vries, S. D. (2010). Basismethodiek psychosociale hulpverlening. In S. D. Vries, Basismethodiek psychosociale hulpverlening (p. 425). Hoten, Nederland: Bohn Stafleu van Loghum.

Een preventieve kijk op interlandelijke adoptie, familieversterking in land van oorsprong als duurzaam alternatief

Lies Van Achte
Het einde van interlandelijke adoptie?Investeren in zelfredzaamheid van oorspronkelijke familiesLies Van Achte Mijn bachelorproef  “Een preventieve kijk op interlandelijke adoptie, Familieversterking in land van oorsprong als duurzaam alternatief” is het resultaat van een combinatie van inzichten verworven door vrijwilligerswerk in Afrikaanse landen, de aanvankelijke gedachte om zelf misschien te willen adopteren, inzichten uit de opleiding Gezinswetenschappen en een grote interesse in duurzame ontwikkeling en het belang van het kind.

Bruggen bouwen. Kan herstelrecht een meerwaarde betekenen bij intra familiaal geweld?

Sandra Legrand
Bruggen bouwen. Kan herstelrecht een meerwaarde betekenen bij intra familiaal geweld?  Inleiding Wat maakt dat een jongeman op een dag de pedalen verliest en hij in een vlaag van woede zijn moeder een kniestoot geeft? Wat kunnen de mogelijke gevolgen zijn van diens daden wanneer zijn moeder een klacht neerlegt tegen haar zoon? Maar vooral, hoe moet het verder met een gezin wanneer zij in hun diepste zijn, zijn geraakt? Kan de zoon, zijn daden goedmaken en het vertrouwen herstellen? Herstelrecht. Herstelbemiddeling Het antwoord op deze vragen is een volmondig JA!

Help! Mijn kind wil op Facebook. Ouders preventief ondersteunen wanneer kinderen, jonger dan 13 jaar willen deelnemen aan sociale media.

Linda Nijst
Help! Mijn kind wil op Facebook.Ouders preventief ondersteunen wanneer kinderen, jonger dan 13 jaar willen deelnemen aan sociale media.Het mag niet, maar het gebeurt wel! 35% van de Vlaamse 9-12 jarigen heeft een profiel op sociaal netwerk Facebook. Hoezo mag dat niet? Zegt wie? Is dat een probleem als ze dat toch doen? En weten die ouders dat wel? Moeten we ouders waarschuwen, geruststellen of ondersteunen? En op welke manier kunnen professionals dat dan best doen?

Professionele hulp van een gezinswetenschapster aan een lesbisch koppel met relatiedruk bij gezinsuitbreiding en opvoeding van hun zoon.

Diane Borghmans
Als studente gezinswetenschappen heb ik geprobeerd om een antwoord te vinden op mijn veranderingsdoel.  Mijn veranderingsdoel luidde als volgt:Hoe kan ik als gezinswetenschapster het gezin helpen met wat het voor hen als koppel betekent om een tweede kind te hebben of niet.  Daarnaast oog hebben voor signalen van hun eerste zoon wanneer deze met vragen zit in verband met de gezinsvorm waarin hij opgroeit.  Hoe je als een volwassenen hier een antwoord op kan geven.Brengt het eenzijdige verlangen naar een tweede kind het verantwoord ouderschap van Liesbet en Marie niet in gevaar?Deze probleemste

Kinderen op maat of op maat van het kind? Hoe kunnen ouders (opvoeders) kinderen benaderen vanuit een mensgerichte visie?

Karen Beks
Volg de kaart van het kind:  Geef prioriteit aan een meer mensgerichte benadering in opvoeding en onderwijs  Kinderen zijn de toekomst: een mensgerichtere benadering kijkt voorbij het ‘etiketje’ADHD, ASS, ODD, OCD, NLD, HSP, …In (kranten)artikels kan men regelmatig lezen dat steeds meer kinderen vandaag een labeltje dragen en dat ze te snel en te vaak worden gediagnosticeerd. De cijfers die hierover te vinden zijn, liegen er niet om :  1 op de 3 krijgt bijles, 1 op de 4 kinderen kampt met emotionele of gedragsproblemen,..

Tienerzwangerschap in Colombia: een uitdaging voor het gezin en de samenleving

Nele Depourcq
Tienerzwangerschap in Colombia: een uitdaging voor gezin en samenleving!Momenteel woon ik twee jaar in Colombia en in die tijd heb ik de kans gekregen om verschillende reizen te maken naar diverse uithoeken van dit Zuid-Amerikaanse land. Steeds weer werd ik getroffen door de aanwezigheid van erg jonge moeders in het straatbeeld. Dit zag ik nadien bevestigd door harde cijfers uit de literatuur: in het jaar 2010 waren in Colombia 19,5 % van de meisjes tussen 15 en 19 jaar zwanger of reeds mama.Een kritisch onderzoek naar de problematiek rond tienerzwangerschap in dit land drong zich op.

De psychodynamische kracht van natuur binnen het gezin: natuurbeleving als middel tot het bevorderen van intergenerationele verbondenheid en solidariteit

Jet De Laet
Alhoewel de 3-jarige opleiding Gezinswetenschappen me enorm heeft kunnen boeien en mijn visie op mens en maatschappij enorm heeft verruimd, blijf ik toch met een grote honger achter. Het verwondert mij dat het belang van natuur voor het menselijk welzijn in geen enkel vak aan bod komt. Vanuit mijn ervaring als educatieve natuurgids voor kleuters, lagerschoolkinderen en mensen met dementie, ben ik er van overtuigd dat contact met de natuur wel degelijk belang heeft voor de harmonische ontwikkeling van kinderen, volwassenen, de natuur zelf en dus ook voor de samenleving.

Hoe kinderen en jongeren rouw beleven en meenemen doorheen hun ontwikkeling. Tips voor ouders en andere steunfiguren.

Adelinde Sommereyns
Rouw in de rugzak. Tips voor reisgenoten van rouwende kinderen en jongeren.Voor kinderen en jongeren die iemand verliezen die belangrijk voor hen is, is zorgzame steun vanuit de naaste omgeving onmisbaar, op korte én op lange termijn. De naaste omgeving wil hen meestal ook graag steunen. En toch loopt het vaak mis. Hulpvragen van rouwende kinderen en jongeren raken niet geformuleerd, of worden niet herkend. Bekommernis van de omgeving raakt niet vertaald naar daadwerkelijke steun, of lijkt meer kwaad dan goed te doen. Welke misverstanden en struikelblokken spelen hier?

!Klein Gevaarlijk Lawaai of de intolerantie van de maatschappij t.o.v. lawaai van spelende kinderen

Miriam Saron
!Klein Gevaarlijk Lawaaiof de intolerantie van de maatschappij t.o.v. lawaai van spelende kinderenSmelt u ook weg bij het zien van een pasgeboren baby en kijkt ook u niet reikhalzend uit naar het eerste woordje of de eerste stapjes van dat kleine wonder? Niets zo vertederend als kleine kinderen die de wereld ontdekken of toch niet?