Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

“Kleine steken, grote sporen”: hoe subtiele en openlijke discriminatie het mentaal welzijn van Afrikaanse Belgen raakt

Universiteit Gent
2025
Paloma
Moerenhout
Mijn masterproef onderzoekt hoe discriminatie het mentaal welzijn beïnvloedt van mensen van Sub-Saharaanse afkomst in België. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen microagressies, de subtiele en vaak alledaagse vormen van uitsluiting, en harassment, de meer openlijke vormen van intimidatie. Op basis van de grootschalige ROAM-BE survey (N=923) werden deze ervaringen in verband gebracht met vier indicatoren van mentaal welzijn: angst, slaapkwaliteit, levenstevredenheid en algemeen welbevinden (WHO-5).
De resultaten tonen een duidelijk dose-responspatroon: hoe meer discriminatie iemand ervaart, hoe sterker de negatieve effecten op angst, slaap en levenstevredenheid. Hoewel de WHO-5 niet significant verschilde, suggereren de bevindingen dat discriminatie eerst specifieke domeinen van gezondheid onder druk zet. Belangrijk is dat de impact niet uniform is. Taalvaardigheid, inkomen, gender en verblijfsstatus beïnvloeden elk hoe zwaar discriminatie doorweegt. Vooral mensen met een matige taalvaardigheid of financiële moeilijkheden, en vrouwen die openlijke intimidatie ervaren, blijken bijzonder kwetsbaar.
Deze studie levert zo nieuwe empirische inzichten in hoe ongelijkheid het dagelijks leven en welzijn ondermijnt. Ze biedt ook concrete aanknopingspunten voor beleid en praktijk, onder meer rond taalondersteuning, armoedebestrijding, gendergevoelige interventies en structurele verblijfszekerheid.
Meer lezen

Autonomic function parameters are predictors of increased limitations in Activities of Daily Living after a 2-year follow-up period in octogenarians: a prospective longitudinal study

Vrije Universiteit Brussel
2024
Jordy
Saren
Background: Neurogenic orthostatic hypotension and blood pressure variability (BPV) may be considered as additional clinical parameters to evaluate pharmaceutical and non-pharmaceutical preventive interventions. This is particularly relevant if these parameters predict difficulties in performing Activities of Daily Living (ADL).

Aim: To explore the predictive value of autonomic function parameters for alternations in ADL mediated by changes in locomotor function in relatively robust octogenarians after a 2-year follow-up period.

Methods: This prospective longitudinal study included 267 participants (mean age: 82.98 ± 2.87 years) from the BUTTERFLY study. Data were collected at baseline and after 6, 12, and 24 months. The two-year follow-up period enabled the examination of both direct and indirect influences of autonomic function on the decline in ADL, mediated by changes in locomotor function, using PROCESS macro mediating logistic regression analysis.

Results: Systolic supine-to-stand BPV was associated with increased dependency in advanced ADL (unstandardized beta = 0.160, p<0.001) after a two-year follow-up in adults aged 80 and above. Visit-to-visit systolic BPV indirectly predicted more a-ADL limitations, mediated by changes in gait speed during year 1. No direct or indirect impact of autonomic function on b-ADL or i-ADL was observed after two years.

Conclusion: Our prospective study demonstrated that various autonomic function parameters predicted increased limitations in ADL among octogenarians after a two-year follow-up period. Consensus on threshold values for defining high BPV is essential for its clinical implementation, even in low cardiovascular risk cohorts.
Meer lezen

Supporting Life Participation: an ethnographic study of a nephrology centre

Universiteit Gent
2024
HENRIETTA
ADOM
ABSTRACT
Achtergrond:
Chronische nierziekte (CKD) vereist niet alleen biomedische behandeling maar beïnvloedt ook de vitaliteit van patiënten, waardoor hun deelname aan het leven vermindert. Behandeling, inclusief nierfunctievervangende therapie, beperkt patiënten. Nefrologen streven naar een evenwicht tussen de ernst van symptomen, comorbiditeiten zoals kwetsbaarheid en invaliditeit, en deelname aan het leven, maar de integratie van levensparticipatie in de CKD-zorg blijft beperkt
Doelstelling:
Dit onderzoek beoogt te onderzoeken hoe de integratie van levensparticipatie in nefrologische zorg de kwaliteit van leven en gezondheidsuitkomsten voor CKD-patiënten kan verbeteren, gebruikmakend van een etnografische benadering.
Methode:
Data werden verzameld via vier gevalideerde vragenlijsten (Impact op Participatie en Autonomie, SONG-Life participatie, SONG-HD Fatigue, en EQ5D5L), semi-gestructureerde interviews en observaties. De flexibele aard van semi-gestructureerde interviews stond toe om dieper in te gaan op de antwoorden van de deelnemers.
Resultaten:
De studie omvatte negen patiënten, twee andere belanghebbenden en vijf zorgverleners. De bevindingen benadrukken de noodzaak om niet-medische aspecten zoals sociale diensten en welzijnsprogramma's op te nemen in de zorg voor chronische nierpatiënten. Interviews onthulden aanzienlijke koof in psychologische en sociale ondersteuning voor patiënten, met beperkte middelen en een gebrek aan gespecialiseerd personeel zoals psychologen, maatschappelijk werkers en diëtisten, wat de mogelijkheid beperkt om uitgebreide zorg te bieden die zowel medische als niet-medische behoeften aanpakt.
Conclusie:
Thematische analyse toonde aan dat het integreren van levensparticipatie in de nefrologische zorg essentieel is voor het verbeteren van gezondheidsuitkomsten en de kwaliteit van leven voor chronische nierpatiënten.
Meer lezen

AI in healthcare: Accurate Innovation or Alarming Inconsistencies? The role of Large Language Models in Self-Care: A Study on Medical and Supplement Guidance Accuracy

Universiteit Antwerpen
2024
Branco
De Busser
In deze studie werd de prestatie van zes grote taalmodellen (GPT-3.5, GPT-4.0, Copilot, Gemini, Gemini Advanced en Perplexity) geëvalueerd op hun vermogen om nauwkeurige zelfzorgadviezen te geven over medicatie en supplementen. De taalmodellen werden getest met een reeks zelfzorgvragen in verschillende contexten en hun antwoorden werden systematisch verzameld en beoordeeld. De evaluatiecriteria omvatten de nauwkeurigheid van de antwoorden en hun potentieel om de patiënt te helpen.
De resultaten geven aan dat taalmodellen zeer goed in staat zijn om zelfzorgvragen nauwkeurig te beantwoorden en beschikken over de nodige kennis om relevante gezondheidsinformatie te verstrekken. GPT-4.0 kwam naar voren als het meest betrouwbare model en leverde nauwkeurige en uitgebreide antwoorden.
Een belangrijke bevinding van de studie is de aanzienlijke variabiliteit in de antwoorden tussen de modellen, beïnvloed door factoren zoals taal, vraagstructuur en gebruikerscontext. De meeste modellen presteerden beter bij vragen in het Engels dan in het Nederlands, wat wijst op een sterkere trainingsbasis in het Engels. De formulering van de vragen had ook een aanzienlijke invloed, waarbij modellen vaak hun antwoorden aanpasten op basis van de waargenomen voorkeuren van de gebruiker. Dit ondersteunt bevestigingsbias. Deze variabiliteit benadrukt de noodzaak van zorgvuldige overweging bij het integreren van AI-taalmodellen in de gezondheidszorg, aangezien inconsistente antwoorden kunnen leiden tot misinformatie en mogelijks schadelijke beslissingen.
De studie benadrukt dat taalmodellen een cruciaal onderdeel van patiëntenzorg zullen worden. Wanneer ze correct worden gebruikt, kunnen deze modellen de uitkomsten voor patiënten aanzienlijk verbeteren door toegankelijke en nauwkeurige gezondheidsinformatie te verstrekken. Het vermogen van grote taalmodellen om de last voor zorgverleners te verlichten, het begrip van patiënten over medische aandoeningen te verbeteren en 24/7 assistentie te bieden, maakt hen een waardevol hulpmiddel in de moderne gezondheidszorg. Hun inzet moet echter voorzichtig worden benaderd, met zorgvuldige validatie en het aanpakken van mogelijke risico's om hun voordelen te maximaliseren en schade te minimaliseren.
Meer lezen

De rol van therapeut-patiënt communicatie en de impact op gezondheidsuitkomsten.

Arteveldehogeschool Gent
2023
Danté
Sevenhant
  • Merel
    Berckmoes
Het lijdt geen twijfel dat de communicatie tussen therapeut en patiënt een grote impact heeft binnen de gezondheidszorg. Aan de hand van efficiënte en patiëntgerichte communicatie ontstaat er vloeiend een vertrouwensband tussen de therapeut en hun patiënt. Dit heeft op zijn beurt een positieve invloed op de therapietrouwheid, het behandelplan en de gezondheidsuitkomsten wat dan opnieuw bevorderend is voor de levenskwaliteit van de patiënt.
Meer lezen

Verlos ons! Maar wel cultuursensitief alstublieft

Arteveldehogeschool Gent
2022
Abida
Bougrea
In deze scriptie wordt aan de hand van een literatuurstudie onderzocht wat cultuursensitieve zorg omvat en hoe dit kan geïntegreerd worden in de verloskamer. Verder wordt onderzocht wat het verlenen van cultuursensitieve zorg bemoeilijkt en hoe vroedkundigen hier rond kunnen werken met behulp van kennis, bepaalde hulpmaterialen en een correcte houding.
Meer lezen

eHealth generated patient data in an outpatient setting after stem cell transplantations: a scoping review

KU Leuven
2022
Jolien
Van Opstal
Genomineerde longlist mtech+prijs
Een hematopoïetische stamceltransplantatie (HCT) kan potentieel maligne en niet-maligne aandoeningen genezen, maar blijft geassocieerd met een reeks complicaties en comorbiditeiten, waardoor levenslange opvolging nodig is. Aangezien het gebruik van eHealth recent aan populariteit gewonnen heeft, exploreren we hier aan de hand van een scoping review het eHealth-veld na stamceltransplantatie. Er werden 22 artikelen (13 full text artikelen en 9 abstracten) geïncludeerd in deze review. De grote meerderheid van de artikelen waren piloot- of haalbaarheidsstudies (n=18, 81.8%), en werden gepubliceerd tussen 2016 en 2021 (n=16, 72.7%). Patiëntgerapporteerde uitkomsten waren de meest populaire gerapporteerde eHealth-interventies (n=13, 59.1%), gevolgd door monitoring van vitale parameters (n=5, 22.7%), en draagbare spirometrie (n=3, 13.6%), voornamelijk in de vroege post-transplantatiesetting. De geïncludeerde studies demonstreerden een gunstige haalbaarheid, en grotere en gerandomiseerde studies zijn nodig om formele conclusies te trekken over de impact van eHealth op HCT-uitkomsten en over de beste manieren om eHealth in de klinische praktijk te integreren.
Meer lezen

Werkgerelateerde Telepressure en Affectieve Ruminatie na de Werkuren: de Mediërende rol van Digitaal Communicatiegedrag

Universiteit Gent
2021
Sien
Himpe
De drang/druk om werkgerelateerde berichten te lezen of beantwoorden na het werk, ook wel telepressure genoemd, leidt tot negatieve gezondheidsuitkomsten. Mensen die de grens tussen werk en privé moeilijk kunnen stellen, die het werk na de werkuren niet kunnen los laten, ontwikkelen hogere burn-out kansen.
Meer lezen

Een instrument voor het meten van patiëntervaringen (PREMs) als tool voor de optimalisatie van transmurale, multidisciplinaire zorgprocessen: ontwikkeling en toetsen van bruikbaarheid op basis van een pilootstudie bij patiënten met chronische (rug)pijn

KU Leuven
2019
Gunther
Gijsen
  • Anneleen
    Lijnen
In dit onderzoek werd een PREM-meetinstrument ontwikkeld, dat vervolgens via een pilootstudie getoetst werd op indruksvaliditeit en betrouwbaarheid (interne consistentie). De focus ligt op patiënten met chronische lage rugpijn die multidisciplinair behandeld worden.
Meer lezen

Overcommitment, werk-familie-conflict en turnover intenties: een onderzoek naar de medierende rol van werk-familie-conflict en de modererende rol van cultuur.

Universiteit Gent
2018
Natan
Hongenaert
Deze studie gaat na of werk-familie-conflict een mediërende rol speelt in de relatie tussen overcommitment en turnover intenties bij onderzoekers aan Vlaamse universiteiten. Om culturele verschillen in kaart te brengen wordt een onderscheid gemaakt tussen onderzoekers met herkomst in een overwegend individualistisch dan wel collectivistisch land. Culturele verschillen in de rapportage van werk-familie-conflict worden bekeken, en of cultuur een modererende rol speelt in de relatie tussen werk-familie-conflict en turnover intenties. Er worden hoofdeffecten teruggevonden van overcommitment en werk-familie-conflict maar geen mediatie. De twee culturele groepen verschillen in de mate waarin men werk-familie-conflict rapporteert maar de hypothese dat onderzoekers uit een overwegend collectivistische cultuur gemiddeld minder werk-familie-conflict rapporteren wordt verworpen. Daarnaast blijkt uit de resultaten dat cultuur geen modererende invloed heeft in de relatie tussen werk-familie-conflict en turnover intenties.
Meer lezen