Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

ERVARINGEN VAN VERPLEEGKUNDIGEN BIJ HUN RE-INTEGRATIE NA AFWEZIGHEID WEGENS STRESSEN/OF VERMOEIDHEIDSKLACHTEN: EEN KWALITATIEVE STUDIE

Universiteit Gent
2025
Ophélie
van Tulden
ACHTERGROND: Burn-out onder verpleegkundigen is een wereldwijd probleem. De
Wereldgezondheidsorganisatie voorspelt een wereldwijd verwacht tekort van elf miljoen zorgverleners tegen 2030. De oorzaak hiervan is een disbalans tussen de taakeisen, zoals een verhoogde werkdruk en beschikbare hulpbronnen, zoals steun. In dit onderzoek wordt het Job Demands-Resources model als theoretisch raamwerk
gehanteerd om de wisselwerking tussen organisatorische en persoonlijke factoren beter te begrijpen. Onderzoek richt zich vooral op interventies en werkomstandigheden, maar inzicht in de ervaringen van verpleegkundigen bij hun terugkeer door afwezigheid van stress- en/of vermoeidheidsklachten blijft beperkt.
DOELSTELLING: Dit onderzoek tracht inzichten te verkrijgen in de ervaringen en
mogelijke professionele veranderingen van verpleegkundigen tijdens het reintegratieproces.
METHODOLOGIE: Een kwalitatief onderzoek, gebaseerd op principes van de
fenomenologische benadering, werd uitgevoerd aan de hand van individuele,
semigestructureerde interviews. In totaal werden tien interviews afgenomen en
geanalyseerd met behulp van NVivo.
RESULTATEN: De resultaten tonen aan dat sommige verpleegkundigen gevoelens van
angst, spanning en nervositeit ervoeren bij de werkhervatting. Ondersteunende factoren zoals progressieve werkopbouw, psychologische begeleiding en collegiale steun werden als waardevol ervaren. Daarentegen bleken maandelijkse gesprekken en
administratieve taken belemmerend en stressverhogend. Desondanks ontwikkelden alle
verpleegkundigen nieuwe strategieën om met werkgerelateerde stressoren om te gaan,
waaronder het stellen van grenzen, het bewust inplannen van ontspanning en het
aanpassen van hun werkmethoden.
CONCLUSIE: Het re-integratietraject is een complex en individueel gegeven, waar zowel
persoonlijke als organisatorische factoren een rol spelen.
PRAKTISCHE IMPLICATIES: Een return-to-work coördinator kan het reintegratieproces optimaliseren en individualiseren en preventie versterken
Meer lezen

De Perimenopauze in Nederland en België: het Diagnoseproces en de Mogelijke Rol van Verpleegkundigen in de Zorg

HOGENT
2025
Leen
Reynvoet
Deze bachelorproef van Leen Marie Reynvoet, student verpleegkunde aan Hogeschool Gent, onderzoekt het diagnoseproces van de perimenopauze bij vrouwen in België en Nederland. Het doel was om de ervaringen van vrouwen, de impact van hun symptomen en de rol van zorgverleners (met name verpleegkundigen) in kaart te brengen.

Belangrijkste bevindingen
• Vertraagde diagnose: Het onderzoek, gebaseerd op een online vragenlijst onder ruim 2000 vrouwen, toont aan dat het diagnoseproces vaak aanzienlijk vertraagd is. Voor een groot deel van de vrouwen in zowel België als Nederland duurde het 2 tot 10 jaar tussen het begin van de symptomen en het krijgen van een formele diagnose.
• Oorzaken: De vertraging wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een kennistekort, zowel bij vrouwen zelf (die moeilijk betrouwbare Nederlandstalige informatie vinden) als bij zorgverleners in de eerste en tweede lijn. Veelvoorkomende misvattingen bij artsen, zoals het uitsluiten van de diagnose bij een regelmatige menstruatie of bij afwezigheid van opvliegers, dragen hieraan bij. Klachten worden vaak onterecht toegeschreven aan stress of burn-out.
• Impact op vrouwen: De symptomen hebben een grote negatieve impact op de levenskwaliteit, het sociale leven en de professionele carrière. Veel vrouwen voelen zich niet serieus genomen door zorgverleners en gaven aan weinig inspraak te hebben in het diagnoseproces.
• Rol van verpleegkundigen: De rol van verpleegkundigen in het diagnoseproces is momenteel zeer beperkt. Weinig vrouwen voelen zich comfortabel om hun klachten met een verpleegkundige te bespreken en de meerderheid heeft dit ook nooit gedaan.
De conclusie is dat structurele investeringen nodig zijn in de opleiding van zorgverleners en in de toegang tot betrouwbare informatie voor vrouwen om het diagnoseproces te verbeteren en de ernstige gevolgen van de vertraging te beperken
Meer lezen

De beleving van de partner van een transgender persoon na een genderbevestigende ingreep. Een kwalitatief onderzoek met de focus op relatie, intimiteit en seksualiteit.

KU Leuven
2025
Maximo
Meerschaut
In deze masterproef wordt de romantische en seksuele beleving van cisgender partners van een transgender persoon na het ondergaan van een genderbevestigende ingreep onderzocht. Eerder onderzoek toont aan dat er nog onvoldoende kennis is over de gevolgen hiervan op de partner en de partnerrelatie. Ook op andere levensdomeinen lijken nog enkele blinde vlekken, wat de nood aan onderzoek omtrent de beleving van de partners en diens specifieke noden en behoeften benadrukt. Deze masterproef werd opgezet met de ambitie meer inzicht te verwerven betreffende de beleving, noden en behoeften van deze partners, zodoende de toekomstige partnerzorg hierop beter kan worden afgestemd.
Dit onderzoek betreft een kwalitatieve studie middels zeven semigestructureerde interviews met cisgender partners van wie de trans partner de genderbevestigende operatie minimaal zes maanden geleden onderging. Alle interviews werden opgenomen, gepseudonimiseerd, getranscribeerd en handmatig geanalyseerd volgens het stappenplan van Braun en Clarke (2006) betreffende thematische analysemethode.
Deze thematische analyse resulteerde in vier centrale thema’s. Thema 1 benadrukt dat open communicatie een cruciaal aspect is binnen de relatie. De transitie werd als een emotionele rollercoaster ervaren, waarbij het opnemen van de verzorgende rol voor voldoening zorgde in een emotioneel belastende herstelperiode. Alle participanten vonden het vanzelfsprekend om er te zijn voor hun trans partner. Thema 2 gaat in op de gevolgen van de genderbevestigende ingreep, waarbij de partner soms een bijdrage kan leveren en een impact hebben op de operatiekeuze. Fertiliteit kwam af en toe ter sprake als een gevoelig thema, aangezien een natuurlijke zwangerschap meestal niet mogelijk is. In thema 3 wordt intimiteit gedefinieerd als “er voor elkaar zijn”, connectie, vertrouwen en samenzijn. Verschillende participanten gaven aan dat er geen veranderingen waren in emotionele intimiteit. Echter zijn er sommigen die aangeven dat dit geleid heeft tot een hechtere band. Seksualiteit werd dan weer benoemd als verlangen naar en het hebben van seks en genot. Postoperatieve seksualiteit werd ervaren als een ontdekkingstocht waarbij men met communicatie en voorzichtigheid het lichaam van de trans partner opnieuw gaat leren kennen. De verandering in seksueel script werd meermaals als positief ervaren. Thema 4 geeft de specifieke noden en behoeften doorheen de transitie aan, waarbij voornamelijk steun en betrokkenheid essentieel bleken. Uit de data bleek er ook een duidelijke informatiebehoefte, althans onmiddellijk na de ingreep, waarvoor een brochure werd gesuggereerd. Verder werd ook het gebrek aan lotgenotencontact beschreven, waarbij praatavonden als potentiële oplossing werden genoemd.
Deze bevindingen en terugkoppeling naar de literatuur zijn terug te vinden in de discussie sectie. Er kan geconcludeerd worden dat een genderbevestigende ingreep grote gevolgen heeft op diverse aspecten van de relatie, waaronder de relatiebeleving, fertiliteit en seksualiteit. In de periode onmiddellijk na de ingreep wordt een grote marge aan diverse gevoelens ervaren, waaronder angst, machteloosheid, maar ook dankbaarheid en een sterkere connectie. Echter kunnen deze gevoelens deels worden verlicht door het vervullen van de informatiebehoefte. Deze masterproef eindigt met een uiteenzetting van de beperkingen van het onderzoek, implicaties voor verder onderzoek en een samenvattende conclusie.
Meer lezen

Kunst op Verwijzing Piloot Leuven - een prospectieve studie over het inzetten van kunst in de eerstelijnsgezondheidszorg

KU Leuven
2024
Lieve
Nagels
  • Annemie
    Voets
Kunst heeft een heilzaam effect op de mens. In tegenstelling tot het buitenland, met koplopers de Angelsaksische en Scandinavische landen, is er in België een grote achterstand in onderzoek en praktijkervaring met Kunst op Verwijzing (KOV), een eerstelijn gezondheidsbevorderende tool met kunst. In maart 2023 beslisten vertegenwoordigers uit de Leuvense zorg-, welzijns- en cultuursector en de academische wereld om samen vorm te geven aan een KOV-pilootproject, gericht op volwassenen met langdurig bestaande milde tot matige psychosociale klachten. Zeven vrouwen tussen 25 en 71 jaar doorliepen begin 2024 het KOV-traject van acht wekelijkse sessies van tweeënhalf uur in museum Parcum. Het hele proces werd uitgebreid gedocumenteerd, van concept over praktische uitrol tot de wetenschappelijke analyse, door twee master studenten Kunstwetenschappen (KU Leuven). Ze gebruikten een gemengde methodologie met zowel kwantitatief (vragenlijsten) als kwalitatief onderzoek (diepte-interviews, focusgroepen en participatieve observatie). Een eerste onderzoeksvraag betrof een procesevaluatie: is KOV een haalbare interventie in de Belgische/Vlaamse eerstelijnszorg? Uit de ervaring met het Leuvense pilootproject kan besloten worden dat een traject met kunst een werkbare niet-medische interventie is die de gezondheid en levenskwaliteit kan bevorderen mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Een performant samenwerkingsplan tussen de cultuur- en zorgsector, een ethische gedragscode en richtlijnen voor goede KOV-praktijkvoering, en de opleiding van professionals in Kunst voor Welzijn zijn essentieel. Een tweede onderzoeksvraag polste naar de impact op de kunstbeleving van de deelnemers, op het museum en de medewerkers en op de gezondheid van de deelnemers.   In lijn met internationaal onderzoek werd een verhoogd sociaal en mentaal welbevinden en activatie vastgesteld bij de deelnemers. Externe negatieve gebeurtenissen kunnen die positieve impact compromitteren. Een discrete vermindering in het beroep doen op de eerstelijn werd vastgesteld. Ook het mentaal welbevinden van de begeleiders kreeg een boost. Aanbevelingen werden geformuleerd voor het organiseren van toekomstige KOV-trajecten en voor voortgezet onderzoek. Het belang van de Kunstwetenschappen voor de nieuwe wetenschapsdiscipline Kunst voor Welzijn/ Arts in Health werd toegelicht.
Meer lezen

Draagmoederschap in België

Arteveldehogeschool Gent
2023
Lobke
Naudts
In België is draagmoederschap momenteel niet wettelijk geregeld, maar wordt het wel toegepast. Deze bachelorproef bekijkt de huidige mogelijkheden in België en werpt een blik op mogelijke toekomstige juridische ontwikkelingen.
Meer lezen

Donorconceptie, een alternatieve vorm van gezinsvorming: De nood aan psychosociale begeleiding van (wens)ouders

Odisee Hogeschool
2021
Els
Willaert
De beslissing over te gaan tot donorconceptie brengt heel wat vragen en uitdagingen met zich mee. Ook tijdens het opgroeien van het kind kunnen zich (nieuwe) vragen voordoen. Waar kunnen (wens)ouders en hun donorgezinnen terecht met al deze vragen? Fertiliteitscentra richten zich voornamelijk tot de (psychologische) begeleiding voor en tijdens de behandeling. Er lijkt dan ook nood te zijn aan en laagdrempelig expertisecentrum. Hier kan elke (wens)ouder en zijn donorgezin terecht tijdens elke fase van de gezinsuitbreiding en nog lang nadien. Binnen de begeleiding staat het (toekomstige) kind en zijn belangen centraal.
Meer lezen

De rol van de secure base en safe haven functies van hechting in de identiteitsontwikkeling van jongeren: de mediërende rol van coping

Universiteit Gent
2020
Elise
Van Laere
Onderzoek naar de rol van de secure base en safe haven functies van hechting in de identiteitsontwikkeling van adolescenten. Daarbij wordt de rol van coping als mediërende variabele onderzocht. Dit onderzoek heeft interessante implicaties voor de klinische praktijk.
Meer lezen

Sport als aandachtspunt in de nazorg voor (ex-)gedetineerden

Universiteit Gent
2020
Marie-Lou
Libbrecht
Sport is een eenvoudig hulpmiddel voor gevangenen om zich na hun vrijlating in de samenleving terug te integreren. Meer aandacht voor sport na een gevangenschap is dan ook aangewezen. Dit onderzoek gaat na of er voor (ex-)gevangenen wel enige nazorg voor sport is uitgewerkt of hoe deze gerealiseerd kan worden.
Meer lezen

Rouwen om een onzichtbaar verlies: Over het rouwproces bij ongewilde kinderloosheid

Hogeschool West-Vlaanderen
2019
Phaedra
Couchez
Deze bachelorproef onderzoekt wat de noden en behoeften zijn tijdens het rouwproces van koppels die definitief ongewild kinderloos zijn. Dergelijke, concrete informatie blijkt tot op heden nog te ontbreken. Deze doelgroep blijft nog te vaak een ‘vergeten’ groep. Tevens focust dit onderzoek op wat de mogelijke belemmerende en stimulerende factoren zijn om al dan niet beroep te doen op professionele hulpverlening. In de methode zullen koppels aan het woord worden gelaten en worden ze bevraagd over hun ervaringen met zowel de omgeving als professionele instanties waarmee ze in aanraking zijn gekomen tijdens hun weg van rouw en verwerking. De literatuurstudie beschrijft onder andere het rouwproces, de mogelijke professionele begeleiding hierbij en hoe de omgeving een steunbron kan zijn. Met zicht op de besproken literatuur wordt het onderzoek uitgevoerd dat de benodigde inhoud omvat om met als doelstelling een inventaris te bekomen dat volledig vertrekt vanuit het perspectief van de koppels. Het resultaat bestaat uit een brochure die de noden en behoeften van deze doelgroep omvat en tevens tot stand is gekomen in samenspraak met de doelgroep.
Meer lezen

Zorgverlening bij een traumatische geboorte: de ervaringen van moeders en vaders met een prematuur geboren baby in de Neonatale Intensieve Zorg

Hogeschool West-Vlaanderen
2019
Cindy
Sabbe
Bij een traumatische bevalling, zoals een premature bevalling, komen vaak verschillende gevoelens kijken. Deze gevoelens kunnen de betrokkenheid bij de zorg en de relatie met de verpleegkundigen beïnvloeden. Voor ouders is het belangrijk dat ze gezien worden als de primaire zorgverlener voor het kind en dat ze gerespecteerd worden. Doordat de ouders al zeer vroeg gescheiden worden van de baby kan dit voor de ouders allerlei vragen oproepen in verband met de hechting tussen de ouders en het kind. Daar een premature bevalling heel wat gevoelens met zich mee brengt, ervaren ouders dit als een emotionele rollercoaster. Daarnaast ervaren moeders de opname van hun kind in de Neonatale Intensieve Zorg anders dan vaders. Dit betekent dat vaders en moeders op een verschillende manier kunnen omgaan met de vroeggeboorte van hun kind. Tenslotte is het belangrijk dat de Neonatale Intensieve Zorg en de context van de ouders, de ouders ondersteunen tijdens deze ingrijpende gebeurtenis.
Meer lezen

Psychologische begeleiding bij jonge wielrenners: hun mening, noden & behoeften en omgang met stressoren.

Hogeschool West-Vlaanderen
2017
Charlotte
Poelvoorde
In dit onderzoek probeerde ik in kaart te brengen wat jonge wielrenners denken over psychologische begeleiding. Daarnaast worden ook kort hun noden, behoeften en omgang met stressoren in kaart gebracht.
Meer lezen

Longitudinale studie bij kinderen met leukemie: een onderzoek naar waargenomen distress, psychologische flexibiliteit en algemeen functioneren bij patiënten en hun gezonde broers/zussen

Universiteit Gent
2016
Apollonia
Mus
Een studie naar de impact van kinderkanker op lange termijn (enkele maanden) op vlak van distress, psychologische flexibiliteit en algemeen welzijn bij de zieke kinderen en hun gezonde broers/zussen.
Meer lezen

Wat is de noodzaak aan psychologische bijstand voor de familie na een cardio arrest reanimatie van de patiënt op de afdeling hartbewaking in het Ziekenhuis Oost-Limburg?

Hogeschool PXL
2016
Stijn
Peeters
  • An
    Coenen
De vooruitgang van de geneeskunde zorgt ervoor dat steeds meer gereanimeerde patiënten overleven en opgenomen worden in het ziekenhuis. Terwijl de patiënt alle nodige zorgen krijgt, blijft de familie vaak in de kou staan. De vraag of zij nood hebben aan psychologische begeleiding dringt zich op.
Meer lezen

Sanctioneren van radicalisme: jongeren versus beleidsmakers

Universiteit Gent
2015
Michiel
Praet
Sanctioneren van radicalisme: jongeren versus beleidsmakersEr kan bijna geen dag naar het nieuws worden gekeken of er verschijnt een bericht dat te maken heeft met radicalisme. Vooral sinds de aanslagen in Parijs begin dit jaar, steeg de berichtgeving rond dit thema enorm. Daarbij werd er vooral veel aandacht gegeven aan de terroristische groepering "Islamitische staat". Wanneer je daarbij de reacties op het internet las kreeg je de indruk dat velen pleiten voor een zeer repressieve aanpak. Is dit werkelijk zo of moet dit genuanceerd worden?
Meer lezen

Heksenkinderen: wijdverspreid in Afrika, maar alleen op de wereld? Een eerste aanzet tot onderzoek naar hun zelfbeeld.

KU Leuven
2013
Caroline
Spaas
Heksenkinderen: wijdverspreid in Afrika, maar alleen op de wereld?Ndoki, Aje, Abazimu of Mfiti in Malawi, zijn de namen waarmee duizenden kinderen in verschillende landen in Sub-Sahara Afrika dagelijks worden gebrandmerkt.  Vanaf het moment dat iemand hen in associatie brengt met een van die stempels, die alle “heks” betekenen, begint voor hen een leven vol angst. Ze worden verstoten uit de samenleving. Hierna volgt voor velen een leven op straat, onder andere in de prostitutie.
Meer lezen

Verborgen Kinderen. Een explorerende analyse van veertig getuigenissen van ondergedoken joodse kinderen

Universiteit Gent
2006
Nele
De Clercq
Verborgen Kinderen.

Een explorerende analyse van veertig getuigenissen van ondergedoken joodse kinderen.
 
Anne Frank, het joodse meisje dat ondergedoken zat in het achterhuis, hield een dagboek bij over de oorlogsgebeurtenissen. Het werd ontdekt, waardoor ze uitgroeide tot een van de belangrijkste iconen van de jodenmoord, de verpersoonlijking van de uitroeiing van joodse generaties, dromen en verwachtingen.
Meer lezen