Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Visualisatie van de KNX-installatie en relightingstudie van het magazijn binnen Stagobel Electro

Odisee Hogeschool
2016
Dimitri
De Schuyter
Relightingstudie gemaakt van het magazijn van Stagobel Electro en een KNXVision visualisatie gecreëerd van hun kantoorgebouw.
Meer lezen

De sociaal-geografische spreiding van betaalbare woningen in Brussel

Vrije Universiteit Brussel
2016
Stijn
Segers
Een scriptie over het ontstaan, de werking en de toekomstperspectieven van de nieuwe huisvestingsinitiatieven in relatie tot de publieke huisvestingsmaatschappijen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Meer lezen

Hulpsystemen die sneller en economischer varen in de koopvaardij bevorderen

Antwerp Maritime Academy
2016
Elias
Deleener
Genomineerde shortlist Vlaamse Scriptieprijs
Theoretisch en praktisch onderzoek naar toepassing van waterweerstandsvermindering op scheepsrompen. Dit door toepassing van haaienschubbenstructuur, ribbelstructuur en micro-luchtbubbels.
Meer lezen

Testing of chloride penetration and carbonation of concrete with superabsorbent polymers

Universiteit Gent
2016
Laurence
De Meyst
Genomineerde longlist mtech+prijs
Deze scriptie handelt over zelf-helend beton door de toevoeging van superabsorberende polymeren (SAPs). Naast de zelf-heling wordt ook de invloed van de toegevoegde SAPs op de chloride-indringing en carbonatieweerstand van het beton getest.
Meer lezen

Artikel 60 binnen OCMW Aalst, een goedlopende trein of een bij te sleutelen parcours?!

Odisee Hogeschool
2016
Karolien
Devos
In dit onderzoek werd artikel 60 op mesoniveau, binnen het OCMW van Aalst, onderzocht. Dit met als doel een zo duidelijk mogelijk beeld te krijgen over hoe deze tewerkstelling loopt en waar er eventueel marge is voor verbetering.

Mijn onderzoeksopzet bestond enerzijds uit een interview met de beleidsmensen, met de ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor deze sociale tewerkstelling. Anderzijds uit een focusgesprek met ervaringsdeskundigen, met mensen die of een sociale tewerkstelling positief hebben beëindigd of nog steeds aan het werk zijn als artikel 60.

Aan de hand van mijn ervaring en mijn onderzoeksopzet heb ik mijn veranderingsdoelen opgemaakt. Gezien de ervaringsdeskundigen artikel 60 als een positieve ervaring beschouwden denk ik dat men eerst en vooral moet proberen meer tewerkstelling plaatsen te creëren. Meer plaatsen geeft ook meer kansen dus meer kwetsbare mensen die men zo kan helpen naar werkervaring of zelfs naar een doorstroom naar de reguliere arbeidsmarkt. Hiervoor zal de begeleiding anders moeten worden aangepakt en zal ook de bijhorende subsidiëring moeten herbekeken worden. Zowel op mesoniveau binnen het OCMW te Aalst als op macroniveau en dus op Vlaams, gezien dit recent is overgeheveld van Federaal naar Vlaams.

Een tweede veranderingsdoel, wat ik zou willen gerealiseerd zien, is het verbeteren van de sfeer op de werkvloer ten opzichte van de mensen in artikel 60. Het welbevinden op het werk draagt volgens mij ook bij naar enerzijds je goed voelen in je vel maar anderzijds ook het goed presteren op het werk zelf. Voor mensen in sociale tewerkstelling denk ik dat de motivatie om op zoek te gaan naar een job na artikel 60 groter zal zijn als men een positieve ervaring heeft mogen ervaren.

Ook na begeleiding moet volgens mij beter. In het focusgesprek gaf elke deelnemer aan dat men in het spreekwoordelijke zwarte gat valt na artikel 60. Ook hier zouden we door in te zetten op betere, intensievere begeleiding, de doorstroom naar de reguliere markt kunnen bevorderen.

Ik ben dit eerst en vooral juridisch gaan bekijken, wetgeving versus toepassingen die men hanteert in het OCMW te Aalst. Daaruit bleek onder andere dat een flexibel werktraject, bijvoorbeeld deeltijds werken, wettelijk wel kan. Iets wat mogelijk zou moeten zijn voor iedereen in deze hectische maatschappij, zeker voor kwetsbare mensen die geen (groot) sociaal opvangnet hebben. Ook het loon voor de artikels 60 bepaalt men zelf als OCMW. Naar privé werkgevers toe factureert men 740 euro, openbare instanties die mensen tewerk stelt in artikel 60 betalen niets. Ook het feit dat men enkel leefloon gerechtigden in artikel 60 toelaat, is specifiek voor Aalst en zou dus ook anders kunnen. Er is dus een duidelijk verschil tussen wat er wetmatig mag en wat er in Aalst wordt toegepast. De reden hiervoor ligt meestal bij de subsidiëring die men hiervoor krijgt.

In een tweede invalshoek heb ik de psychosociale bril opgezet. Daar bleek, door de analyse van verschillende theorieën met betrekking tot het welbevinden en het hebben van een job, dat er wel effectief gevolgen kunnen zijn door het al dan niet hebben van een job. Zeker naar kwetsbare mensen toe moeten we hiermee rekening houden, zij hebben misschien bepaalde werkattitudes niet meegekregen van thuis. Doordat ze niet aan het werk zijn, worden ze uitgesloten uit de maatschappij. Men verliest zijn status en heeft niet het gevoel ergens bij te horen, ergens deel vanuit te maken. Aan het werk zijn zal hen dus empoweren, zal hun psychosociaal welzijn erop verbeteren.

Een laatste invalshoek is de hulpverlening. Doordat onze maatschappij volop in transitie is, dient de hulpverlening herbekeken te worden. Sleutelwoord bij hulpverlening is empoweren. Niet enkel doen wat wetmatig moet maar mensen helpen hun doelen te laten stellen en deze te verwezenlijken. De houding van de hulpverlener moet op voet van gelijkwaardigheid zijn en met een onvoorwaardelijke positieve houding ten opzichte van de cliënt met als doel zijn eigenwaarde te versterken.

Ik breng aan de hand van mijn onderzoeksopzet en theoretische staving vijf veranderingsstrategieën naar voor. Eerst en vooral moet artikel 60 voor iedereen kunnen en niet enkel voor mensen met een leefloon. Zo sluiten we mensen uit die ook zouden geholpen zijn door op deze manier aan het werk te kunnen. Ik denk bijvoorbeeld van een vrouw op leeftijd die van haar man is gescheiden en jaren voor de kinderen heeft gezorgd. Iemand van een iets oudere leeftijd, met een ‘black hole’ in haar CV van enkele jaren, zal niet makkelijk werk vinden.

Een tweede veranderingsstrategie is de mogelijkheid naar een flexibeler traject. Zeker nu we langer zullen moeten werken, is dit geen overbodige luxe. Zoals we ook in Finland zien, werkt zo’n systeem. Meer en meer mensen nemen ook hier ouderschapsverlof, tijdskrediet of loopbaanonderbreking om voor hun gezin of voor zichzelf te kunnen zorgen. Ook en zelfs vooral kwetsbare mensen die weinig of geen ervaring hebben en vaak niet beschikken over een sociaal opvangnet, zouden dit dus zeker moeten kunnen doen. Meer mensen zullen slagen in hun te presteren dagen in de opgegeven referteperiode en mensen gaan ook meer gemotiveerd zijn aan het werk te blijven in deze drukke geluksmaatschpapij.

Een derde strategie is de begeleiding van de mensen op de werkvloer die met mensen in artikel 60 moeten werken. Het stigmatiseren van deze groep tegen gaan door preventief de mensen op de werkvloer zelf grondig te informeren en hen te duiden wat de intentie is. Zo kunnen we taboes en vooroordelen wegwerken en eventuele pesterijen voorkomen. Een ‘workbuddy’, een gezinswetenschapper die niet alleen de mensen in sociale tewerkstelling maar ook de collega’s hierin begeleidt.

Een vierde strategie is het herbekijken van de kosten die men factureert aan privé firma’s. Zij krijgen een factuur van 740 euro per maand voor een werknemer, openbare instanties en vzw’s niet. Men hanteert dit omdat dit de kost is die het OCMW zelf zou moeten bijleggen, die men dus niet krijgt via subsidieringen. Op macroniveau zouden we dus moeten inzetten in het herbekijken van deze subsidieringen om deze gelijk te stellen. Maar ook OCMW Aalst zou zelf de beslissing kunnen nemen dit niet als grondvoorwaarde te hanteren. Zo creëren we meer tewerkstellingsplaatsen en vergroten we ook de doorstroom.

Een laatste voorstel naar verandering is de betere (na)begeleiding. Mensen in de laatste weken goed toeleiden naar het einde van hun tewerkstelling en al klaarstomen naar solliciteren op de reguliere arbeidsmarkt. Ook een betere samenwerking met onder andere VDAB is opportuun zijn. Ook hier is een rol weggelegd die perfect zou zijn voor een gezinswetenschapper.

Referentielijst:

Adriaens, C. L. (2013). Praktisch handboek voor OCMW-recht. 612 Loopbaan met zorg. (2015). Betekenis van werk. Betekenis van werk.

Tine Van Regenmortel, K. H. (2013. Het concept ‘empowerende academische werkplaats’. Een innovatieve vorm van samenwerken aan werkzame kennis. Tijdschrift voor Welzijnswerk, 36-48 Van Regenmortel, S. (2015, april). Sociaal werk moet anders in de nieuwe samenleving. Entry-media

Vlieger, S. D. (2008, Juni). Schuld en schaamte: een vergelijkende studie tussen werkenden en werklozen. Gent: Universiteit Gent.

Vries, S. D. (2010). Basismethodiek psychosociale hulpverlening. In S. D. Vries, Basismethodiek psychosociale hulpverlening (p. 425). Hoten, Nederland: Bohn Stafleu van Loghum.
Meer lezen

Orate pro nostris et oravimus pro vestris. Promised prayers for an anniversary of death. The case of Elisabeth ‘sConincs’ mortuary roll (1458-1459)

KU Leuven
2016
Maria
Mejia Sian
Deze scriptie geeft een algemeen overzicht over middeleeuwse dodenrollen, waarna de dodenrol van Elisabeth 'sConincs (1458-1459), abdis van de Benedictijner abdij te Vorst (Brussel), nader wordt bekeken wat betreft de fysieke kenmerken en commemoratieve functies. Een data-set bestaande uit 54 tituli uit de middeleeuwse provincie Vlaanderen staat toe om de gebedsuitwisseling tussen verschillende religieuze huizen in de late middeleeuwen te bestuderen. Dodenrollen worden meestal bestudeerd door historici maar verdienen de aandacht van andere disciplines.
Meer lezen

Domeingoederen: actualia inzake openbaar en privaat domein

Universiteit Gent
2016
Thomas
Poppe
Bespreking van de actuele ontwikkelingen op het vlak van de leer van het domeingoederenrecht.
Meer lezen

Toegankelijkheid van de tandheelkunde voor OCMW-cliënten - Een bevraging vanuit ethische/deontologische hoek

Universiteit Gent
2016
Fee
Verheire
  • Prof. dr. Luc
    De Visschere
Deze masterproef exploreert de toegankelijkheid van de tandarts voor OCMW-cliënten. Dit omvat zowel personen met een laag inkomen, als asielzoekers en personen zonder wettig verblijf. De werking van het OCMW en de drempels ervaren door zowel de OCMW-cliënt als tandarts werden nagegaan. Verder werd voor deze kwetsbare doelgroep de toegankelijkheid van de gezondheidszorg voor arts en tandarts vergeleken.
Meer lezen

Een vertaalslag van het nieuwe kaderdecreet en de uitvoeringsbesluiten van kinderopvang: over processen van in- en uitsluiting

Universiteit Gent
2015
Neelke
Ferket
De test met de vijf B’sHoe toegankelijk is kinderopvang voor maatschappelijk kwetsbare gezinnen?Eén van de doelstellingen van het nieuwe  decreet is de opvang meer toegankelijk maken. De studie onderzoekt of de nieuwe regels niet net het omgekeerde effect hebben. De testcase is Gent.Er bestaat een toets om na te gaan hoe toegankelijk een bepaalde dienstverlening is. Het zijn vijf richtvragen die allemaal een belangrijk woord met een B bevatten.
Meer lezen

Fraude binnen de Vlaamse Overheid

Universiteit Antwerpen
2014
Steven
Mulier
 Fraude binnen de Vlaamse Overheid1 InleidingFraude, niet meteen een begrip waarmee men als organisatie graag wenst geconfronteerd en/of geassocieerd te worden. Maar hoe kan een organisatie zich nu precies wapenen tegen het risico op fraude? Wat zet mensen ertoe aan om fraude te plegen? Wat zijn de meest voorkomende vormen van fraude? Hoe reageren organisaties op en communiceren ze over de binnen hun organisatie gedetecteerde fraudegevallen?
Meer lezen

Maghrebijnse senioren en hun (vrije) tijd. Een kwalitatief onderzoek naar de beleving van de 'oude dag' bij de Maghrebijnse man

HOGENT
2013
Fouad
El-Hamdi
  • Fouad
    El-Hamdi
  • Beatrice
    Zeltner
  • Siham
    Benmammar
Een vergeten generatie?    Maghrebijnse senioren in Gent aan het woordIn de 60er jaren kwamen de eerste Maghrebijnse migranten naar Gent. De eerste generatie is ondertussen senior geworden. Het is een stille generatie die weinig opvalt. Toch hebben ook zij zorg en aangepaste vrijetijdsbesteding nodig. De Vlaamse organisaties voor senioren zijn echter niet of onvoldoende voorbereid op hun komst.Als student ‘ Sociaal Werk’  heb ik mijn bachelorproef gemaakt over Maghrebijnse senioren en hun vrije tijd. Vrije tijd is maar een deel van iemands leven.
Meer lezen

Bruggen bouwen voor Genkse Turkse seniorenvrouwen

Thomas More Hogeschool
2013
Selma
Yaylagul
 Hebben Turkse seniorenvrouwen andere noden en behoeften dan bijvoorbeeld Suzanne, Mia of Gertrude?Senioren en hun sociaal isolement vormen een steeds groter deel van onze maatschappij, een belangrijke uitdaging voor dienstverleners en overheden. Wie, wat, waarom en hoe zit dat met Turkse seniorenvrouwen uit Genk? Idem dito? En vooral, hoe pakken we dat aan, hoe halen we hen uit hun isolement? Studente Bachelor in het Sociaal Werk, Selma Yaylagul, onderzocht één en ander in het kader van haar bachelorproef en de conclusie?
Meer lezen

De verplichting om een taal te kennen of bereid te zijn deze aan te leren en de sociaaleconomische grondrechten

Universiteit Antwerpen
2013
Laura
Claessens
Taalkennis: sleutel tot huurhuis, niet tot eigen woningHoe belangrijk is het om een taal te leren? Levensbelangrijk in Vlaanderen. Zonder taalkennis wordt het moeilijk om een woning te huren bij een socialehuisvestingsmaatschappij, een bouwgrond te kopen van bepaalde gemeenten en een leefloon te krijgen bij een aantal OCMW’s. Kan dat zomaar?OverlevenBeeld je in dat je familie naar een ander land verhuist. Jullie moeten helemaal van nul beginnen: zonder de taal te kennen zoeken jullie naar een huis en naar werk. Alles is ongelofelijk duur in dat land.
Meer lezen

Hoe organiseren erkende vluchtelingen zich in Vlaanderen, gedurende de periode na hun erkenning, om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien.

Universiteit Gent
2012
Iris
Fruru
“Als erkend vluchteling verwierf ik heel wat rechten. Ik kon er niets mee doen…”Mensen die in ons land officieel erkend worden als vluchteling, kunnen volgens de verblijfswetgeving rekenen op een omvattend verblijfsstatuut en een goede sociale rechtspositie. Uit een studie van Iris Fruru blijkt echter dat de meerderheid van alle erkende vluchtelingen er niet in slaagt onmiddellijk aanspraak te maken op deze rechten. Een totaal gebrek aan coördinatie en begeleiding in de overgang van materiële naar financiële steun ligt hieraan ten grondslag. De gevolgen zijn niet min.
Meer lezen

Hoe organiseren erkende vluchtelingen zich in Vlaanderen, gedurende de periode na hun erkenning, om in hun levensonderhoud te ku

Universiteit Gent
2012
Iris
Fruru
“Als erkend vluchteling verwierf ik heel wat rechten. Ik kon er niets mee doen…”Mensen die in ons land officieel erkend worden als vluchteling, kunnen volgens de verblijfswetgeving rekenen op een omvattend verblijfsstatuut en een goede sociale rechtspositie. Uit een studie van Iris Fruru blijkt echter dat de meerderheid van alle erkende vluchtelingen er niet in slaagt onmiddellijk aanspraak te maken op deze rechten. Een totaal gebrek aan coördinatie en begeleiding in de overgang van materiële naar financiële steun ligt hieraan ten grondslag. De gevolgen zijn niet min.
Meer lezen

Hoe kan een lokale investering in toegankelijkheid een investering zijn in de toekomst?

KU Leuven
2011
Mark
Van Assche
Hoe kan een lokale investering in toegankelijkheid een investering zijn in de toekomst?Dat het aantal mensen met een beperking in de komende jaren, mede als gevolg van de vergrijzing van bevolking en de vooruitgang van de wetenschap, zal wel niemand verbazen. Neem daarnaast noch een persoon met een gebroken been  die het moeilijk heeft om het openbaar vervoer te gebruiken of een leverancier met een zware last moet doos per doos binnenbrengen omdat zijn wagentje de vijf treden naar de ingang niet kan nemen dan komt men tot een zeer grote groep van mensen die met een ‘toegankelijkheidsprobleem’
Meer lezen

De Empowermeter. Ontwikkeling en toetsing van een empowerment-meter.

Universiteit Antwerpen
2009
Jan
Depauw
 
Kwaliteit in dienstverlening: meten is zweten. Er is een toenemende aandacht voor de kwaliteit van dienstverlening in publieke diensten. De beleidsmatige invulling ervan lijkt vooral geïnspireerd door New Public Management. Elementen van kwaliteit zijn dan: efficiëntie, effectiviteit, en zuinigheid. En die kwaliteit moet gemeten worden. De uit de bedrijfswereld geadopteerde meetmethoden vertonen binnen de sociale sector diverse tekortkomingen.
Meer lezen

De privacybeleving bij rusthuisbewoners

AP Hogeschool Antwerpen
2007
Tish
El-Bahty
  • Tish
    El-Bahty
  • Michaël
    Van Buggenhout
  • Robert
    Jacobs
Inleiding Het samenleven met anderen heeft zowel voor- als nadelen. Zich thuis voelen in een woonzorgcentrum hangt af van verschillende factoren, onder andere het gevoel van privacy. (De Veer, 2001) Daarom wil onze projectgroep in dit onderzoek de privacybeleving van bewoners in kaart brengen en achterhalen hoe de bewoners het respect voor de eigen privacy ervaren. Privacy  is vaak moeilijk te realiseren in een zorginstelling.
Meer lezen

Hoe hard ik ook probeer, mijn kind wil steeds meer en meer

Thomas More Hogeschool
2007
Stef
Veraghtert
  • Katrien
    Leysen
  • Mieke
    Vankerckhoven
 
Hoe hard ik ook probeer, mijn kind wil steeds meer en meer
Wat zeggen tv-programma’s zoals ‘De Supernanny’ en ‘Huis op stelten’ bij jou? Ooit al eens één van de vele opvoedingswinkels in jouw provincie binnen gestapt? Of herken je de vele discussies rond ‘hoe voed ik nu op een goede manier mijn kind op’?
Meer lezen

De toegankelijkheid van initiatieven voor buitenschoolse kinderopvang

Universiteit Gent
2006
Annelies
Roelandt
Buitenschoolse opvang: een drempel te hoog?
 
Kinderen van niet-werkende ouders, kinderen uit gezinnen met een lager inkomen en allochtonen zijn in heel wat buitenschoolse opvanginitiatieven ondervertegenwoordigd. Dat heeft onder andere te maken met de gehanteerde inschrijvingscriteria, de ouderbijdragen en de bekendmaking. Dat zijn de voornaamste conclusies van een scriptieonderzoek naar de toegankelijkheid van de buitenschoolse opvang.
Meer lezen

People-place relationships at the neighbourhood level -Case study in a south African post-apartheid township

KU Leuven
2006
Sarah
Meys
Huisvesting en plaatsbeleving in een post-apartheidscontext
 
In de globaliserende wereld, zoals we die vandaag de dag kennen, wordt in de (geografische) literatuur misschien minder vaak stilgestaan bij de alledaagse plaatsen, waar het gewone leven dag na dag voortkabbelt. Het scriptieonderzoek van Sarah Meys brengt net deze kant van de zaak terug naar boven.
Meer lezen

Turkse en Marokkaanse jongeren binnen de BJB. Kleinschalig sociologisch onderzoek Limburg.

Hogeschool PXL
2005
Catherine
Klimenko
Thesis biedt een duidelijk beeld van
 
Oververtegenwoordiging van Turkse en Marokkaanse jongeren binnen de
Bijzondere Jeugdbijstand
 
Dat allochtone jongeren en hun ouders dikwijls pas op een (te) laat moment in contact komen met de hulpverlenende instanties, is geen nieuws.
Meer lezen

Levenslang leren in de bijstand? Bespreking van de overgang van bestaansminimum naar leefloon in functie van studenten.

Universiteit Antwerpen
2005
Griet
Briels
Studeren met een leefloon?
Evaluatie van de overgang van bestaansminimum naar leefloon in functie van studenten
 
In 2002 werd de ‘Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie een feit.  Deze wet kwam er ter vervanging van de ‘Wet tot instelling van het recht op een bestaansminimum’.  Net als het bestaansminimum vormt het leefloon een vangnet voor mensen die tussen de mazen van de sociale zekerheid vallen.  Er zijn ook studenten die een beroep doen op deze uitkering om de kosten van studies en leven te kunnen financieren.  We gingen na in hoeverre de wetgeving vroeger en nu reke
Meer lezen