Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Vermaatschappelijking van de zorg. Kansen en uitdagingen vanuit het perspectief van steunfiguren. Een verkennend onderzoek in de zorg voor personen met een beperking in West-Vlaanderen.

Universiteit Gent
2016
Vanessa
Dermaut
Met het beleidsplan 'Perspectief 2020' wordt het principe van volwaardig burgerschap van personen met een beperking aangegrepen om de zorg te 'vermaatschappelijken'. Een literatuurstudie en een kwalitatief onderzoek bij 14 familieleden belichten een aantal kritische bedenkingen.
Meer lezen

Uptake en effecten van kinderopvang op gezinsuitbreiding in Vlaanderen: een sociaal-economische analyse

Universiteit Antwerpen
2016
Gert
Thielemans
De lage vruchtbaarheidscijfers van vele Westerse landen heeft kwalijke gevolgen voor de vergrijzing en zet de welvaartsstaat onder druk. Deze scriptie onderzoekt de rol van kinderopvang in de keuze voor gezinsuitbreiding.
Meer lezen

Malnutritie en infecties bij bewoners in een woonzorgcentrum

Vrije Universiteit Brussel
2016
Els
Suys
Nutritionele screening is noodzakelijk om de levenskwaliteit van ouderen te bevorderen. Er is een relatie tussen malnutritie en infecties bij ouderen. Er is voldoende preventie, screening en behandeling noodzakelijk van malnutritie om het risico op inflammatie en de weerslag op het fysiek functioneren van de bewoners in een woonzorgcentrum te beperken.
Meer lezen

Onderzoek naar de invloed van leeftijd, opleidingsniveau en dieetgeschiedenis op de kennis van verpleegkundigen omtrent verscheidene topics rond voeding

Hogeschool VIVES
2016
Ines
Verhaeghe
  • Ellen
    Vandamme
  • Jan
    Baudonck
Deze scriptie is een weergave van de kennis over voeding en voedinsgewoonten bij verpleegkundigen in de Vlaamse zorgsetting. Onderzoek de kennis bij Vlaamse verpleegkundigen is nodig door de steeds groter wordende rol van voeding in de zorgsector.
Meer lezen

Artikel 2279 Burgerlijk Wetboek en de nieuwe Pandwet

KU Leuven
2016
Julie
De Meester
De masterscriptie onderzoekt wat de invloed is van de nieuwe Pandwet op de traditionele werking van artikel 2279 Burgerlijk Wetboek.
Meer lezen

Tussen Erfharungsraum & Erwartungshorizont

KU Leuven
2016
Eva
Neefs
Het medium van film en het medium ‘architectuur’ zijn nauwer verwant dan aanvankelijk wordt gedacht. In dit werk beschrijf ik de spanningsopbouw in het werk van David Lynch in verband met de architectuur die eraan gelinkt is. Aan de hand van een terminologie die ik opbouw in het witte, theoretische boek, pas ik die toe in het zwarte, beeldende boek. Ik beschrijf het Huiselijk Theater voor het Huiselijk Drama aan de hand van het Déjà-vu, het Melodramatisch Object en het Portaal. De spanningsopbouw van een verhaal wordt mijn inspiratie voor de spanningsopbouw in mijn eigen architecturaal ontwerp. De aanzet van dat architecturaal ontwerp is te zien in het zwarte boek.
Meer lezen

'Dit is wat ik wil' Hoe kunnen personen met een verstandelijke beperking meer inspraak hebben in hun persoonlijke handelingsplannen

HOGENT
2016
Evelien
De Hert
Een zoektocht naar een manier om samen met de cliënten met een verstandelijke beperking inspraak te geven in hun persoonlijke handelingsplannen en toekomst.
Meer lezen

Evaluatie en vergelijking van vier verschillende toestellen voor de kwantificatie van HbA1c

Hogeschool West-Vlaanderen
2016
Cedric
Vandemergel
  • Sylvie
    Mulliez
  • Michel
    Langlois
- informatie over HbA1c als merker voor de monitoring van diabetes en de behandeling van vasculaire complicaties
- labo onderzoek voor de evaluatie van vier HbA1c analyzers
- motivatie en advies voor finale keuze analyzer
Meer lezen

De ontwikkeling en verspreiding van trends

Hogeschool West-Vlaanderen
2016
Camille
Mortier
Dagelijks worden we, of we het nu willen of niet, geconfronteerd met modetrends. Maar hoe ontstaan die modetrends eigenlijk en hoe komen ze tot bij ons? Op deze vragen probeer ik een antwoord te geven in mijn scriptie.
Meer lezen

Het welbevinden van de jongste kleuters tijdens de middagpauze in het kleuteronderwijs

Universiteit Gent
2016
Imke
Kint
Genomineerde shortlist Klasseprijs
Hoewel de laatste jaren veel aandacht uitgaat naar de kwaliteit van voorzieningen voor jonge kinderen, is de middagpauze in het kleuteronderwijs een onderwerp dat vaak onderbelicht blijft. De scriptie ging na hoe het met de jongste kleuters (2,5 – 3 jaar) gaat tijdens de middagpauze. Niet voor elke kleuter verloopt de overgang om op school te blijven eten altijd even vlot.
Meer lezen

Crisismanagement en de ramp in Fukushima: de invloed van het ‘Nuclear Village’

KU Leuven
2016
Kelly
Knapen
Crisis Management and the Fukushima Daiichi Nuclear disaster
The influence of the Nuclear Village
Kelly Knapen


The triple meltdown in the Fukushima daiichi nuclear power plant on the 11th of March 2011 has been coined the second worst nuclear disaster since Tsjernobyl. It created a shockwave through the world. Concerns about the safety of this energy source rose to new heights. Voices arose to completely step away from nuclear energy altogether. In Japan this became very apparent. The government experienced massive waves of criticism. Mainly on the way they handled the crisis. This dissertation looked deeper into the crisis management regarding the Fukushima Daiichi nuclear disaster and investigated whether this was effective or not. Secondly this research concentrated on the reasons behind the failures of the crisis management, mainly concentrating on the influence of the Nuclear Village and what effect this had on the crisis management itself.
To achieve this, this dissertation first looked deeper into the legal framework surrounding crisis management in Japan to investigate whether two important aspects of crisis management were covered namely those of preparation and prevention. Secondly it used the reports of the ‘Fukushima Nuclear Accident Independent Investigation Commission’ of the National Diet of Japan and ‘The Independent Investigation committee on the Fukushima Nuclear Accident’ to look deeper into the immediate crisis respons and looked whether the three important elements of communication, cooperation and leadership were present. Lastly, by using the theory of George Stigler on ‘Regulatory Capture’ and the more concrete studie on the ‘Nuclear Village’ of Kainuma (開沼) and Kingston, this dissertation formed its conclusion on the reason behind the problems regarding crisis management in Japan and its effectiveness.
Out of this research it became apparent that there were serious problems concerning the crisis management of the Fukushima nuclear accident. It became clear that nuclear safety was not ensured. The government did not learn the necessary lessons from the two severe incidents that occurred before the disaster in Fukushima, which should have served as a wake-up call. During the crisis at the Fukushima Daiichi nuclear power plant, the main players in crisis management distrusted each other, which lead to a general lack of cooperation, communication and leadership. Although this was a period of crisis, where no one acts perfectly according to plan, this research made clear that the influence of TEPCO on the different players was a major factor in the failure of the crisis management concerning the nuclear disaster at the Fukushima Daiichi nuclear power plant.
This crisis eventually led to a structural reform of crisis management in Japan. This can certainly be called a big step forward. However regarding the nature of the Nuclear Village, as a deeply-enrooted system, a reform alone may not be enough. On this part more research is definitely needed.
 
Meer lezen

Artikel 60 binnen OCMW Aalst, een goedlopende trein of een bij te sleutelen parcours?!

Odisee Hogeschool
2016
Karolien
Devos
In dit onderzoek werd artikel 60 op mesoniveau, binnen het OCMW van Aalst, onderzocht. Dit met als doel een zo duidelijk mogelijk beeld te krijgen over hoe deze tewerkstelling loopt en waar er eventueel marge is voor verbetering.

Mijn onderzoeksopzet bestond enerzijds uit een interview met de beleidsmensen, met de ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor deze sociale tewerkstelling. Anderzijds uit een focusgesprek met ervaringsdeskundigen, met mensen die of een sociale tewerkstelling positief hebben beëindigd of nog steeds aan het werk zijn als artikel 60.

Aan de hand van mijn ervaring en mijn onderzoeksopzet heb ik mijn veranderingsdoelen opgemaakt. Gezien de ervaringsdeskundigen artikel 60 als een positieve ervaring beschouwden denk ik dat men eerst en vooral moet proberen meer tewerkstelling plaatsen te creëren. Meer plaatsen geeft ook meer kansen dus meer kwetsbare mensen die men zo kan helpen naar werkervaring of zelfs naar een doorstroom naar de reguliere arbeidsmarkt. Hiervoor zal de begeleiding anders moeten worden aangepakt en zal ook de bijhorende subsidiëring moeten herbekeken worden. Zowel op mesoniveau binnen het OCMW te Aalst als op macroniveau en dus op Vlaams, gezien dit recent is overgeheveld van Federaal naar Vlaams.

Een tweede veranderingsdoel, wat ik zou willen gerealiseerd zien, is het verbeteren van de sfeer op de werkvloer ten opzichte van de mensen in artikel 60. Het welbevinden op het werk draagt volgens mij ook bij naar enerzijds je goed voelen in je vel maar anderzijds ook het goed presteren op het werk zelf. Voor mensen in sociale tewerkstelling denk ik dat de motivatie om op zoek te gaan naar een job na artikel 60 groter zal zijn als men een positieve ervaring heeft mogen ervaren.

Ook na begeleiding moet volgens mij beter. In het focusgesprek gaf elke deelnemer aan dat men in het spreekwoordelijke zwarte gat valt na artikel 60. Ook hier zouden we door in te zetten op betere, intensievere begeleiding, de doorstroom naar de reguliere markt kunnen bevorderen.

Ik ben dit eerst en vooral juridisch gaan bekijken, wetgeving versus toepassingen die men hanteert in het OCMW te Aalst. Daaruit bleek onder andere dat een flexibel werktraject, bijvoorbeeld deeltijds werken, wettelijk wel kan. Iets wat mogelijk zou moeten zijn voor iedereen in deze hectische maatschappij, zeker voor kwetsbare mensen die geen (groot) sociaal opvangnet hebben. Ook het loon voor de artikels 60 bepaalt men zelf als OCMW. Naar privé werkgevers toe factureert men 740 euro, openbare instanties die mensen tewerk stelt in artikel 60 betalen niets. Ook het feit dat men enkel leefloon gerechtigden in artikel 60 toelaat, is specifiek voor Aalst en zou dus ook anders kunnen. Er is dus een duidelijk verschil tussen wat er wetmatig mag en wat er in Aalst wordt toegepast. De reden hiervoor ligt meestal bij de subsidiëring die men hiervoor krijgt.

In een tweede invalshoek heb ik de psychosociale bril opgezet. Daar bleek, door de analyse van verschillende theorieën met betrekking tot het welbevinden en het hebben van een job, dat er wel effectief gevolgen kunnen zijn door het al dan niet hebben van een job. Zeker naar kwetsbare mensen toe moeten we hiermee rekening houden, zij hebben misschien bepaalde werkattitudes niet meegekregen van thuis. Doordat ze niet aan het werk zijn, worden ze uitgesloten uit de maatschappij. Men verliest zijn status en heeft niet het gevoel ergens bij te horen, ergens deel vanuit te maken. Aan het werk zijn zal hen dus empoweren, zal hun psychosociaal welzijn erop verbeteren.

Een laatste invalshoek is de hulpverlening. Doordat onze maatschappij volop in transitie is, dient de hulpverlening herbekeken te worden. Sleutelwoord bij hulpverlening is empoweren. Niet enkel doen wat wetmatig moet maar mensen helpen hun doelen te laten stellen en deze te verwezenlijken. De houding van de hulpverlener moet op voet van gelijkwaardigheid zijn en met een onvoorwaardelijke positieve houding ten opzichte van de cliënt met als doel zijn eigenwaarde te versterken.

Ik breng aan de hand van mijn onderzoeksopzet en theoretische staving vijf veranderingsstrategieën naar voor. Eerst en vooral moet artikel 60 voor iedereen kunnen en niet enkel voor mensen met een leefloon. Zo sluiten we mensen uit die ook zouden geholpen zijn door op deze manier aan het werk te kunnen. Ik denk bijvoorbeeld van een vrouw op leeftijd die van haar man is gescheiden en jaren voor de kinderen heeft gezorgd. Iemand van een iets oudere leeftijd, met een ‘black hole’ in haar CV van enkele jaren, zal niet makkelijk werk vinden.

Een tweede veranderingsstrategie is de mogelijkheid naar een flexibeler traject. Zeker nu we langer zullen moeten werken, is dit geen overbodige luxe. Zoals we ook in Finland zien, werkt zo’n systeem. Meer en meer mensen nemen ook hier ouderschapsverlof, tijdskrediet of loopbaanonderbreking om voor hun gezin of voor zichzelf te kunnen zorgen. Ook en zelfs vooral kwetsbare mensen die weinig of geen ervaring hebben en vaak niet beschikken over een sociaal opvangnet, zouden dit dus zeker moeten kunnen doen. Meer mensen zullen slagen in hun te presteren dagen in de opgegeven referteperiode en mensen gaan ook meer gemotiveerd zijn aan het werk te blijven in deze drukke geluksmaatschpapij.

Een derde strategie is de begeleiding van de mensen op de werkvloer die met mensen in artikel 60 moeten werken. Het stigmatiseren van deze groep tegen gaan door preventief de mensen op de werkvloer zelf grondig te informeren en hen te duiden wat de intentie is. Zo kunnen we taboes en vooroordelen wegwerken en eventuele pesterijen voorkomen. Een ‘workbuddy’, een gezinswetenschapper die niet alleen de mensen in sociale tewerkstelling maar ook de collega’s hierin begeleidt.

Een vierde strategie is het herbekijken van de kosten die men factureert aan privé firma’s. Zij krijgen een factuur van 740 euro per maand voor een werknemer, openbare instanties en vzw’s niet. Men hanteert dit omdat dit de kost is die het OCMW zelf zou moeten bijleggen, die men dus niet krijgt via subsidieringen. Op macroniveau zouden we dus moeten inzetten in het herbekijken van deze subsidieringen om deze gelijk te stellen. Maar ook OCMW Aalst zou zelf de beslissing kunnen nemen dit niet als grondvoorwaarde te hanteren. Zo creëren we meer tewerkstellingsplaatsen en vergroten we ook de doorstroom.

Een laatste voorstel naar verandering is de betere (na)begeleiding. Mensen in de laatste weken goed toeleiden naar het einde van hun tewerkstelling en al klaarstomen naar solliciteren op de reguliere arbeidsmarkt. Ook een betere samenwerking met onder andere VDAB is opportuun zijn. Ook hier is een rol weggelegd die perfect zou zijn voor een gezinswetenschapper.

Referentielijst:

Adriaens, C. L. (2013). Praktisch handboek voor OCMW-recht. 612 Loopbaan met zorg. (2015). Betekenis van werk. Betekenis van werk.

Tine Van Regenmortel, K. H. (2013. Het concept ‘empowerende academische werkplaats’. Een innovatieve vorm van samenwerken aan werkzame kennis. Tijdschrift voor Welzijnswerk, 36-48 Van Regenmortel, S. (2015, april). Sociaal werk moet anders in de nieuwe samenleving. Entry-media

Vlieger, S. D. (2008, Juni). Schuld en schaamte: een vergelijkende studie tussen werkenden en werklozen. Gent: Universiteit Gent.

Vries, S. D. (2010). Basismethodiek psychosociale hulpverlening. In S. D. Vries, Basismethodiek psychosociale hulpverlening (p. 425). Hoten, Nederland: Bohn Stafleu van Loghum.
Meer lezen

Equity crowdfunding: positioning and inquiry from an entrepreneurial perspective

Vrije Universiteit Brussel
2016
Kevin
De Moortel
Een gestructureerde literatuurstudie en een studie op 20 internet platformen geven duidelijkheid omtrent positionering en werking van de nieuwe financieringsmethode: equity crowdfunding.
Meer lezen

“Who Lives, Who Dies, Who Tells Your Story?” Reinventing a National Narrative and Its Political Meaning in ‘Hamilton: an American Musical’

Universiteit Gent
2016
Stéphanie
Verbrugghe
Het musicalfenomeen van 2016, 'Hamilton' biedt niet alleen geschiedkundig entertainment aan de vele bezoekers (waaronder president Obama), maar ook een verdoken politiek commentaar op de toekomst van Amerika.
Meer lezen

De zin en onzin van meerouderschap

KU Leuven
2016
Irgen
De Preter
Kinderen worden steeds vaker opgevoed in meeroudergezinnen: naast juridische ouders staan ook niet-juridische ouders in voor de opvoeding van het kind. Tussen deze niet-juridische ouders en kinderen ontstaan gezagsrelaties die niet wettelijk beschermd worden. Uit rechtsvergelijkend onderzoek bieden zich twee mogelijke manieren om deze gezagsrelaties te beschermen.
Meer lezen

Ervaringen van alleenstaande pleegouders in Vlaanderen: pleegzorg als uitdrukking van een electieve biografie

Universiteit Gent
2016
Emma
Degroote
In dit exploratief kwalitatief onderzoek worden alleenstaande pleegouders via diepte-interviews gevraagd naar hun ervaringen als alleenstaande pleegouder, naar de rol die ze binnen het pleeggezin opnemen en hoe ze omgaan met de uitdagingen die het alleenstaand pleegouderschap stelt.
Meer lezen

Orate pro nostris et oravimus pro vestris. Promised prayers for an anniversary of death. The case of Elisabeth ‘sConincs’ mortuary roll (1458-1459)

KU Leuven
2016
Maria
Mejia Sian
Deze scriptie geeft een algemeen overzicht over middeleeuwse dodenrollen, waarna de dodenrol van Elisabeth 'sConincs (1458-1459), abdis van de Benedictijner abdij te Vorst (Brussel), nader wordt bekeken wat betreft de fysieke kenmerken en commemoratieve functies. Een data-set bestaande uit 54 tituli uit de middeleeuwse provincie Vlaanderen staat toe om de gebedsuitwisseling tussen verschillende religieuze huizen in de late middeleeuwen te bestuderen. Dodenrollen worden meestal bestudeerd door historici maar verdienen de aandacht van andere disciplines.
Meer lezen

Analyse van de probitfunctie voor de effecten van overdruk op de mens - Het Vlaamse 40 mbar overdrukcriterium

KU Leuven
2016
Jeroen
Debroey
In Vlaanderen wordt de kans op overlijden ten gevolge van de overdruk afkomstig van een explosie uitgedrukt door middel van een probitfunctie. In deze scriptie wordt de herkomst van de Vlaamse probitfunctie doorgelicht en vergeleken met alternatieve opvattingen en technieken. Uit dit onderzoek besluit de auteur dat de huidige Vlaamse probitfunctie anno 2016 te conservatief is. Hij ontwikkelt daarom een geactualiseerde probitfunctie, ten einde de Vlaamse probitfunctie opnieuw af te lijnen met moderne bouwfysische omstandigheden.
Meer lezen

China’s WTO Accession: An Analysis of the Safety Valves Used to Face the Challenges

KU Leuven
2016
Lotte
Janssen
Bij handelsliberalisering worden overheden vaak geconfronteerd met belangenconflicten tussen binnenlandse consumenten en producenten. De safety valve theory biedt een kader om te analyseren of overheden protectionistische maatregelen gebruiken als safety valve wanneer ze hun markten openstellen. Deze studie onderzoekt of China en de Europese Unie dergelijke safety valves hanteerden toen China in 2001 lid werd van de Wereldhandelsorganisatie.
Meer lezen

Afstammingsrechtelijke gevolgen van de juridische geslachtsverandering in rechtsvergelijkend perspectief

Universiteit Gent
2016
Eline
Souffriau
Mijn masterproef behandelt de bestaande problematiek betreffende het Belgische afstammingsrecht voor transgenders (art. 62bis, § 8 BW) en probeert via rechtsvergelijkende analyse een oplossing te bieden voor de bestaande problemen.
Meer lezen

As above, so below? Influence of overstory-induced acidification on the soil carbon sequestration dynamics in the Gaume forest.

KU Leuven
2016
Ellen
Desie
Genomineerde longlist Vlaamse Scriptieprijs
Evaluatie van het effect van een omvorming van gemengd loofbos naar monoculturen van Fijnspar op het ondergrondse bosecosysteem. Meer bepaald het effect op de koolstofopslag en de stabiliteit van deze opslag is van belang in dit onderzoek. In een context van klimaatsveranderingen zijn bos ecosystemen en hun bodems van cruciaal belang.
Meer lezen

Het bijzondere dyslexiebeest. De theorie en praktijk van psycho-educatie aan lagere schoolkinderen met dyslexie

Thomas More Hogeschool
2016
Liesy
Nelissen
Deze scriptie belicht de verschillende doelen, werkvormen en methodes, betrokken partijen, bestanddelen en lacunes van psycho-educatie aan lagere schoolkinderen met dyslexie. Daarnaast gaat de scriptie in op de benodigde aspecten van een voorlichtingsfilm voor deze doelgroep
Meer lezen

Genetisch-genealogisch verwantschapsonderzoek in de Lage Landen op basis van Y-chromosomale variatie

KU Leuven
2016
Sofie
Claerhout
  • Maarten
    Larmuseau
De moleculaire biologie kan via het Y-chromosoom de genetica achter genealogie bestuderen. Het Y-chromosoom wordt net als de familienaam grotendeels onveranderd doorgegeven van vader op zoon. De focus van deze studie ligt op de aanwezigheid van buitenechtelijkheid of extra paar vaderschap (EPP).
Meer lezen

Moeders over stiefmoederschap: de mythe voorbij?

Universiteit Gent
2016
Charlotte
Maene
Vanuit de mythe van de boze stiefmoeder wordt de rol van de stiefmoeder vaker geproblematiseerd dan de betrokkenheid van stiefvaders. Enerzijds lijken mensen te verwachten dat stiefmoeders goed zorgen voor hun stiefkinderen en is men wantrouwig of dit zal gebeuren. Anderzijds worden stiefmoeders weinig geraadpleegd met betrekking tot de opvoeding van hun stiefkinderen. Deze studie brengt in kaart hoe moeders denken over stiefmoederschap en toont aan dat er verschillende strategieën zijn om taken binnen het nieuw samengesteld gezin te verdelen.
Meer lezen

Zwarte hond bijt waakhond, of net andersom? Kwalitatieve studie naar de beeldvorming van 'depressie' in De Standaard en Het Laatste Nieuws

Vrije Universiteit Brussel
2016
Lauranne
Harnie
Steeds meer mensen worden geconfronteerd met een depressie. Mediaberichtgeving heeft een aanzienlijke invloed op het ziektebeeld en de maatschappelijke perceptie van de stoornis. Deze framing-analyse bestudeert en vergelijkt artikels uit De Standaard en Het Laatste Nieuws.
Meer lezen

As above, so below? Influence of overstory-induced acidification on the soil carbon sequestration dynamics in the Gaume forest.

KU Leuven
2016
Ellen
Desie
In deze scriptie werd de omvorming van oud bos naar monoculturen van Fijnspar geëvalueerd. Meer specifiek werd het effect op de koolstofvastlegging en stabiliteit onder dergelijke monoculturen onderzocht.
Meer lezen

FOOD- AND NUTRITION-RELATED QUESTIONS IN THE COMMUNITY PHARMACY:

Universiteit Gent
2016
Lize
Vanhie
Observationele studie naar de meest voorkomende voedingsgerelateerde vragen in de officina in Vlaanderen. Daarnaast wordt de voorkennis van de studenten nagegaan, om zo adviezen naar de farmacie-opleiding toe te kunnen formuleren.
Meer lezen

Le sacrifice humain dans la tragédie: une comparaison analytique entre les Iphigénies d’Euripide et de Racine

KU Leuven
2016
Sarah
Ronsmans
Deze scriptie bevat een analyse van twee klassieke tragedies: de Iphigeneia in Aulis van Euripides enerzijds uit de 5de eeuw voor Christus, anderzijds de Iphigénie van Racine uit de 17de eeuw. Aan de hand van de theorie van René Girard over het mensenoffer, wordt de moord op de jonge maagd binnen beide stukken geduid.
Meer lezen

Een plek voor subtiele taal. Een pleidooi voor de toepassing van Charles Taylors constitutieve taalopvatting in de filosofie.

Universiteit Antwerpen
2016
Martha
Claeys
In de filosofie komen vaak thema's aan bod die uitgaan van een menselijke betrokkenheid: denk aan morele kwesties, rechtvaardigheid, vrijheid, pijn of liefde. Welke taal gebruikt de filosoof om het over deze thema's te hebben, en waarom is die gerechtvaardigd? Ik argumenteer dat er in de filosofie nood is aan een subtiele taal, een begrip dat ik ontleen aan Charles Taylor. Subtiele taal is de uitgelezen taal om vanuit een betrokken menselijk standpunt na te denken over wat voor begrippen als rechtvaardigheid, vrijheid, pijn of liefde voor de mens betekenen.
Meer lezen

Balancing Body and Mind: Importance of a balanced body and mind in eating behaviour

KU Leuven
2016
Herlinde
Aerts
Onderzoek naar de relatie tussen body-mind practice, intuïtief eetgedrag, body awareness en body responsiveness.
Meer lezen