Scriptiebank overzicht

De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Ostium-specific equine pulmonary vein myocardial sleeve gross anatomy and structural evidence of interatrial myocardial continuity with potential implications for ablation strategies

Universiteit Gent
2026
Inne
Van Hooydonk
Anatomische variatie van de pulmonaire venen bij het paard als referentie voor toekomste ablatieprocedures.
Meer lezen

PHASE CONTRAST TOMOGRAPHY OF HUMAN TISSUE WITH A LIQUID-METAL µCT X-RAY SOURCE

Universiteit Gent
2026
Christopher
Boateng
Deze scriptie toont aan dat een röntgenbron met een liquid-metaalanode in een labo 3D-beelden kan maken van menselijk weefsel in paraffineblokjes, zonder de blokjes te snijden. Daarbij speelt ook de energie, de 'kleur' van de bron, een cruciale rol.
Meer lezen

Optimal design and operations of plug & play photovoltaic-battery systems

KU Leuven
2026
Sean
Nassen
Deze masterscriptie van Sean Nassen (KU Leuven, in samenwerking met EnergyVille) onderzoekt plug & play batterijen: thuisbatterijen die je zelf in een stopcontact steekt, zonder elektricien. In België mag dat sinds april 2025. Er bestond nog weinig onderzoek naar hoe goed deze batterijen presteren en of ze zichzelf terugbetalen.
Meer lezen

Decoding the Female Brain: Investigating Cerebral White Matter Changes throughout the Menopausal Transition, using diffusion MRI​

Universiteit Gent
2026
Kato
Herregods
Women make up half of the global population and spend nearly one third of their lives in perior postmenopause. This period is marked by major hormonal changes that not only impact the reproductive system, the brain is greatly affected too. Despite this, the female brain remains understudied, and relatively little is known about how menopause influences brain health. Previous research has shown that during the menopause transition, the brain becomes less efficient at using glucose, its main energy source under normal circumstances. These metabolic changes may alter brain structure and function, potentially contributing to common menopause symptoms, such as hot flushes, mood changes or memory problems. They may also partly explain why women have a higher risk of developing Alzheimer’s disease later in life. This thesis contributes to a better understanding of the menopausal brain by using advanced medical imaging techniques to investigate changes in the brain’s white matter. In the long term, this research may contribute to improved public health and women’s healthcare, by advancing our understanding of menopause-related brain changes and female brain aging. Findings may positively impact healthcare professionals, public health organizations, researchers in neuroscience and women’s health, pharmaceutical and biotech companies. Most importantly, this research may eventually improve patients’ quality of life by supporting better management of menopausal symptoms and informing earlier detection, prevention, and treatment of neurodegenerative diseases such as Alzheimer’s disease.
Meer lezen

Supermarkt Herontwikkeld: Betaalbaar wonen door een verkenning van het ontwikkelingspotentieel op onderbenutte supermarktsites

Universiteit Gent
2026
Renée
Van Nevel
Vlaanderen heeft nood aan veel extra woningen, terwijl de bouwshift vraagt om geen bijkomende open ruimte meer aan te snijden. Vooral de 'missing middle' raakt moeilijk aan een betaalbare woning. Deze masterproef onderzoekt of onderbenutte supermarktparkings hiervoor een oplossing kunnen bieden. Boven de bestaande parking komt een tafelstructuur op kolommen, waarop modulaire huurwoningen worden geplaatst terwijl de supermarkt operationeel blijft. Op lange termijn kan de winkel onder die tafel worden herbouwd, zodat de volledige site kan worden herontwikkeld. Het model werd ontwerpmatig uitgewerkt voor twee Gentse sites, de Delhaize aan de Watersportbaan en de Carrefour Hypermarket in Sint-Denijs-Westrem. Daarnaast werd het financieel doorgerekend vanuit betaalbare huurprijzen.
Meer lezen

De mogelijkheden van pure mycelium materialen

AP Hogeschool Antwerpen
2026
Xam
Dewaele
Deze scriptie onderzoekt de mogelijkheden van pure myceliummaterialen als duurzaam alternatief binnen de circulaire economie. Concreet richt het onderzoek zich op de productie en eigenschappen van mycoleer, waarbij zowel zuivere schimmelculturen als co-cultivaties met genetisch gemodificeerde bacteriën worden geëvalueerd.
Meer lezen

Lokale en cloud-AI in webontwikkeling: Ecologische impact, kosten en een beslissingskader voor duurzame integratie

HOGENT
2026
Alexandru-George
Poenaru
Drie taalmodellen werden zowel lokaal als in de cloud getest. Op basis van 6.241 aanvragen werden energieverbruik, geschatte CO₂-uitstoot, snelheid, kosten en inhoudelijke juistheid vergeleken. Een correctie op de cloudschattingen bracht ook het energieverbruik voor het lezen van lange documenten in rekening. Voor de onderzochte toepassing bleek de cloud naar schatting gemiddeld vijf keer energiezuiniger en bij het verwachte bedrijfsvolume financieel aantrekkelijker. Tegelijk toonden de tests dat correct gevormde antwoorden inhoudelijke fouten kunnen bevatten.

De resultaten zijn vertaald naar een praktische beslissingsboom die bedrijven helpt kiezen op basis van onder meer privacy, beschikbare apparatuur, gebruiksvolume, stroommix en antwoordkwaliteit.
Meer lezen

Kwantificeren van agressief vaargedrag

Antwerp Maritime Academy
2026
Tristan
Aerts
De scheepvaart staat voor de uitdaging om haar energieverbruik en broeikasgasemissies te verminderen. Naast technologische maatregelen kan ook het gedrag van de persoon die het schip bestuurt hierbij een rol spelen. Dit onderzoek analyseert daarom of agressief vaargedrag kwantitatief kan worden beschreven aan de hand van Aggressive Dynamics Metrics (ADM’s).
Op basis van literatuur uit de autosector werden drie ADM’s geselecteerd: Average Judicative Element (AJE), Relatieve Positieve Versnelling (RPA) en Characteristic Acceleration (CA). Deze werden toegepast op seconde-per-secondegegevens van 21 deelnemers uit een simulatorexperiment van het GreenPort-project. Daarnaast werd het traject op basis van snelheids- en versnellingsgegevens onderverdeeld in regulier varen en manoeuvreren.
De ADM’s maakten duidelijke verschillen in dynamisch vaargedrag tussen deelnemers zichtbaar. AJE bleek het meest geschikt als hoofdparameter, voornamelijk door de beperkte afhankelijkheid van de gemiddelde snelheid. De rangschikkingen volgens de drie ADM’s vertoonden onderling een duidelijke overeenkomst (Kendall’s W = 0,744), maar minder met de rangschikking volgens brandstofverbruik (Kendall's W = 0,633). De resultaten tonen dat agressief vaargedrag kwantificeerbaar is, maar dat ADM’s steeds in combinatie met operationele omstandigheden en energieverbruik moeten worden geïnterpreteerd. Daarmee vormen ze een bruikbare basis voor verdere ontwikkeling van data gedreven ecovaren.
Meer lezen

Buurtwarmte Brugge

Hogeschool West-Vlaanderen
2026
Ilse
Maes
In de historische binnenstad van Brugge zijn grootschalige warmtenetten vaak onhaalbaar, terwijl individuele warmtepompen botsen op ruimtegebrek, geluidsoverlast en strikte erfgoedregels. Deze bachelorproef onderzoekt hoe 'micro-warmtenetten' op privaat terrein (voor clusters van 3 tot 10 woningen) een realistische, fossielvrije oplossing kunnen bieden voor deze complexe "warmte-eilanden".
Uit de analyse blijkt dat een collectieve lucht-waterwarmtepomp op middentemperatuur technisch de meest haalbare bron is voor de historische context. De grootste drempels zijn echter niet technisch, maar organisatorisch en juridisch, zoals de onderlinge samenwerking en de angst voor overlast. Om deze barrières weg te nemen, ontwikkelde de auteur twee complementaire draaiboeken. Het bewonersdraaiboek ontzorgt burgers stapsgewijs met checklists en modelcontracten, terwijl het draaiboek voor Stad Brugge een sturingskader biedt waarin een centrale rol is weggelegd voor de lokale 'Renovatiecoach'. Na toetsing aan drie Brugse casussen concludeert de scriptie dat micro-warmtenetten op privaat terrein de cruciale missing link vormen om de warmtetransitie in historische stadskernen te versnellen.
Meer lezen

FROM DRAINAGE TO RESERVOIR - The Ellewoutsdijk Peninsula as a Collective Freshwater Landscape

KU Leuven
2026
Carolina
Gonzales
Deze masterproef onderzoekt hoe de zoetwaterinfrastructuur in de polders langs de Westerschelde kan worden heringericht tot multifunctionele, collectieve waterlandschappen. Het project richt zich op Ellewoutsdijk, een polderdorp gevormd door dijken, afwateringssloten, landbouwvelden, de haven, het fort en het estuarium van de Westerschelde. Het speelt in op de toenemende druk van zeespiegelstijging, verzilting, seizoensgebonden droogte en veranderende neerslagpatronen.
In plaats van waterbeheer te beschouwen als een onzichtbaar technisch systeem, maakt het ontwerp van bestaande afwateringsroutes, bekkens en waterwerken zichtbare landschappen voor wateropvang, zuivering, herverdeling en collectief gebruik. Deze waterlandschappen ondersteunen de aanpassing van landbouw en aquacultuur en bieden tegelijk ruimte voor recreatie, verplaatsing en ontmoeting in de publieke ruimte.
De ontwerpstrategie verbindt kustmobiliteit en zoetwateropslag tot één samenhangend landschapssysteem. Een openbare route van oost naar west verbindt het voormalige station, het dorp, de dijk, de Wisselpolder, de haven, het fort en de Westerschelde. Tegelijk ordent een noord-zuidgerichte wateras de afwateringsroutes en bekkens opnieuw, dwars door productieve velden, langs ecologische randen en door collectieve ruimten. Op het kruispunt van beide wordt waterinfrastructuur zowel een dragend systeem voor het gebied als een toegankelijk onderdeel van het dagelijks leven.
Door voort te bouwen op de hydrologische en historische structuur van het schiereiland, verschuift het project van gecontroleerde afwatering naar een adaptief watersysteem dat deel uitmaakt van het dagelijks leven. Zo wordt zoetwaterinfrastructuur een ruimtelijk kader voor kustweerbaarheid, de aanpassing van productieve landschappen en het collectieve leven in Ellewoutsdijk.
Meer lezen

THE EFFECTIVENESS OF THE TYP10 PROGRAM FOR FOURTH-GRADE CHILDREN WITH AND WITHOUT NEURODEVELOPMENTAL DISORDERS IN MAINSTREAM EDUCATION IN FLANDERS (BELGIUM)

Universiteit Gent
2026
Sara
Maes
  • Christel
    Callewaert
  • Delphine
    Bauwens
In deze longitudinale haalbaarheidsstudie volgden 35 leerlingen uit het vierde leerjaar een gestructureerd Typ10-programma. Hun typsnelheid en typnauwkeurigheid werden op vier momenten gemeten: vóór, tijdens en na de interventie, inclusief een follow-upmeting acht weken later.
De typsnelheid nam significant toe over de tijd (p < 0,001), met de grootste vooruitgang onmiddellijk na de lessen. Ook de typnauwkeurigheid verbeterde significant (p = 0,010), waarbij de vooruitgang geleidelijker verliep. Kinderen met (een vermoeden van) neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (NDD) startten met een lagere typsnelheid, maar boekten eveneens duidelijke vooruitgang. Hun toename was wel significant kleiner dan bij kinderen zonder NDD (p = 0,043). Voor typnauwkeurigheid waren er geen significante verschillen tussen beide groepen.
Er werd een zwakke maar significante samenhang gevonden tussen typsnelheid en nauwkeurigheid (p < 0,001), wat erop wijst dat beide vaardigheden zich gedeeltelijk onafhankelijk van elkaar ontwikkelen. Hand schrijfvaardigheid en totale oefentijd hingen daarentegen niet significant samen met de typresultaten.
De leerlingen rapporteerden een positieve ervaring met Typ10, met een duidelijke ervaren vooruitgang en een hoge competentiebeleving. De resultaten tonen daarmee dat gestructureerd typonderwijs kan leiden tot aanzienlijke verbeteringen in typsnelheid en geleidelijke verbeteringen in nauwkeurigheid, zowel bij kinderen met als zonder (vermoeden van) NDD. Door de kleine steekproef moet deze studie worden beschouwd als een eerste haalbaarheidsstudie en vertrekpunt voor verder onderzoek met grotere onderzoekspopulaties.
Meer lezen

Bepaling van vers- en drooggewicht van sla op basis van RGB-camerabeelden met een convolutional neural network (CNN)

KU Leuven
2026
Brent
Beyers
Het doel van deze scriptie was om de mogelijkheden te onderzoeken voor het gebruik van CNN's met RGB-afbeeldingen voor de bepaling van het vers- en drooggewicht van sla gedurende een gehele teeltronde onder praktijkomstandigheden.
Van verschillende sla-cultivars (Emeldia RZ, Limambo RZ en Volumia) werden RGB
afbeeldingen verzameld. De cultivars Emeldia RZ en Limambo RZ werden elks twee keer zelf opgekweekt om slaplanten afkomstig van twee verschillende teeltrondes te bekomen. Daarnaast waren de slaplanten van de cultivar Volumia afkomstig van een externe slateler en van éénzelfde teeltronde. Van de slaplanten werden RGB-afbeeldingen verzameld onder een camerahoek van 0°, 45° en 90° ten opzichte van het grondoppervlak. Na verzameling van de RGB-afbeeldingen van de slaplanten werd een CNN-model ontworpen met het meest accurate
schattingsvermogen. Tenslotte werd het schattings- en generalisatievermogen van het
ontwikkelde CNN-model onderzocht.
De resultaten tonen aan dat het meest accurate CNN-model, afgestemd op een relatief kleine dataset, bestond uit 5 convolutielagen en volgende hyperparameters: een leerfrequentie van 0,001; een batchgrootte van 10 en 200 epochs. Het ontwikkelde model schat het vers- en drooggewicht van sla accuraat, met R2 ~ 0,92 – 0,97 en NRMSE ~ 0,19 – 0,34, voor cultivars die in de trainingsdata aanwezig zijn en onder gelijkaardige omstandigheden werden geteeld, mits voldoende trainingsdata. De schattings- en generalisatieprestaties variëren echter sterk
per cultivar, mogelijks door morfologische verschillen. Het model toont een zekere robuustheid voor variatie in camerahoeken, al resulteerden de beelden onder een camerahoek van 45° en 90° in de beste schattingen.
Meer lezen

Ontwikkeling van een Energy Management System voor slim energiebeheer van een biogasinstallatie

Hogeschool UCLL
2026
Antoon
Grauls
Guilliams Green Power is een biogasinstallatie, opgericht door Ruben, Rohald en Reinout Guilliams, gelegen te Boutersem. Deze installatie verwerkt dagelijks 250 ton mest en organisch afval, wat overeenkomt met ongeveer 90.000 ton per jaar. Bij de vergisting van dit afval ontstaat biogas, dat in drie WKK-installaties wordt verbrand en zo 2.8 MW aan groene elektriciteit oplevert.
Anderhalf jaar vóór de start van deze stage werden op de site 24 elektrische loggings geïnstalleerd. Kort daarna werd ook een accu van 1MW/2MWh geplaatst om in te spelen op de FCR-markt, deze markt stabiliseert afwijkingen van de netfrequentie binnen 30 seconden rond 50 Hz. Verder werd tijdens de stageperiode door Fluvius een snelle digitale meter geïnstalleerd om het totaalvermogen van de site nauwkeuriger te monitoren.
De stageopdracht bestond uit het ontwikkelen van een Energy Management System (EMS) dat als doel heeft de import van elektriciteit te minimaliseren en overmatige injectie boven het contractueel vermogen te vermijden. In de eerste fase werden de teller- en loggingsgegevens theoretisch geanalyseerd en gevisualiseerd in Excel. In de tweede fase werd, in samenwerking met de externe programmeur, een eerste versie van de EMS-applicatie ontwikkeld.
Dit EMS automatiseert het aan- en uitschakelen van toestellen binnen de installatie op basis van de het gemeten totaalvermogen en de actuele energieprijs. Zo wordt de energie-import beperkt wanneer er te weinig opwekking is, en worden injectiepieken afgevlakt wanneer de accu injecteert en de WKK’s maximaal vermogen leveren. Dit EMS geeft Guilliams Green Power een duidelijk verbeterde controle over het energiebeheer van hun biogasinstallatie.
Meer lezen

PROEF JIJ ZOET? EEN PRAKTIJKGERICHT ONDERZOEK NAAR DE INZET VAN SENSORISCHE EN NUTRITIONELE WERKVORMEN BIJ SUIKERREDUCTIE BINNEN DE DIEETPRAKTIJK.

Hogeschool UCLL
2026
Ilayda
Gümüs
  • Siska
    Vanderheyden
Deze scriptie onderzoekt hoe sensorische technieken kunnen helpen om minder suiker te consumeren zonder in te boeten aan smaakbeleving. Er werd nagegaan hoe sensorische eigenschappen zoals geur, kleur en textuur de zoetwaarneming beïnvloeden en hoe diëtisten deze inzichten kunnen toepassen in hun begeleiding. Op basis van de resultaten werd de workshop ‘Proef jij zoet?’ ontwikkeld, waarmee diëtisten op een praktische en interactieve manier kennismaken met sensorische technieken voor suikerreductie.
Meer lezen

Implementation of the energy transition in military infrastructure

Universiteit Hasselt
2026
Simon
Derwael
Belgian military infrastructure is entering a decisive investment cycle in which new-build projects, major renovations and electrical modernisation must support both climate objectives and operational resilience. This thesis addresses two questions: (1) which energy design criteria should guide defence infrastructure projects and (2) how an existing medium-voltage network can evolve into a resilient microgrid.

The study combines analysis of internal documentation and processes with a literature review and market consultations. First, the future planning process for military barracks is evaluated, alongside the internal technical design instructions. These instructions are updated to reflect recent HVAC developments. Cost-reduction strategies and a decision-support approach for early design stages are discussed, including an assessment of simplified modular building concepts and the outsourcing of geothermal energy systems.

Second, the thesis explores the adaptations needed to the medium-voltage network. The increasing integration of distributed energy sources, reliability demands and exposure to cyber risks require rethinking traditional networks. A conceptual framework is developed to convert the existing medium-voltage network into a resilient microgrid, including definitions, key components and a step-by-step roadmap.
Overall, the thesis provides practical design improvements for the cost-efficient implementation of military energy systems. Proposed measures include savings of up to 53% for new-build projects.
Meer lezen

Clean energy, but contaminated waters? Assessing the effects of indium and gallium emissions from offshore wind farms on Corophium volutator and Danio rerio

Universiteit Antwerpen
2026
Jens
Broeckx
Offshore windparken (OWF’s) breiden zich in hoog tempo uit als onderdeel van de wereldwijde energietransitie, maar de ecotoxicologische gevolgen van hun chemische emissies zijn nog steeds slecht begrepen. Opofferingsanodes die worden gebruikt voor kathodische bescherming in turbinefunderingen geven de voor de technologie essentiële elementen indium (In) en gallium (Ga) af aan het mariene milieu. Terwijl andere metalen afkomstig van OWF’s, waaronder aluminium, zink, koper, cadmium en lood, uitgebreid zijn onderzocht, zijn er nog steeds weinig ecotoxicologische gegevens over In en Ga beschikbaar. In deze studie werden de effecten van In en Ga op twee modelorganismen beoordeeld: de in marien sediment levende amfipode Corophium volutator, die gedurende 28 dagen werd blootgesteld aan met metalen verrijkt sediment, en de zoetwaterzebravis Danio rerio, die gedurende 120 uur na bevruchting afzonderlijk werd blootgesteld aan In en Ga in het water.

Bij geen van beide soorten werd bij de geteste concentraties een significante sterfte waargenomen. Bij C. volutator was de specifieke groeisnelheid bij de hoogste concentratie significant verhoogd, wat mogelijk wijst op hormesis. In het weefsel en het sediment van C. volutator werd een concentratieafhankelijke accumulatie van beide metalen aangetoond. Indium werd bijna volledig in de sedimentfase vastgehouden en bleef bij alle behandelingen onder de detectielimiet in het bovenliggende water. De accumulatiefactoren voor biota en sediment (BSAF’s) waren significant hoger voor In dan voor Ga, wat wijst op een onevenredig hogere biologische beschikbaarheid van In ondanks de lagere concentraties in opgeloste vorm. Bij D. rerio accumuleerden beide metalen op een concentratieafhankelijke manier. Gallium bleef overwegend opgelost (>80%) en vertoonde een duidelijke monotone dosis-respons in larvenweefsel. Indium daarentegen was grotendeels in de vorm van deeltjes (<2% opgelost), wat de blootstelling via het water beperkte. Een nieuwe bevinding was een mogelijke omgekeerde relatie tussen de blootstellingsconcentratie van In en de Ga-accumulatie bij aan In blootgestelde larven, wat wijst op remming van de Ga-opname door In, mogelijk via gedeelde ijzertransportroutes. Morfologische afwijkingen bij D. rerio kwamen zelden voor en konden niet op betrouwbare wijze worden toegeschreven aan blootstelling aan metalen.

Deze resultaten wijzen erop dat het belangrijkste ecologische risico van uit OWF’s afkomstig In en Ga in het sediment ligt, waarbij benthische organismen waarschijnlijk een groter risico op blootstelling aan deze metalen hebben dan pelagische organismen. Dit onderzoek vormt een basis voor toekomstige risicobeoordelingen en benadrukt de noodzaak om monitoring van de sedimentkwaliteit op te nemen in kaders voor milieurisicobeoordeling en -beheer met betrekking tot OWF’s.
Meer lezen

Autogenic Pressure Carbonisation of Mixed Non-Recyclable Plastic Waste for Carbon Capture Applications

KU Leuven
2026
Wout
Deconninck
Deze masterproef onderzoekt of moeilijk recycleerbaar plasticafval, zoals PET-afval en sigarettenfilters, kan worden omgezet in poreuze actieve kool voor CO₂-capture. Hiervoor werd autogene drukcarbonisatie (APC) gecombineerd met KOH-activatie. Vooral PET-afval leverde veelbelovende resultaten op: het specifieke oppervlak steeg tot 1205 m²/g en er ontstond een sterk microporeuze structuur die geschikt is voor CO₂-adsorptie. Sigarettenfilters konden eveneens worden omgezet in koolstofrijk materiaal, terwijl een mengsel van beide afvalstromen geen positieve synergie vertoonde. De CO₂-opnametesten toonden hoge, maar nog verkennende waarden. Het onderzoek toont zo het potentieel om moeilijk recycleerbaar afval te valoriseren tot een materiaal met een mogelijke toepassing in CO₂-afvang.
Meer lezen

Assessing nutrition in sarcoma patients throughout their treatment: malnutrition risk and dietary shifts

Universiteit Gent
2026
Mathilde
Majchrzak
  • Emiel
    De Moerloose
Ondervoeding blijft een onderschat probleem bij kankerpatiënten, terwijl de gevolgen voor behandelingstolerantie, herstel en levenskwaliteit groot zijn. Toch wordt de ondervoeding nog onvoldoende systematisch beoordeeld in de oncologische zorg. Sarcoompatiënten vormen daarbij een bijzonder kwetsbare groep: ze ondergaan vaak lange, intensieve therapieën, maar worden zelden opgenomen in bredere nutritionele studies door de zeldzaamheid van hun aandoening.
Deze masterproef toont dat bovenarmomtrek (mid-upper arm circumference, MUAC) een laagdrempelige en bruikbare manier is om voedingstoestand op te volgen, zowel in het ziekenhuis als thuis. De praktische haalbaarheid van deze meting maakt niet alleen vroegdetectie van achteruitgang mogelijk, maar biedt patiënten ook de kans actief betrokken te blijven bij hun eigen zorg via eenvoudige zelfmonitoring.
Ten slotte werpt deze studie licht op de vraag in welke mate sarcoompatiënten voedingsadvies ontvangen, via welke kanalen dit gebeurt en welke veranderingen zij zelf in hun eetpatroon doorvoeren. Zo laat de studie zien hoe eenvoudige, betrouwbare metingen gecombineerd met inzicht in patiëntgedrag kunnen bijdragen aan vroegtijdige opsporing van ondervoeding, versterking van patiënten hun autonomie en een meer systematische, patiëntgerichte voedingszorg in de oncologie.
Meer lezen

The effects of urban environments and air pollution on precipitation microphysics: an exploratory study using disdrometers in Belgium

Universiteit Gent
2026
Armani
Passtoors
Deze thesis onderzoekt hoe verstedelijking en luchtvervuiling de microfysische eigenschappen van neerslag in België beïnvloeden. Hiervoor werden meerjarige metingen van regendruppels nabij Brussel, Gent en Luik gecombineerd met meteorologische, landgebruiks- en luchtkwaliteitsgegevens. De resultaten tonen dat grootschalige weersomstandigheden de neerslagmicrofysica het sterkst bepalen. De invloed van verstedelijking is zwak en wisselend, terwijl fijnstof een duidelijker, maar regime-afhankelijk verband vertoont: hogere fijnstofconcentraties hangen samen met minder intense neerslag en kleinere druppels op dagelijkse schaal, terwijl vervuilde onweersbuien juist grotere druppels en meer kinetische energie vertonen.
Meer lezen

In welke mate worden grote klimaatprotesten in België (2018–2025) vertaald in parlementaire agendering van energie- en klimaatgerelateerde thema’s?

KU Leuven
2026
Nore
Deconinck
Deze masterproef onderzoekt de mate waarin grootschalige klimaatprotesten in België tussen 2018 en 2025 de parlementaire agenda rond klimaat en energie beïnvloeden. Via een mixed-methods opzet, een kwantitatieve trendanalyse en een kwalitatieve inhoudsanalyse van 103 parlementaire vragen en 153 krantenartikels, wordt de doorwerking van protest naar het federale parlement in kaart gebracht.
De resultaten tonen aan dat protesten de parlementaire agenda wel degelijk beïnvloeden, maar dat dit traag en veelal verborgen verloopt via mediaberichtgeving. Ten eerste blijkt de Belgische particratie een rigide institutionele filter. Hierdoor reageerden politici in de kalmere pre-crisisjaren niet sneller of directer dan tijdens de latere crisisjaren. Ten tweede veroorzaakte de energiecrisis vanaf 2022 een duidelijke verschuiving in het parlement. De nadruk verschoof van de klimaaturgentie naar crisismanagement, met een sterke focus op betaalbaarheid en bevoorrading. Tot slot is de politieke reactie vaak louter symbolisch, al verschilt dit sterk per ideologie. Rechtse partijen stellen vooral symbolische vragen, bijvoorbeeld over ordehandhaving, terwijl linkse partijen het instrument vaker inzetten voor inhoudelijke beleidsdruk.
Kortom, massamobilisatie is onvoldoende voor snelle beleidsverandering in een consensusdemocratie. Klimaatbewegingen passen in crisistijd best hun framing aan en richten zich strategisch tot linkse oppositiepartijen om impact te maken.
Meer lezen

artificiële intelligentie in de oncologische diëtetiek: digitale tool en promptgids voor diëtisten

Odisee Hogeschool
2026
Jonathan
Hoes
  • Emma
    Vico
Deze bachelorproef onderzoekt de mogelijkheden van artificiële intelligentie (AI) binnen de oncologische diëtetiek om de werkdruk van oncologische diëtisten te verlagen. Probleemstelling: De aanleiding voor dit onderzoek is de toenemende zorgvraag binnen de oncologie, gecombineerd met een hoge administratieve belasting en beperkte tijd voor individuele begeleiding. Hoewel AI theoretisch veel mogelijkheden biedt binnen de gezondheidszorg, blijkt de implementatie in de praktijk momenteel nog beperkt.
Methode: In deze bachelorproef werd onderzocht hoe Large Language Models via gestructureerde prompt engineering op een betrouwbare manier kunnen worden ingezet binnen de oncologische voedingszorg. Hiervoor werd eerst een bevraging afgenomen bij oncologische diëtisten om huidige noden, werkdruk, AI-gebruik en bezorgdheden rond AI in kaart te brengen. Daarnaast werd een literatuuronderzoek uitgevoerd naar recente prompttechnieken zoals role prompting, few-shot prompting, Chain-of-Thought prompting en Retrieval Augmented Generation. Vervolgens werden verschillende prompts en AI-modellen met elkaar vergeleken op basis van zowel kwantitatieve als kwalitatieve evaluatiecriteria. Met al deze bekomen informatie werd een praktische promptgids ontwikkeld en een prototype gebouwd waarmee gepersonaliseerde voedingsschema’s gegenereerd kunnen worden op basis van patiëntengegevens en nutritionele richtlijnen.
Resultaten: Uit de resultaten bleek dat oncologische diëtisten een hoge werkdruk ervaren en momenteel slechts beperkt gebruikmaken van AI, voornamelijk door bezorgdheden rond betrouwbaarheid, privacy en transparantie. De vergelijking tussen verschillende prompttechnieken toonde aan dat gestructureerde prompts die gebruik maken van gerichte prompttechnieken duidelijk betere resultaten opleverden dan eenvoudige prompts. De aangepaste prompts genereerden accuratere en consistenter voedingsschema’s die beter aansloten bij de ESPEN-richtlijnen en de klinische context van de patiënt. Daarnaast werden verschillen vastgesteld tussen de onderzochte AI-modellen. Sommige modellen slaagden er beter in om richtlijnen, symptomen en voedingsvereisten correct te integreren, terwijl andere modellen meer inconsistenties en afwijkingen vertoonden.
Besluit: Deze bachelorproef toont aan dat artificiële intelligentie een waardevolle ondersteunende rol kan spelen binnen de oncologische diëtetiek. Gestructureerde prompt engineering kan bijdragen aan meer consistente en klinisch relevante output.

Meer lezen

Closing the Carbon Loop: Integrated Process Design and Techno-Economic analysis of CO₂ capture and valorization pathways from chemical looping process of Blast Furnace Gas

Universiteit Gent
2026
Gunel
Rahimli
Hoogovengas is de grootste CO₂-bron van een geïntegreerde staalfabriek, maar het lage CO₂-gehalte maakt conventionele afvang duur. Deze masterthesis onderzoekt een geïntegreerd concept dat het hoogovengas eerst concentreert via een chemical-looping-proces met ijzeroxide (H2Loop) en daarna de CO₂ afvangt met twee alternatieve routes: cryogene destillatie en calciumlooping. Na een literatuurstudie van de beschikbare afvangtechnologieën (onder meer aminewassing, membranen, adsorptie, cryogene scheiding en calciumlooping) werden beide routes gemodelleerd in Aspen Plus voor een basisgeval van 1.000 Nm³/h hoogovengas. Een technisch-economische analyse met factoriële kostenraming en discounted cash flow vergelijkt de routes. De cryogene route levert vloeibare CO₂ met een zuiverheid van ≥ 99,9 mol% tegen ongeveer 351 €/t CO₂, de calciumloopingroute ongeveer 393 €/t CO₂. Op industriële schaal wordt enkel de cryogene route haalbaar. De resultaten worden weergegeven als een bandbreedte tussen een optimistische bovengrens en een conservatieve ondergrens.
Meer lezen

De bijdrage van groene infrastructuur aan koolstofopslag op campus Schoonmeersen

HOGENT
2026
Tristan
Kerger
Deze bachelorproef onderzoekt de koolstofopslag in de bodem van campus Schoonmeersen (HOGENT), en de wijze waarop bodemkoolstof meegenomen kan worden in het klimaatbeleid.
Meer lezen

ERVARINGEN VAN OUDERS VAN JONGE KINDEREN (3 T.E.M. 6 JAAR) MET EEN AANGEBOREN IMMUUNSTOORNIS: EEN KWALITATIEVE EXPLORATIEVE STUDIE

Universiteit Gent
2026
Lobke
Bonte
Achtergrond: Een aangeboren immuunstoornis (inborn error of immunity, IEI) beïnvloedt niet alleen de gezondheid van het kind, maar ook het dagelijks functioneren van ouders en de gezinsdynamiek. Over de ervaringen van ouders van jonge kinderen met IEI is nog weinig bekend.

Doel: inzicht verwerven in hoe ouders het leven ervaren met een kind van 2 tot 6 jaar oud met IEI.

Methode: In een tertiair universitair centrum in Vlaanderen werd een kwalitatief exploratief onderzoek uitgevoerd. Zeven moeders namen deel aan semigestructureerde diepte-interviews. De gegevens werden primair inductief geanalyseerd met reflexieve thematische analyse, met aandacht voor expliciete en onderliggende betekenissen.

Resultaten: De analyse resulteerde in vijf onderling verbonden thema’s. ‘Voortdurende waakzaamheid’ beschrijft hoe moeders alert blijven op ziektesignalen en ervaringskennis opdoen. ‘De onzichtbare prijs van voortdurende waakzaamheid’ omvat de lichamelijke, mentale, professionele, financiële en sociale gevolgen van de zorg. ‘Een moeizaam traject naar erkenning en ondersteuning’ toont de zoektocht naar een diagnose, erkenning en passende ondersteuning. ‘Het gezin en de omgeving in beweging’ beschrijft verschuivingen in partnerrelaties, aandacht voor broers en zussen, gezinskeuzes en het familienetwerk. ‘Verlies en groei naast elkaar’ laat zien hoe verlies, trots, veerkracht en betekenisgeving samen kunnen komen.

Conclusie: Leven met een jong kind met IEI werd door zeven moeders van kinderen van 3 tot 6 jaar ervaren als een aanhoudende mentale waakzaamheid die verschillende levensdomeinen en het gezin beïnvloedt. De bevindingen onderstrepen het belang van gezinsgerichte zorg die naast medische noden ook aandacht heeft voor de vaak onzichtbare cognitieve en emotionele belasting van ouders.
Meer lezen

Hydrogels for space radiation shielding applications

Universiteit Gent
2026
Sara
Declerck
Mijn masterthesis onderzoekt innovatieve hydrogels als stralingsbescherming voor toekomstige ruimtemissies. Daarnaast werd een menselijk driedimensionaal huidmodel ontwikkeld om de biologische effecten van ruimtestraling te bestuderen en in de toekomst de beschermende werking van deze hydrogels te evalueren.
Meer lezen

RFID implementatie in het materiaalbeheerproces: Case Study StandPlus

Hogeschool VIVES
2026
Lennert
Camps
Mijn bachelorproef onderzoekt hoe RFID-technologie het materiaalbeheer bij StandPlus kan verbeteren. StandPlus is een standenbouwer uit Roeselare en werkt met meer dan 3.000 herbruikbare aluminium BeMatrix-kaders. Die worden vandaag voor vertrek manueel door twee medewerkers geteld, en bij retour gebeurt er geen systematische controle. Dat kost tijd, leidt tot fouten en zorgt voor een onbetrouwbare voorraadregistratie.

Het onderzoek combineert literatuurstudie met praktijkonderzoek. Eerst werd het huidige proces in kaart gebracht en werden de manuele controles met een stopwatch gemeten. Daarna werd samen met Geartracking een RFID-pilot opgezet, met 100 getagde kaders. Omdat metaal RFID-signalen verstoort, werden verschillende labels en tagposities getest. Een on-metal sticker net onder de klittenband aan de buitenkant van het kader gaf een betrouwbare detectie.

RFID-scanning bleek de controletijd met meer dan 85 procent te verminderen, en de controle kan door één persoon gebeuren in plaats van twee. In nagebootste scenario's werden ontbrekende, extra en vermengde items meteen gedetecteerd. Uit de kosten-batenanalyse blijkt een investering van ongeveer €12.677, tegenover een jaarlijkse besparing van €1.280 aan arbeidskosten. De grootste meerwaarde ligt echter in betere controle, foutreductie en voorraadnauwkeurigheid. Aanbevolen wordt om RFID gefaseerd in te voeren: eerst de kaders, daarna andere materialen.
Meer lezen

Cultivating seaweed at home: benefits and limitations

Universiteit Antwerpen
2026
Lani
Vints
De voedingsindustrie legt een grote druk op de natuur en haar hulpbronnen. Vooral de druk die de
vleesproductie uitoefent, kan niet worden genegeerd. Er is behoefte aan plantaardige alternatieve
eiwitbronnen om deze druk te verminderen. Zeewier zou een van deze alternatieven kunnen zijn,
aangezien het een goede eiwitbron vormt en bovendien andere voordelen biedt. De grootschalige
teelt van zowel marien als op het land gekweekt zeewier kent echter haar eigen beperkingen. De
mariene teelt is gevoelig voor omgevingsfactoren en grootschalige teelt op het land vereist een hoog
energieverbruik. Thuis gekweekt zeewier zou een oplossing kunnen bieden, omdat het minder
gevoelig is voor omgevingsfactoren en minder energie vereist door de opstelling aan te passen aan
wat strikt noodzakelijk is. Dit proefschrift richt zich op de kansen, beperkingen en haalbaarheid van
het thuis kweken van zeewier door de economische aspecten, de milieu-impact en de
maatschappelijke vereisten te onderzoeken. Antwoorden worden gevormd door informatie te
verzamelen uit literatuuronderzoek, interviews en een casestudy, ondersteund door een lijst met
indicatoren om een duurzame aanpak te waarborgen. Geconcludeerd kan worden dat het technisch
haalbaar is om zeewier te kweken, maar dat er nog steeds beperkingen zijn. Verontreiniging is een van
de belangrijkste beperkingen van het kweken van zeewier thuis, wat resulteert in bezorgdheden
omtrent voedselveiligheid. Afhankelijk van het gebruikte materiaal kunnen ook de kosten en
verminderde opbrengst een barrière vormen. Het blijkt vooral belangrijk om de zeewiersoort
zorgvuldig te kiezen en omgevingsomstandigheden aan te passen. Kweek heeft vooral mogelijkheden
voor educatie en bewust zijn en kan gezien worden als hobby.
Meer lezen

Computational fluid dynamics (CFD) simulatie en validatie van wandbevochtiging voor methanol poortbrandstofinjectie

Universiteit Gent
2026
Lien
Spruytte
De wereldwijde maritieme sector staat onder toenemende druk om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, onder meer door regelgevingen zoals het Europese Fit for 55-pakket. Methanol wordt daarbij gezien als een veelbelovende alternatieve brandstof voor bestaande motoren die worden omgebouwd naar een dual-fuelwerking. De hoge verdampingswarmte en lage vluchtigheid van methanol zorgen er echter voor dat de brandstof gemakkelijk op de cilinderwand neerslaat. Dit kan leiden tot problemen met de homogeniteit van het brandstof-luchtmengsel en de stabiliteit van de motor.

Als eerste stap wordt in deze thesis een uitgebreide literatuurstudie uitgevoerd. Hierbij wordt de achtergrond van methanol als alternatieve brandstof besproken, samen met de belangrijkste gevolgen ervan voor de werking van de motor. Vervolgens wordt de huidige stand van de kennis over wandbevochtiging (wall wetting) in systemen met poortbrandstofinjectie (Port Fuel Injection, PFI) kritisch geanalyseerd. Op basis van deze literatuurstudie wordt een duidelijke onderzoekskloof geïdentificeerd en worden de onderzoeksvragen geformuleerd.

In deze thesis wordt vervolgens een op Computational Fluid Dynamics (CFD) gebaseerd model ontwikkeld en gevalideerd in CONVERGE om het gedrag van methanol op de cilinderwand bij poortbrandstofinjectie te simuleren. Het model maakt gebruik van een Lagrangiaanse-Euleriaanse aanpak, gecombineerd met het Bai-Gosman-model voor de interactie tussen de brandstofspray en de wand en met conjugate heat transfer. Het numerieke model wordt gevalideerd aan de hand van experimentele gegevens en de beperkingen van het model worden besproken.

Tot slot wordt met behulp van een systematische Latin Heuristic Sampling-studie onderzocht welke invloed de injectiedruk, brandstoftemperatuur en omgevingstemperatuur hebben op de dikte, oppervlakte en massa van de brandstoffilm op de wand.
Meer lezen

Sonocatalytic persulfate activation for degradation of PFOA and ciprofloxacin in aqueous systems

KU Leuven
2026
Jarno
Thys
Deze masterproef onderzoekt een innovatieve methode voor de behandeling van persistente waterverontreinigingen, met focus op het antibioticum ciprofloxacine en de PFAS-verbinding PFOA. Hierbij werden ultrasone golven gecombineerd met persulfaat en verschillende katalysatoren om de verontreinigingen af te breken. Magnetiet bleek van de onderzochte katalysatoren het meest veelbelovend. Voor ciprofloxacine werd onder optimale omstandigheden meer dan 80% verwijdering bereikt, terwijl PFOA aanzienlijk moeilijker af te breken bleek. Daarnaast werd onderzocht hoe waterbestanddelen en hergebruik van de katalysator de efficiëntie beïnvloeden. De resultaten tonen aan dat de combinatie van ultrasound, persulfaat en magnetiet potentieel biedt voor de behandeling van hardnekkige waterverontreinigingen, maar dat verdere optimalisatie nodig is voor een efficiënte toepassing op PFAS.
Meer lezen

The Dutch Translation and Validation of the Dizziness Handicap Inventory for Patient Caregivers (DHI-PC)

Universiteit Gent
2026
Noor
Temmerman
Evenwichtstesten in het ziekenhuis tonen precies hoe een evenwichtsorgaan werkt, maar ze laten niet altijd zien hoeveel last een kind er op school of tijdens het spelen echt van heeft. Om die dagelijkse hinder toch goed te kunnen meten, is in deze masterproef een internationale vragenlijst vertaald naar het Nederlands: de Pediatrische Evenwichtsimpact Vragenlijst voor Ouders/Verzorgers (PEV-OV). Ouders van 33 kinderen bij wie het evenwichtsorgaan niet goed werkt, vulden de vragenlijst in om te onderzoeken of de vragen duidelijk, eerlijk en betrouwbaar zijn. Uit het onderzoek blijkt dat de vragenlijst uitstekend werkt en een helder beeld geeft van de problemen waar het kind tegenaan loopt. Zo gaven ouders van kinderen met een dubbelzijdige uitval, bijkomend gehoorverlies of een later ontstane stoornis aan dat hun kind meer moeite heeft met dagelijkse activiteiten of emoties. Met deze vragenlijst hebben artsen en therapeuten nu een waardevol hulpmiddel in handen om de zorg beter af te stemmen op de leefwereld van het kind.
Meer lezen