De Vlaamse Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Het bevat intussen al meer dan 8.000 artikels en volledige scripties van bachelor- en masterstudenten die sinds 2002 hebben deelgenomen aan de Vlaamse Scriptieprijs.
Hoe ervaren vluchtelingen hun individuele arbeidsmarktintegratietraject en welke rol kan een lokale organisatie als Rising You(th) hierbij spelen?
Het doel van het onderzoek was om te achterhalen hoe vluchtelingen hun integratietraject zelf ervaren en welke rol een lokale organisatie kan spelen in de toeleiding naar duurzame tewerkstelling.
"Es scheint mir einfach viel effizienter, mit Ferndolmetschern zu arbeiten" Eine Analyse von Interviews mit Hausärzten in Bezug auf Video- und Telefondolmetschen
De thesis gaat over het afstandstolken in de medische sector. Er wordt onderzocht wat huisartsen uit Gentse Wijkgezondheidscentra vinden van video- en telefoontolken. Op die manier probeert de thesis bij te dragen tot het verminderen van communicatieproblemen tussen arts en patiënt.
Maatregelen tegen discriminatie op de arbeidsmarkt: een praktijkonderzoek
Hogeschool West-Vlaanderen
2019
Suzanne
Landuyt
Zelfs tijdens de ‘war for talent’ worden werkzoekenden vaak afgewezen omwille van kenmerken die irrelevant zijn voor de functie zoals geslacht, leeftijd of handicap. Welke oplossingen er nu precies allemaal ingezet kunnen worden en hoe, blijft voor werkgevers soms zeer vaag. Daarom geeft deze bachelorproef een overzicht van mogelijke maatregelen en wordt aan de hand van een vragenlijst nagegaan welke reeds toegepast worden in Belgische organisaties. Verder wordt onderzocht wat de attitudes van werkgevers tegenover die verschillende maatregelen zijn.
Traumatische wonden zoals schaafwonden of brandwonden worden gemakkelijk opgelopen in het dagelijks leven. Omstaanders zijn de eersten die in contact komen met deze traumatische wonden. Het is van levensbelang dat iedereen correct wondzorg als onderdeel van eerste hulp kan en wil bieden. Professionele hulpverleners zoals verpleegkundigen zouden zeker moeten weten hoe correcte wondzorg te verlenen. Mensen met voorkennis denken te weten hoe juiste
wondzorg te bieden als onderdeel van eerste hulp, maar uit onderzoek blijkt dit vaak niet zo te zijn. Daarom is het interessant om te onderzoeken hoe ver de kennis van de
studenten verpleegkunde van Thomas More Lier reikt.
In deze masterproef werd onderzocht of de discipline van de milieupsychologie een meerwaarde kan betekenen voor de opleiding van milieu- en preventiemanagement (MPM). Kunnen er bepaalde thema’s uit de milieupsychologie worden ingebouwd in de opleidingsonderdelen van MPM en zou de milieupsychologie een interessante piste kunnen vormen voor verder wetenschappelijk onderzoek binnen de opleiding?
In deze masterproef onderzoeken we wat potentiële werknemers motiveert om te kiezen voor een bedrijf met een negatief consumer brand, waarom huidige werknemers blijven werken voor een bedrijf met een negatief consumer brand en hoe organisaties met een negatief consumer brand een positief, geloofwaardig employer brand kunnen ontwikkelen. We voerden deze studie uit omdat huidig onderzoek zich voornamelijk focust op bedrijven met een positief employer brand en omdat er nog niet veel geweten is omtrent het ontwikkelen van een positief, geloofwaardig employer brand. Deze studie werd uitgevoerd aan de hand van een kwalitatieve case study bij een internationale tabaksfabrikant. De resultaten van 32 respondenten werden voorgesteld aan de hand van een raamwerk. Uit dit onderzoek is gebleken dat potentiële en huidige werknemers ingedeeld kunnen worden in duidelijk te onderscheiden groepen. Dit enerzijds op basis van hun mindset en houding tegenover het consumer brand, en anderzijds op basis van organisatiekenmerken waardoor zij aangetrokken worden tot de organisatie of er blijven werken. Daarnaast is ook gebleken dat bedrijven met een negatief consumer brand een positief, geloofwaardig employer brand kunnen ontwikkelen door ervoor te zorgen dat extern gecommuniceerde kenmerken overeenkomen met intern gecommuniceerde kenmerken. Tot slot toonde dit onderzoek aan dat het inzetten op oprechtheid als werkgever zorgt voor een geloofwaardig employer brand.
Hoe is de sociale mix verdeeld bij de reconversie van oude havengebieden?
AP Hogeschool Antwerpen
2019
Jozefien
Van den Bossche
/
/
Dit onderzoek beoogt het complexe stadsproject “het Eilandje” in Antwerpen te analyseren. Er zal achterhaalt worden of iedereen welkom is op Het Eilandje, of het een wijk is louter en alleen voor welvarende bewoners. Er zal onderzocht worden of de stadsontwikkeling in deze wijk geslaagd is en wat de weerslag hiervan is op maatschappelijk en sociaal vlak. Dit zal getoetst worden aan de hand van de aspecten: inkomen, leeftijd, type huishouden en etniciteit. Met andere woorden, hoe is de sociale mix verdeeld bij de reconversie van oude havengebieden?
Om geleidelijk aan tot een antwoord te komen op bovenstaande onderzoeksvraag, zal dit onderzoek verlopen in verschillende fases. Het eerste deel van dit onderzoek houdt een uitgebreide literatuurstudie in. Als eerste wordt er getracht het begrip stadsvernieuwing een kader te geven in de stad Antwerpen. Vervolgens wordt er onderzocht welke impact deze stadsvernieuwing heeft gehad op de cijfers. Aansluitend volgt het hoofdstuk waar het begrip reconversie uitgebreid omschreven wordt. Daarna wordt er geleidelijk dieper ingaan op de reconversie van oude havengebieden, om zo tot het hoofdstuk waterfrontontwikkeling te komen. Nadien wordt onderzocht welke sociale implicaties de stadsvernieuwing heeft waarbij de begrippen gentrificatie en sociale mix verder worden toegelicht.
In het tweede deel van dit eindwerk volgt de eigenlijke casestudie van het projectgebied het Eilandje. Vooreest zal de wijk gesitueerd worden in tijd en ruimte. Nadien wordt elk component van de sociale mix uitgebreid toegelicht. Daaropvolgend het hoofdstuk waarin oplossingen worden aangereikt om betaalbaar wonen in de stad mogelijk te maken. Tot slot werden experten uit het vakgebied geïnterviewd om meer kennis over het onderwerp te verwerven. Helemaal achteraan de bachelorproef kunt u de uitgeschreven interviews dan ook raadplegen.
Een kwalitatief onderzoek naar de knelpunten die student-mantelzorgers ondervinden in de combinatie studie-mantelzorg, aan het studiegebied Sociaal Agogisch Werk in VIVES Kortrijk.
Bringing the future into the classroom. Action research based on Theory U (Otto Scharmer, MIT). Impact from a student-centered competence-oriented learning environment on learning approach.
We leven in ontwrichtende tijden. Volgens de sociale innovatietheorie Theory U (Otto Scharmer, Massachussets Institute of Technology, MIT) hebben we daarom een 4.0 Onderwijs nodig, een ondernemende, co-creatieve, participatieve manier van leren die de student en zijn hoogst mogelijke potentieel centraal stelt. In dit praktijkonderzoek wordt onderzocht wat de impact van zo'n leeromgeving is op de leerapproach van leerlingen (kwantitatief onderzoek) én op de aanpak van de leerkracht (kwalitatief onderzoek). Uit het onderzoek blijkt dat de 4.0. aanpak een positieve impact heeft op de leerapproach van leerlingen én dat de leerkracht anders voor de klas staat.
Er is steeds vaker protest van burgers tegen voorgenomen hervormingen: “Er is genoeg hervormd, dit volstaat”. In mijn meesterproef onderzoek ik of burgers moe worden van herhaalde hervormingen van en door hun lokale overheid. Op basis van data over Duitse lokale overheden stellen we vast dat deze minder geneigd zijn hervormingen of veranderingen door te voeren, onder druk van burgers die hervormingsmoe zijn.
Het gaat over het verband tussen het gender van de bedrijfsleider en de financiële gezondheid van een kmo in Vlaanderen. We benaderen de financiële gezondheid via de door Graydon berekende multiscore.
In onze snel veranderende maatschappij dient ook het onderwijs mee te evolueren. Binnen de leeromgeving speelt de docent een belangrijke rol. Het gedrag dat een docent stelt, heeft invloed op de relatie tussen student en docent enerzijds en, op onrechtstreekse wijze, op de motivatie van de student anderzijds. In het voortgezet onderwijs is er reeds veel bekend over de invloed van de docent-studentrelatie maar in het hoger onderwijs is hier nog weinig onderzoek naar gedaan. Het doel van dit praktijkonderzoek is te achterhalen welke docentgedragingen in het hoger onderwijs volgens studenten een positieve invloed hebben op de docent-studentrelatie, welke betekenis studenten hieraan toekennen en welke invloed dit heeft op hun motivatie. Vervolgens gaat dit onderzoek na welke verschillen er zijn in perceptie tussen docenten en studenten betreffende het docentgedrag.
Via twee vragenlijsten en een focusgroep werd data verzameld bij eerstejaars bachelorstudenten TEW en hun wiskundedocenten aan de Universiteit Antwerpen. Uit de antwoorden op de eerste vragenlijst bleek dat studenten voornamelijk leidend docentgedrag prefereerden gevolgd door helpend/vriendelijk en begrijpend docentgedrag. De focusgroep bevestigde deze resultaten enerzijds, maar voegde ook de meerwaarde van een meer terughoudende docent toe waardoor de student meer zelfstandigheid, verantwoordelijkheid en vrijheid verkrijgt afhankelijk van de werkvorm. De tweede vragenlijst peilde naar de percepties van de docenten en studenten betreffende de waargenomen geprefereerde docentgedragingen. Beschrijvende statistiek en t-testen toonden grotendeels significante discrepanties tussen de percepties van docenten en studenten. Volgens studenten voldeden de meeste docenten in grote mate aan het geprefereerde docentgedrag maar de inschattingen van de docenten varieerden onderling sterk.
De resultaten van dit onderzoek kunnen een aanknopingspunt vormen voor een grootschalig onderzoek naar docent-studentrelaties in het Vlaams hoger onderwijs. Dit ter verbetering van de onderwijskwaliteit en in functie van de professionalisering van docenten om een bewustwording te creëren over de invloed van hun gedrag.
In dit onderzoek wordt het verband nagegaan tussen de mate dat er aan reële winststuring wordt gedaan in een onderneming en de mate dat zij cash aanhouden. Er wordt in tegenstelling tot eerdere onderzoeken een negatief verband gevonden tussen deze twee variabelen in een Europese context.
Een gezinswetenschappelijk perspectief op de regie over het eigen levenseinde van mensen met dementie. Hoe kunnen mensen met dementie zelf regie houden over hun levenseinde? Is een uitbreiding van de euthanasiewet de enige optie? Hoe kunnen we onze samenleving dementievriendelijker maken?
In deze kwantitatieve studie wordt de invloed van instructionele kwaliteit op twee attitudes van leerlingen in het Vlaamse lager onderwijs ten opzicht van wiskunde bestudeerd: plezier in wiskunde en academisch zelfconcept voor wiskunde. Daarvoor wordt gebruikgemaakt van de vragenlijsten voor leerlingen uit het TIMSS-onderzoek van 2015.
Het Individuele Plaatsing & Steun (IPS) Model is een wetenschappelijk onderbouwde methodiek om mensen met een psychische kwetsbaarheid te ondersteunen in hun zoektocht naar werk. Dit onderzoek gaat dieper in op twee IPS-basisprincipes: (1) De inbedding van de IPS-coach in de zorgsector (2) Het place-then-train principe. Dit betekent meteen een job zoeken op de reguliere arbeidsmarkt, zonder langdurige training vooraf. Uit voorgaand onderzoek is gebleken dat deze twee principes cruciaal zijn voor een succesvolle IPS-implementatie, maar dat beiden beperkt toegepast worden in Vlaanderen. De bedoeling van dit onderzoek is om een eerste verkennende studie uit te voeren naar de percepties van de zorgsector (psychologen, psychiaters, sociaal werkers, …) en ervaringsdeskundigen (mensen met een psychische kwetsbaarheid) omtrent deze twee IPS-principes.
Onderzoek naar de seksuele gezondheid in de gevangenis negeert vaak andere aspecten dan seksuele dwang en deprivatie. In deze studie proberen we de seksualiteitsbeleving en seksuele activiteit van gedetineerden in België in kaart te brengen, net als factoren die samenhangen met het seksuele welzijn en tevredenheid tijdens detentie.
"BREAKING: Moeder van drie wordt hoofdredacteur." Vrouwelijke journalisten in de Vlaamse nieuwsmedia
KU Leuven
2019
Marthe
Van Loy
Kwalitatief onderzoek naar de positie van vrouwelijke journalisten in de Vlaamse nationale nieuwsmedia. Want net als in vele westerse landen, zijn vrouwen ondervertegenwoordigd in de Vlaamse journalistiek. Aan de hand van vijftien diepte-interviews met vrouwelijke journalisten tussen 25 en 56 jaar is er gepeild naar genderbreuklijnen die in de literatuur aan bod komen zoals het glazen plafond en het afhaken van jonge vrouwen.
Aan de hand van een ontwerp die bestaat uit 5 stappen onderzochten we of kinderen zelfstandiger conflicten oplossen aan de hand van computationeel denken op de speelplaats.
De scriptie 'Studiekeuze in beeld' onderzoekt video als mogelijk hulpmiddel voor het probleem rond studiekeuze. De scriptie is geschreven aan de hand van een video die de opleiding Grafische & Digitale Media (AP Hogeschool) in beeld brengt.
Het gebuik van de Stresstool door Inloopteam Zuidrand: een kwalitatief onderzoek naar naar de bruikbaarheid van de Stresstool bij ouders met een migratieachtergrond.
Thomas More Hogeschool
2019
Emilie, Margot, Laurien, Marion, Maxime, Michelle
Diels, Longeville, Taels, Lampaert, De Weerdt, De Belser
Inloopteam Zuidrand ontwikkelde een instrument om stress te meten bij ouders met een migratieachtergrond. In dit onderzoek worden gerelateerde thema's behandeld in de literatuurstudie, en wordt aan de hand van 3 onderzoeksmethoden de betrouwbaarheid en validiteit nagegaan en wordt tevens onderzocht of het testinstrument afgestemd is op de doelgroep.
In kinderopvang vzw Wieltjeshove hebben wij, acht studenten uit het studiegebied Sociaal Agogisch Werk uit Vives Hogeschool Kortrijk, onze bachelorproef uitgewerkt. Ons doel was om ontmoeting tussen ouders in de kinderopvang te stimuleren. Het proces en de resultaten kan u hier uitgeschreven terugvinden.
Het doel van deze reviewstudie is tweeërlei: enerzijds een overzicht geven welke didactische maatregelen voor cognitief sterke leerlingen onderzocht zijn binnen de reguliere klas in het lager onderwijs en anderzijds duidelijkheid geven over de impact van deze maatregelen op de cognitieve prestaties van deze leerlingen.
De studie is als volgt opgebouwd: in de introductie wordt de nood aan kennis over effectieve didactische maatregelen voor deze doelgroep in Vlaanderen aangegeven. Daarna wordt dieper ingegaan op theorieën en modellen over begaafdheid en welke kennis over maatregelen beschikbaar is vanuit wetenschappelijk onderzoek. Dan volgt de toelichting over de afbakening van het onderzoeksonderwerp van deze reviewstudie. Nadien wordt een overzicht gegeven van de manier waarop een brede set onderzoeksartikels systematisch werden gereduceerd en geanalyseerd. Deze analyse leidde tot tien high impact kwantitatieve studies waarin didactische maatregelen werden uitgetest. Als resultaat worden zes effectieve didactische maatregelen gerapporteerd en als aanbeveling voor cognitief sterke leerlingen toegelicht: verrijking van hun curriculum ter vervanging van reeds gekende leerstof, ook voor cognitief sterke leerlingen expliciete instructie van strategieën en moeilijkheden voorzien, afwisseling in homogeen en heterogeen groeperen van de leerlingen, uitdagende actieve en onderzoeksgerichte opdrachten geven, tijdens het oefenen dynamisch feedback geven en ondersteuning voorzien, waaronder hints, en tenslotte de leerlingen leren reflecteren op hun leren. Tot slot worden enkele aandachtspunten bij deze reviewstudie geëxpliciteerd, zoals het belang van training en ondersteuning van de leerkracht bij het vormgeven van deze maatregelen in de klas en de nood aan longitudinaal onderzoek waarbij er gebruik gemaakt wordt van grotere samples en verschillende onderzoeksdesigns.
Sinds het oprichten van het Nationaal Secretariaat van het Katholiek Onderwijs (NSKO) in 1957 kende de onderwijskoepel verschillende vernieuwingen; zo ook onze Modeopleiding. De laatste vernieuwing gebeurde in september 2016. Deze vernieuwing binnen de 3de graad BSO Moderealisatie en –verkoop is dan ook de aanleiding geweest voor mijn onderzoek.
Katholiek Onderwijs Vlaanderen (KOV) ontwierp een actueel leerplan met een nieuwe visie. Deze richt zich voornamelijk op 5 overkoepelende pijlers : Projectmatig en conceptueel werken, Recycling en upcycling, Vakoverschrijdend werken, Trend en lifstyle en de centrale plaats van de leerling.
KOV verwacht van de scholen over heel Vlaanderen die de optie 3de graad BSO Moderealisatie en –verkoop aanbieden dat ze met deze visie les geven.
De leerkrachten dienen zélf didactisch materiaal te ontwerpen en dit te koppelen aan lesdoelen die gelinkt zijn aan de leerplandoelen opgesteld in het leerplan 3de graad BSO Moderealisatie en –verkoop.
Door het gemis aan universeel cursusmateriaal dient een leerkracht zelf het leerplan te interpreteren en de visie te verwerken.
Tijdens het onderzoek hebben we gemerkt dat dit moeilijker is dan het lijkt.
Het werd duidelijk dat de leerkrachten ondersteuning kunnen gebruiken bij het opstellen van didactisch materiaal.
De conclusie om een ondersteunende handleiding op te stellen was voor de hand liggend. Deze wordt met hedendaagse ideeën gekoppeld aan actuele voorbeelden uit de modewereld om zo eigen cursusmateriaal te kunnen opstellen. Er is een lijst met richtlijnen bijgevoegd waar de leerkrachten hun projecten aan kunnen toetsen.
Eerst diende ik de visie van KOV te doorgronden aan de hand van het bestuderen van zowel het oude als het nieuwe leerplan en het gesprek met Isabelle Tack (pedagogische begeleidster) ter verduidelijking en aanvulling.
Ook diende er een grondige literatuurstudie te gebeuren om de exacte inhoud van de 5 pijlers te begrijpen.
Vervolgens heb ik een gesprek met Sarah Casier gehad. Zij geeft bijscholingen aan leerkrachten met betrekking tot het cursusmateriaal en de nieuwe visie binnen het modeonderwijs.
Er is bij een 30-tal Vlaamse leerkrachten een enquête afgenomen zodat hun meningen vergeleken kunnen worden en de noden kunnen worden opgelijst.
Als laatste ben ik de voorbeeldschool Ursulinen Mechelen gaan bezoeken die de vernieuwing optimaal benut.
Al deze stukjes hebben bijgedragen tot het ontwerpen van de ondersteunende handleiding.
De onduidelijkheid en het toevallig contact met medicinale cannabis zorgde voor de nieuwsgierigheid naar dit onderwerp. Er is een steeds grotere vraag en interesse naar medicinale cannabis. In deze bachelorproef willen de schrijvers duidelijkheid scheppen over wat medicinale cannabis is, de wet van België hieromtrent, de link met kanker, de rol van de verpleegkundige en uiteindelijk een infobrochure ontwikkelen voor zowel verpleegkundigen als patiënten.
Er zit muziek in ons werk ! Muziekwerkers in de Ouderenzorg als draagvlak voor een re-actieve levenskwaliteit. Opleiding & wederzijdse ondersteuning binnen een werkgroep Muziek In Zorg.
Muziekwerkers in de Ouderenzorg als draagvlak voor een re-actieve levenskwaliteit. Een innovatieve opleiding & wederzijdse ondersteuning binnen een werkgroep Muziek In Zorg. Positieve opwaartse spiralen creëren in de ouderenzorg van vandaag en morgen.
In de Hogere Zeevaartschool worden studenten getraind op simulatoren om tankers te laden en lossen. In deze masterproef werd een zelfstudie- en evaluatiesysteem onderzocht en uitgevoerd op deze simulator. Dit om studenten op weg te helpen bij fouten gemaakt tijdens het gebruik ervan.
Onderzoek naar medische terminologie en wat leken ervan begrijpen
KU Leuven
2018
Vincent
Cochez
In dit onderzoek werd er nagegaan hoe goed mensen zonder medische kennis medische terminologie begrepen. Hiervoor werd er een specifieke test ontwikkeld die ook rekening hield met het opleidingsniveau en het feit of mensen al dan niet ooit Latijn of Grieks hadden gestudeerd.
Onderzoek naar de feminisering van het Vlaams onderwijs. Welke gevolgen er mogelijk zijn op cognitief en sociaal-emotioneel vlak voor de leerlingen. Alsook naar mogelijke initiatieven om meer mannen het onderwijs in te krijgen.